EuraStudy
Samenvattingen/Filosofie/Wetenschappelijke kennis
Samenvattingen · FilosofieNL · VWO

Wetenschappelijke kennis

Hoe groeit wetenschappelijke kennis en wat maakt haar betrouwbaar? Dit onderwerp (domein E) behandelt Karl Poppers falsificationisme (gissingen en weerleggingen, het demarcatiecriterium), Thomas Kuhns theorie van paradigma's en wetenschappelijke revoluties, het debat tussen beide over rationaliteit en vooruitgang, en de verfijningen van Lakatos en Feyerabend.

4 Onderdelen·~16 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Standaard 2 · Verdieping 2

T·121212 / 14
Examenprofiel
Poppers falsificationisme en demarcatiecriterium uitleggenKuhns begrippen (paradigma, normale wetenschap, revolutie, incommensurabiliteit) uitleggenPopper en Kuhn vergelijken op rationaliteit en vooruitgangDe aard van wetenschappelijke vooruitgang beoordelen
Operatoren:leg uitvergelijkbeoordeelberedeneerverklaar

basisniveau

Ken falsificatie (Popper) en de paradigmacyclus (Kuhn) en het verschil ertussen.

verhoogd niveau

Kun je het Popper-Kuhn-debat over rationaliteit en vooruitgang wegen en Lakatos/Feyerabend plaatsen.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Wetenschappelijke kennis
    • 01Popper: falsificatie en het demarcatiecriterium◐
    • 02Kuhn: paradigma's en wetenschappelijke revoluties◐
    • 03Popper versus Kuhn: rationaliteit en vooruitgang●
    • 04Verfijningen: Lakatos en Feyerabend●
§ 01

Popper: falsificatie en het demarcatiecriterium#

●●○StandaardLPexamenblad-filosofie-vwo-domein-E

Kernpunten

Karl Popper vond een uitweg uit het inductieprobleem en de mislukking van de verificatie met één elegant idee, dat Afb. 1 in beeld brengt. Zijn uitgangspunt is de logische asymmetrie tussen bevestigen en weerleggen: geen enkel eindig aantal waarnemingen kan een universele wet („alle zwanen zijn wit”) bewijzen, maar één enkel tegenvoorbeeld (één zwarte zwaan) kan haar met zekerheid weerleggen — dat is gewoon een geldige modus tollens. Volgens Popper werkt de wetenschap daarom niet door verificatie maar door falsificatie: niet door bevestigingen te verzamelen, maar door theorieën streng aan mogelijke weerlegging te onderwerpen.

