EuraStudy
Samenvattingen/Lichamelijke opvoeding/Door de kandidaat gekozen nieuwe bewegingsactiviteiten
Samenvattingen · Lichamelijke opvoedingNL · HAVO

Door de kandidaat gekozen nieuwe bewegingsactiviteiten

In dit onderdeel kies je zelf één of meer nieuwe bewegingsactiviteiten die niet in de vaste domeinen staan — bijvoorbeeld klimmen, mountainbiken, schaatsen, frisbee (ultimate), fitness of een dansstijl. Je leert een onbekende activiteit zelfstandig aanpakken: je oriënteert je, oefent doelgericht, en past de leervaardigheden uit domein A toe. Dit onderdeel hoort bij het schoolexamen LO; er is geen centraal examen. Het toont dat je het leren bewegen ook op een nieuwe activiteit kunt toepassen.

3 Onderdelen·~13 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2

T·0999 / 12
Examenprofiel
Een zelfgekozen nieuwe bewegingsactiviteit oriënterend verkennen en zelfstandig aanpakkenDe leervaardigheden (waarnemen, oefenen, feedback, reflecteren) en veiligheid toepassen op een onbekende activiteitReflecteren op het eigen leerproces bij een nieuwe activiteit en de vorderingen beoordelen
Operatoren:kiesverkenpas toeleg uitreflecteerbeoordeel

basisniveau

De zelfgekozen nieuwe activiteit hoort bij het schoolexamen; je laat zien dat je een onbekende activiteit zelfstandig en veilig kunt leren.

verhoogd niveau

Wie zich verdiept, kan de eerdere leerervaringen (motorisch leren, transfer) bewust inzetten om een nieuwe activiteit sneller onder de knie te krijgen.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Door de kandidaat gekozen nieuwe bewegingsactiviteiten
    • 01Kiezen en oriënteren op een nieuwe activiteit○
    • 02Zelfstandig leren en reflecteren◐
    • 03Veiligheid en verantwoord bewegen bij een nieuwe activiteit◐
§ 01

Kiezen en oriënteren op een nieuwe activiteit#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Een nieuwe activiteit leren

Stappen bij een nieuwe activiteitGraaf, Kiezen → Oriënteren, Oriënteren → Leerdoel stellen, Leerdoel stellen → Oefenen + feedback, Oefenen + feedback → ReflecterenKiezenOriënterenLeerdoel stellenOefenen +feedbackReflecteren
Afb. 1Afb. 1 — Een nieuwe activiteit leer je gestructureerd: kiezen, oriënteren, een leerdoel stellen, oefenen met feedback en reflecteren.

