EuraStudy
Samenvattingen/Frans/Spreekvaardigheid
Samenvattingen · FransNL · VWO

Spreekvaardigheid

Spreekvaardigheid is het productieve onderdeel van de gespreksvaardigheid (domein C): je houdt in je eentje een monoloog of presentatie in het Frans, gestructureerd en met een verzorgde uitspraak. Deze vaardigheid wordt in het schoolexamen (SE) getoetst — niet in het centraal examen, dat bij Frans uitsluitend leesvaardigheid toetst. Anders dan bij een gesprek spreek je hier alléén: het draait om een heldere opbouw (introduction, développement, conclusion), samenhang met mots de liaison en een goede uitspraak, klemtoon en intonatie.

4 Onderdelen·~19 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·111111 / 16
Examenprofiel
Beseffen dat spreken/presenteren (de monoloog) tot de gespreksvaardigheid (domein C) behoort en in het schoolexamen wordt getoetst — niet in het CE, dat uitsluitend leesvaardigheid toetstEen presentatie of monoloog gestructureerd opbouwen (introduction, développement, conclusion) en samenhang aanbrengen met mots de liaisonDe Franse uitspraak, klemtoon en intonatie beheersen (nasale klinkers, liaison, e muet, eindklemtoon)Doel- en publiekgericht presenteren en compenserende strategieën inzetten bij haperingen
Operatoren:presenteerhoud een monoloogbouw opspreek uitlicht toevat samen

basisniveau

Spreken is schoolexamenstof (domein C): je kunt een korte, samenhangende monoloog of presentatie in het Frans houden met een begrijpelijke uitspraak.

verhoogd niveau

Wie naar B2/C1 reikt, presenteert vlot en helder gestructureerd over abstractere onderwerpen, met verzorgde uitspraak, natuurlijke intonatie en een op het publiek afgestemde toon.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Spreekvaardigheid
    • 01Spreken/presenteren: wat domein C toetst○
    • 02De presentatie opbouwen en signposten (mots de liaison)◐
    • 03Uitspraak, klemtoon en intonatie in het Frans◐
    • 04Presentatietechniek en publiekgerichtheid●
§ 01

Spreken/presenteren: wat domein C toetst#

●○○BasisLPexamenblad-nl-frans-vwo-domein-C

Kernpunten

Spreekvaardigheid is het tweede onderdeel van domein C (de gespreksvaardigheid) en betreft de mondelinge productie: je houdt in je eentje een monoloog of presentatie in het Frans. Waar gesprekken voeren om interactie draait — reageren op een gesprekspartner — spreek je hier alléén, zonder beurtwisseling. Denk aan een presentatie (une présentation, un exposé), een korte voordracht, of het vertellen of beschrijven van iets aan de hand van een onderwerp. De uitdaging is een andere dan bij een gesprek: niet het reageren op een ander, maar het zélf opbouwen en volhouden van een samenhangend, begrijpelijk verhaal van enige lengte. Je bent volledig verantwoordelijk voor de structuur, de rode draad en het tempo. Daardoor komt het aan op drie dingen: een heldere opbouw, een verzorgde uitspraak en een op het publiek gerichte presentatie.
Net als de andere mondelinge en schriftelijke vaardigheden is spreken schoolexamenstof. Het centraal examen Frans toetst uitsluitend leesvaardigheid (domein A); de monoloog of presentatie komt dus niet in het CE voor, maar wordt door je school in het schoolexamen (SE) getoetst. Vaak gebeurt dat met een presentatie of spreekbeurt over een gegeven of zelfgekozen onderwerp, soms gevolgd door enkele vragen. De precieze vorm — de lengte, het onderwerp, of je hulpmiddelen mag gebruiken en de beoordelingscriteria — legt je school vast in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA). Weet dus vooraf hoe jóuw spreektoets is opgezet en waarop gelet wordt; meestal op opbouw, woordenschat, grammaticale correctheid, uitspraak en de mate waarin je publiekgericht en vrij (niet oplezend) spreekt.
Een groot voordeel van de monoloog boven het gesprek is dat je hem wél kunt voorbereiden. Omdat er geen onvoorspelbare gesprekspartner is, kun je de structuur, de kernzinnen en de woordenschat van tevoren bepalen en instuderen. Maar let op: voorbereiden is niet hetzelfde als uitschrijven en oplezen. Een voorgelezen tekst klinkt vlak en onnatuurlijk, en beoordelaars zien het onmiddellijk; bovendien verdwijnt het oogcontact met het publiek. De kunst is dus een middenweg: bereid grondig voor, maar spreek vrij aan de hand van steekwoorden of een kort schema, niet vanaf een volledig script. Zo behoud je de natuurlijke, levende toon van gesproken taal en toon je dat je de stof beheerst in plaats van hem op te dreunen. Deze combinatie — degelijk voorbereid, vrij gebracht — is precies wat een goede presentatie kenmerkt.
Het VWO-streefniveau is ook hier ERK B2. Op B2-niveau kun je een duidelijke, samenhangende presentatie geven over vertrouwde en wat abstractere onderwerpen: je licht standpunten toe, geeft voorbeelden en houdt een stuk aaneengesloten spreken vol zonder dat de luisteraar de draad verliest. Verstaanbaarheid en samenhang wegen zwaar: het publiek moet je zonder inspanning kunnen volgen. Dat vraagt niet om foutloos Frans, maar om een heldere lijn, verbindingswoorden en een uitspraak die niet stoort. Bereid je voor door hardop te oefenen — het liefst voor iemand anders — en door je presentatie op tijd te houden. Wie alleen in gedachten repeteert, wordt op de toetsdag overvallen door de eigen stem en het tempo. Hardop oefenen maakt de uitspraak, de klemtonen en de mots de liaison vanzelfsprekend.
Uitgewerkt voorbeeld

