EuraStudy
Samenvattingen/Lichamelijke opvoeding/Zelfverdediging
Samenvattingen · Lichamelijke opvoedingNL · HAVO

Zelfverdediging

Bij zelfverdediging leer je stoei- en verdedigingsactiviteiten zoals judo en stoeispelen, waarin twee personen krachtmeting aangaan met respect en beheersing. Centraal staan het veilig vallen (valbreken), het uit balans brengen van de ander en het beheersen van je eigen kracht. Dit domein is onderdeel van het schoolexamen LO; er is geen centraal examen. Veiligheid en respect voor de partner zijn de belangrijkste voorwaarden.

3 Onderdelen·~13 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2

T·0888 / 12
Examenprofiel
Stoei- en zelfverdedigingsactiviteiten (judo, stoeispelen) veilig en beheerst uitvoerenHet valbreken en de belangrijkste grepen, worpen en uitbalanceringen op hoofdlijnen toepassenRespect, beheersing en veiligheid tonen in het contact met een partner en dit als voorwaarde herkennen
Operatoren:leg uitbeschrijfpas toebeoordeelreflecteerstel op

basisniveau

Zelfverdediging is een van de bewegingsactiviteiten van het schoolexamen; veilig valbreken en respect voor de partner staan voorop.

verhoogd niveau

Wie zich verdiept, kan de principes van evenwicht, hefboom en krachtgebruik uit de bewegingsleer gebruiken om worpen en uitbalanceringen te begrijpen.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Zelfverdediging
    • 01Veiligheid, respect en beheersing○
    • 02Valbreken en uit balans brengen◐
    • 03Stoeispelen en eenvoudige judovormen◐
§ 01

Veiligheid, respect en beheersing#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Voorwaarden voor zelfverdediging

De drie voorwaardenTabel met 3 kolommen en 3 rijen, Gegevens: Voorwaarde · Houdt in · Waarom; Veiligheid · Matten, afkloppen · Voorkomt letsel; Respect · Groeten, ontzien · Vertrouwen samen; Beheersing · Kracht doseren · Controle houden, gemarkeerde cel: Kracht doserenVOORWAARDEHOUDT INWAAROMVeiligheidMatten, afkloppenVoorkomt letselRespectGroeten, ontzienVertrouwen samenBeheersingKracht doserenControle houden
Afb. 1Afb. 1 — Veiligheid, respect en beheersing zijn de drie voorwaarden waaronder zelfverdediging veilig geoefend kan worden.

