EuraStudy
Samenvattingen/Geschiedenis/Tijd van wereldoorlogen (1900-1950)
Samenvattingen · GeschiedenisNL · VWO

Tijd van wereldoorlogen (1900-1950)

Het negende tijdvak (1900–1950) is de eerste helft van de twintigste eeuw. De kenmerkende aspecten zijn het voeren van twee wereldoorlogen, de totale oorlog met massavernietigingswapens en betrokkenheid van de burgerbevolking, de rol van moderne propaganda en massaorganisatie, de crisis van het wereldkapitalisme, het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieën communisme en nationaalsocialisme, en het racisme dat leidde tot de vervolging en verdelging van joden en andere groepen (de Holocaust). Het is een tijdvak van ongekend geweld en ideologische strijd.

4 Onderdelen·~13 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Standaard 2 · Verdieping 2

T·111111 / 16
Examenprofiel
De oorzaken en het karakter van de Eerste Wereldoorlog en de totale oorlog uitleggen.De crisis van het wereldkapitalisme en de opkomst van totalitaire ideologieën verklaren.De totalitaire systemen (communisme, fascisme/nationaalsocialisme) vergelijken met de democratie.Het racisme en de Holocaust beschrijven met tijd- en plaatsbesef en historische nauwkeurigheid.
Operatoren:beschrijfleg uitverklaarvergelijkberedeneerbeoordeel

basisniveau

Voor iedereen: de twee wereldoorlogen, de totale oorlog, de crisis van de jaren dertig, de totalitaire ideologieën en de Holocaust zijn de kenmerkende aspecten van tijdvak 9.

verhoogd niveau

Verdieping: de samenhang tussen economische crisis, totalitaire ideologieën en oorlog begrijpen, en de rol van propaganda en techniek in de totale oorlog analyseren.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Tijd van wereldoorlogen (1900-1950)
    • 01De Eerste Wereldoorlog en de totale oorlog◐
    • 02Crisis en de opkomst van totalitaire ideologieën●
    • 03De Tweede Wereldoorlog◐
    • 04Racisme, vervolging en de Holocaust●
§ 01

De Eerste Wereldoorlog en de totale oorlog#

●●○StandaardLPexamenblad-geschiedenis-tijdvak-9

Kernpunten

De Eerste Wereldoorlog (1914–1918) was de eerste van de twee wereldoorlogen die dit tijdvak zijn naam geven. De directe aanleiding was de moord op de Oostenrijkse troonopvolger in Sarajevo (1914), maar de dieperliggende oorzaken lagen jaren eerder. In Afb. 1 staan die oorzaken bij elkaar: een stelsel van bondgenootschappen dat een lokaal conflict tot een wereldbrand kon maken, een bewapeningswedloop, opgezweept nationalisme en de rivaliteit van imperialistische grootmachten. Deze langetermijnoorzaken maakten dat één moordaanslag heel Europa in oorlog stortte.

