EuraStudy
Samenvattingen/Frans/Gesprekken voeren
Samenvattingen · FransNL · VWO

Gesprekken voeren

Gesprekken voeren is het interactieve onderdeel van de gespreksvaardigheid (domein C): je neemt deel aan een gesprek of discussie met een of meer andere sprekers, wisselt informatie en meningen uit en houdt het gesprek gaande. Deze vaardigheid wordt in het schoolexamen (SE) getoetst — niet in het centraal examen, dat bij Frans uitsluitend leesvaardigheid toetst. Anders dan bij een presentatie draait het hier om interactie: luisteren én reageren, beurten nemen en geven, en soepel omgaan met wat de ander zegt.

4 Onderdelen·~18 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·101010 / 16
Examenprofiel
Beseffen dat gesprekken voeren tot de gespreksvaardigheid (domein C) behoort en in het schoolexamen wordt getoetst — niet in het CE, dat uitsluitend leesvaardigheid toetstInformatie en meningen uitwisselen, vragen stellen en beantwoorden en het gesprek gaande houdenGespreksstrategieën inzetten: beurten nemen en geven, reageren, herformuleren en haperingen herstellenHet juiste register kiezen en beleefd instemmen, nuanceren of tegenspreken (tutoyer/vouvoyer)
Operatoren:voer een gesprekreageerwissel uitbeargumenteerstem in of spreek tegenvraag om verheldering

basisniveau

Gesprekken voeren is schoolexamenstof (domein C): je kunt in het Frans een alledaags gesprek voeren, informatie en meningen uitwisselen en op de ander reageren.

verhoogd niveau

Wie naar B2/C1 reikt, voert ook een vlotte discussie over abstractere onderwerpen, nuanceert en weerlegt beleefd, en past register en beleefdheidsvormen trefzeker aan de situatie aan.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Gesprekken voeren
    • 01Gesprekken voeren: wat domein C toetst○
    • 02Gespreksstrategieën: beurten nemen, reageren en repareren◐
    • 03Meningen uitwisselen: instemmen, nuanceren, beleefd tegenspreken◐
    • 04Register en beleefdheid (tutoyer/vouvoyer)●
§ 01