Kernpunten

Zelfverdediging is een bijzondere bewegingsactiviteit, omdat je hier direct fysiek contact hebt met een partner die tegenwerkt; daarom is veiligheid geen bijzaak maar de eerste voorwaarde om überhaupt te mogen oefenen. Bij judo en stoeispelen probeer je de ander uit balans te brengen, vast te houden of te werpen, terwijl die hetzelfde bij jou probeert. Zonder duidelijke afspraken en beheersing zou dat gevaarlijk zijn. Daarom gelden strikte regels: je oefent op matten, je beheerst je kracht (je gooit of duwt nooit met volle, ongecontroleerde kracht), je stopt onmiddellijk als de partner „af” of een afkloptteken geeft, en je richt je nooit op kwetsbare plekken zoals het gezicht, de hals of de gewrichten. Op het schoolexamen wordt daarom niet alleen naar je vaardigheid gekeken, maar vooral naar of je veilig en beheerst met je partner omgaat: veiligheid en beheersing zijn de kern van dit domein, niet het „winnen”.
Respect voor de partner is de tweede voorwaarde en onlosmakelijk verbonden met veiligheid, want je vertrouwt bij zelfverdediging letterlijk je lichaam aan de ander toe. In de judotraditie begint en eindigt elke oefening met een groet naar de partner; die groet drukt uit dat je elkaar respecteert en elkaar geen kwaad wilt doen. Respect betekent hier: rekening houden met het niveau en de kracht van de ander, niet je overwicht misbruiken, een minder ervaren partner de kans geven om te leren, en na afloop eerlijk terugkijken. Wie sterker is, past zijn kracht aan; wie een worp beheerst, voert die zo uit dat de partner veilig kan vallen. Zonder dit wederzijdse respect is veilig oefenen onmogelijk. Op het examen laat je zien dat je dit respect toont: je behandelt je partner met zorg, je houdt rekening met verschillen, en je begrijpt dat samenwerken en veiligheid boven het behalen van een worp gaan.
Beheersing — controle over je eigen lichaam, kracht en emoties — is de derde pijler, want zelfverdediging kan spanning en fanatisme oproepen die tot onveilige situaties leiden. Beheersing betekent dat je je bewegingen doseert: je zet een greep of worp gecontroleerd in en breekt hem af zodra dat nodig is, je blijft rustig ook als je de mindere bent, en je laat je niet meeslepen door de wil om te winnen. Juist het vermogen om te stoppen, in te houden en de ander te ontzien onderscheidt geoefende van ongeoefende beoefenaars. Ook het inschatten van risico hoort erbij: je merkt wanneer een situatie uit de hand dreigt te lopen en grijpt in. Deze zelfbeheersing is een waardevolle vaardigheid die verder reikt dan de gymzaal. Op het schoolexamen kun je gevraagd worden te reflecteren op je eigen beheersing: hoe ging je om met spanning, hield je je kracht in bedwang, en gaf je de partner de ruimte?
Uitgewerkt voorbeeld

Een onveilige situatie herkennen en bijsturen

Tijdens een stoeispel merk je dat je partner steeds fanatieker wordt en met te veel kracht trekt. Beschrijf hoe je hier veilig en beheerst mee omgaat.

  1. 01Herken het risico

    Fanatiek, ongecontroleerd trekken met te veel kracht kan tot letsel leiden; dit is een onveilige situatie die je moet bijsturen.

  2. 02Grijp in

    Onderbreek de oefening rustig en geef een duidelijk stopteken (afkloppen of „af”).

  3. 03Herstel de afspraken

    Herinner samen aan de regel dat je kracht doseert en de partner ontziet; het doel is veilig oefenen, niet winnen.

  4. 04Hervat beheerst

    Ga pas verder als jullie beiden rustig en gecontroleerd werken.

Resultaat: Je herkent het als een onveilige situatie, geeft rustig een stopteken, herstelt samen de afspraak om kracht te doseren en de partner te ontzien, en hervat pas als het weer beheerst gaat. Zo houd je veiligheid en respect voorop.

Eindexamen-focus

  • Veilig en beheerst deelnemen aan stoei- en zelfverdedigingsactiviteiten en de veiligheidsregels naleven.
  • Respect en zelfbeheersing tonen in het contact met de partner en dit kunnen benoemen als voorwaarde voor de activiteit.

Veelgemaakte fouten

  • Zelfverdediging als „winnen” opvatten en met volle, ongecontroleerde kracht werken, terwijl beheersing en veiligheid de kern zijn.
  • De veiligheidsregels (matten, afkloppen, kwetsbare plekken vermijden) als bijzaak zien in plaats van als voorwaarde.

Actieve herhaling

Beschrijf drie veiligheidsregels en twee vormen van respect die gelden bij een judoles, en leg uit waarom veiligheid en beheersing bij deze activiteit belangrijker zijn dan het behalen van een worp.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — zelfverdediging en veiligheid (CvTE / Examenblad)

§ 02

Valbreken en uit balans brengen#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Van greep tot veilige val

De veilige worp in stappenGraaf, Contact maken → Uit balans brengen, Uit balans brengen → Worp (hefboom), Worp (hefboom) → ValbrekenContact makenUit balansbrengenWorp (hefboom)Valbrekengrip + trekkendraaipuntveilig landen
Afb. 2Afb. 2 — Een veilige worp verloopt in stappen: contact, uit balans brengen (evenwicht breken), de worp via een hefboom, en het valbreken door de partner.