Monoloog of gesprek?

Voor het schoolexamen moet je „un exposé de trois minutes sur un sujet de ton choix” houden. Wat voor toets is dit, en wat betekent dat voor je voorbereiding?

  1. 01De opdracht typeren

    „Un exposé” (een voordracht) door één spreker, zonder gesprekspartner, is een monoloog: de spreekvaardigheid, niet de interactie van gesprekken voeren.

  2. 02Het voordeel benutten

    Een monoloog mag je voorbereiden: bepaal vooraf de structuur (introduction, développement, conclusion), de mots de liaison en je kernwoordenschat.

  3. 03De valkuil vermijden

    Schrijf niet alles uit om op te lezen; werk met steekwoorden zodat je vrij en met oogcontact spreekt.

Resultaat: Het is een spreektoets (monoloog): je bereidt de structuur en woordenschat grondig voor, maar brengt de voordracht vrij aan de hand van steekwoorden — niet als een voorgelezen tekst.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: beseffen dat spreken/presenteren (de monoloog) tot domein C behoort en in het schoolexamen wordt getoetst — niet in het CE, dat uitsluitend leesvaardigheid toetst.
  • Examendoel: een samenhangende monoloog of presentatie van enige lengte houden die de luisteraar zonder inspanning kan volgen (streefniveau B2).

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat de spreektoets in het centraal examen zit. Het CE Frans toetst alleen leesvaardigheid; domein C is schoolexamenstof.
  • De presentatie volledig uitschrijven en oplezen. Dat klinkt vlak, verbreekt het oogcontact en wordt door beoordelaars herkend; spreek vrij aan de hand van steekwoorden.

Actieve herhaling

Kies een onderwerp uit de examenthema's en bereid een presentatie van twee minuten voor. Schrijf géén volledige tekst, maar een schema met steekwoorden en je kernzinnen in het Frans. Oefen de presentatie hardop voor een klasgenoot en vraag of je vrij (niet oplezend) en goed te volgen sprak.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein C (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)

§ 02

De presentatie opbouwen en signposten (mots de liaison)#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-frans-vwo-domein-C

Kernpunten

Een goede presentatie heeft een vaste driedeling, en Afb. 1 toont haar: introduction (inleiding), développement (kern) en conclusion (slot). Het développement is benadrukt, want dat is het hart van je verhaal — daar ontvouw je je punten, argumenten en voorbeelden. De inleiding en het slot zijn korter, maar onmisbaar: de inleiding zet het onderwerp neer en kondigt aan wat komt, het slot vat samen en rondt af. Deze structuur is niet alleen een vormvereiste; ze helpt je luisteraar. Anders dan een lezer kan een toehoorder niet terugbladeren, dus moet de opbouw glashelder zijn en telkens hoorbaar. Wie zonder structuur van de hak op de tak springt, raakt zijn publiek kwijt. Een heldere driedeling, expliciet aangekondigd en afgesloten, is daarom de ruggengraat van elke geslaagde presentatie.