Oorzaken van de Eerste Wereldoorlog

Waarom de wereldbrandGraaf, bondgenootschappen → Eerste Wereldoorlog, bewapeningswedloop → Eerste Wereldoorlog, nationalisme → Eerste Wereldoorlog, imperialistische rivaliteit → Eerste Wereldoorlog, aanslag Sarajevo (1914) → Eerste Wereldoorlogbondgenootschappenbewapeningswedloopnationalismeimperialistischerivaliteitaanslag Sarajevo(1914)EersteWereldoorlog
Afb. 1Afb. 1 — Langetermijnoorzaken (bondgenootschappen, bewapening, nationalisme, imperialisme) plus de aanleiding (Sarajevo) leidden tot de Eerste Wereldoorlog.
De oorlog werd een totale oorlog: een oorlog waarin niet alleen legers, maar hele samenlevingen betrokken raakten. De hele economie werd op de oorlog gericht (oorlogsindustrie), de bevolking werd via propaganda gemobiliseerd, en het onderscheid tussen front en thuisfront vervaagde. Moderne wetenschap en techniek brachten nieuwe, dodelijke wapens: machinegeweren, artillerie, gifgas, tanks en vliegtuigen. Het gevolg was een uitputtende loopgravenoorlog met enorme aantallen slachtoffers, waarin maandenlange veldslagen nauwelijks terreinwinst opleverden.
De totale oorlog liet zien hoezeer de moderne industriële samenleving het karakter van oorlog had veranderd. Massaproductie leverde wapens en munitie op ongekende schaal; spoorwegen brachten miljoenen soldaten naar het front; en moderne communicatie- en propagandamiddelen mobiliseerden de bevolking en hielden de strijdlust op peil. Zo werd de kracht van de industriële revolutie, die in het vorige tijdvak welvaart bracht, nu ingezet voor vernietiging — een sombere keerzijde van dezelfde technische vooruitgang.
De gevolgen van de Eerste Wereldoorlog waren enorm en werkten door. Miljoenen doden, verwoeste landen en een diep trauma tekenden Europa. De vrede die volgde, legde zware lasten op de verliezers (vooral Duitsland) en liet veel onvrede achter. Bovendien viel tijdens de oorlog het Russische tsarenrijk uiteen, wat de weg opende voor de Russische Revolutie (1917) en het eerste communistische regime. Zo bereidde de Eerste Wereldoorlog de bodem voor de crises, de totalitaire ideologieën en uiteindelijk de Tweede Wereldoorlog die de rest van dit tijdvak bepalen.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom een lokaal conflict een wereldoorlog werd

Leg uit waarom de moord in Sarajevo (1914) kon uitgroeien tot een wereldoorlog en niet tot een lokaal conflict beperkt bleef.

  1. 01Aanleiding versus oorzaak

    De moord was de aanleiding — de directe vonk — maar niet de dieperliggende oorzaak van de omvang van de oorlog.

  2. 02Bondgenootschappen

    Door het stelsel van bondgenootschappen sleepten de grootmachten elkaar mee: een conflict tussen twee landen trok hun bondgenoten er automatisch bij.

  3. 03Voedingsbodem

    Bewapeningswedloop, nationalisme en imperialistische rivaliteit hadden de spanningen jarenlang opgevoerd, zodat de vonk een grote brand kon ontsteken.

Resultaat: De moord was slechts de aanleiding; door de bondgenootschappen en de jarenlange spanningen (bewapening, nationalisme, imperialisme) sleepten de grootmachten elkaar mee in een wereldoorlog.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de oorzaken van de Eerste Wereldoorlog onderscheiden (aanleiding versus langetermijnoorzaken).
  • Examendoel: het begrip totale oorlog uitleggen (hele samenleving betrokken, moderne wapens, propaganda).

Veelgemaakte fouten

  • De aanslag in Sarajevo als „de oorzaak” van de wereldoorlog noemen in plaats van als aanleiding.
  • Totale oorlog verwarren met „een hele grote oorlog”; het gaat erom dat de hele samenleving en economie erbij betrokken raken.

Actieve herhaling

Leg uit hoe de industriële revolutie het karakter van de oorlogsvoering veranderde, met een voorbeeld van een wapen en een voorbeeld van economische mobilisatie.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 9 (CvTE / Examenblad)

§ 02

Crisis en de opkomst van totalitaire ideologieën#

●●●VerdiepingLPexamenblad-geschiedenis-tijdvak-9

Kernpunten

Na de Eerste Wereldoorlog raakte het wereldkapitalisme in een diepe crisis. De beurskrach op Wall Street (1929) leidde tot een wereldwijde economische crisis (de jaren dertig): banken vielen om, bedrijven gingen failliet en de werkloosheid steeg tot ongekende hoogte. In Afb. 2 zie je die keten van beurskrach naar massawerkloosheid en politieke radicalisering. Miljoenen mensen verloren hun baan en bestaanszekerheid, wat het vertrouwen in de bestaande democratische en economische orde ondermijnde.