Kernpunten

De kern van dit onderdeel is dat je zélf een nieuwe bewegingsactiviteit kiest en die zelfstandig leert, en dat begint bij een goede keuze en oriëntatie. Een „nieuwe” activiteit is er een die buiten de vaste domeinen valt of die je nog niet beheerst — denk aan klimmen, mountainbiken, schaatsen, ultimate frisbee, tafeltennis, fitness, skiën of een dansstijl. Bij het kiezen let je op wat haalbaar en veilig is met de middelen die je hebt, op je eigen interesse (motivatie helpt je volhouden), en op wat je binnen de beschikbare tijd echt kunt leren. Oriënteren betekent dat je je vóór het oefenen verdiept in de activiteit: wat is het doel, welke basisvaardigheden en veiligheidsregels horen erbij, welk materiaal is nodig? Je zoekt informatie op, kijkt hoe geoefende beoefenaars het doen, en bepaalt waar je begint. Op het schoolexamen laat je zien dat je een verantwoorde keuze kunt maken en je goed kunt oriënteren, zodat je de nieuwe activiteit doelgericht en veilig kunt aanpakken.
Een onbekende activiteit leren doe je niet lukraak, maar door je een concreet, haalbaar leerdoel te stellen en dat op te knippen in stappen. Precies zoals bij domein A formuleer je een meetbaar doel — bijvoorbeeld „ik wil bij het klimmen zelfstandig een route van niveau 4 klimmen” of „ik wil bij het schaatsen een ronde vloeiend en zonder vallen rijden”. Zo'n doel geeft richting en maakt je vooruitgang zichtbaar. Omdat de activiteit nieuw is, begin je bij de basis: eerst de veiligheid en de allereenvoudigste vorm, dan stap voor stap moeilijker. Je maakt een plan van kleine tussendoelen, zodat je regelmatig succes ervaart en gemotiveerd blijft. Ook schat je vooraf de risico's in en tref je maatregelen (bij klimmen: het zekeren; bij schaatsen: leren vallen en opstaan). Op het examen laat je zien dat je een nieuwe activiteit gestructureerd aanpakt: een haalbaar doel, een opbouw van eenvoudig naar moeilijk, en aandacht voor veiligheid vanaf het begin.
Bij het leren van een nieuwe activiteit heb je een groot voordeel: je kunt gebruikmaken van wat je bij eerdere activiteiten al geleerd hebt, en dat overdragen heet transfer. Vaardigheden en inzichten uit andere sporten helpen je bij de nieuwe: je gevoel voor balans van het turnen helpt bij het schaatsen of skiën, je gevoel voor timing van een balspel helpt bij het vangen van een frisbee, en je ervaring met oefenen en feedback (de leervaardigheden) helpt bij álles. Door bewust te bedenken „wat weet en kan ik al dat hier van pas komt?” leer je een nieuwe activiteit sneller. Tegelijk moet je oppassen dat een oude gewoonte je niet in de weg zit (negatieve transfer): de backhand van tennis is niet hetzelfde als die van tafeltennis. Bewust nadenken over overeenkomsten en verschillen met wat je al kent, maakt je een efficiëntere leerling. Op het examen kun je gevraagd worden te reflecteren op deze transfer: welke eerdere ervaring hielp je, en waar moest je juist iets afleren?
Uitgewerkt voorbeeld

Transfer bij een nieuwe activiteit herkennen

Een leerling die goed kan turnen, kiest schaatsen als nieuwe activiteit. Leg uit hoe transfer haar helpt en waar zij moet oppassen.

  1. 01Zoek de overeenkomst

    Turnen vraagt veel balans en lichaamsspanning; schaatsen vraagt eveneens balans op een smal steunvlak (de ijzers).

  2. 02Benoem de positieve transfer

    Haar goede evenwichtsgevoel en lichaamsbeheersing uit het turnen helpen haar sneller stabiel op het ijs te staan.

  3. 03Herken het verschil

    Bij turnen sta je stil op de mat; bij schaatsen glijd je en moet je je gewicht anders verdelen en afzetten — dat is nieuw.

  4. 04Let op negatieve transfer

    De reflex om stil te blijven staan werkt op glad ijs juist averechts; ze moet leren dóór te bewegen.

Resultaat: Haar balans en lichaamsbeheersing uit het turnen zijn positieve transfer die het schaatsen versnellen; ze moet wel oppassen dat de reflex om stil te staan (negatieve transfer) haar op glad ijs niet in de weg zit.

Eindexamen-focus

  • Een verantwoorde, haalbare keuze voor een nieuwe bewegingsactiviteit maken en je erop oriënteren (doel, veiligheid, materiaal).
  • Een meetbaar leerdoel stellen en een opbouw van eenvoudig naar moeilijk plannen, met transfer vanuit eerdere activiteiten.

Veelgemaakte fouten

  • Zonder oriëntatie of veiligheidscheck meteen op het eindniveau willen beginnen in plaats van bij de basis op te bouwen.
  • Niet nadenken over transfer, terwijl eerdere ervaring (balans, timing, leervaardigheden) het leren van de nieuwe activiteit versnelt.

Actieve herhaling

Kies een nieuwe bewegingsactiviteit die je nog niet beheerst. Beschrijf je oriëntatie (doel, veiligheid, materiaal), formuleer één meetbaar leerdoel met twee tussendoelen, en noem één eerdere ervaring die je via transfer kunt gebruiken.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — zelfgekozen bewegingsactiviteiten (CvTE / Examenblad)

§ 02

Zelfstandig leren en reflecteren#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Zelfstandig een verbeterlus draaien

De zelfstandige verbeterlusGraaf, Proberen → Feedback verzamelen, Feedback verzamelen → Verbeterpunt kiezen, Verbeterpunt kiezen → Proberen, Verbeterpunt kiezen → ReflecterenProberenFeedbackverzamelenVerbeterpuntkiezenReflecterenopnieuw
Afb. 2Afb. 2 — Zelfstandig leren is een kringloop: proberen, zelf feedback verzamelen, één verbeterpunt kiezen en opnieuw proberen; de reflectie sluit het geheel af.

