EuraStudy
Samenvattingen/Frans/Schrijfvaardigheid (formele en informele teksten)
Samenvattingen · FransNL · VWO

Schrijfvaardigheid (formele en informele teksten)

Schrijfvaardigheid is domein D van het examenprogramma Frans: het vermogen om een gestructureerde, doel- en publiekgerichte Franse tekst te schrijven — de formele en informele brief of e-mail, het verslag (le compte rendu) en de betogende tekst (le texte argumentatif). Belangrijk voor de examenscope: schrijfvaardigheid wordt op het VWO getoetst in het schoolexamen (SE), inclusief het verslag, en maakt géén deel uit van het centraal examen, dat bij Frans uitsluitend leesvaardigheid toetst. Dit onderwerp behandelt het schrijfproces, de tekstsoorten met hun conventies, en het register en de taalverzorging.

4 Onderdelen·~20 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·121212 / 16
Examenprofiel
Beseffen dat schrijfvaardigheid (domein D, inclusief het verslag) in het schoolexamen wordt getoetst en niet in het centraal examenHet schrijfproces doorlopen: oriënteren, plannen, formuleren en reviserenDe examentekstsoorten schrijven — formele en informele brief/e-mail, het verslag (compte rendu) en de betogende tekst — met de juiste conventiesRegister kiezen en de taal verzorgen: aanhef- en slotformules, mots de liaison, accord, tijdgebruik en spelling
Operatoren:schrijfformuleervat samenbeargumenteerreviseerkies het register

basisniveau

Schrijfvaardigheid hoort bij het schoolexamen (domein D): elke VWO-leerling schrijft de gevraagde tekstsoorten met de juiste opbouw, aanhef en slotformule en verzorgt daarbij de taal.

verhoogd niveau

Wie hoger reikt, schrijft niet alleen correct maar ook genuanceerd: gevarieerde mots de liaison, een consequent register en een heldere argumentatieopbouw (thèse, arguments, conclusion) tillen een tekst naar een hoger niveau.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Schrijfvaardigheid (formele en informele teksten)
    • 01Het schrijfproces: oriënteren, plannen, formuleren, reviseren○
    • 02Tekstsoorten: de formele en de informele brief/e-mail◐
    • 03Het verslag (compte rendu) en de beschouwende/betogende tekst◐
    • 04Register, conventies en taalverzorging●
§ 01

Het schrijfproces: oriënteren, plannen, formuleren, reviseren#

●○○BasisLPexamenblad-nl-frans-vwo-domein-D

Kernpunten

Goed schrijven is geen kwestie van in één keer de juiste zin op papier zetten, maar van een proces dat je bewust in vier fasen doorloopt: oriënteren, plannen, formuleren en reviseren, zoals Afb. 1 als cyclus laat zien. In de oriëntatiefase lees je de opdracht nauwkeurig en bepaal je het schrijfdoel (informeren, verzoeken, overtuigen), de lezer (le destinataire) en de tekstsoort. In de planfase verzamel je ideeën en breng je er ordening in aan. Tijdens het formuleren zet je die plannen om in lopende Franse zinnen, en bij het reviseren lees je je tekst kritisch na en verbeter je hem. De gestippelde pijl terug — „herzien” — maakt duidelijk dat het proces cyclisch is: na het nalezen keer je zo nodig terug naar een eerdere fase om te controleren of je nog doet wat de opdracht vroeg.