Van beurskrach naar radicalisering

De crisis van de jaren dertigGraaf, beurskrach 1929 → wereldcrisis, wereldcrisis → massawerkloosheid, massawerkloosheid → politieke radicaliseringbeurskrach 1929wereldcrisismassawerkloosheidpolitiekeradicalisering
Afb. 2Afb. 2 — De crisis van het wereldkapitalisme: de beurskrach (1929) leidde tot een wereldcrisis en massawerkloosheid, die het vertrouwen in de democratie ondermijnde en radicalisering voedde.
In deze crisissfeer wonnen totalitaire ideologieën aan aanhang. Een totalitair systeem streeft naar totale controle over de hele samenleving: één partij en één leider beheersen de politiek, de economie, de media, het onderwijs en zelfs het privéleven, en duldt geen enkele oppositie. Dit stond lijnrecht tegenover de democratie. In Afb. 3 staan de democratie, het communisme en het fascisme/nationaalsocialisme naast elkaar, zodat je de kernverschillen scherp ziet.

Democratie, communisme en fascisme vergeleken

Drie systemenTabel met 4 kolommen en 4 rijen, Gegevens: kenmerk · democratie · communisme · fascisme/nazisme; macht · bij het volk (verkiezingen) · bij de partij · bij de leider; economie · vrije markt (gemengd) · planeconomie (staat bezit alles) · onder staatstoezicht, privébezit blijft; vrijheid · vrijheidsrechten, meer partijen · geen; één partij · geen; één partij; ideaal · vrijheid en gelijkheid · klassenloze samenleving · natie of ras boven het individu, gemarkeerde cel: bij het volk (verkiezingen)KENMERKDEMOCRATIECOMMUNISMEFASCISME/NAZISMEmachtbij het volk (verkiezingen)bij de partijbij de leidereconomievrije markt (gemengd)planeconomie (staat bezitalles)onder staatstoezicht,privébezit blijftvrijheidvrijheidsrechten, meerpartijengeen; één partijgeen; één partijideaalvrijheid en gelijkheidklassenloze samenlevingnatie of ras boven hetindividu
Afb. 3Afb. 3 — Drie politieke systemen: de democratie tegenover de twee totalitaire ideologieën. Beide totalitaire systemen wijzen vrijheid en meerpartijenstelsel af, maar verschillen in hun ideaal.
Er waren twee grote totalitaire stromingen. Het communisme, in praktijk gebracht in de Sovjet-Unie, streefde naar een klassenloze samenleving via een dictatuur van de partij, met een planeconomie waarin de staat alles bezat. Het fascisme (Italië) en het nationaalsocialisme (Duitsland) stelden juist de natie of het „ras” boven het individu, verheerlijkten de sterke leider en het geweld, en verwierpen zowel de democratie als het communisme. Het nationaalsocialisme voegde daar een extreem racisme en antisemitisme aan toe.
Kenmerkend voor beide totalitaire systemen was het gebruik van moderne middelen om de massa te beheersen. Met propaganda via radio, film, pers en massabijeenkomsten werd een wereldbeeld opgedrongen; met massaorganisaties (jeugdbewegingen, partijorganisaties) werd de hele bevolking ingelijfd; en met een geheime politie en terreur werd elke tegenstand de kop ingedrukt. De totalitaire regimes brachten hun ideologieën ook echt in de praktijk, met vervolging, kampen en massale onderdrukking. Deze regimes, en de spanning tussen hen, leidden rechtstreeks naar de Tweede Wereldoorlog.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom crisis totalitaire bewegingen hielp

Leg uit waarom de economische crisis van de jaren dertig de opkomst van totalitaire bewegingen bevorderde.

  1. 01Effect van de crisis

    De crisis bracht massawerkloosheid, armoede en bestaansonzekerheid; miljoenen mensen verloren vertrouwen in de bestaande orde.

  2. 02Verlangen naar oplossingen

    Totalitaire bewegingen beloofden werk, orde, herstel van nationale trots en een radicale oplossing, en gaven zondebokken de schuld.