Gesprekken voeren: wat domein C toetst#

●○○BasisLPexamenblad-nl-frans-vwo-domein-C

Kernpunten

Gesprekken voeren hoort tot domein C, de gespreksvaardigheid, en is de interactieve mondelinge vaardigheid: je neemt deel aan een gesprek of discussie met een of meer andere sprekers. Domein C valt in twee delen uiteen — gesprekken voeren (interactie) en spreken, oftewel de monoloog of presentatie (zie het onderwerp spreekvaardigheid). Dit onderwerp gaat over de interactie: het samen opbouwen van een gesprek waarin sprekers om beurten aan het woord zijn. Het draait dus niet om een voorbereide voordracht, maar om de levende uitwisseling: je reageert op wat de ander zegt, stelt vragen, geeft antwoord en houdt het gesprek gaande. Die wederzijdsheid — luisteren én spreken tegelijk — is wat gesprekken voeren van alle andere vaardigheden onderscheidt.
Ook gespreksvaardigheid is schoolexamenstof. Het centraal examen Frans toetst uitsluitend leesvaardigheid (domein A); gesprekken voeren komt dus niet in het CE voor, maar wordt door je school in het schoolexamen (SE) getoetst. In de praktijk gebeurt dat vaak met een gesprek of discussie: een gesprek met je docent, een rollenspel of een discussie met een medeleerling over een gegeven onderwerp. De precieze vorm, de duur, de gespreksonderwerpen en de beoordelingscriteria legt je school vast in het Programma van Toetsing en Afsluiting (PTA). Omdat de opzet per school verschilt, loont het om te weten hoe jóuw toets is ingericht en waarop je docent let — meestal op een combinatie van vlotheid, correctheid, woordenschat en interactie.
Het bijzondere aan een gesprek is dat je het niet volledig kunt voorbereiden. Een presentatie kun je uitschrijven en instuderen; een gesprek ontstaat pas op het moment zelf, omdat het afhangt van wat je gesprekspartner zegt. Je moet dus voortdurend twee dingen tegelijk doen: begrijpen wat de ander bedoelt én zelf een passende bijdrage formuleren. Dat vraagt flexibiliteit en tegenwoordigheid van geest. Het Europees Referentiekader (ERK) beschrijft deze vaardigheid dan ook apart als „interactie”. Je hoeft niet perfect of vloeiend te zijn: je moet het gesprek kunnen voeren en gaande houden, ook als je een woord mist of iets niet meteen begrijpt. Juist het omgaan met die onvoorspelbaarheid — doorvragen, herformuleren, om verheldering vragen — is een kernonderdeel van de vaardigheid.
Het VWO-streefniveau is ook hier ERK B2. Op B2-niveau kun je actief deelnemen aan een gesprek over vertrouwde en wat abstractere onderwerpen, je mening geven en op die van anderen reageren, en het gesprek zonder al te veel haperingen gaande houden. Belangrijk is het besef dat verstaanbaarheid vóór foutloosheid gaat: een gesprek slaagt als de boodschap overkomt, ook met een enkele grammaticale fout of een omschrijving in plaats van het precieze woord. Wie uit angst voor fouten zwijgt of stokt, scoort lager dan wie doorpraat en compenseert. Bereid je daarom voor door veel te spreken over de examenthema's — maatschappij, milieu, jongeren, media, de Franstalige wereld — zodat je woordenschat en standaardwendingen paraat zijn wanneer het gesprek daarheen gaat.
Uitgewerkt voorbeeld

Gesprek of monoloog?

Je docent zegt: „Je vais te poser des questions et tu réagis à mes réponses ; ce n'est pas un exposé.” Wat betekent dit voor je aanpak, en welke vaardigheid wordt getoetst?

  1. 01De opdracht lezen

    „Tu réagis à mes réponses” en „ce n'est pas un exposé” maken duidelijk dat je moet reageren op de ander — het is interactie, geen voorbereide voordracht.

  2. 02De vaardigheid benoemen

    Dit is gesprekken voeren (domein C, interactie), niet de monoloog van de spreekvaardigheid. Je kunt het gesprek niet volledig voorbereiden.

  3. 03De aanpak bepalen

    Zet in op luisteren en reageren, doorvragen en gambits om tijd te winnen — niet op een uit het hoofd geleerd verhaal.

Resultaat: Het is een interactietoets (gesprekken voeren): je bereidt woordenschat en wendingen voor, maar bouwt het gesprek op door te reageren op je gesprekspartner, niet door een monoloog af te draaien.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: beseffen dat gesprekken voeren tot de gespreksvaardigheid (domein C) behoort en in het schoolexamen wordt getoetst — niet in het CE, dat uitsluitend leesvaardigheid toetst.
  • Examendoel: actief aan een gesprek of discussie deelnemen — informatie en meningen uitwisselen, reageren en het gesprek gaande houden — op streefniveau B2.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat gesprekken voeren in het centraal examen zit. Het CE Frans toetst alleen leesvaardigheid; domein C is schoolexamenstof.
  • Een gesprek willen instuderen als een monoloog. Een gesprek ontstaat op het moment zelf; je moet reageren op wat de ander zegt, niet een voorbereid verhaal afdraaien.