Afb. 1 — Het schrijfproces als cyclus

Het schrijfprocesGraaf, Oriënteren → Plannen, Plannen → Formuleren, Formuleren → Reviseren, Reviseren → OriënterenOriënterenPlannenFormulerenReviserenherzien
Afb. 1De vier fasen van het schrijfproces vormen een cyclus: na het reviseren keer je zo nodig terug naar het oriënteren om te controleren of de tekst nog aan de opdracht voldoet.
De oriëntatiefase bepaalt of je tekst het juiste doel raakt, en toch slaan leerlingen haar vaak over. Begin altijd met de opdracht te ontleden: wat moet je precies schrijven, aan wie, met welk doel, en zijn er inhoudelijke punten die verplicht aan bod moeten komen? Bij een examenopdracht staan die eisen meestal expliciet in de instructie — bijvoorbeeld „schrijf een formele brief waarin je informeert naar een stage, je motivatie toelicht en om een gesprek vraagt”. Streep die deeltaken aan, want elk punt dat je vergeet, kost inhoudspunten. Bepaal ook meteen het register: een brief aan een onbekende instantie vraagt formeel Frans met vouvoiement, een berichtje aan een vriend informeel Frans met tutoiement.
In de planfase (la planification) bedenk je wát je gaat schrijven en in welke volgorde, vóórdat je je druk maakt om de juiste Franse formulering. Verzamel eerst ideeën — desnoods in het Nederlands — en orden ze daarna in een korte alineaopzet: een inleiding, een kern met een logische opbouw, en een afsluiting. Een handige vuistregel is één hoofdgedachte per alinea. Bij een betogende tekst plan je bovendien je standpunt (la thèse) en de argumenten die het ondersteunen. Wie plant, voorkomt de twee klassieke problemen van zwakke examenteksten: een tekst die halverwege zonder richting raakt, en een tekst waarin een verplicht inhoudspunt ontbreekt. De noodzaak om te plannen weegt zwaarder naarmate de tekst langer en complexer is.
Pas in de formuleerfase (la rédaction) schrijf je de lopende tekst. Schrijf hier liever door dan dat je bij elke zin blijft haken op een woord dat je niet weet: laat een ruimte open of kies een eenvoudiger formulering en los het bij de revisie op. Belangrijk is dat je binnen je taalvaardigheid blijft — kies constructies die je correct beheerst in plaats van ingewikkelde Nederlandse zinnen letterlijk te vertalen, want dat leidt tot fouten en gallicismen. Verbind je zinnen expliciet met mots de liaison (d'abord, ensuite, cependant, donc, enfin), zodat de lezer je gedachtegang kan volgen. Zo ontstaat een samenhangende tekst die de structuur uit je plan zichtbaar maakt in plaats van een reeks losse zinnen.
De revisiefase (la révision) is de plek waar taalverzorging punten oplevert, en juist die fase krijgt onder tijdsdruk te weinig aandacht. Reserveer bewust enkele minuten om je tekst twee keer na te lezen: één keer op inhoud en opbouw (heb ik alle gevraagde punten behandeld? klopt de volgorde? is het register consequent?), en één keer op taalverzorging. Werk bij die tweede ronde met een persoonlijke foutenchecklist van de fouten die jíj vaak maakt — bijvoorbeeld de accord van het voltooid deelwoord, de keuze tussen passé composé en imparfait, of het geslacht van zelfstandige naamwoorden. Zoals de pijl „herzien” in Afb. 1 toont, mag reviseren je terugsturen naar het plan als de opbouw niet blijkt te werken.
Uitgewerkt voorbeeld

Een schrijfopdracht ontleden in de oriëntatiefase

Je krijgt de opdracht: „Schrijf een formele brief aan de directeur van een taalschool in Lyon waarin je informeert naar een zomercursus, je niveau toelicht en om een brochure vraagt.” Ontleed de opdracht vóór je begint te schrijven.

  1. 01Doel en lezer bepalen

    Het doel is informeren en verzoeken; de lezer is een directeur die je niet kent — dus formeel Frans met vouvoiement en de aanhef „Madame, Monsieur,”.

  2. 02De tekstsoort en conventies kiezen

    Het is een lettre formelle: vaste aanhef, een korte inleiding met de aanleiding, een kern met je verzoeken, en een formele slotformule („Veuillez agréer, Madame, Monsieur, mes salutations distinguées.”).

  3. 03De verplichte inhoudspunten aanstrepen

    Drie punten moeten aan bod komen: (1) informeren naar de zomercursus, (2) je taalniveau toelichten, (3) om een brochure vragen. Elk ontbrekend punt kost inhoudspunten.

Resultaat: De brief wordt formeel (vouvoiement, „Madame, Monsieur,” … „Veuillez agréer …”), heeft een informerend-verzoekend doel en behandelt alle drie de verplichte punten. Pas na deze ontleding begin je te plannen en te formuleren.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: het schrijfproces bewust doorlopen — de opdracht ontleden (doel, lezer, tekstsoort, verplichte inhoudspunten), plannen, formuleren en reviseren.
  • Examendoel: in de revisiefase de eigen tekst gericht controleren op inhoud, opbouw, register én taalverzorging met een persoonlijke foutenchecklist.