  3. 03Ondermijning van de democratie

    Nu de democratie de crisis niet leek op te lossen, kregen bewegingen die haar afwezen meer aanhang; zo verschoof de steun naar totalitaire alternatieven.

Resultaat: De crisis vernietigde bestaanszekerheid en vertrouwen in de democratie; totalitaire bewegingen die eenvoudige, radicale oplossingen en zondebokken boden, profiteerden daarvan en groeiden.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de crisis van het wereldkapitalisme (beurskrach, werkloosheid) verklaren en het verband met radicalisering leggen.
  • Examendoel: de totalitaire ideologieën (communisme, fascisme/nationaalsocialisme) onderscheiden en vergelijken met de democratie.

Veelgemaakte fouten

  • Communisme en fascisme gelijkstellen omdat beide totalitair zijn; hun idealen verschillen (klassenloze samenleving tegenover natie/ras boven het individu).
  • „Totalitair” opvatten als alleen een dictatuur; het gaat om totale controle over álle terreinen van de samenleving en het privéleven.

Actieve herhaling

Vergelijk het communisme en het nationaalsocialisme op de punten waar de macht ligt en wat het ideaal is, en leg uit wat beide gemeen hebben tegenover de democratie.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 9 (CvTE / Examenblad)

§ 03

De Tweede Wereldoorlog#

●●○StandaardLPexamenblad-geschiedenis-tijdvak-9

Kernpunten

De Tweede Wereldoorlog (1939–1945) was het gewelddadige hoogtepunt van dit tijdvak. Hij kwam voort uit de agressieve expansiepolitiek van nazi-Duitsland, dat verdragen schond en buurlanden binnenviel; de aanval op Polen in 1939 maakte de oorlog een feit. In Afb. 4 staan de sleutelmomenten van het hele tijdvak op een tijdbalk, met de beide wereldoorlogen. De oorlog groeide uit tot een werkelijk mondiaal conflict, met fronten in Europa, Afrika, Azië en op de oceanen, en trok uiteindelijk vrijwel alle grootmachten mee.

Mijlpalen van de eerste helft van de twintigste eeuw

1900–1950Tijdlijn van 1900 tot 1950, 1914: begin WO I, 1917: Russische Revolutie, 1929: beurskrach, 1933: Hitler aan de macht, 1939: begin WO II, 1945: einde WO II, 1914–1918: WO I, 1939–1945: WO II19001950jaarWO IWO II1914begin WO I1917RussischeRevolutie1929beurskrach1933Hitler aan demacht1939begin WO II1945einde WO II
Afb. 4Afb. 4 — Sleutelmomenten van tijdvak 9: de Eerste Wereldoorlog (1914–1918), de Russische Revolutie (1917), de crisis (1929), Hitler aan de macht (1933) en de Tweede Wereldoorlog (1939–1945).
Ook de Tweede Wereldoorlog was een totale oorlog, maar op nog grotere schaal. De hele economie en bevolking van de oorlogvoerende landen werden gemobiliseerd, en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij de oorlogvoering was groter dan ooit. Steden werden doelwit van bombardementen, hele bevolkingen leden onder bezetting, honger en terreur, en het aantal burgerslachtoffers overtrof dat onder soldaten. De grens tussen strijders en burgers vervaagde vrijwel volledig — een kern van het begrip totale oorlog.
De oorlog bracht verwoesting op ongekende schaal, mede door nieuwe massavernietigingswapens. Techniek en wetenschap werden opnieuw in dienst van de vernietiging gesteld, met als uiterste de atoombom, waarmee in 1945 in enkele ogenblikken hele steden werden weggevaagd. De oorlog eindigde in 1945 met de nederlaag van nazi-Duitsland en, na de inzet van atoomwapens, van Japan. De menselijke prijs was gigantisch: tientallen miljoenen doden, verwoeste landen en ontheemde bevolkingen over de hele wereld.
De Tweede Wereldoorlog markeert het einde van dit tijdvak en het begin van een nieuwe wereldorde. Europa lag in puin en verloor zijn centrale positie; de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie kwamen als supermachten uit de strijd, wat de weg opende naar de Koude Oorlog van het volgende tijdvak. De verschrikkingen van de oorlog, en vooral van de Holocaust, leidden bovendien tot pogingen zulke misdaden voortaan te voorkomen, onder meer met de oprichting van de Verenigde Naties en de vastlegging van universele mensenrechten. Zo verbindt dit tijdvak zijn duisterste hoofdstuk met het streven naar een betere ordening erna.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom ook WO II een totale oorlog was