Actieve herhaling

Bespreek met een medeleerling drie minuten lang in het Frans een stelling, bijvoorbeeld „Les réseaux sociaux font plus de mal que de bien.” Spreek af dat je allebei minstens twee keer op de ander reageert. Kijk na afloop samen na wat het gesprek gaande hield en waar het stokte.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein C (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)

§ 02

Gespreksstrategieën: beurten nemen, reageren en repareren#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-frans-vwo-domein-C

Kernpunten

Een gesprek is een kringloop van beurten, en Afb. 1 laat die cyclus zien: spreker A spreekt, dan volgt luisteren en reageren, dan spreekt spreker B, en daarna gaat de beurt weer terug naar A. De benadrukte stap is „luisteren en reageren”: dat is het scharnier van het gesprek. Zonder die reactiestap zou een gesprek uiteenvallen in twee losse monologen die elkaar niet raken. Beurtwisseling (de tour de parole) betekent dat je op het juiste moment het woord neemt én het op het juiste moment weer teruggeeft. Wie de beurt nooit neemt, blijft passief; wie hem nooit teruggeeft, domineert en luistert niet. Goede gespreksvoering is een ritmische afwisseling waarin beide sprekers ruimte krijgen.

Afb. 1 — De gespreksbeurt-cyclus

De gespreksbeurt-cyclusGraaf, Spreker A spreekt → Luisteren & reageren, Luisteren & reageren → Spreker B spreekt, Spreker B spreekt → Beurt teruggeven, Beurt teruggeven → Spreker A spreektSpreker AspreektLuisteren &reagerenSpreker BspreektBeurt teruggeven
Afb. 1Een gesprek is een kringloop van beurten: na elke bijdrage volgt luisteren en reageren (benadrukt) voordat de beurt wisselt. Zonder die reactiestap valt het gesprek uiteen in twee monologen.
Het woord nemen doe je in het Frans met korte inleidende wendingen die beleefd aankondigen dat je iets wilt zeggen: „Je voudrais ajouter que…”, „Si je peux me permettre…”, „À ce propos…” of het eenvoudige „Justement,…”. Die formules geven je bovendien een seconde bedenktijd. Het woord teruggeven — de beurt uitnodigen — doe je door de ander een vraag te stellen of expliciet naar zijn mening te vragen: „Et vous, qu'en pensez-vous ?”, „Et toi, qu'est-ce que tu en dis ?” of „Vous n'êtes pas d'accord ?”. Zo houd je het gesprek in beweging en toon je dat je de ander betrekt. Het bewust afwisselen van nemen en geven voorkomt dat één spreker het gesprek overheerst en laat zien dat je een gesprek kúnt sturen — precies wat beoordeeld wordt.
Reageren is meer dan wachten tot je weer aan de beurt bent. Terwijl de ander spreekt, laat je met korte signalen merken dat je luistert en volgt: „d'accord”, „je vois”, „ah bon ?”, „tout à fait”, „en effet”. Deze zogenoemde gambits en luistersignalen zijn het hoorbare bewijs dat het een gesprek is en geen toespraak. Reageer daarna ook op de inhoud: pak op wat de ander zei en bouw erop voort („Vous parlez de… ; justement, moi je pense que…”). Zo ontstaat samenhang tussen de beurten en voelt de ander zich gehoord. Een gesprek dat alleen uit langs elkaar heen praten bestaat, mist die reactieve laag. Actief reageren houdt het gesprek levend en toont dat je begrijpt wat er gezegd wordt.
Er gaat altijd iets mis in een gesprek — je verstaat iets niet, of het juiste woord schiet je niet te binnen. Herstellen (repair) hoort erbij en is geen zwakte. Begrijp je iets niet, vraag dan om herhaling of verheldering: „Pardon ?”, „Vous pouvez répéter ?”, „Comment ça ?”, „Qu'est-ce que vous voulez dire ?”. Mist je een woord, omschrijf het dan (parafraseren) of vraag ernaar: „Comment dit-on… en français ?”. En om tijd te winnen zonder te zwijgen gebruik je vulwoorden: „eh bien…”, „disons…”, „c'est-à-dire…”, „en fait…”. Deze compenserende strategieën zijn goud waard: ze voorkomen dat het gesprek stokt en laten zien dat je een gesprek gaande kunt houden ondanks hobbels. Beoordelaars waarderen juist dit doorzettingsvermogen; stilvallen of overschakelen op het Nederlands wordt daarentegen als een breuk gezien.
Uitgewerkt voorbeeld

Een hapering herstellen

Midden in een gesprek wil je zeggen dat iets „duurzaam” is, maar het Franse woord schiet je niet te binnen. Hoe houd je het gesprek gaande in plaats van stil te vallen?