Afb. 1 — De structuur van een presentatie

PresentatiestructuurGraaf, Introduction → Développement (mots de liaison), Développement (mots de liaison) → ConclusionIntroductionDéveloppement(mots deliaison)Conclusion
Afb. 1De vaste driedeling van een presentatie: introduction, développement en conclusion. Het développement (benadrukt) is de kern; de mots de liaison maken de overgangen erin hoorbaar.
De inleiding heeft drie taken: de aandacht trekken, het onderwerp benoemen en het plan aankondigen. Begin met een pakkende openingszin — een vraag, een feit of een korte anekdote — en formuleer dan helder waar je het over gaat hebben: „Aujourd'hui, je vais vous parler de…” of „Le sujet de mon exposé est…”. Kondig vervolgens je opbouw aan (annoncer le plan), zodat de luisteraar weet wat hem te wachten staat: „Je vais aborder trois points : d'abord…, ensuite…, enfin…”. Deze vooraankondiging is in gesproken taal extra belangrijk, omdat ze de luisteraar een kapstok geeft om je verhaal aan op te hangen. Een presentatie die meteen middenin het onderwerp valt zonder inleiding, laat het publiek zoeken naar richting. Een korte, duidelijke inleiding schept verwachting en houvast.
Het développement is de kern, en daar bewijzen de mots de liaison (verbindingswoorden) hun waarde. Zij zijn de wegwijzers die je luisteraar door je betoog loodsen: ze markeren de volgorde, voegen toe, stellen tegenover en trekken conclusies. Voor de volgorde gebruik je „d'abord” (eerst), „ensuite” of „puis” (vervolgens) en „enfin” (ten slotte); om toe te voegen „de plus”, „en outre”, „aussi”; om tegen te stellen „mais”, „cependant”, „par contre”, „en revanche”; om een gevolg te trekken „donc”, „alors”, „par conséquent”; en om te illustreren „par exemple”. Juist bij spreken zijn deze woorden onmisbaar, want de luisteraar kan niet terugbladeren om de structuur terug te vinden — de mots de liaison máken de structuur hoorbaar. Strooi ze daarom bewust door je développement: ze verbinden je punten tot één samenhangend geheel in plaats van een reeks losse zinnen.
Het slot mag nooit ontbreken, en het is meer dan simpelweg ophouden met praten. Kondig het einde hoorbaar aan en vat je hoofdlijn samen met vaste wendingen: „en conclusion”, „pour conclure”, „en résumé” of „pour terminer”. Herhaal kort je kernboodschap, zodat die beklijft, en sluit desgewenst af met een slotgedachte, een blik vooruit of een vraag aan het publiek: „Et vous, qu'en pensez-vous ?”. Een presentatie zonder duidelijk slot voelt alsof ze abrupt afbreekt in plaats van rond te komen; de luisteraar blijft in het ongewisse of je klaar bent. Een goed slot geeft daarentegen een gevoel van voltooiing en laat je verhaal met kracht landen. Bereid je laatste zin daarom bewust voor — het is het laatste wat je publiek, en je beoordelaar, van je hoort.
Uitgewerkt voorbeeld

Een presentatie structureren met mots de liaison

Je houdt een korte presentatie over „les avantages du vélo en ville”. Schets de opbouw volgens Afb. 1 en plaats de mots de liaison.

  1. 01Introduction

    Benoem onderwerp en plan: „Aujourd'hui, je vais vous parler des avantages du vélo en ville. Je vais aborder trois points : la santé, l'environnement et le coût.”

  2. 02Développement met signposts

    Structureer met verbindingswoorden: „D'abord, le vélo est bon pour la santé. Ensuite, il ne pollue pas. De plus, il coûte peu. Cependant, il faut des pistes cyclables.”

  3. 03Conclusion

    Rond hoorbaar af en vat samen: „En conclusion, le vélo présente de nombreux avantages pour la ville. Pour moi, c'est la meilleure solution.”

Resultaat: Introduction (onderwerp + plan) → développement met d'abord/ensuite/de plus/cependant → conclusion met „en conclusion” en een samenvatting. De mots de liaison maken de driedeling hoorbaar.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een presentatie helder opbouwen in introduction, développement en conclusion (Afb. 1) en die opbouw hoorbaar aankondigen en afsluiten.
  • Examendoel: mots de liaison bewust inzetten om de structuur van het développement voor de luisteraar hoorbaar te maken (d'abord, ensuite, cependant, donc, enfin).

Veelgemaakte fouten

  • Beginnen zonder inleiding of eindigen zonder slot, waardoor de presentatie richting mist en abrupt afbreekt.
  • Zinnen los achter elkaar plaatsen zonder mots de liaison, zodat de luisteraar de structuur en de verbanden niet kan volgen.