Veelgemaakte fouten

  • De oriëntatie- en planfase overslaan en meteen beginnen met schrijven; daardoor ontbreekt vaak een verplicht inhoudspunt of verliest de tekst halverwege zijn richting.
  • Geen tijd inruimen voor de revisie, waardoor vermijdbare taalfouten (accord, passé composé versus imparfait, geslacht) blijven staan die in het schoolexamen punten kosten.

Actieve herhaling

Neem een zelfbedachte schrijfopdracht (bijvoorbeeld: reageer op een advertentie voor een vakantiebaan in Frankrijk). Doorloop hardop de vier fasen van Afb. 1: ontleed de opdracht (doel, lezer, tekstsoort, verplichte punten), maak een alineaplan, schrijf de tekst, en stel ten slotte je eigen foutenchecklist van vier punten op waarmee je reviseert.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein D Schrijfvaardigheid (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)

§ 02

Tekstsoorten: de formele en de informele brief/e-mail#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-frans-vwo-domein-D

Kernpunten

De tekstsoorten die het schoolexamen het vaakst vraagt zijn de brief en de e-mail, elk in een formele en een informele variant. De opbouw van de formele brief ligt grotendeels vast, zoals Afb. 2 laat zien: een aanhef, een inleiding met de aanleiding van je schrijven, een kern met je verzoek of inhoud, een slotformule en ten slotte je ondertekening. Deze vaste volgorde is geen decoratie maar een conventie die de beoordelaar herkent; wie de blokken in de juiste volgorde zet, scoort meteen op tekstconventies. Het Franse formele register is bovendien uitgesprokener dan het Nederlandse: de openings- en slotformules zijn langer en plechtiger, en het aanspreken met „vous” is verplicht.

Afb. 2 — Opbouw van een formele Franse brief

Opbouw van een formele briefBoomdiagram, 5 paden, Gegevens: Aanhef (Madame, Monsieur,); Inleiding (aanleiding); Kern (verzoek/inhoud); Slotformule (Veuillez agréer …); OndertekeningFormele Franse brief (lettre formelle)Aanhef (Madame, Monsieur,)Inleiding (aanleiding)Kern (verzoek/inhoud)Slotformule (Veuillez agréer …)Ondertekening
Afb. 2De vaste blokken van een formele Franse brief in volgorde. De aanhef „Madame, Monsieur,” hoort bij de plechtige slotformule „Veuillez agréer, Madame, Monsieur, mes salutations distinguées.”.
De aanhef en de slotformule vormen een vast paar dat je uit je hoofd moet kennen. Ken je de naam van de ontvanger niet, dan open je met „Madame, Monsieur,” en sluit je af met een uitgebreide beleefdheidsformule, bijvoorbeeld „Veuillez agréer, Madame, Monsieur, mes salutations distinguées.” of „Je vous prie d'agréer, Madame, Monsieur, l'expression de mes sentiments respectueux.”. Die lange slotformule oogt voor Nederlandse leerlingen omslachtig, maar in formeel Frans is ze de norm; een kort „Cordialement,” past hooguit in een zakelijke e-mail, niet onder een echte formele brief. Gebruik in de hele brief het conditionnel de politesse — „Je voudrais…”, „J'aimerais…”, „Pourriez-vous…?” — om beleefd en indirect te blijven.
De informele brief of e-mail — aan een vriend, een gastgezin of een leeftijdgenoot — volgt dezelfde grote structuur (opening, kern, afsluiting) maar in een heel ander register. De aanhef is „Salut Marie,” of „Cher Thomas,” en de afsluiting „Bises”, „Amitiés” of „À bientôt”. Nu spreek je de lezer aan met „tu” (tutoiement), gebruik je een losse toon en mag je spreektaal en persoonlijke vragen inzetten („Comment ça va?”). Juist het contrast maakt het register zichtbaar: waar de formele brief opent met „Je me permets de vous écrire pour…”, opent de informele mail met „Merci pour ton message, ça m'a fait super plaisir!”. Wie deze twee tonen door elkaar haalt, breekt het register.
Bij de e-mail komt één element bij dat de brief niet heeft: de onderwerpregel (l'objet). Die moet kort en informatief zijn, bijvoorbeeld „Demande d'information — cours d'été” bij een formele mail of „Notre week-end” bij een informele. Verder gelden voor de formele e-mail dezelfde conventies als voor de formele brief: aanhef „Madame, Monsieur,”, vouvoiement en een nette afsluiting. Een veelgemaakte fout is de formele e-mail te informeel maken „omdat het maar een mailtje is”: ook een zakelijke e-mail vraagt om „Madame, Monsieur,” en een verzorgde slotformule, niet om „Salut” en „Bises”. Het medium verandert het register niet — het doel en de lezer bepalen het.
Uitgewerkt voorbeeld

