EuraStudy
Samenvattingen/Geschiedenis/Tijd van televisie en computer (1950-heden)
Samenvattingen · GeschiedenisNL · VWO

Tijd van televisie en computer (1950-heden)

Het tiende tijdvak (1950–heden) is de tweede helft van de twintigste eeuw en het begin van de eenentwintigste. De kenmerkende aspecten zijn de verdeling van de wereld in twee ideologische blokken met de dreiging van een atoomoorlog (de Koude Oorlog), de dekolonisatie die een einde maakte aan de westerse hegemonie, de eenwording van Europa, en de toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingen leidde (individualisering, pluriformisering). Het is de wereld waarin we nu leven.

4 Onderdelen·~13 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Standaard 3 · Verdieping 1

T·121212 / 16
Examenprofiel
De Koude Oorlog uitleggen als verdeling van de wereld in twee blokken met de dreiging van een atoomoorlog.De dekolonisatie verklaren en het einde van de westerse hegemonie beschrijven.De eenwording van Europa in hoofdlijnen uitleggen.De naoorlogse welvaart, de verzorgingsstaat en de sociaal-culturele veranderingen (individualisering, pluriformisering) verklaren.
Operatoren:beschrijfleg uitverklaarvergelijkberedeneertoon aan

basisniveau

Voor iedereen: de Koude Oorlog, de dekolonisatie, de Europese eenwording en de welvaart met sociaal-culturele veranderingen zijn de kenmerkende aspecten van tijdvak 10.

verhoogd niveau

Verdieping: de Koude Oorlog, dekolonisatie en globalisering als samenhangende naoorlogse ontwikkelingen begrijpen, en de doorwerking ervan in het heden.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Tijd van televisie en computer (1950-heden)
    • 01De Koude Oorlog◐
    • 02Dekolonisatie◐
    • 03De eenwording van Europa◐
    • 04Welvaart, verzorgingsstaat en sociaal-culturele veranderingen●
§ 01

De Koude Oorlog#

●●○StandaardLPexamenblad-geschiedenis-tijdvak-10

Kernpunten

Na de Tweede Wereldoorlog raakte de wereld verdeeld in twee vijandige blokken: het westerse blok onder leiding van de Verenigde Staten en het oostelijke blok onder leiding van de Sovjet-Unie. Deze verdeling en de decennialange spanning ertussen heten de Koude Oorlog. In Afb. 1 staan de twee blokken tegenover elkaar en in Afb. 2 de belangrijkste momenten op een tijdbalk. „Koud” heet de oorlog omdat de twee supermachten elkaar nooit rechtstreeks met wapens bevochten; de strijd verliep via wapenwedloop, dreiging, propaganda, spionage en conflicten in andere landen.

Oost en West in de Koude Oorlog

Twee blokkenTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: aspect · Westen · Oostblok; ideologie · kapitalisme & democratie · communisme & partijdictatuur; economie · vrije markt · planeconomie; bondgenootschap · NAVO · Warschaupact; leider · Verenigde Staten · Sovjet-Unie, gemarkeerde cel: kapitalisme & democratieASPECTWESTENOOSTBLOKideologiekapitalisme & democratiecommunisme & partijdictatuureconomievrije marktplaneconomiebondgenootschapNAVOWarschaupactleiderVerenigde StatenSovjet-Unie
Afb. 1Afb. 1 — De twee blokken van de Koude Oorlog: het Westen (kapitalisme, democratie, NAVO) tegenover het Oosten (communisme, planeconomie, Warschaupact).