Poppers methode van gissen en weerleggen

Conjectures and refutationsGraaf, Probleem → Stoutmoedige conjectuur (hypothese), Stoutmoedige conjectuur (hypothese) → Strenge poging tot weerlegging, Strenge poging tot weerlegging → Gefalsifieerd → verwerp, Strenge poging tot weerlegging → Houdt stand → voorlopig gecorroboreerd, Gefalsifieerd → verwerp → ProbleemProbleemStoutmoedigeconjectuur(hypothese)Strenge pogingtot weerleggingGefalsifieerd →verwerpHoudt stand →voorlopiggecorroboreerdweerlegdhoudt standnieuw probleem
Afb. 1Afb. 1 — De cyclus van gissingen en weerleggingen: theorieën worden getoetst op weerlegbaarheid, niet bevestigd.
Hieruit volgt Poppers antwoord op het demarcatieprobleem: een theorie is wetenschappelijk voor zover ze falsifieerbaar (weerlegbaar) is. Een theorie die iets verbiedt — die zegt dat bepaalde waarnemingen níét zullen voorkomen — steekt haar nek uit en is toetsbaar. Een theorie die met álles verenigbaar is en alles achteraf kan verklaren, verbiedt niets en is onwetenschappelijk. Popper verweet aan de astrologie, en (omstreden) aan de psychoanalyse en bepaalde vormen van het marxisme, dat ze onfalsifieerbaar zijn: wat er ook gebeurt, ze vinden altijd een bevestiging. Juist die schijnbare kracht — alles verklaren — is hun zwakte.
De wetenschappelijke methode is voor Popper een voortdurende cyclus van gissingen en weerleggingen (conjectures and refutations), die Afb. 1 toont. Men begint met een probleem, bedenkt een stoutmoedige hypothese die veel verbiedt (en dus goed toetsbaar is), leidt daaruit voorspellingen af en onderwerpt die aan de strengst mogelijke toetsen. Wordt de theorie weerlegd, dan verwerp je haar en begin je met een nieuw, beter probleem. Doorstaat ze de toetsen, dan is ze niet bewezen maar „gecorroboreerd”: voorlopig aanvaard, tot nader order. Wetenschappelijke kennis blijft daardoor principieel voorlopig en feilbaar (fallibilisme): we naderen de waarheid door onze fouten te elimineren, zonder ooit zekerheid te bereiken.
De kracht van Poppers visie is dat ze de wetenschap begrijpelijk maakt zonder inductie (het inductieprobleem wordt omzeild: we bevestigen nooit, we weerleggen alleen), een helder demarcatiecriterium biedt, en het kritische, zelfcorrigerende karakter van de wetenschap benadrukt. Ze past bij het ideaal van intellectuele eerlijkheid: een echte wetenschapper zoekt niet naar bevestiging van zijn geliefde theorie, maar probeert haar juist onderuit te halen.
Toch zijn er bezwaren. In de praktijk verwerpen wetenschappers een theorie zelden meteen bij een tegenvoorbeeld; ze zoeken eerst naar meetfouten of passen hulphypothesen aan (het Duhem-Quine-probleem: een waarneming toetst nooit één theorie alleen, maar een heel netwerk, zodat je nooit precies weet wát is weerlegd). En de geschiedenis van de wetenschap ziet er anders uit dan Poppers ideaal: theorieën worden vaak lang vastgehouden ondanks anomalieën — precies wat Kuhn beschrijft. Voor het examen moet je de falsificatie, het demarcatiecriterium en de cyclus van gissen en weerleggen kunnen uitleggen, en de sterke en zwakke punten kunnen wegen.
Uitgewerkt voorbeeld

Is deze theorie falsifieerbaar?

Een helderziende zegt: „Er zal binnenkort iets belangrijks in je leven veranderen.” Beoordeel met Poppers criterium of deze uitspraak wetenschappelijk is.

  1. 01Zoek wat de uitspraak verbiedt

    Vraag welke waarneming de uitspraak zou weerleggen. „Iets belangrijks verandert binnenkort” — er is bijna geen denkbare loop van gebeurtenissen die dit zou tegenspreken.

  2. 02Pas het criterium toe

    Omdat de uitspraak niets uitsluit en met elke uitkomst verenigbaar is, is ze niet falsifieerbaar.

  3. 03Trek de conclusie

    Volgens Popper is de uitspraak daarom niet wetenschappelijk: haar schijnbare onfeilbaarheid (ze klopt altijd) is juist het teken dat ze niets toetsbaars beweert.

Resultaat: De voorspelling verbiedt niets en is dus onfalsifieerbaar; naar Poppers criterium is ze niet wetenschappelijk — precies omdat ze nooit kan worden weerlegd.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: falsifieerbaarheid als demarcatiecriterium uitleggen en op een voorbeeld toepassen.
  • Examendoel: de asymmetrie tussen verificatie en falsificatie en de cyclus van gissen en weerleggen uitleggen.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat een gecorroboreerde theorie „bewezen” is; bij Popper blijft kennis altijd voorlopig en weerlegbaar.
  • Falsifieerbaarheid verwarren met feitelijke onwaarheid: een falsifieerbare theorie kan waar zijn — het gaat erom dát ze weerlegd zou kúnnen worden.