De juiste aanhef en slotformule kiezen

Je schrijft een formele brief aan de personeelsdienst van een bedrijf; de naam van de ontvanger is niet bekend. Welke aanhef en slotformule gebruik je, en waarom?

  1. 01Bepalen of de naam bekend is

    De naam van de ontvanger is niet gegeven. De neutrale formele aanhef is dan „Madame, Monsieur,” — je dekt daarmee zowel een vrouwelijke als een mannelijke lezer af.

  2. 02De slotformule kiezen

    Bij een formele brief hoort een volledige beleefdheidsformule: „Veuillez agréer, Madame, Monsieur, mes salutations distinguées.” — let op dat je de aanhef in de slotformule herhaalt.

  3. 03Het register bewaken

    Gebruik in de hele brief „vous” en het conditionnel de politesse („Je vous serais reconnaissant(e) de bien vouloir…”); geen tutoiement, geen spreektaal.

Resultaat: Aanhef: „Madame, Monsieur,”. Slotformule: „Veuillez agréer, Madame, Monsieur, mes salutations distinguées.”. Regel: bij een onbekende ontvanger een neutrale formele aanhef en een volledige slotformule waarin je de aanhef herhaalt, met vouvoiement in de hele brief.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een formele brief of e-mail schrijven met de juiste opbouw (aanhef, inleiding, kern, slotformule, ondertekening) en de correcte formele formules („Madame, Monsieur,” … „Veuillez agréer …”).
  • Examendoel: consequent het bij de tekstsoort passende register hanteren (vouvoiement/tutoiement) en de conventies van brief én e-mail — inclusief de onderwerpregel (l'objet) — toepassen.

Veelgemaakte fouten

  • De formele slotformule vergeten of vervangen door een Nederlands-aandoend kort slot. Onder een echte formele brief hoort „Veuillez agréer, Madame, Monsieur, mes salutations distinguées.”, niet enkel „Cordialement” of een letterlijke vertaling van „met vriendelijke groet”.
  • Een formele e-mail informeel openen met „Salut” en afsluiten met „Bises”. Het medium (mail) verandert het register niet: een zakelijke mail blijft formeel, met vouvoiement.

Actieve herhaling

Schrijf twee openingsalinea's over hetzelfde onderwerp (je wilt een zomerbaan): één als formele sollicitatiemail aan een bedrijf en één als informele mail aan een vriend die er al werkt. Markeer in beide de aanhef, minstens twee registerkenmerken (vouvoiement/tutoiement, toon, woordkeuze) en de passende afsluiting.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein D Schrijfvaardigheid (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Het verslag (compte rendu) en de beschouwende/betogende tekst#