Mijlpalen van de Koude Oorlog

Koude OorlogTijdlijn van 1945 tot 2000, 1949: NAVO, 1961: Berlijnse Muur, 1962: Cubacrisis, 1989: val van de Muur, 1991: einde Sovjet-Unie, 1947–1991: Koude Oorlog19452000jaarKoude Oorlog1949NAVO1961Berlijnse Muur1962Cubacrisis1989val van de Muur1991eindeSovjet-Unie
Afb. 2Afb. 2 — Sleutelmomenten van de Koude Oorlog: NAVO (1949), de Berlijnse Muur (1961), de Cubacrisis (1962), de val van de Muur (1989) en het einde van de Sovjet-Unie (1991).
De tegenstelling was ideologisch én machtspolitiek. Het Westen stond voor kapitalisme en (parlementaire) democratie; het Oosten voor communisme en een partijdictatuur met een planeconomie. Beide blokken vormden militaire bondgenootschappen — de NAVO tegenover het Warschaupact — en probeerden hun invloedssfeer uit te breiden. Duitsland en zijn hoofdstad Berlijn werden het symbool van de deling: de Berlijnse Muur (vanaf 1961) sneed de stad in tweeën en werd het tastbare beeld van het „IJzeren Gordijn” dat Europa in twee helften verdeelde.
Wat de Koude Oorlog uitzonderlijk gevaarlijk maakte, was de dreiging van een atoomoorlog. Beide supermachten bezaten kernwapens die de wereld konden vernietigen; de wetenschap dat een aanval tot wederzijdse vernietiging zou leiden, hield hen paradoxaal genoeg van een directe oorlog af (het „evenwicht van de angst”). Toch bracht de spanning de wereld enkele keren dicht bij de afgrond, zoals tijdens de Cubacrisis (1962). De strijd werd verder uitgevochten in „hete” conflicten in andere delen van de wereld, waar de supermachten tegengestelde partijen steunden.
De Koude Oorlog eindigde rond 1989–1991. De Sovjet-Unie kampte met economische stagnatie en groeiende onvrede; hervormingen en het loslaten van de greep op Oost-Europa leidden tot een golf van omwentelingen. In 1989 viel de Berlijnse Muur, in 1990 werd Duitsland herenigd, en in 1991 viel de Sovjet-Unie zelf uiteen. Daarmee eindigde de tweedeling van de wereld en won het westerse model voorlopig terrein. De Koude Oorlog heeft de hele naoorlogse wereld gevormd; de gevolgen ervan — in Europa, Duitsland en daarbuiten — werken door tot in het heden.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom de oorlog „koud” bleef

Leg uit waarom de Koude Oorlog „koud” heet en welke rol de kernwapens daarbij speelden.

  1. 01Geen directe oorlog

    De twee supermachten bevochten elkaar nooit rechtstreeks met wapens; de strijd verliep via wapenwedloop, dreiging, propaganda en conflicten in andere landen.

  2. 02De rol van kernwapens

    Beide bezaten kernwapens die tot wederzijdse vernietiging zouden leiden; een directe oorlog zou zelfmoord zijn (het „evenwicht van de angst”).

  3. 03Gevolg

    Juist die dreiging hield de supermachten van een rechtstreekse oorlog af, waardoor de vijandschap „koud” bleef — gespannen maar zonder directe strijd tussen hen.

Resultaat: „Koud” omdat de supermachten elkaar nooit rechtstreeks bevochten; de wederzijdse dreiging met kernwapens (evenwicht van de angst) weerhield hen van een directe oorlog.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de Koude Oorlog uitleggen als tweedeling in twee ideologische blokken met de dreiging van een atoomoorlog.
  • Examendoel: het einde van de Koude Oorlog (val van de Muur 1989, uiteenvallen Sovjet-Unie 1991) plaatsen en verklaren.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat er tijdens de Koude Oorlog helemaal niet gevochten werd; er waren wél „hete” conflicten in andere landen, maar geen directe oorlog tussen de supermachten.
  • De Koude Oorlog alleen als militair conflict zien; het was ook een ideologische, economische en propagandastrijd tussen twee systemen.

Actieve herhaling

Leg uit waarom Duitsland en Berlijn het symbool van de Koude Oorlog werden, en wat de val van de Berlijnse Muur (1989) betekende voor de tweedeling van Europa.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 10 (CvTE / Examenblad)

§ 02

Dekolonisatie#

●●○StandaardLPexamenblad-geschiedenis-tijdvak-10

Kernpunten

Na de Tweede Wereldoorlog maakten de koloniën in Azië en Afrika zich in hoog tempo los van hun Europese overheersers. Deze dekolonisatie maakte een einde aan de westerse hegemonie — de wereldwijde overheersing die Europa sinds de overzeese expansie en het imperialisme had opgebouwd. In Afb. 3 zie je de oorzaken die tot dekolonisatie leidden. Binnen enkele decennia ontstonden tientallen nieuwe onafhankelijke staten, en de wereldkaart veranderde ingrijpend.