Leg uit waarom de Tweede Wereldoorlog een totale oorlog was en waarom er zoveel burgerslachtoffers vielen.

  1. 01Mobilisatie van de samenleving

    De hele economie en bevolking werden op de oorlog gericht; iedereen droeg bij aan de oorlogsinspanning, wat het onderscheid front-thuisfront uitwiste.

  2. 02Burgers als doelwit

    Steden werden gebombardeerd en bevolkingen leden onder bezetting, honger en terreur; burgers waren niet langer buiten schot.

  3. 03Massavernietigingswapens

    Nieuwe wapens, met als uiterste de atoombom, maakten verwoesting op ongekende schaal mogelijk, waardoor het aantal burgerslachtoffers dat van soldaten overtrof.

Resultaat: De hele samenleving was gemobiliseerd en burgers werden doelwit (bombardementen, bezetting, atoomwapens); daardoor was WO II een totale oorlog met meer burger- dan soldatenslachtoffers.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de Tweede Wereldoorlog en het begrip totale oorlog uitleggen, inclusief massavernietigingswapens en burgerslachtoffers.
  • Examendoel: de gevolgen benoemen (nieuwe wereldorde, supermachten, VN en mensenrechten).

Veelgemaakte fouten

  • De Tweede Wereldoorlog alleen als een militair conflict tussen legers zien; het was een totale oorlog waarin de burgerbevolking centraal betrokken en getroffen werd.
  • De opkomst van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie als supermachten (en de Koude Oorlog daarna) over het hoofd zien.

Actieve herhaling

Leg uit hoe de Tweede Wereldoorlog de machtsverhoudingen in de wereld veranderde en waarom die verandering leidde tot de Koude Oorlog van het volgende tijdvak.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 9 (CvTE / Examenblad)

§ 04

Racisme, vervolging en de Holocaust#

●●●VerdiepingLPexamenblad-geschiedenis-tijdvak-9

Kernpunten

Het nationaalsocialisme was doortrokken van racisme: de pseudowetenschappelijke, onware overtuiging dat de mensheid uit ongelijkwaardige „rassen” bestaat en dat het eigen volk superieur is. In het bijzonder was het nazisme fel antisemitisch: joden werden tot zondebok gemaakt en als een bedreiging voorgesteld. Dit racisme was geen bijzaak maar de kern van de nazi-ideologie, en het vertaalde zich, toen de nazi's aan de macht kwamen, stap voor stap in beleid van uitsluiting, vervolging en uiteindelijk moord.
De vervolging verliep in escalerende stappen, die je in Afb. 5 ziet. Eerst kwam de wettelijke uitsluiting: joden werden door wetten van hun rechten, beroepen en burgerschap beroofd en uit de samenleving gestoten. Daarna volgden isolatie en geweld, met getto's waarin joden werden opgesloten, en systematische deportatie naar kampen. Ten slotte kwam de fase van de industriële massamoord in vernietigingskampen. Elke stap maakte de volgende mogelijk; het is belangrijk die escalatie te begrijpen in plaats van de Holocaust als één plotselinge gebeurtenis te zien.