●●○StandaardLPexamenblad-nl-frans-vwo-domein-D

Kernpunten

Naast de brief en de e-mail vraagt het schoolexamen ook het verslag, in het Frans le compte rendu. Een compte rendu is een zakelijke, objectieve weergave van een bron — meestal een tekst, soms een gebeurtenis of bijeenkomst — waarin je de hoofdgedachten getrouw en in je eigen woorden samenvat. Het sleutelwoord is objectiviteit: je geeft weer wat de bron zegt, zonder je eigen mening toe te voegen. Een compte rendu is bovendien sterk ingedikt: je laat voorbeelden, uitweidingen en bijzaken weg en houdt alleen de kern over. Schrijf in de derde persoon en laat de bron aan het woord met formuleringen als „l'auteur explique que…”, „selon l'article…” of „le texte souligne l'importance de…”.
Een goed compte rendu begint met een korte inleiding die de bron identificeert: het soort tekst, de titel, de auteur en het onderwerp. Bijvoorbeeld: „Dans son article « Les jeunes et l'environnement », l'auteur aborde…”. Daarna volg je de opbouw van de bron en geef je de hoofdgedachten in een logische volgorde weer, verbonden met mots de liaison (d'abord, ensuite, enfin). Twee valkuilen liggen op de loer. De eerste is te dicht bij de brontekst blijven en zinnen letterlijk overnemen; een compte rendu vraagt juist om herformuleren in eigen woorden. De tweede is ongemerkt je eigen oordeel binnensmokkelen („heureusement”, „malheureusement”, „à mon avis”) — die woorden horen niet in een objectieve weergave thuis.
De meest talige schrijfopdracht is de beschouwende of betogende tekst, in het Frans le texte argumentatif. Hierin neem je juist wél een standpunt in — la thèse — en onderbouw je dat met argumenten en voorbeelden. De vaste opbouw is: een introduction die het onderwerp en je stelling presenteert, een développement van meerdere alinea's met telkens één argument, en een conclusion die je standpunt bevestigt en samenvat. Een sterk betoog erkent bovendien de tegenpartij: met een concessie als „Certes, …, mais …” of „Il est vrai que …, toutefois …” noem je een tegenargument en weerleg je het. Zo laat je zien dat je de kwestie van meerdere kanten hebt bekeken — precies wat een tekst op hoger niveau kenmerkt.
Een betoog staat of valt met samenhang, en die breng je aan met de Franse mots de liaison die de argumentatie sturen. Voor de opbouw gebruik je „d'abord, ensuite, enfin”; voor een toevoeging „de plus, en outre, par ailleurs”; voor een tegenstelling „cependant, pourtant, en revanche”; voor een oorzaak „car, parce que, en effet”; en voor een gevolg of conclusie „donc, par conséquent, ainsi, en conclusion”. Gebruik ze functioneel, niet als opsmuk: één helder signaalwoord aan het begin van een alinea leidt de lezer beter dan een stapel connectoren. De toon is formeel en genuanceerd: vermijd al te stellige uitspraken en kies eerder „il semble que…” of „on peut penser que…” dan „tout le monde sait que…”. Dat maakt je betoog overtuigender en past bij het gevraagde register.
Uitgewerkt voorbeeld

De openingszin van een compte rendu formuleren

Je schrijft een compte rendu van een artikel getiteld „Les jeunes et les réseaux sociaux” van Claire Dubois. Formuleer een objectieve openingszin en benoem wat je bewust weglaat.

  1. 01De bron identificeren

    Begin met het soort tekst, de titel en de auteur: „Dans son article « Les jeunes et les réseaux sociaux », Claire Dubois aborde le rapport des adolescents aux réseaux sociaux.”. Zo weet de lezer meteen waar je verslag over gaat.

  2. 02Objectief en in de derde persoon blijven

    Geef weer wat de auteur zegt, niet wat jij vindt: „L'auteure explique que…”, „Selon elle, …” — vermijd „à mon avis” en waardeoordelen als „heureusement”.

  3. 03Bijzaken weglaten

    Houd alleen de hoofdgedachten over; concrete voorbeelden, cijfers en uitweidingen uit de bron laat je in een compte rendu weg.

Resultaat: Een geschikte openingszin is: „Dans son article « Les jeunes et les réseaux sociaux », Claire Dubois aborde le rapport des adolescents aux réseaux sociaux.”. Je geeft objectief en in eigen woorden de kern weer, in de derde persoon, en laat je eigen mening en de bijzaken bewust achterwege.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: een objectief, ingedikt compte rendu (verslag) van een bron schrijven — de bron identificeren, de hoofdgedachten in eigen woorden weergeven en de eigen mening weglaten.
  • Examendoel: een gestructureerde betogende tekst (texte argumentatif) schrijven met een duidelijke thèse, uitgewerkte argumenten, een weerlegd tegenargument en sturende mots de liaison.