Oorzaken van de dekolonisatie

Einde van de westerse hegemonieGraaf, verzwakt Europa (na WO II) → dekolonisatie, nationalisme in koloniën → dekolonisatie, ideaal van zelfbeschikking → dekolonisatie, dekolonisatie → nieuwe onafhankelijke statenverzwakt Europa(na WO II)nationalisme inkoloniënideaal vanzelfbeschikkingdekolonisatienieuweonafhankelijkestaten
Afb. 3Afb. 3 — De dekolonisatie kwam voort uit een verzwakt Europa (na WO II), een sterk gegroeid nationalisme in de koloniën en het ideaal van zelfbeschikking; het resultaat waren tientallen nieuwe staten.
De dekolonisatie had verschillende, samenhangende oorzaken. De Tweede Wereldoorlog had de Europese mogendheden verzwakt: ze waren uitgeput en misten de middelen en de wil om hun koloniën met geweld vast te houden. In de koloniën zelf was intussen een sterk nationalisme gegroeid, met leiders en bewegingen die zelfbestuur eisten. Het naoorlogse ideaal van zelfbeschikking (het recht van volken over hun eigen lot te beslissen) en de druk van de Verenigde Naties en de wereldopinie versterkten die eis. Deze factoren samen maakten het vasthouden aan koloniën onhoudbaar.
De weg naar onafhankelijkheid verliep verschillend. Sommige koloniën werden na onderhandelingen relatief vreedzaam onafhankelijk; andere moesten hun vrijheid bevechten in bloedige onafhankelijkheidsoorlogen tegen de kolonisator. Ook Nederland maakte dit mee: Indonesië riep in 1945 de onafhankelijkheid uit, gevolgd door een gewelddadig conflict, en werd uiteindelijk als onafhankelijke staat erkend. De dekolonisatie was dus geen ordelijk proces, maar een reeks vaak moeizame en gewelddadige losmakingen.
De gevolgen van de dekolonisatie waren wereldwijd en langdurig. De nieuwe staten moesten hun eigen weg vinden, vaak binnen door de kolonisator getrokken grenzen die niet met de bevolkingsverhoudingen strookten, wat later tot conflicten leidde. De machtsverhoudingen in de wereld verschoven: de Europese overheersing eindigde en veel nieuwe staten probeerden zich in de Koude Oorlog buiten de twee blokken te houden. De dekolonisatie hangt zo samen met de Koude Oorlog én met de latere globalisering, en verklaart mede de huidige verhoudingen tussen het rijke Westen en de rest van de wereld.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom juist na WO II

Leg uit waarom de dekolonisatie juist na de Tweede Wereldoorlog in een stroomversnelling raakte.

  1. 01Verzwakt Europa

    De oorlog had de Europese koloniale mogendheden uitgeput; ze misten de middelen en de wil om hun koloniën nog met geweld vast te houden.

  2. 02Gegroeid nationalisme

    In de koloniën was het nationalisme sterk gegroeid, met leiders en bewegingen die onafhankelijkheid eisten.

  3. 03Zelfbeschikking en druk

    Het naoorlogse ideaal van zelfbeschikking en de druk van de wereldopinie en de VN maakten het koloniale bezit moreel en politiek onhoudbaar.

Resultaat: Na WO II vielen een verzwakt Europa, een sterk gegroeid nationalisme in de koloniën en het ideaal van zelfbeschikking samen, waardoor de dekolonisatie in een stroomversnelling raakte.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de dekolonisatie verklaren uit haar oorzaken (verzwakt Europa, nationalisme, zelfbeschikking).
  • Examendoel: uitleggen dat de dekolonisatie een einde maakte aan de westerse hegemonie en de wereldverhoudingen veranderde.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat alle koloniën vreedzaam onafhankelijk werden; veel losmakingen verliepen via bloedige onafhankelijkheidsoorlogen.
  • De dekolonisatie losmaken van de Koude Oorlog en de globalisering; deze ontwikkelingen hangen juist samen.

Actieve herhaling

Leg uit hoe de door de kolonisator getrokken grenzen na de dekolonisatie tot problemen in de nieuwe staten konden leiden.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 10 (CvTE / Examenblad)

§ 03

De eenwording van Europa#

●●○StandaardLPexamenblad-geschiedenis-tijdvak-10

Kernpunten

Na twee verwoestende wereldoorlogen zochten Europese landen naar een manier om oorlog voorgoed te voorkomen: de eenwording van Europa. Het idee was dat landen die economisch nauw met elkaar verweven raken, geen oorlog meer tegen elkaar zullen voeren. In Afb. 4 staan de belangrijkste stappen van dat proces op een tijdbalk. De samenwerking begon klein en economisch en groeide uit tot een verregaande politieke en economische unie.