Actieve herhaling

Bereid een presentatie van twee minuten voor met een duidelijke introduction, développement en conclusion. Schrijf vooraf de mots de liaison op die je gaat gebruiken (bijvoorbeeld d'abord, ensuite, cependant, donc, en conclusion) en laat een klasgenoot tijdens het luisteren aankruisen welke hij hoort. Bespreek daarna of de structuur hoorbaar was.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein C (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Uitspraak, klemtoon en intonatie in het Frans#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-frans-vwo-domein-C

Kernpunten

De Franse uitspraak is voor Nederlandstalige leerlingen een aparte hindernis, want het Frans klinkt op een aantal punten wezenlijk anders dan het Nederlands. Afb. 2 zet de vijf aspecten op een rij die het vaakst misgaan en die je uitspraak het meest „Frans” of juist „Nederlands” doen klinken: de nasale klinkers, de liaison, de e muet, de eindklemtoon en de intonatie. Uitspraak telt in de spreektoets mee: niet omdat je als een moedertaalspreker moet klinken, maar omdat een storende uitspraak de verstaanbaarheid aantast en het luisteren bemoeilijkt. Het goede nieuws is dat deze vijf aspecten grotendeels regelmatig zijn: wie de regels kent en oefent, verbetert snel en hoorbaar. Behandel ze daarom niet als toeval maar als een aan te leren systeem, en oefen ze hardop met echt Frans luistermateriaal als model.

Afb. 2 — Aspecten van de Franse uitspraak

Franse uitspraakBoomdiagram, 5 paden, Gegevens: Nasale klinkers (on, an, in); Liaison; E muet; Eindklemtoon (dernière syllabe); IntonatieFranse uitspraakNasale klinkers (on, an, in)LiaisonE muetEindklemtoon (dernière syllabe)Intonatie
Afb. 2De vijf uitspraakaspecten die Nederlandstalige leerlingen het vaakst parten spelen. Samen bepalen ze of je Frans natuurlijk klinkt of een Nederlands accent verraadt.
De nasale klinkers zijn misschien wel het meest kenmerkende geluid van het Frans. Bij een nasaal wordt de lucht deels door de neus gestuurd en klinkt de erop volgende „n” of „m” niet als een aparte medeklinker. Het Frans kent er verschillende: „on” (zoals in „bon”, „maison”), „an/en” (zoals in „blanc”, „temps”, „enfant”), „in/ain” (zoals in „vin”, „pain”, „matin”) en „un” (zoals in „un”, „brun”). De valkuil voor Nederlandstaligen is de „n” tóch uit te spreken — „bon” als „bon-n” — waardoor het geluid ontfranst. Oefen de nasalen door de klinker in de neus te laten resoneren en de medeklinker níét los aan te zetten. Omdat deze klanken in bijna elke Franse zin voorkomen, levert het beheersen ervan onmiddellijk een veel authentiekere uitspraak op.
Twee verschijnselen bepalen het vloeiende, aaneengeregen karakter van gesproken Frans: de liaison en de e muet. Liaison betekent dat een normaal zwijgende eindmedeklinker tóch klinkt wanneer het volgende woord met een klinker begint: in „les amis” hecht de „s” zich aan „amis” en klinkt als „z” (ongeveer „lè-za-mi”), en in „vous avez” klinkt de „s” van „vous” door naar „avez”. Zo smelten de woorden aaneen en klinkt de zin als één geheel. De e muet is de omgekeerde beweging: de „stomme e” aan het eind van veel woorden wordt niet of nauwelijks uitgesproken — „table”, „petite” en „porte” eindigen niet op een hoorbare „e”. Nederlandstaligen laten die slot-e juist vaak wél klinken en vergeten de liaison, waardoor het Frans hakkelig en on-Frans klinkt. Wie liaisons maakt en de stomme e inslikt, spreekt merkbaar vloeiender.
De klemtoon en de melodie verraden een spreker het snelst. Het Frans legt de klemtoon vast op de láátste lettergreep van een woord of ritmische groep (la dernière syllabe): „restaurant”, „important”, „université” — steeds valt de nadruk achteraan. Het Nederlands legt de klemtoon veel wisselender en vaak vooraan, en wie dat patroon meeneemt, klinkt onmiddellijk Nederlands. Binnen een woordgroep blijft het Frans betrekkelijk vlak, met een lichte stijging naar het eind. De intonatie — de melodie van de zin — stijgt aan het einde bij een vraag en daalt bij een mededeling. Oefen daarom niet alleen losse klanken maar ook het ritme: spreek in groepjes, leg de nadruk achteraan en laat de zin muzikaal stijgen of dalen. Deze prosodie maakt, samen met de klanken, het verschil tussen verstaanbaar-maar-Nederlands en echt Frans klinkend.
Uitgewerkt voorbeeld

Een zin Frans laten klinken

Spreek de zin „Les amis de mon frère habitent en France” uit. Welke uitspraakaspecten uit Afb. 2 passen hier toe?