Veelgemaakte fouten

  • In een compte rendu je eigen mening of waardeoordelen binnensluipen („à mon avis”, „heureusement”) of zinnen letterlijk uit de bron overnemen. Een verslag is objectief en in eigen woorden geformuleerd.
  • In een betoog beweringen zonder onderbouwing stapelen of het tegenargument weglaten. Een argument is pas compleet met een voorbeeld of reden, en een sterk betoog weerlegt ook een tegenwerping (concession).

Actieve herhaling

Kies een kort Frans artikel. Schrijf er eerst een compte rendu van in vijf tot zes zinnen (objectief, in eigen woorden, met een identificerende openingszin). Formuleer daarna één stelling over hetzelfde onderwerp en schrijf één alinea van een texte argumentatif met een argument, een voorbeeld en een weerlegd tegenargument, verbonden met mots de liaison.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein D Schrijfvaardigheid (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)

§ 04

Register, conventies en taalverzorging#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl-frans-vwo-domein-D

Kernpunten

Register is de mate van formaliteit van je taalgebruik, en het is bij Frans extra zichtbaar door het onderscheid tussen vouvoyer en tutoyer. In een formele tekst spreek je de lezer aan met „vous” (vouvoiement), gebruik je beleefde, indirecte formuleringen en het conditionnel de politesse („Je voudrais…”, „J'aimerais…”, „Pourriez-vous…?”), en kies je verzorgde woorden. In een informele tekst aan een vriend of leeftijdgenoot gebruik je juist „tu” (tutoiement), een losse toon en spreektaal. Het Frans markeert het register dus al bij het persoonlijk voornaamwoord: „vous” of „tu” zet meteen de juiste toon. De kunst is niet altijd formeel te schrijven, maar het register te kiezen dat bij doel en lezer past — en het van aanhef tot slot consequent vol te houden.
De aanhef- en slotformules liggen in het Frans grotendeels vast en horen bij het register. Een formele brief opent met „Madame, Monsieur,” en sluit af met een uitgebreide beleefdheidsformule, bijvoorbeeld „Veuillez agréer, Madame, Monsieur, mes salutations distinguées.” of „Je vous prie d'agréer, Madame, Monsieur, l'expression de mes sentiments respectueux.”. Een informele brief opent met „Salut Marie,” of „Cher Thomas,” en sluit af met „Bises”, „Amitiés” of „À bientôt”. Het verwisselen van deze registers — een joviaal „Salut” boven een formele brief, of een stijve „Veuillez agréer …” onder een berichtje aan een vriend — is een klassieke registerbreuk die de beoordelaar direct opvalt en punten kost. Controleer bij het reviseren daarom bewust op consistentie.
Samenhang bepaalt naast de inhoud de kwaliteit van je tekst, en je brengt haar op twee manieren aan. Coherentie is de logische ordening — één hoofdgedachte per alinea, een heldere opbouw — en cohesie is de talige lijm: de mots de liaison (d'abord, cependant, donc, enfin) en de verwijswoorden. Franse verwijswoorden voorkomen herhaling: in plaats van tweemaal „ce problème” schrijf je de tweede keer „ce dernier” of het voornaamwoord „le”. Ook de betrekkelijke voornaamwoorden (qui, que, dont, où) verbinden losse zinnen tot vloeiende gehelen. Let er wel op dat een verwijswoord ondubbelzinnig naar één antecedent verwijst en in geslacht en getal klopt met het woord waarnaar het verwijst — anders verzwak je juist de samenhang die je wilde versterken.
Taalverzorging — grammaticale en spellingcorrectheid — is een apart beoordeeld aspect van domein D en tegelijk de plek waar het reviseren de meeste punten oplevert. De veelvoorkomende fouten van Nederlandstalige leerlingen zijn goed voorspelbaar. Ten eerste het verschil tussen passé composé en imparfait: de passé composé geeft een afgeronde handeling weer („hier, je suis allé au cinéma”), de imparfait een achtergrond, gewoonte of beschrijving („il faisait beau”). Ten tweede de accord: het bijvoeglijk naamwoord past zich in geslacht en getal aan („une grande maison”, „des livres intéressants”), en het voltooid deelwoord komt met „être” overeen met het onderwerp („elle est allée”). Ten derde het geslacht (le/la) van zelfstandige naamwoorden, dat je per woord moet leren.
De faux amis verdienen aparte aandacht omdat ze ongemerkt insluipen. Zo betekent „une librairie” een boekhandel (niet een bibliotheek — dat is „une bibliothèque”), betekent „actuellement” momenteel (niet „daadwerkelijk” — dat is „en fait”), betekent „sensible” gevoelig (niet „verstandig” — dat is „raisonnable”), en betekent „assister à” bijwonen (niet „assisteren”). Wie zulke woorden letterlijk vertaalt, schrijft onbedoeld iets anders dan hij bedoelt. De beste verdediging is een persoonlijke foutenchecklist die je bij het reviseren afwerkt: controleer gericht op passé composé versus imparfait, op de accord van bijvoeglijke naamwoorden en voltooide deelwoorden, op het geslacht van zelfstandige naamwoorden, en op je bekende faux amis. Deze laatste minuten leveren de goedkoopste punten van het hele schoolexamen op.
Uitgewerkt voorbeeld