Stappen in de Europese eenwording

Europese integratieTijdlijn van 1950 tot 2010, 1951: EGKS (kolen & staal), 1957: EEG (Verdrag van Rome), 1992: EU (Maastricht), 2002: euro als contant geld, 1957–1992: EEG / EG, 1992–2010: Europese Unie19502010jaarEEG / EGEuropese Unie1951EGKS (kolen &staal)1957EEG (Verdrag vanRome)1992EU (Maastricht)2002euro als contantgeld
Afb. 4Afb. 4 — De Europese eenwording in stappen: van kolen en staal (EGKS 1951) via de gemeenschappelijke markt (EEG 1957) naar de Europese Unie (Maastricht 1992) en de euro (2002).
De eerste stap was de samenwerking op het gebied van kolen en staal (de EGKS, 1951) — juist die grondstoffen die voor oorlogsindustrie nodig waren, werden onder gemeenschappelijk beheer gebracht. In 1957 volgde met het Verdrag van Rome de Europese Economische Gemeenschap (EEG), gericht op een gemeenschappelijke markt met vrij verkeer van goederen, mensen, diensten en kapitaal. Steeds meer landen sloten zich aan, en de samenwerking verdiepte zich geleidelijk van louter economisch naar meer politiek.
Met het Verdrag van Maastricht (1992) werd de samenwerking omgevormd tot de Europese Unie (EU), die naast economische ook politieke doelen kreeg. Er kwam een gemeenschappelijke munt, de euro (ingevoerd als contant geld in 2002), en de meeste binnengrenzen verdwenen, zodat mensen vrij konden reizen en werken. De EU groeide bovendien fors door de toetreding van veel nieuwe lidstaten, waaronder na de Koude Oorlog voormalige Oostbloklanden. Zo werd een groot deel van Europa verenigd in één samenwerkingsverband.
De Europese eenwording heeft Europa ingrijpend veranderd: langdurige vrede tussen de lidstaten, welvaart door de gemeenschappelijke markt, en een gedeeld burgerschap. Tegelijk roept de samenwerking discussie op: hoeveel soevereiniteit moeten landen afstaan, hoe democratisch is de besluitvorming, en waar liggen de grenzen van „Europa”? Deze spanning tussen samenwerking en nationale zelfstandigheid is een terugkerend thema. De Europese eenwording is een van de bepalende ontwikkelingen van het naoorlogse Europa en raakt rechtstreeks aan het heden waarin de leerling leeft.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom met kolen en staal beginnen

Leg uit waarom de Europese samenwerking juist met kolen en staal begon en hoe dat moest bijdragen aan vrede.

  1. 01Het doel: vrede

    Na twee wereldoorlogen wilde men oorlog tussen de Europese landen (vooral Frankrijk en Duitsland) voorgoed voorkomen.

  2. 02Waarom kolen en staal

    Kolen en staal waren de grondstoffen van de wapenindustrie; door ze onder gemeenschappelijk beheer te brengen, kon geen land er in het geheim een oorlog mee voorbereiden.

  3. 03Verwevenheid als garantie

    Economische verwevenheid maakt oorlog kostbaar en onaantrekkelijk: landen die van elkaar afhankelijk zijn, hebben er belang bij samen te werken in plaats van te vechten.

Resultaat: Men begon met kolen en staal omdat dat de grondstoffen van de wapenindustrie waren; door ze gemeenschappelijk te beheren en de economieën te verweven, moest oorlog tussen de lidstaten onmogelijk en onaantrekkelijk worden.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de eenwording van Europa in hoofdlijnen uitleggen (van EGKS via EEG naar EU en euro).
  • Examendoel: het motief (vrede door economische verwevenheid) en de spanning (soevereiniteit) benoemen.

Veelgemaakte fouten

  • De Europese eenwording alleen economisch zien; het oorspronkelijke motief was vooral het voorkomen van oorlog (vrede).
  • De EGKS, EEG en EU door elkaar halen; het is een opeenvolging van steeds diepere samenwerking.

Actieve herhaling

Leg uit hoe de Europese eenwording samenhing met de Koude Oorlog en met de latere toetreding van voormalige Oostbloklanden.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 10 (CvTE / Examenblad)

§ 04

Welvaart, verzorgingsstaat en sociaal-culturele veranderingen#

●●●VerdiepingLPexamenblad-geschiedenis-tijdvak-10

Kernpunten

Vanaf de jaren vijftig en zestig steeg de welvaart in het Westen sterk. Er kwam werk, de lonen stegen, en een brede middenklasse kon zich auto's, huishoudelijke apparaten, televisies (waarnaar het tijdvak mede is genoemd) en vakanties veroorloven: een consumptiemaatschappij. In Afb. 5 zie je hoe die welvaart een reeks veranderingen in gang zette. Tegelijk bouwden veel westerse landen een verzorgingsstaat op: de overheid ging burgers beschermen tegen armoede, ziekte, werkloosheid en ouderdom via sociale voorzieningen.