Actieve herhaling

Leg uit waarom Popper een theorie die „alles kan verklaren” juist onwetenschappelijk noemt, terwijl dat op het eerste gezicht een kracht lijkt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein E (Popper, falsificatie) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

§ 02

Kuhn: paradigma's en wetenschappelijke revoluties#

●●○StandaardLPexamenblad-filosofie-vwo-domein-E

Kuhns paradigmacyclus

Van paradigma naar paradigmaGraaf, Normale wetenschap → Anomalieën, Anomalieën → Crisis, Crisis → Wetenschappelijke revolutie, Wetenschappelijke revolutie → Nieuw paradigma, Nieuw paradigma → Normale wetenschapNormalewetenschapAnomalieënCrisisWetenschappelijkerevolutieNieuw paradigma
Afb. 2Afb. 1 — De cyclus van normale wetenschap, anomalieën, crisis, revolutie en nieuw paradigma.

Kernpunten

Thomas Kuhn bekeek de wetenschap niet als logicus maar als historicus, en zag een heel ander beeld dan Popper. De wetenschap groeit volgens hem niet geleidelijk en cumulatief, maar in fasen die Afb. 1 als een cyclus weergeeft. Het sleutelbegrip is het paradigma: het geheel van theorieën, methoden, standaarden, vooronderstellingen en voorbeeldoplossingen dat een wetenschappelijke gemeenschap deelt en dat bepaalt welke vragen zinvol zijn, welke oplossingen tellen en zelfs hoe men de wereld waarneemt.
Zolang er één heersend paradigma is, doet men aan normale wetenschap: binnen het paradigma worden puzzels opgelost, metingen verfijnd en toepassingen uitgewerkt, zónder het paradigma zelf ter discussie te stellen. Dit is geen kritiekloze slaperigheid maar juist productief werk — pas doordat het fundament vaststaat, kunnen wetenschappers zich op detailonderzoek richten. Voor Kuhn is de normale wetenschap dus onmisbaar, terwijl Popper ze verdacht zou vinden.
Gaandeweg stapelen zich echter anomalieën op: waarnemingen en problemen die het paradigma niet kan verklaren en die niet weggaan. Aanvankelijk worden ze genegeerd of met hulphypothesen opgevangen, maar als ze zich opstapelen en het vertrouwen ondermijnen, ontstaat een crisis. In de crisis worden alternatieven serieus overwogen, en uiteindelijk kan een wetenschappelijke revolutie volgen: het oude paradigma wordt vervangen door een nieuw, dat vervolgens zelf de normale wetenschap wordt — waarna de cyclus opnieuw begint. De overgang van de Newtoniaanse naar de relativistische en kwantumfysica is zo'n revolutie.
Kuhns meest omstreden begrip is de incommensurabiliteit: rivaliserende paradigma's zijn „onvergelijkbaar” omdat ze begrippen, problemen en maatstaven verschillend invullen; er is geen neutrale, paradigma-onafhankelijke maatstaf om ze objectief tegen elkaar af te wegen. Een paradigmawisseling lijkt daardoor meer op een „gestaltswitch” of een bekering dan op een louter logische keuze op grond van neutrale feiten. Bovendien is de waarneming zelf paradigma- (en dus theorie-)geladen: wie in verschillende paradigma's werkt, ziet in zekere zin een andere wereld.
Hieruit volgt Kuhns belangrijkste breuk met Popper: theoriekeuze is niet volledig rationeel-logisch te verantwoorden, maar mede door de wetenschappelijke gemeenschap, opvoeding en overtuiging bepaald — een sociale en historische, niet louter logische aangelegenheid. Kuhns analyse is bovendien descriptief (hoe de wetenschap historisch verloopt), waar Popper normatief is (hoe ze zou moeten werken). Voor het examen moet je de fasen van de paradigmacyclus (normale wetenschap, anomalie, crisis, revolutie, nieuw paradigma) en de begrippen paradigma en incommensurabiliteit kunnen uitleggen en toepassen op een voorbeeld.
Uitgewerkt voorbeeld

Een revolutie in Kuhns termen beschrijven

Beschrijf de overgang van de aardse (geocentrische) naar de heliocentrische astronomie in termen van Kuhns paradigmacyclus.