Passé composé of imparfait? Een fout herkennen en verbeteren

Verbeter de zin en verklaar de fout: „Hier, je vais au cinéma et le film était vraiment bien.”.

  1. 01De tijdfout in het eerste deel opsporen

    „Hier” (gisteren) is een afgesloten tijdstip en „aller” is hier een afgeronde handeling, dus hoort daar de passé composé: „je suis allé(e) au cinéma”, niet de tegenwoordige tijd „je vais”.

  2. 02Het tweede deel controleren

    „le film était vraiment bien” beschrijft een toestand of oordeel als achtergrond; daarvoor is de imparfait („était”) juist correct.

  3. 03De regel formuleren

    Passé composé voor een afgeronde handeling met een bepaald tijdstip (hier); imparfait voor beschrijving, achtergrond of gewoonte in het verleden.

Resultaat: Correct: „Hier, je suis allé(e) au cinéma et le film était vraiment bien.”. De afgeronde handeling („aller”, met „hier”) vraagt de passé composé, terwijl de beschrijving van de film („était”) terecht in de imparfait staat — precies het onderscheid dat de taalverzorging bij Frans toetst.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: het register consequent volhouden — vouvoiement/tutoiement, de juiste aanhef en slotformule („Madame, Monsieur,” … „Veuillez agréer …” tegenover „Salut …” … „Bises”) — en het afstemmen op doel en lezer.
  • Examendoel: de tekst verzorgen op taalniveau — passé composé versus imparfait, de accord (bijvoeglijk naamwoord en voltooid deelwoord), het geslacht van zelfstandige naamwoorden en de faux amis — en samenhang aanbrengen met mots de liaison en verwijswoorden.

Veelgemaakte fouten

  • Registers mengen: een informele aanhef of slotformule („Salut”, „Bises”) in een formele brief, of omgekeerd een stijve „Veuillez agréer …” in een berichtje aan een vriend. Kies één register en houd het van aanhef tot slot vol.
  • De accord en het tijdgebruik verwaarlozen: geen overeenkomst van bijvoeglijk naamwoord of voltooid deelwoord („une maison grand”, „elle est allé”), of passé composé en imparfait verwarren. Dit zijn de fouten die taalverzorgingspunten kosten.

Actieve herhaling

Neem een eigen (of gegeven) formele Franse brief en herschrijf drie te informele zinnen naar formeel register (vouvoiement, beleefde formuleringen, passende aanhef en slotformule). Controleer de tekst daarna gericht op passé composé versus imparfait en op de accord van bijvoeglijke naamwoorden en voltooide deelwoorden.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans VWO — domein D Schrijfvaardigheid (schoolexamen) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Het schrijfproces: oriënteren, plannen, formuleren, reviseren○
    • 02Tekstsoorten: de formele en de informele brief/e-mail◐
    • 03Het verslag (compte rendu) en de beschouwende/betogende tekst◐
    • 04Register, conventies en taalverzorging●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Schrijfvaardigheid (formele en informele teksten)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~20
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Frans VWO — domein D Schrijfvaardigheid (schoolexamen)

Vorig onderwerp

Spreekvaardigheid

Volgend onderwerp

Literaire begrippen en tekstanalyse

EuraStudy·Samenvattingen T·12·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.