Van welvaart naar een pluriforme samenleving

Sociaal-culturele veranderingGraaf, toenemende welvaart → verzorgingsstaat, toenemende welvaart → individualisering, toenemende welvaart → ontkerkelijking, individualisering → pluriforme samenleving, ontkerkelijking → pluriforme samenlevingtoenemendewelvaartverzorgingsstaatindividualiseringontkerkelijkingpluriformesamenleving
Afb. 5Afb. 5 — De naoorlogse welvaart bracht een verzorgingsstaat en zette sociaal-culturele veranderingen in gang (individualisering, ontkerkelijking) die tot een pluriforme samenleving leidden.
De groeiende welvaart en de verzorgingsstaat maakten mensen onafhankelijker en leidden tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingen, vooral vanaf de jaren zestig. Er trad individualisering op: mensen gingen hun leven meer zelf inrichten en zich minder schikken naar traditie, kerk of gezag. De ontkerkelijking zette door: de invloed van kerk en godsdienst op het dagelijks leven nam sterk af. Jongeren zetten zich af tegen de gevestigde orde, en er ontstonden nieuwe emancipatiebewegingen, onder meer voor vrouwen en later voor andere groepen.
De samenleving werd bovendien pluriformer en diverser: pluriformisering. Door migratie — onder meer arbeidsmigranten en mensen uit voormalige koloniën — kwamen mensen met verschillende achtergronden, religies en culturen naast elkaar te leven. Zo ontstond een pluriforme, multiculturele samenleving met een grotere verscheidenheid aan leefstijlen, opvattingen en gebruiken. Deze veranderingen brachten meer vrijheid en keuze, maar riepen ook nieuwe vragen en spanningen op over identiteit, samenleven en normen.
Deze ontwikkelingen staan niet los van de bredere globalisering: de toenemende verwevenheid van de wereld op economisch, technologisch en cultureel gebied. Nieuwe technologie — van de televisie tot de computer en het internet (waarnaar het tijdvak eveneens is genoemd) — verbond mensen wereldwijd, versnelde de uitwisseling van goederen, geld, informatie en cultuur, en verkleinde afstanden. Globalisering bracht welvaart en verbinding, maar ook nieuwe afhankelijkheden en ongelijkheden. Dit tiende tijdvak is nog niet afgesloten: het is de wereld waarin we nu leven, en veel van zijn ontwikkelingen zijn volop aan de gang.
Uitgewerkt voorbeeld

Welvaart en individualisering verbinden

Leg uit hoe de toegenomen welvaart en de verzorgingsstaat bijdroegen aan de individualisering vanaf de jaren zestig.

  1. 01Meer bestaanszekerheid

    Door welvaart en sociale voorzieningen (verzorgingsstaat) waren mensen voor hun bestaan minder afhankelijk van familie, kerk of werkgever.

  2. 02Meer keuzevrijheid

    Met meer geld, vrije tijd en zekerheid konden mensen hun leven meer naar eigen inzicht inrichten.

  3. 03Gevolg: individualisering

    Ze schikten zich minder naar traditie en gezag en maakten eigen keuzes over geloof, werk en leefstijl — de kern van individualisering.

Resultaat: Welvaart en de verzorgingsstaat maakten mensen onafhankelijker van traditie, kerk en gezag en gaven hun keuzevrijheid; daardoor konden ze hun leven zelf inrichten, wat de individualisering voedde.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de naoorlogse welvaart, de verzorgingsstaat en de sociaal-culturele veranderingen (individualisering, ontkerkelijking, pluriformisering) verklaren.
  • Examendoel: de samenhang met globalisering en nieuwe technologie (televisie, computer, internet) benoemen.

Veelgemaakte fouten

  • Sociaal-culturele veranderingen losmaken van de economische welvaart; juist de welvaart en de verzorgingsstaat maakten die veranderingen mogelijk.
  • Denken dat dit tijdvak is afgesloten; het loopt door tot het heden en veel ontwikkelingen (globalisering, digitalisering) zijn nog gaande.

Actieve herhaling

Leg uit hoe migratie en welvaart samen bijdroegen aan een pluriforme samenleving, en noem één kans en één spanning die daaruit voortkwamen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 10 (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01De Koude Oorlog◐
    • 02Dekolonisatie◐
    • 03De eenwording van Europa◐
    • 04Welvaart, verzorgingsstaat en sociaal-culturele veranderingen●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Tijd van televisie en computer (1950-heden)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~13
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 10

Vorig onderwerp

Tijd van wereldoorlogen (1900-1950)

Volgend onderwerp

Historische context: Steden en burgers in de Lage Landen (1050-1700)

EuraStudy·Samenvattingen T·12·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.