  1. 01Liaisons maken

    In „les amis” hecht de s zich aan „amis” en klinkt als z („lè-za-mi”); ook „habitent en France” wordt aaneengeregen doordat de eindmedeklinker doorklinkt naar de klinker.

  2. 02Nasalen en e muet

    „mon” en „en France” zijn nasaal (geen losse n); de stomme e in „frère” en „habitent” wordt ingeslikt.

  3. 03Klemtoon en intonatie

    Leg de nadruk achteraan in elke groep („les aMIS”, „en FRANCE”) en laat de mededeling aan het eind licht dalen.

Resultaat: „Les amis de mon frère habitent en France” — met liaisons, nasalen, ingeslikte stomme e's, de klemtoon achteraan en een dalende slotintonatie klinkt de zin natuurlijk Frans in plaats van Nederlands.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de Franse nasale klinkers, liaisons en de e muet correct uitspreken zodat de uitspraak niet stoort (Afb. 2).
  • Examendoel: de klemtoon op de laatste lettergreep leggen en de zinsintonatie (stijgend bij een vraag, dalend bij een mededeling) natuurlijk laten verlopen.

Veelgemaakte fouten

  • De „n” of „m” na een nasale klinker tóch als aparte medeklinker uitspreken („bon” als „bon-n”), waardoor de nasaal verdwijnt.
  • De Nederlandse klemtoon meenemen (vaak vooraan) in plaats van de Franse eindklemtoon, en de liaisons weglaten — samen de duidelijkste tekenen van een Nederlands accent.

Actieve herhaling

Kies vijf Franse zinnen met nasalen en liaisons (bijvoorbeeld „Les enfants vont à l'école en bus”). Beluister een moedertaalspreker (bijvoorbeeld via een woordenboek-app of TV5MONDE), markeer de liaisons en de eindklemtonen en spreek elke zin hardop na tot ritme en klanken kloppen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein C (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)

§ 04

Presentatietechniek en publiekgerichtheid#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl-frans-vwo-domein-C