  1. 01Normale wetenschap

    Het geocentrische (Ptolemeïsche) paradigma is heersend; astronomen verfijnen binnen dat kader de banen met steeds meer hulpcirkels (epicykels).

  2. 02Anomalieën en crisis

    De voorspellingen kloppen steeds slechter en het systeem wordt onhandelbaar ingewikkeld; het vertrouwen in het paradigma brokkelt af — een crisis.

  3. 03Revolutie

    Het heliocentrische paradigma (Copernicus, Kepler, Galilei) vervangt het geocentrische: niet als een kleine correctie maar als een fundamentele omkering van het wereldbeeld.

  4. 04Nieuw paradigma

    Het heliocentrisme wordt de nieuwe normale wetenschap, met eigen puzzels en methoden — waarna de cyclus zich in principe kan herhalen.

Resultaat: De omslag is een paradigmawisseling: van geocentrische normale wetenschap via anomalieën en crisis naar de heliocentrische revolutie en een nieuw paradigma.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: de fasen van de paradigmacyclus en de begrippen paradigma, anomalie en revolutie uitleggen en toepassen.
  • Examendoel: de incommensurabiliteit van paradigma's uitleggen en de gevolgen voor theoriekeuze benoemen.

Veelgemaakte fouten

  • „Paradigma” gebruiken als modewoord voor „idee”; het is het gedeelde geheel van theorieën, methoden en voorbeelden van een wetenschappelijke gemeenschap.
  • Normale wetenschap bij Kuhn negatief lezen; ze is voor hem juist noodzakelijk en productief, niet een gebrek.

Actieve herhaling

Leg uit wat Kuhn bedoelt met de incommensurabiliteit van paradigma's en waarom die de objectiviteit van theoriekeuze onder druk zet.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein E (Kuhn, paradigma's) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

§ 03

Popper versus Kuhn: rationaliteit en vooruitgang#

●●●VerdiepingLPexamenblad-filosofie-vwo-domein-E

Popper versus Kuhn

Popper vs. KuhnTabel met 3 kolommen en 5 rijen, Gegevens: Aspect · Popper · Kuhn; Kern · falsificatie: gissen en weerleggen · paradigma's en revoluties; Groei · geleidelijk, kritisch, cumulatief · schoksgewijs, via revoluties; Normale wetenschap · verdacht: dogmatisch · noodzakelijk en productief; Theoriekeuze · rationeel: strengste toets wint · mede sociaal; incommensurabel; Aard van de visie · normatief (hoe het hoort) · descriptief (hoe het gaat), gemarkeerde cel: falsificatie: gissen en weerleggenASPECTPOPPERKUHNKERNfalsificatie:gissen enweerleggenparadigma's enrevolutiesGROEIgeleidelijk,kritisch,cumulatiefschoksgewijs, viarevolutiesNORMALE WETENSCHAPverdacht:dogmatischnoodzakelijk enproductiefTHEORIEKEUZErationeel:strengste toetswintmede sociaal;incommensurabelAARD VAN DE VISIEnormatief (hoe hethoort)descriptief (hoehet gaat)Twee visies op wetenschappelijke kennis
Afb. 3Afb. 1 — Popper (falsificatie, geleidelijk, normatief) tegenover Kuhn (paradigma's, revoluties, descriptief).