  1. 01Niet stilvallen

    Zwijgen of in het Nederlands „eh, hoe zeg je dat” mompelen breekt het gesprek. Win eerst tijd met een vulwoord: „C'est… disons…”.

  2. 02Omschrijven of vragen

    Omschrijf het begrip („quelque chose de bon pour l'environnement, qui dure longtemps”) of vraag het na: „Comment dit-on 'duurzaam' en français ?”.

  3. 03Doorgaan

    Met het aangereikte of omschreven woord („durable”) pak je de draad weer op: „Voilà, c'est ça, quelque chose de durable.”

Resultaat: Door tijd te winnen, te omschrijven of om het woord te vragen, houd je het gesprek gaande. Compenseren telt als een sterke gespreksstrategie; stilvallen of Nederlands gebruiken juist niet.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de beurtwisseling beheersen (Afb. 1) — op het juiste moment het woord nemen met een inleidende wending en het teruggeven door de ander te betrekken.
  • Examendoel: haperingen herstellen met compenserende strategieën (om herhaling of verheldering vragen, parafraseren, vulwoorden gebruiken) zodat het gesprek niet stokt.

Veelgemaakte fouten

  • Het gesprek laten stokken of overschakelen op het Nederlands zodra een woord ontbreekt, in plaats van te omschrijven of om het Franse woord te vragen („Comment dit-on… ?”).
  • De beurt nooit teruggeven, waardoor je het gesprek in een monoloog verandert en niet laat zien dat je op de ander kunt reageren.

Actieve herhaling

Voer een gesprek van drie minuten en spreek af dat je elke beurt begint met een reactie op wat de ander zei („Justement…”, „Vous parlez de…”) en eindigt met een vraag die de beurt teruggeeft („Et vous, qu'en pensez-vous ?”). Oefen daarnaast bewust drie herstelwendingen voor als je een woord mist.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein C (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Meningen uitwisselen: instemmen, nuanceren, beleefd tegenspreken#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-frans-vwo-domein-C

Kernpunten

In een discussie doe je met taal telkens iets: je informeert, vraagt, geeft je mening, stemt in, spreekt tegen of verheldert. Zulke functies heten taalhandelingen, en Afb. 2 zet de belangrijkste op een rij, elk met een vaste Franse formule: informeren en vragen, mening geven („à mon avis”), instemmen („je suis d'accord”), tegenspreken („je ne suis pas d'accord”) en verhelderen („c'est-à-dire”). Wie deze handelingen en hun standaardwendingen paraat heeft, hoeft in het gesprek niet naar woorden te zoeken en kan de aandacht op de inhoud richten. Elke handeling heeft bovendien een eigen wending: instemmen bevestigt kort, tegenspreken verzacht eerst en weerlegt dan. Het bewust inzetten van de juiste taalhandeling maakt je bijdrage helder en gericht.