Kernpunten

De belangrijkste vaardigheid van de zelfverdediging is het valbreken (ukemi), want wie geworpen wordt of valt, moet dat kunnen doen zonder zich te bezeren. Bij valbreken vang je de val op zo'n manier dat de klap over een groot lichaamsoppervlak wordt verdeeld en de kwetsbare delen — hoofd, ellebogen, stuitje — worden gespaard. De kern is: rond je rug af (maak een bol), sla met je vlakke hand en onderarm op de mat op het moment dat je landt (die klap remt en verdeelt de kracht), houd je kin op de borst zodat je hoofd de mat niet raakt, en land op het vlezige deel van je lichaam in plaats van op een gewricht. Je oefent verschillende vormen: achterwaarts vallen, zijwaarts vallen en voorwaarts rollen. Valbreken leer je eerst laag bij de grond en bouw je op naar hogere vallen. Op het schoolexamen is beheersing van het valbreken vaak een voorwaarde om verder te mogen: pas als je veilig kunt vallen, kun je veilig geworpen worden.
Bij het uit balans brengen draait alles om evenwicht: een mens staat stabiel zolang zijn zwaartepunt zich boven zijn steunvlak (de voeten) bevindt, en een worp of duw lukt pas als je de ander daarbuiten brengt. Het steunvlak is het gebied tussen en onder de voeten; hoe breder je staat, hoe stabieler. Zodra het zwaartepunt buiten dat steunvlak komt, valt iemand — of moet hij een stap zetten om zijn evenwicht te herstellen. In de zelfverdediging gebruik je dit: je trekt, duwt of draait de partner net zo dat zijn zwaartepunt buiten zijn voeten komt (het „breken van het evenwicht”, kuzushi in het judo). Vaak combineer je richtingen — eerst trekken zodat de partner tegenwerkt, dan meebewegen met die tegenkracht. Wie zijn eigen evenwicht laag en breed houdt (knieën gebogen, benen uit elkaar) is zelf moeilijk uit balans te brengen. Op het examen laat je zien dat je dit principe begrijpt en toepast: je brengt de partner beheerst uit balans en houdt zelf een stabiele basis.
Een worp of controlegreep is de combinatie van uit balans brengen en een hefboom, en het begrijpen van die twee samen verklaart waarom een goede techniek weinig kracht kost. Een hefboom ontstaat als je met een klein deel van je lichaam (bijvoorbeeld je heup of been) een draaipunt maakt waaromheen de partner kantelt; door de partner eerst uit balans te brengen en dan om dat draaipunt te laten draaien, hoef je niet met brute kracht te tillen. Zo werkt een heupworp: je brengt de partner naar voren uit balans, plaatst je heup als draaipunt onder zijn zwaartepunt, en laat hem over je heup rollen — de zwaartekracht doet de rest. Techniek verslaat zo kracht: een kleinere, geoefende beoefenaar kan een grotere werpen omdat hij het evenwicht en de hefboom benut, niet zijn spierkracht. De partner kan intussen veilig vallen dankzij het valbreken. Op het examen kun je gevraagd worden een eenvoudige worp of uitbalancering uit te leggen in termen van evenwicht en hefboom, en die beheerst en veilig uit te voeren.
Uitgewerkt voorbeeld

Een heupworp verklaren

Verklaar waarom een kleinere leerling een grotere partner met een heupworp toch kan werpen. Gebruik de begrippen evenwicht en hefboom.

  1. 01Breek het evenwicht

    De kleinere leerling trekt de partner naar voren, zodat diens zwaartepunt buiten zijn steunvlak (voeten) komt en hij dreigt te vallen.

  2. 02Plaats het draaipunt

    De leerling draait in en plaatst zijn heup laag onder het zwaartepunt van de partner: de heup wordt een draaipunt (hefboom).

  3. 03Laat de zwaartekracht werken

    De al uit balans gebrachte partner kantelt over de heup; de leerling hoeft niet te tillen, de zwaartekracht doet het werk.