Kernpunten

Popper en Kuhn geven tegengestelde antwoorden op de vraag hoe wetenschap werkt en of ze rationeel vooruitgaat. Afb. 1 zet hun visies systematisch tegenover elkaar. Het diepste verschil betreft de status van de normale wetenschap: voor Popper is kritiekloos binnen één kader werken juist ónwetenschappelijk (dogmatisch), terwijl het voor Kuhn de normale, noodzakelijke toestand van de rijpe wetenschap is. Waar Popper voorschrijft hoe wetenschap zou moeten werken (permanent kritisch, altijd bereid te weerleggen), beschrijft Kuhn hoe ze historisch feitelijk verloopt (lange periodes van rustig puzzelwerk, onderbroken door revoluties).
Dit hangt samen met een verschil over rationaliteit. Bij Popper is de wetenschap door en door rationeel: theorieën worden verworpen of behouden op grond van strenge, in principe objectieve toetsen, en de keuze tussen theorieën volgt heldere regels. Bij Kuhn is theoriekeuze, vooral tijdens een revolutie, niet volledig door logica en neutrale feiten te beslissen: door de incommensurabiliteit spelen ook de wetenschappelijke gemeenschap, overtuiging en niet-logische factoren mee. Critici verweten Kuhn daarom irrationalisme en relativisme — alsof een paradigmawisseling niet meer dan een modeverandering zou zijn. Kuhn zelf verzette zich tegen die lezing: paradigma's worden wél om goede redenen (nauwkeurigheid, reikwijdte, eenvoud, vruchtbaarheid) verkozen, maar die redenen dwingen niet met logische noodzaak.
Het scherpst botsen ze over de vooruitgang. Voor Popper is er duidelijke vooruitgang: door falsificatie elimineren we onware theorieën en naderen we, langs een reeks steeds beter getoetste gissingen, de waarheid. De wetenschap groeit naar meer „waarheidsgelijkenis”. Voor Kuhn is vooruitgang binnen een paradigma helder (steeds meer puzzels opgelost), maar vooruitgang tússen paradigma's problematisch: als paradigma's incommensurabel zijn, is het nieuwe paradigma niet zonder meer „dichter bij de waarheid”, maar vooral beter toegerust voor de problemen die de gemeenschap nú belangrijk vindt. Kuhn vergeleek de wetenschappelijke ontwikkeling met de evolutie: een groei wég van eerdere stadia, niet noodzakelijk naar een vast einddoel toe.
Beide visies belichten iets echts. Popper vangt het ideaal van kritische toetsing en intellectuele eerlijkheid, en de logische kracht van de weerlegging. Kuhn vangt de historische en sociale werkelijkheid van de wetenschap: dat ze in gemeenschappen wordt bedreven, dat waarneming theoriegeladen is, en dat grote omwentelingen geen kwestie zijn van één beslissend experiment. Veel wetenschapsfilosofen zoeken daarom een middenweg: de wetenschap is noch de zuiver logische machine van Popper, noch een louter sociaal-psychologisch proces, maar een rationele onderneming die zich in gemeenschappen en met vallen en opstaan voltrekt.
Voor het examen moet je Popper en Kuhn systematisch kunnen vergelijken op de assen van Afb. 1 (kern, groei, normale wetenschap, theoriekeuze, normatief/descriptief), het debat over rationaliteit en vooruitgang kunnen weergeven, en er een beargumenteerd oordeel over kunnen geven. Merk op hoe dit debat de wetenschapsfilosofie verbindt met de kennisleer (contextualiteit en theoriegeladenheid) en met de vraag naar de universaliteit van kennis: is wetenschappelijke waarheid een objectieve, cumulatieve verworvenheid of mede door historische kaders bepaald?
Uitgewerkt voorbeeld

Een geval verschillend duiden

Wetenschappers houden lange tijd vast aan een theorie ondanks enkele tegenvoorbeelden. Hoe zouden Popper en Kuhn dit verschillend beoordelen?

  1. 01Poppers oordeel

    Streng genomen had de theorie bij een echt tegenvoorbeeld verworpen moeten worden; vasthouden ondanks weerlegging is onwetenschappelijk of hooguit toegestaan als de tegenvoorbeelden zelf betwijfeld worden.

  2. 02Kuhns oordeel

    Dit is normale wetenschap: losse anomalieën leiden niet meteen tot verwerping; het paradigma wordt pas losgelaten bij een crisis, en dat is functioneel, geen falen.

  3. 03Weeg het verschil

    Popper beoordeelt het gedrag normatief (het hoort kritischer), Kuhn beschrijft het als de normale, productieve gang van zaken. Beide belichten een echte kant van de wetenschapspraktijk.