Afb. 2 — Taalhandelingen in een gesprek

TaalhandelingenBoomdiagram, 5 paden, Gegevens: Informeren/vragen; Mening geven (à mon avis); Instemmen (je suis d'accord); Tegenspreken (je ne suis pas d'accord); Verhelderen (c'est-à-dire)Taalhandelingen in een gesprekInformeren/vragenMening geven (à mon avis)Instemmen (je suis d'accord)Tegenspreken (je ne suis pas d'accord)Verhelderen (c'est-à−dire)
Afb. 2De belangrijkste taalhandelingen in een gesprek, elk met een vaste Franse formule. Bij elke handeling hoort een eigen wending: instemmen bevestigt, tegenspreken verzacht eerst en weerlegt dan.
Je mening geven begint met een vaste opening: „à mon avis”, „je pense que”, „je trouve que”, „selon moi” of „personnellement, je crois que”. Daarna volgt het standpunt, en — cruciaal — de onderbouwing, want een mening zonder reden overtuigt niet. Verbind standpunt en argument met „parce que”, „car” of „puisque”, en illustreer met „par exemple”. Bijvoorbeeld: „À mon avis, les voitures électriques sont une bonne solution, parce qu'elles réduisent la pollution en ville.” Let op: na uitdrukkingen van twijfel of ontkenning volgt de subjonctif („Je ne pense pas que ce soit une bonne idée”), maar in een gesprek gaat begrijpelijkheid vóór grammaticale finesse. Een helder standpunt met een concrete reden is sterker dan een vage mening in perfect Frans.
Instemmen kan volledig of gedeeltelijk, en juist het nuanceren toont niveau. Volledige instemming klinkt in „je suis tout à fait d'accord”, „exactement”, „c'est vrai” of „vous avez raison”. Maar in een echte discussie ben je het zelden helemáál eens; dan nuanceer je. Gedeeltelijke instemming druk je uit met „oui, mais…”, „en partie”, „cela dépend” of de tegenstelling „d'un côté…, de l'autre côté…”. Bijvoorbeeld: „Oui, c'est vrai en partie, mais cela dépend de la situation.” Nuanceren laat zien dat je meerdere kanten van een kwestie ziet en niet in zwart-wit denkt — een kenmerk van B2/C1-niveau. Het geeft je bovendien ruimte om het gesprek te verdiepen in plaats van het met een kort „ja” of „nee” te beëindigen. Wie nuanceert, houdt het gesprek gaande én toont denkvermogen.
Tegenspreken is de lastigste taalhandeling, want je moet het oneens zijn zónder onbeleefd te worden. Een bruusk „Non, tu as tort” (nee, je hebt ongelijk) komt hard aan; in het Frans verzacht je daarom eerst en weerleg je dan. Erken eerst de ander: „Je comprends votre point de vue, mais…”, „Je vois ce que vous voulez dire, cependant…”, „Vous avez raison sur ce point, seulement…”. Formuleer ook je afwijzing zelf zacht: „Je ne suis pas tout à fait d'accord” (ik ben het er niet helemaal mee eens) klinkt vriendelijker dan een kaal „Je ne suis pas d'accord”. En geef altijd een reden, want tegenspreken zonder argument is enkel tegenwerpen. Deze beleefde weerlegging — verzachten, tegenspreken, onderbouwen — hangt nauw samen met het register (zie de volgende sectie): tegen wie je spreekt, bepaalt hoe formeel je je verzet inkleedt.
Uitgewerkt voorbeeld

Beleefd tegenspreken opbouwen

Je gesprekspartner zegt: „Les jeunes lisent de moins en moins, c'est une catastrophe.” Je bent het maar deels eens. Bouw een beleefde, genuanceerde reactie in het Frans op.

  1. 01Eerst erkennen

    Verzacht door de ander te erkennen: „Je comprends ce que vous voulez dire, et c'est vrai en partie…”. Zo komt je verzet niet hard aan.

  2. 02Nuanceren en tegenspreken

    Geef je afwijkende kant met een zachte formule: „…mais je ne suis pas tout à fait d'accord : les jeunes lisent différemment, en ligne par exemple.”

  3. 03Onderbouwen

    Sluit af met een reden of voorbeeld, zodat het geen kale tegenwerping is: „…donc ce n'est pas forcément une catastrophe, c'est un changement.”