Kernpunten

Het bijzondere aan dit onderdeel is dat je grotendeels zelfstandig leert, en dat vraagt dat je de leervaardigheden uit domein A bewust en op eigen kracht inzet. Zonder dat een docent je elke stap voordoet, moet je zelf goed waarnemen hoe de beweging hoort (door te kijken naar voorbeelden of instructie), zelf doelgericht oefenen, zelf feedback zoeken (van medeleerlingen, van beeld van jezelf, van de uitkomst), en zelf reflecteren op wat werkt. Je stuurt je eigen leerproces: je merkt wat nog niet lukt, bedenkt de oorzaak en past je aanpak aan. Deze zelfregulatie is precies wat dit onderdeel toetst — niet alleen óf je de nieuwe activiteit uiteindelijk beheerst, maar vooral hóe zelfstandig en doordacht je het leren aanpakt. Op het schoolexamen laat je daarom zien dat je de leervaardigheden zelfstandig toepast op een activiteit die niemand je stap voor stap voorkauwt.
Feedback organiseren is bij zelfstandig leren een uitdaging, want je moet zelf zorgen voor de informatie die je normaal van een docent krijgt. Je kunt op verschillende manieren aan feedback komen: een medeleerling laten meekijken en om een concrete aanwijzing vragen, jezelf laten filmen en het beeld analyseren, of letten op de uitkomst van je poging (ging de bal waar je hem wilde hebben, bleef je overeind?). Belangrijk is dat je die feedback ook echt verwerkt: je kiest per keer één verbeterpunt en probeert dat bij de volgende poging concreet toe te passen. Wie zichzelf filmt bij het skateboarden of klimmen, ziet vaak meteen wat er misgaat — een houding, een timing — en kan gericht bijsturen. Door feedback te organiseren maak je jezelf minder afhankelijk van een begeleider. Op het examen kun je gevraagd worden te beschrijven hoe je feedback verzamelde en gebruikte bij je nieuwe activiteit; je laat zien dat je zelfstandig een verbeterlus kunt draaien.
De afsluiting van dit onderdeel is meestal een reflectie op je hele leerproces, en die reflectie is vaak het zwaarst wegende beoordelingsonderdeel. Je kijkt terug op de weg die je aflegde: welk doel stelde je, welke stappen zette je, wat ging goed en wat niet, welke feedback hielp, en wat zou je een volgende keer anders doen? Een goede reflectie is eerlijk en concreet: ze benoemt niet alleen het eindresultaat, maar ook de oorzaken van successen en tegenslagen en de lessen die je eruit trekt. Vaak leg je dit vast in een dossier of logboek, met tussentijdse notities die je vooruitgang laten zien. Zo maak je zichtbaar dat je bewust en zelfstandig aan je bewegen hebt gewerkt — en dat is waar dit onderdeel om draait. Op het schoolexamen laat je in je reflectie zien dat je je eigen leerproces kunt analyseren, dat je je vorderingen realistisch beoordeelt, en dat je begrijpt wat je hebt geleerd over hoe jij het beste een nieuwe beweging aanleert.
Uitgewerkt voorbeeld

Een reflectie opzetten

Een leerling heeft zes weken zelfstandig leren mountainbiken en moet dit afsluiten met een reflectie. Beschrijf hoe zij een goede reflectie opzet.

  1. 01Kijk terug op het doel

    Zij beschrijft haar leerdoel en of zij het gehaald heeft (bijvoorbeeld een technische route zonder afstappen rijden).

  2. 02Benoem successen en tegenslagen

    Zij noemt wat goed ging (balans in bochten) en wat lastig bleef (afdalingen), en waar dat aan lag.

  3. 03Analyseer de feedback

    Zij beschrijft welke feedback (van een medeleerling, van filmbeelden) haar echt hielp en hoe zij die toepaste.