Resultaat: Popper ziet het vasthouden als een tekortkoming aan kritiek; Kuhn ziet het als de normale, noodzakelijke fase vóór een crisis — normatief oordeel tegenover historische beschrijving.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: Popper en Kuhn systematisch vergelijken op rationaliteit, vooruitgang en de rol van normale wetenschap.
  • Examendoel: een beargumenteerd oordeel geven over de aard van wetenschappelijke vooruitgang.

Veelgemaakte fouten

  • Kuhn tot louter relativist maken: hij erkent goede redenen voor theoriekeuze, maar ontkent dat die met logische noodzaak dwingen.
  • Popper en Kuhn als volstrekt onverenigbaar zien; veel wetenschapsfilosofie zoekt juist een middenweg tussen kritische toetsing en historische inbedding.

VWO-verdieping

Verdieping: onderzoek of Poppers vooruitgangsbegrip (toenadering tot de waarheid) verenigbaar is met Kuhns incommensurabiliteit. Bespreek of het feit dat nieuwe theorieën méér en nauwkeuriger voorspellen (technologische successen) een objectieve vooruitgang bewijst, of dat ook succes paradigma-relatief geduid kan worden.

Actieve herhaling

Beoordeel de stelling „de wetenschap gaat objectief vooruit naar de waarheid” vanuit zowel Popper als Kuhn en formuleer een eigen standpunt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein E (Popper vs. Kuhn) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

§ 04

Verfijningen: Lakatos en Feyerabend#

●●●VerdiepingLPexamenblad-filosofie-vwo-domein-E

Kernpunten

Het debat tussen Popper en Kuhn kreeg belangrijke vervolgen. Imre Lakatos probeerde het beste van beide te verenigen: hij deelde Poppers eis van rationaliteit en kritiek, maar erkende met Kuhn dat theorieën niet bij het eerste tegenvoorbeeld sneuvelen. Zijn oplossing is het begrip onderzoeksprogramma. Zo'n programma heeft een „harde kern” van grondaannames die men niet opgeeft, omringd door een „beschermende gordel” van hulphypothesen die men aanpast om anomalieën op te vangen. Wetenschap speelt zich af in de beschermende gordel, terwijl de kern voorlopig onaangetast blijft.
Lakatos maakt zo een rationeel onderscheid tussen goede en slechte wetenschap, niet per theorie maar per programma over langere tijd. Een onderzoeksprogramma is progressief als het nieuwe, onverwachte feiten voorspelt en ontdekkingen oplevert; het is degeneratief als het alleen nog maar achteraf, met steeds meer kunstgrepen, de tegenvoorbeelden „redt” zonder iets nieuws te voorspellen. Bij een degeneratief programma is het rationeel over te stappen op een progressief alternatief. Zo blijft er een rationele maatstaf voor theoriekeuze — Poppers erfenis — die tegelijk recht doet aan het feit dat theorieën taai zijn en niet meteen worden opgegeven — Kuhns inzicht.
Paul Feyerabend trok de radicaalste conclusie. In zijn epistemologisch anarchisme betoogt hij dat er geen enkele vaste wetenschappelijke methode bestaat die altijd geldt; het enige „beginsel” dat de geschiedenis van de wetenschap niet weerspreekt, is „anything goes” (alles mag). Grote doorbraken kwamen juist tot stand doordat wetenschappers de gangbare regels overtraden. Strikte methodologische regels zouden de wetenschap eerder belemmeren dan bevorderen. Feyerabend betwistte bovendien de bijzondere, bevoorrechte status van de wetenschap tegenover andere kennisvormen en waarschuwde voor een „wetenschapschauvinisme” dat andere tradities onterecht wegzet.
Feyerabends positie is bewust provocerend en wordt door velen als overdreven beschouwd: als werkelijk „alles mag”, vervalt het onderscheid tussen wetenschap en willekeur, en dreigt hetzelfde relativisme dat we bij de universaliteit van waarden en de contextualiteit van kennis tegenkwamen (met dezelfde zelfweerleggingsbezwaren). Toch bevat zijn kritiek een waarheidskern: de wetenschap laat zich niet in één simpel methoderecept vangen, en methodologische dogmatiek kan de creativiteit die wetenschap juist nodig heeft, verstikken.
Voor het examen hoef je Lakatos en Feyerabend niet in detail te beheersen, maar je moet ze kunnen plaatsen in het debat: Lakatos als een poging Popper en Kuhn rationeel te verzoenen (progressieve vs. degeneratieve programma's), Feyerabend als de radicale betwisting van elke vaste methode en van de bevoorrechte status van de wetenschap. Samen laten ze zien dat de vraag „wat maakt kennis wetenschappelijk?” geen definitief antwoord heeft gekregen, maar een levend debat blijft — en ze verbinden de wetenschapsfilosofie met de bredere vragen over rationaliteit, objectiviteit en de plaats van de wetenschap in de samenleving, het thema van het volgende onderwerp.
Uitgewerkt voorbeeld