Resultaat: „Je comprends ce que vous voulez dire, et c'est vrai en partie, mais je ne suis pas tout à fait d'accord : les jeunes lisent différemment, en ligne. Ce n'est pas une catastrophe, c'est un changement.” — erkennen, nuanceren, onderbouwen.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een mening geven en onderbouwen met de juiste Franse wendingen („à mon avis…, parce que…”) en instemming nuanceren („oui, mais…, cela dépend”).
  • Examendoel: beleefd tegenspreken door eerst de ander te erkennen en dan met een reden te weerleggen, in plaats van bruusk „tu as tort” te zeggen.

Veelgemaakte fouten

  • Een mening geven zonder onderbouwing; een standpunt zonder „parce que…” of voorbeeld overtuigt niet en verzandt in „ik vind gewoon van wel”.
  • Bruusk tegenspreken („Non, tu as tort”) zonder te verzachten of een reden te geven, wat in het Frans als onbeleefd overkomt.

Actieve herhaling

Neem een stelling en oefen met een klasgenoot alle vier de reacties op elkaars mening: volledig instemmen, gedeeltelijk instemmen (nuanceren), beleefd tegenspreken en om verheldering vragen. Gebruik bij elke reactie de bijbehorende Franse formule uit Afb. 2 en geef telkens een reden.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein C (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)

§ 04

Register en beleefdheid (tutoyer/vouvoyer)#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl-frans-vwo-domein-C

Kernpunten

Het Frans dwingt je bij elke aanspreking tot een keuze die het Nederlands en Engels niet zo scherp kennen: tutoyer (iemand met „tu” aanspreken) of vouvoyer (met „vous”). „Tu” is informeel en gebruik je bij vrienden, familie, klasgenoten en kinderen; „vous” is beleefd of formeel en gebruik je bij onbekenden, ouderen, gezagsdragers en in professionele situaties. „Vous” is bovendien de meervoudsvorm, maar als beleefdheidsvorm richt het zich ook tot één persoon. De keuze is niet vrijblijvend: iemand ten onrechte tutoyeren kan brutaal of te familiair overkomen, terwijl overdreven vouvoyeren tussen leeftijdsgenoten juist afstandelijk aandoet. Bij twijfel kies je „vous” — je kunt altijd overstappen op „tu” als de ander dat voorstelt („On peut se tutoyer ?”). Deze keuze werkt door in de hele werkwoordsvervoeging en in de bezittelijke voornaamwoorden (ton/votre).
Register is meer dan het voornaamwoord: het bepaalt je hele toon en woordkeuze. In een formeel register gebruik je volledige zinnen, beleefdheidsformules en de voorwaardelijke wijs om te verzachten: „Je voudrais…”, „Pourriez-vous…”, „Est-ce que vous pourriez… ?”. In een informeel register mag het losser: „Je veux…”, „Tu peux…”, verkorte vragen en wat spreektaal. Ook aanspreekvormen horen erbij: „Madame”, „Monsieur” en „bonjour” in het formele register tegenover „Salut” en een voornaam in het informele. Stem je register af op de situatie van de toets: een rollenspel „bij de dokter” of „aan het loket” vraagt „vous” en beleefdheid, terwijl een gesprek met een leeftijdsgenoot over vrije tijd „tu” en een lossere toon verdraagt. Consistentie is belangrijk: wissel niet halverwege zonder reden van register.
Beleefdheid wordt in het Frans sterk gecodeerd met vaste formules, en het correcte gebruik ervan telt mee in de beoordeling. Verzoeken verzacht je met de conditionnel en met „s'il vous plaît” of „s'il te plaît”. Bedanken en reageren daarop: „Merci beaucoup” — „Je vous en prie” (formeel) of „De rien” (informeel). Excuses: „Excusez-moi”, „Je suis désolé(e)”, „Pardon”. Beleefd iets vragen: „Est-ce que je pourrais… ?” in plaats van het directe „Je veux…”. Zulke formules zijn geen franje maar de smeerolie van een gesprek: ze bepalen of je beleefd of bot overkomt. In een formele situatie wordt het weglaten ervan (bijvoorbeeld „Donnez-moi un café” zonder „s'il vous plaît”) als onbeleefd ervaren. Leer de kernformules daarom uit het hoofd, zodat ze vanzelf komen.
De kern van register is aanpassingsvermogen: je stemt je taal af op wie je gesprekspartner is en wat de situatie vraagt. Dit is een sociolinguïstische vaardigheid die op B2/C1-niveau expliciet meeweegt — je laat zien dat je niet alleen correct Frans spreekt, maar ook gepast Frans. Let daarom bij de start van een gesprek op de signalen: hoe spreekt de ander jóu aan (met „tu” of „vous”?), hoe formeel is de setting, hoe groot is de sociale afstand? Pas daar je hele register op aan — voornaamwoord, werkwoordsvormen, aanspreektitels en beleefdheidsformules — en houd dat consequent vol. Het bewust en consistent hanteren van register onderscheidt een gevorderde spreker van een beginner: de beginner spreekt „gewoon Frans”, de gevorderde spreekt het Frans dat bij díé persoon en díé situatie past.
Uitgewerkt voorbeeld