Kernpunten

Een presentatie houd je niet voor jezelf maar voor een publiek, en dat besef stuurt al je keuzes. Doel- en publiekgericht spreken betekent dat je je afvraagt: voor wie spreek ik, en wat wil ik bereiken — informeren, overtuigen, enthousiasmeren? Op grond daarvan kies je je inhoud, je voorbeelden, je toon en je register. Een presentatie voor klasgenoten mag toegankelijker en informeler zijn dan een formele voordracht; een overtuigend doel vraagt krachtiger argumenten dan een louter informerend doel. Stem ook je woordkeuze af op wat je publiek kent: leg vaktermen uit en gebruik herkenbare voorbeelden. Wie puur zijn eigen tekst afdraait zonder aan de luisteraar te denken, verliest het contact. Publiekgericht spreken — de luisteraar meenemen, aanspreken en boeien — is wat een presentatie van een opgelezen tekst onderscheidt en weegt op B2/C1-niveau nadrukkelijk mee.
Naast wát je zegt telt hóe je het brengt. Goede presentatietechniek betekent: oogcontact maken met je publiek in plaats van naar je papier of het scherm te staren; rustig en verstaanbaar spreken met een gevarieerd tempo; pauzes durven laten vallen om iets te laten bezinken; en je stem gebruiken om nadruk te leggen. Werk met steekwoorden of een kort schema, nooit met een volledig uitgeschreven tekst — anders lees je op en verlies je het contact. Hulpmiddelen als een dia of een beeld mogen je verhaal ondersteunen, maar niet vervangen: het publiek moet naar jóu luisteren en niet de tekst van een dia meelezen. Houd je bovendien aan de afgesproken tijd. Deze technische kant is grotendeels te oefenen: hardop repeteren, jezelf opnemen en op tempo en oogcontact letten maakt op de toetsdag het verschil.
Een presentatie eindigt vaak met vragen, en ook onverwachte haperingen horen erbij; met beide moet je soepel kunnen omgaan. Krijg je een vraag die je niet meteen begrijpt, vraag dan rustig om verheldering — „Pardon, vous pouvez répéter la question ?” — in plaats van te gokken. Ken je het antwoord niet precies, wees dan eerlijk en beknopt. Struikel je middenin je verhaal over een woord of raak je de draad kwijt, gebruik dan dezelfde compenserende strategieën als in een gesprek: herformuleer, omschrijf het ontbrekende woord, win even tijd met „alors…” of „disons…”, en pak dan de draad weer op. Cruciaal is dat je niet stilvalt en niet overschakelt op het Nederlands: doorgaan in het Frans, ook onvolmaakt, telt zwaarder dan een perfecte zin die nooit komt. Wie kalm compenseert, toont juist beheersing van de spreeksituatie.
Alles komt samen in de voorbereiding, en juist een monoloog beloont die rijkelijk. Bepaal eerst je structuur (introduction, développement, conclusion) en je kernboodschap; kies dan je mots de liaison en de woordenschat die je nodig hebt; en oefen ten slotte hardop, het liefst voor een echte luisteraar en met een klok erbij. Anticipeer op lastige klanken door moeilijke woorden vooraf te oefenen op nasalen, liaison en eindklemtoon. De paradox van presenteren is dat gedegen voorbereiding je juist vríj maakt: doordat de lijn en de sleutelzinnen vastliggen, kun je losjes en met oogcontact spreken in plaats van naar woorden te zoeken. Zo vallen de drie pijlers — heldere opbouw, verzorgde uitspraak en publiekgerichtheid — op de toetsdag samen tot één overtuigende presentatie. Onvoorbereid improviseren leidt daarentegen bijna altijd tot haperen, opdreunen of uitlopen.
Uitgewerkt voorbeeld

Omgaan met een hapering tijdens het presenteren

Midden in je presentatie raak je de draad kwijt en schiet het volgende woord je niet te binnen. Wat doe je, en wat vermijd je?

  1. 01Kalm tijd winnen

    Val niet stil en schakel niet over op het Nederlands. Win rustig tijd met een vulwoord: „Alors… disons…” en adem even.

  2. 02Herformuleren of omschrijven

    Pak de laatste gedachte opnieuw op of omschrijf het ontbrekende woord: „Ce que je veux dire, c'est que…”. Zo kom je verder zonder het precieze woord.

  3. 03De draad terugpakken

    Gebruik een mot de liaison om je structuur terug te vinden: „Donc, pour continuer, mon deuxième point est…”.

Resultaat: Door kalm tijd te winnen, te herformuleren of te omschrijven en met een mot de liaison de draad terug te pakken, houd je de presentatie in het Frans gaande — beheerst compenseren telt zwaarder dan een perfecte maar uitgebleven zin.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: doel- en publiekgericht presenteren — inhoud, toon en register afstemmen op luisteraar en doel — en vrij spreken met oogcontact in plaats van oplezen.
  • Examendoel: soepel omgaan met vragen en haperingen door om verheldering te vragen en te compenseren (herformuleren, omschrijven), zonder stil te vallen of op het Nederlands over te schakelen.

Veelgemaakte fouten

  • De hele tijd naar het papier of het scherm kijken en de tekst oplezen, waardoor het oogcontact en het contact met het publiek wegvallen.
  • Bij een gemist woord of een lastige vraag stilvallen of op het Nederlands overschakelen in plaats van te compenseren en in het Frans door te gaan.

Actieve herhaling

Houd je voorbereide presentatie van twee à drie minuten voor een kleine groep en laat iemand op drie punten letten: oogcontact, tempo en of je vrij (niet oplezend) sprak. Laat de groep daarna één vraag in het Frans stellen en oefen bewust met om verheldering vragen en beknopt antwoorden, zonder in het Nederlands te vervallen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein C (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Spreken/presenteren: wat domein C toetst○
    • 02De presentatie opbouwen en signposten (mots de liaison)◐
    • 03Uitspraak, klemtoon en intonatie in het Frans◐
    • 04Presentatietechniek en publiekgerichtheid●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Spreekvaardigheid

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~19
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Frans VWO — domein C (schoolexamen)

Vorig onderwerp

Gesprekken voeren

Volgend onderwerp

Schrijfvaardigheid (formele en informele teksten)

EuraStudy·Samenvattingen T·11·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.