  4. 04Trek lessen

    Zij formuleert wat zij een volgende keer anders zou doen en wat zij leerde over hoe zij het beste een nieuwe beweging aanleert.

Resultaat: Een goede reflectie beschrijft het doel en resultaat, de oorzaken van successen en tegenslagen, de rol van de feedback en de geleerde lessen — eerlijk en concreet, zodat zichtbaar wordt dat zij bewust en zelfstandig aan haar bewegen heeft gewerkt.

Eindexamen-focus

  • De leervaardigheden (waarnemen, oefenen, feedback organiseren) zelfstandig toepassen op een nieuwe activiteit.
  • Reflecteren op het eigen leerproces in een dossier/logboek en de vorderingen realistisch beoordelen.

Veelgemaakte fouten

  • Bij zelfstandig leren geen feedback organiseren en daardoor steeds dezelfde fout blijven maken.
  • In de reflectie alleen het eindresultaat noemen, zonder de oorzaken van successen en tegenslagen en de geleerde lessen.

Actieve herhaling

Beschrijf voor je zelfgekozen nieuwe activiteit hoe je zelfstandig feedback organiseert (noem twee bronnen) en schrijf drie reflectievragen op die je aan het eind in je dossier beantwoordt om je leerproces te beoordelen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — zelfstandig leren en reflecteren (CvTE / Examenblad)

§ 03

Veiligheid en verantwoord bewegen bij een nieuwe activiteit#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Verantwoord een nieuwe activiteit opbouwen

Verantwoord bewegenTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Aandachtspunt · Wat je doet · Waarom; Risico inschatten · Gevaren in kaart · Weet wat kan misgaan; Veiligheid · Bescherming, zekering · Voorkomt letsel; Geleidelijk opbouwen · Rustig, stap voor stap · Lichaam went eraan; Herstel + warming-up · Rust, opwarmen · Voorkomt overbelasting, gemarkeerde cel: Lichaam went eraanAANDACHTSPUNTWAT JE DOETWAAROMRisico inschattenGevaren in kaartWeet wat kan misgaanVeiligheidBescherming, zekeringVoorkomt letselGeleidelijk opbouwenRustig, stap voor stapLichaam went eraanHerstel + warming-upRust, opwarmenVoorkomt overbelasting
Afb. 3Afb. 3 — Verantwoord bewegen bij een nieuwe activiteit combineert risico-inschatting, veiligheid, geleidelijke opbouw en voldoende herstel.

Kernpunten

Juist bij een nieuwe, onbekende activiteit is veiligheid extra belangrijk, want je beheerst de beweging nog niet en kent de risico's vaak nog niet goed. Voordat je begint, breng je de risico's van de activiteit in kaart: bij klimmen is dat het vallen van hoogte, bij schaatsen het vallen op hard ijs, bij mountainbiken het vallen bij snelheid of op ruw terrein. Vervolgens tref je maatregelen die bij die risico's passen: de juiste beschermingsmiddelen (helm, gordel, beschermers), een veilige omgeving en ondergrond, en zo nodig begeleiding of zekering. Je leert vaak eerst hoe je veilig valt of stopt voordat je aan het echte werk begint. Verantwoord bewegen betekent ook dat je je eigen grenzen kent en niet boven je niveau gaat: bij een nieuwe activiteit is de verleiding groot om te snel te veel te willen, en dat vergroot het blessurerisico. Op het schoolexamen laat je zien dat je de risico's van je gekozen activiteit kunt inschatten en er passende veiligheidsmaatregelen bij treft.
Verantwoord bewegen bij een nieuwe activiteit betekent ook dat je de trainingsprincipes en de verhouding belasting–belastbaarheid toepast, zodat je vooruitgaat zonder je te blesseren. Omdat je lichaam de nieuwe belasting nog niet gewend is, bouw je de intensiteit en de duur geleidelijk op: je begint rustig en kort en breidt stap voor stap uit (het principe van geleidelijkheid). Je zorgt voor voldoende herstel tussen de sessies, zodat je supercompenseert in plaats van vermoeidheid op te stapelen. En je begint elke sessie met een warming-up die je lichaam voorbereidt op de — voor jou nieuwe — beweging. Zo houd je de belasting binnen je belastbaarheid, ook nu die belastbaarheid voor deze specifieke activiteit nog laag is. Wie een nieuwe sport te fanatiek en zonder opbouw oppakt, loopt juist een verhoogd risico op overbelasting. Op het examen kun je gevraagd worden een verantwoorde opbouw voor je nieuwe activiteit te schetsen waarin geleidelijkheid, herstel en warming-up herkenbaar terugkomen.
Ten slotte hoort bij verantwoord bewegen dat je de nieuwe activiteit in een gezond, houdbaar beweegpatroon plaatst en dat je respectvol met anderen en de omgeving omgaat. Een nieuwe activiteit is niet alleen een prestatie voor het schoolexamen, maar ook een kans om te ontdekken of dit iets is wat je op langere termijn met plezier kunt blijven doen — en dat sluit aan bij het idee van een leven lang bewegen. Verantwoord betekent daarbij ook: je houden aan de regels en etiquette van de activiteit (bijvoorbeeld voorrang en veiligheid op de piste of het fietspad), rekening houden met medebeoefenaars, en zorgvuldig omgaan met materiaal en natuur. Wie klimt, schaatst of mountainbiket doet dat op een manier die veilig is voor zichzelf én voor anderen. Op het schoolexamen, vaak in je reflectie of dossier, laat je zien dat je verantwoord bewoog: je hield rekening met veiligheid, met een gezonde opbouw en met je omgeving, en je kunt beoordelen of deze activiteit een plek in je toekomstige beweegleven verdient.
Uitgewerkt voorbeeld