De escalatie van de vervolging

Van uitsluiting naar genocideGraaf, racisme & antisemitisme → wettelijke uitsluiting, wettelijke uitsluiting → getto's & deportatie, getto's & deportatie → systematische massamoordracisme &antisemitismewettelijkeuitsluitinggetto's &deportatiesystematischemassamoord
Afb. 5Afb. 5 — De vervolging verliep in escalerende stappen: van racisme en uitsluiting via getto's en deportatie tot de systematische massamoord (de Holocaust).
De Holocaust (of Sjoa) was de systematische, door de staat georganiseerde moord op ongeveer zes miljoen joden door nazi-Duitsland en zijn handlangers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het was genocide: de doelbewuste poging een hele bevolkingsgroep uit te roeien. Ook andere groepen werden vervolgd en vermoord, waaronder Roma en Sinti, mensen met een beperking, politieke tegenstanders en homoseksuelen. De Holocaust is uniek in zijn omvang en in de koele, bureaucratische en industriële wijze waarop de moord werd georganiseerd.
De Holocaust stelt indringende historische vragen die op het examen terugkomen: hoe kon dit in een moderne, ontwikkelde samenleving gebeuren, welke rol speelden daders, meelopers, omstanders en slachtoffers, en hoe verhielden mensen zich onder bezetting (verzet, aanpassing, collaboratie)? Bij dit onderwerp is historische nauwkeurigheid en zorgvuldigheid essentieel: je beschrijft de feiten precies, met respect voor de slachtoffers, en zonder ontkenning, relativering of anachronisme. De Holocaust is ook de belangrijkste reden waarom na de oorlog universele mensenrechten werden vastgelegd — een poging te zorgen dat zoiets „nooit meer” zou gebeuren.
Uitgewerkt voorbeeld

De escalatie van de vervolging verklaren

Leg uit waarom historici de Holocaust beschrijven als een escalerend proces in stappen, en waarom dat belangrijk is voor het begrip ervan.

  1. 01Stap 1: uitsluiting

    Eerst werden joden door wetten van hun rechten en hun plaats in de samenleving beroofd (juridische uitsluiting).

  2. 02Stap 2: isolatie en deportatie

    Daarna volgden isolatie in getto's en systematische deportatie naar kampen, waardoor slachtoffers werden weggevoerd uit het zicht van de samenleving.

  3. 03Stap 3: massamoord

    Ten slotte kwam de industriële, systematische moord in vernietigingskampen; elke eerdere stap had deze mogelijk gemaakt.

Resultaat: De Holocaust was geen plotselinge gebeurtenis maar een escalatie van uitsluiting via isolatie en deportatie naar systematische moord; die stapsgewijze opbouw begrijpen is essentieel om te zien hoe het kon gebeuren.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: het racisme van het nationaalsocialisme en de escalerende vervolging tot de Holocaust beschrijven met historische nauwkeurigheid.
  • Examendoel: de rollen van daders, omstanders en slachtoffers en de houdingen onder bezetting (verzet, aanpassing, collaboratie) herkennen.

Veelgemaakte fouten

  • De Holocaust als één plotselinge gebeurtenis zien in plaats van als een escalerend proces van uitsluiting naar moord.
  • Vergeten dat naast joden ook andere groepen (o.a. Roma en Sinti, mensen met een beperking, politieke tegenstanders) werden vervolgd en vermoord.

Actieve herhaling

Leg uit waarom de begrippen daders, omstanders en slachtoffers helpen om de vervolging tijdens de bezetting te analyseren, en waarom historische nauwkeurigheid bij dit onderwerp zo belangrijk is.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 9 (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01De Eerste Wereldoorlog en de totale oorlog◐
    • 02Crisis en de opkomst van totalitaire ideologieën●
    • 03De Tweede Wereldoorlog◐
    • 04Racisme, vervolging en de Holocaust●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Tijd van wereldoorlogen (1900-1950)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~13
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 9

Vorig onderwerp

Tijd van burgers en stoommachines (1800-1900)

Volgend onderwerp

Tijd van televisie en computer (1950-heden)

EuraStudy·Samenvattingen T·11·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.