Tutoyer of vouvoyer kiezen

In een rollenspel speel je een klant die een oudere verkoper in een winkel aanspreekt. Welke aanspreekvorm en welk register kies je, en hoe klinkt een beleefd verzoek?

  1. 01De situatie inschatten

    Een onbekende, oudere gesprekspartner in een professionele setting vraagt om afstand en beleefdheid: hier hoort „vous” (vouvoyer), niet „tu”.

  2. 02Het register kiezen

    Formeel register: aanspreektitel „Monsieur” of „Madame”, volledige zinnen en de conditionnel om te verzachten.

  3. 03Een beleefd verzoek formuleren

    Niet „Je veux ce livre”, maar: „Bonjour Madame, est-ce que vous pourriez m'aider, s'il vous plaît ? Je voudrais ce livre.”

Resultaat: Je kiest vouvoyer en een formeel register: „Bonjour Madame, est-ce que vous pourriez m'aider, s'il vous plaît ?” — „vous”, een aanspreektitel, de conditionnel en „s'il vous plaît” maken het gepast en beleefd.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: correct kiezen tussen tutoyer („tu”) en vouvoyer („vous”) op grond van de gesprekspartner en de situatie, en die keuze consequent volhouden.
  • Examendoel: het register (formeel/informeel) en de beleefdheidsformules afstemmen op de gesprekspartner en de setting van de toets.

Veelgemaakte fouten

  • „Tu” en „vous” door elkaar gebruiken binnen hetzelfde gesprek, of een onbekende of gezagsdrager tutoyeren waar „vous” hoort.
  • Beleefdheidsformules weglaten in een formele situatie („Donnez-moi…” zonder „s'il vous plaît”), waardoor je bot overkomt.

Actieve herhaling

Speel twee korte rollenspellen over hetzelfde onderwerp (bijvoorbeeld iets bestellen): één informeel met een vriend (tutoyer) en één formeel aan een loket (vouvoyer). Let bewust op je voornaamwoorden, werkwoordsvormen, aanspreektitels en beleefdheidsformules, en houd het register per rollenspel consequent vol.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein C (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Gesprekken voeren: wat domein C toetst○
    • 02Gespreksstrategieën: beurten nemen, reageren en repareren◐
    • 03Meningen uitwisselen: instemmen, nuanceren, beleefd tegenspreken◐
    • 04Register en beleefdheid (tutoyer/vouvoyer)●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Gesprekken voeren

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~18
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Frans VWO — domein C (schoolexamen)

Vorig onderwerp

Kijk- en luistervaardigheid

Volgend onderwerp

Spreekvaardigheid

EuraStudy·Samenvattingen T·10·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.