Een veilige start bij klimmen plannen

Een leerling kiest indoor klimmen als nieuwe activiteit. Beschrijf hoe zij verantwoord en veilig begint.

  1. 01Schat de risico's in

    Het grootste risico bij klimmen is vallen van hoogte; daarnaast overbelasting van armen en vingers.

  2. 02Tref veiligheidsmaatregelen

    Zij klimt met een klimgordel en laat zich zekeren door een geoefende partner, en leert eerst hoe het zekeren en vallen veilig gebeuren.

  3. 03Bouw geleidelijk op

    Zij begint op lage, makkelijke routes en voert de moeilijkheid en de duur stap voor stap op, met rust tussen de pogingen.

  4. 04Warm op

    Zij start elke sessie met een warming-up voor armen, schouders en vingers om blessures te voorkomen.

Resultaat: Zij schat vallen en overbelasting als risico's in, klimt met gordel en zekering, bouwt de moeilijkheid geleidelijk op met voldoende herstel en warmt gericht op. Zo begint zij veilig en verantwoord aan de nieuwe activiteit.

Eindexamen-focus

  • De risico's van een zelfgekozen nieuwe activiteit inschatten en passende veiligheidsmaatregelen treffen.
  • Een verantwoorde opbouw toepassen (geleidelijkheid, herstel, warming-up) en respectvol met anderen en de omgeving omgaan.

Veelgemaakte fouten

  • Bij een nieuwe activiteit te snel te veel willen en de veiligheidsmaatregelen of de geleidelijke opbouw overslaan, met een verhoogd blessurerisico.
  • De regels en etiquette van de activiteit negeren en zo zichzelf of anderen in gevaar brengen.

Actieve herhaling

Schat voor je gekozen nieuwe activiteit twee risico's in en noem per risico een veiligheidsmaatregel. Schets daarna een verantwoorde opbouw voor de eerste weken waarin geleidelijkheid, herstel en een warming-up herkenbaar zijn.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — veiligheid en verantwoord bewegen (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Kiezen en oriënteren op een nieuwe activiteit○
    • 02Zelfstandig leren en reflecteren◐
    • 03Veiligheid en verantwoord bewegen bij een nieuwe activiteit◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Door de kandidaat gekozen nieuwe bewegingsactiviteiten

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~13
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — zelfgekozen bewegingsactiviteiten

Vorig onderwerp

Zelfverdediging

Volgend onderwerp

Bewegen regelen: regelrollen (instructeur, coach, scheidsrechter, organisator) (domein C)

EuraStudy·Samenvattingen T·09·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.