  4. 04Zorg voor de val

    De partner breekt de val af met een correcte ukemi, zodat de worp veilig verloopt.

Resultaat: Doordat de partner eerst uit balans wordt gebracht (zwaartepunt buiten het steunvlak) en de heup als hefboom/draaipunt dient, hoeft de kleinere leerling niet te tillen — techniek verslaat kracht. Het valbreken maakt de worp veilig.

Eindexamen-focus

  • Het valbreken (achterwaarts, zijwaarts, voorwaarts) veilig uitvoeren als voorwaarde om geworpen te kunnen worden.
  • Het principe van evenwicht (zwaartepunt boven steunvlak) en hefboom herkennen en gebruiken bij een eenvoudige worp of uitbalancering.

Veelgemaakte fouten

  • Bij het vallen het hoofd niet op de borst houden of op een gestrekte arm/elleboog landen in plaats van het valbreken correct uit te voeren.
  • Denken dat een worp vooral kracht vereist, terwijl het uit balans brengen en de hefboom de worp mogelijk maken.

Actieve herhaling

Leg uit waarom je een partner eerst uit balans moet brengen voordat een worp lukt. Gebruik in je uitleg de begrippen zwaartepunt, steunvlak en hefboom, en beschrijf hoe de partner tegelijk veilig kan vallen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — stoei- en zelfverdedigingsactiviteiten (CvTE / Examenblad)

§ 03

Stoeispelen en eenvoudige judovormen#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Opbouw van stoeispel naar judovorm

Van stoeien naar techniekGraaf, Stoeispel → Judovorm, Judovorm → Worp / houdgreepStoeispelJudovormWorp / houdgreeptechniek erbijbeheersen
Afb. 3Afb. 3 — De praktijk bouwt op van stoeispelen (contact, kracht doseren) via eenvoudige judovormen naar worp en houdgreep, met veiligheid als constante voorwaarde.

Kernpunten

De praktijk van de zelfverdediging bestaat op school vooral uit stoeispelen en eenvoudige judovormen, en het is belangrijk het verschil en de opbouw daartussen te begrijpen. Stoeispelen zijn eenvoudige, speelse krachtmetingen waarin je op een veilige manier tegen elkaar duwt, trekt of probeert de ander uit een gebied of van zijn plaats te krijgen — denk aan „trek elkaar over een lijn”, „duw elkaar uit de cirkel” of „pak de band van de ander af”. Ze vragen weinig techniek en zijn daarom een veilige, laagdrempelige manier om te wennen aan contact, kracht doseren en samenwerken volgens afspraken. Judovormen zijn iets gestructureerder: je oefent er de basisprincipes van het judo, zoals uit balans brengen, een eenvoudige worp of een houdgreep. De opbouw loopt van stoeispelen (kennismaken met contact en kracht) naar eenvoudige judovormen (techniek), altijd met de nadruk op veiligheid en valbreken. Op het schoolexamen laat je zien dat je aan beide veilig en beheerst kunt deelnemen en dat je de opbouw van speels naar technischer begrijpt.
Een centrale judovorm op school is de houdgreep (osaekomi), waarbij je een partner die op de rug ligt onder controle houdt, en het principe daarachter is opnieuw evenwicht en gewicht. Bij een houdgreep leg je je lichaamsgewicht laag en breed op of naast de partner, zodat hij zich niet kan omdraaien of ontsnappen; je zoekt een stabiele, lage positie met een breed steunvlak en houdt je zwaartepunt boven de partner. Wie hoog en smal op de partner ligt, is makkelijk af te gooien; wie laag en breed ligt, is moeilijk te ontsnappen. De partner probeert intussen met techniek (draaien, wegdraaien van het gewicht) los te komen, niet met pure kracht. Zo oefen je beheersing, evenwicht en het slim gebruiken van gewicht in plaats van geweld. De houdgreep wordt altijd beheerst en met respect uitgevoerd en onmiddellijk losgelaten bij een stopteken. Op het examen kun je gevraagd worden een eenvoudige houdgreep of ontsnapping uit te leggen in termen van gewicht, evenwicht en steunvlak, en die veilig uit te voeren.
Bij alle stoei- en judovormen blijven dezelfde regels en waarden gelden, en het consequent toepassen daarvan is wat de activiteit veilig en waardevol maakt. Ongeacht of je stoeit of een worp oefent: je doseert je kracht, je richt je nooit op kwetsbare plekken (hals, gezicht, gewrichten), je stopt onmiddellijk bij een afkloptteken of „af”, je houdt rekening met het niveau en de kracht van de partner, en je oefent op matten. De groet aan het begin en het einde en het wederzijdse respect horen er onlosmakelijk bij. Deze regels zijn niet los te koppelen van de techniek: juist doordat je ze naleeft, kun je vol vertrouwen samen oefenen en durf je een worp te ondergaan. Ook reflecteer je na afloop op je eigen deelname: hield ik mijn kracht in bedwang, gaf ik mijn partner de ruimte, was ik veilig bezig? Op het schoolexamen wordt daarom niet alleen je vaardigheid beoordeeld, maar vooral of je deze regels en waarden consequent naleeft en of je respectvol en beheerst met je partner omgaat.
Uitgewerkt voorbeeld