Progressief of degeneratief?

Leg met Lakatos' begrippen uit wanneer het rationeel is een onderzoeksprogramma te verlaten, en illustreer met een voorbeeld.

  1. 01Definieer de twee toestanden

    Een programma is progressief als het nieuwe, verifieerbare voorspellingen doet en ontdekkingen oplevert; degeneratief als het alleen nog met ad-hoc-hulphypothesen anomalieën wegwerkt zonder iets nieuws te voorspellen.

  2. 02Formuleer de rationele regel

    Het is rationeel een degeneratief programma te verlaten voor een progressief alternatief dat wél nieuwe feiten voorspelt.

  3. 03Illustreer

    Toen het geocentrische programma alleen nog met steeds meer epicykels overeind bleef (degeneratief) terwijl het heliocentrische nieuwe voorspellingen deed (progressief), werd de overstap rationeel te verantwoorden.

Resultaat: Het is rationeel over te stappen wanneer een programma degeneratief wordt (alleen nog reddend, niets nieuws voorspellend) en een progressief alternatief nieuwe feiten voorspelt.

Eindexamen-focus

  • Examendoel: Lakatos' onderscheid tussen progressieve en degeneratieve onderzoeksprogramma's uitleggen.
  • Examendoel: Feyerabends „anything goes” plaatsen en kritisch beoordelen.

Veelgemaakte fouten

  • Feyerabends „anything goes” lezen als een serieus methodevoorschrift in plaats van een provocatie tegen methodologische dogmatiek.
  • Lakatos gelijkstellen aan Popper: Lakatos beoordeelt hele programma's over tijd, niet losse theorieën bij één tegenvoorbeeld.

VWO-verdieping

Verdieping: weeg Feyerabends betwisting van de bijzondere status van de wetenschap. Betoog of zijn kritiek een gezond tegengif is tegen wetenschappelijke arrogantie, of dat ze — consequent doorgedacht — het onderscheid tussen wetenschap en pseudowetenschap onhoudbaar maakt, met gevolgen voor bijvoorbeeld het vertrouwen in wetenschap in maatschappelijke debatten.

Actieve herhaling

Leg uit hoe Lakatos zowel Poppers eis van rationaliteit als Kuhns observatie dat theorieën taai zijn, in één model verenigt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma filosofie VWO — domein E (Lakatos, Feyerabend) (College voor Toetsen en Examens (CvTE))

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Popper: falsificatie en het demarcatiecriterium◐
    • 02Kuhn: paradigma's en wetenschappelijke revoluties◐
    • 03Popper versus Kuhn: rationaliteit en vooruitgang●
    • 04Verfijningen: Lakatos en Feyerabend●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Wetenschappelijke kennis

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~16
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

College voor Toetsen en Examens (CvTE)

  • Examenprogramma filosofie VWO — domein E (Popper, falsificatie)

Vorig onderwerp

Wetenschapsfilosofie: centrale begrippen en toonaangevende visies

Volgend onderwerp

Wetenschap en samenleving

EuraStudy·Samenvattingen T·12·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.