Een houdgreep stabiel maken

Een leerling houdt zijn partner in een houdgreep, maar de partner draait steeds los. Leg uit hoe hij de houdgreep stabieler maakt.

  1. 01Analyseer het probleem

    De leerling ligt te hoog en te smal op de partner, waardoor zijn zwaartepunt makkelijk te verplaatsen is en de partner kan wegdraaien.

  2. 02Verlaag het zwaartepunt

    Hij legt zijn lichaam lager en drukt zijn gewicht op de borst van de partner, zodat zijn zwaartepunt boven de partner blijft.

  3. 03Verbreed het steunvlak

    Hij spreidt zijn benen breed uit als een stabiele basis, zodat hij niet makkelijk gekanteld kan worden.

  4. 04Blijf beheerst

    Hij houdt de greep beheerst vast en laat onmiddellijk los zodra de partner afklopt of „af” zegt.

Resultaat: Door lager en breder te liggen, zijn gewicht op de partner te houden en zijn benen te spreiden, maakt de leerling zijn zwaartepunt en steunvlak stabiel, zodat de partner niet meer kan wegdraaien — met behoud van de veiligheidsafspraken.

Eindexamen-focus

  • Veilig en beheerst deelnemen aan stoeispelen en eenvoudige judovormen (worp, houdgreep) volgens de afspraken.
  • Een eenvoudige houdgreep of ontsnapping uitleggen in termen van gewicht, evenwicht en steunvlak.

Veelgemaakte fouten

  • Bij een houdgreep hoog en smal op de partner liggen, waardoor die makkelijk kan ontsnappen; laag en breed met het zwaartepunt boven de partner is stabieler.
  • Bij het ontsnappen of stoeien met brute kracht werken in plaats van met techniek (draaien, gewicht verplaatsen) en de afspraken loslaten.

Actieve herhaling

Leg uit hoe je een partner met een houdgreep onder controle houdt en waarom een lage, brede positie beter werkt dan een hoge. Beschrijf ook hoe de partner met techniek (in plaats van kracht) probeert te ontsnappen, en welke veiligheidsafspraken de hele tijd gelden.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — stoeispelen en judovormen (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Veiligheid, respect en beheersing○
    • 02Valbreken en uit balans brengen◐
    • 03Stoeispelen en eenvoudige judovormen◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Zelfverdediging

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~13
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — zelfverdediging en veiligheid

Vorig onderwerp

Bewegen op muziek (dans)

Volgend onderwerp

Door de kandidaat gekozen nieuwe bewegingsactiviteiten

EuraStudy·Samenvattingen T·08·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.