EuraStudy
Samenvattingen/Kunst (algemeen)/Cultuur van het moderne in de eerste helft van de twintigste eeuw
Samenvattingen · Kunst (algemeen)NL · HAVO

Cultuur van het moderne in de eerste helft van de twintigste eeuw

In de eerste helft van de twintigste eeuw brak de kunst radicaal met alle traditie. Je leert de avant-garde herkennen: het kubisme van Pablo Picasso, dat het perspectief opbreekt; De Stijl van Piet Mondriaan met zijn abstractie tot lijn, vlak en primaire kleur; het Bauhaus met zijn leus dat vorm de functie volgt; de atonale muziek van Arnold Schönberg, die de vertrouwde toonsoort loslaat; en de film als nieuwe kunstvorm. Je leert dit alles begrijpen als één grote breuk met de traditie: kunstenaars zochten een nieuwe vormtaal voor een nieuwe, gemechaniseerde en ontwrichte wereld.

4 Onderdelen·~22 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·121212 / 13
Examenprofiel
De avant-garde en de moderne breuk met de traditie herkennen en de drang naar vernieuwing verklarenKubisme (Picasso), De Stijl (Mondriaan) en het Bauhaus benoemen aan hun kenmerken en uitgangspuntenDe atonale muziek (Schönberg) en de film als nieuwe moderne kunstvormen plaatsen
Operatoren:leg uitverklaaranalyseervergelijkberedeneerinterpreteer

basisniveau

Deze context draait om één centrale gedachte — de breuk met de traditie; koppel elke moderne stroming aan die drang naar een nieuwe vormtaal voor een nieuwe wereld.

verhoogd niveau

Zie de avant-garde als de radicale voltooiing van een lange ontwikkeling: de kunst maakt zich los van de nabootsing van de werkelijkheid en wordt een zelfstandig onderzoek naar vorm, kleur en idee.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Cultuur van het moderne in de eerste helft van de twintigste eeuw
    • 01De moderne breuk met de traditie en de avant-garde○
    • 02Het kubisme van Picasso: het perspectief opgebroken◐
    • 03De Stijl, Mondriaan en het Bauhaus: abstractie en functie●
    • 04Atonale muziek en de film: nieuwe klanken en beelden◐
§ 01

De moderne breuk met de traditie en de avant-garde#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

Om de kunst van de vroege twintigste eeuw te begrijpen, moet je eerst de wereld begrijpen waarin zij ontstond, want die verklaart de radicale breuk met alle traditie. Aan het begin van de twintigste eeuw veranderde de wereld met duizelingwekkende snelheid: nieuwe uitvindingen (auto, vliegtuig, telefoon, film), de voortdenderende industrialisatie, de groeiende grote steden en nieuwe wetenschappelijke inzichten schudden het vertrouwde wereldbeeld door elkaar. De verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog vernietigden bovendien het geloof in de vanzelfsprekende vooruitgang en beschaving. In deze omgewoelde wereld voelden veel kunstenaars dat de oude vormen — de nabootsing van de zichtbare werkelijkheid, de klassieke schoonheid, de vertrouwde harmonie — niet langer volstonden. Een nieuwe tijd vroeg om een nieuwe kunst. Op het examen verklaar je de moderne breuk daarom vrijwel altijd vanuit deze omslag: de vertrouwde werkelijkheid was aan het schuiven, en de kunst zocht een vorm die bij die nieuwe, ontwrichte wereld paste.
Het sleutelbegrip van deze context is de avant-garde, en je moet precies kunnen uitleggen wat het inhoudt en hoe het de kunst veranderde. Avant-garde (een Franse legerterm die „voorhoede” betekent) duidt de kunstenaars aan die vooropliepen en bewust braken met alle bestaande regels en tradities om iets radicaal nieuws te scheppen. Zij zagen het als hun taak te experimenteren, te provoceren en de grenzen van de kunst te verleggen. Voor de avant-garde was het nabootsen van de zichtbare werkelijkheid niet langer het doel: de kunst mocht abstract, vervormd, schokkend of onbegrijpelijk zijn, als zij maar iets nieuws onderzocht of uitdrukte. Deze houding leidde tot een stortvloed van nieuwe stromingen (kubisme, abstractie, dadaïsme, surrealisme en vele andere), die elkaar in hoog tempo opvolgden en overlapten. Het gemeenschappelijke kenmerk is de vernieuwingsdrang: telkens opnieuw de traditie doorbreken en de vraag stellen wat kunst kan en mag zijn. Op het examen benoem je de avant-garde als je verklaart waarom een modern werk zo sterk met het verleden breekt.
De belangrijkste omwenteling van de moderne kunst is de loslating van de nabootsing van de werkelijkheid, en dit inzicht is de sleutel tot vrijwel alle moderne stromingen. Eeuwenlang was het een vanzelfsprekend doel geweest om de zichtbare wereld zo overtuigend mogelijk na te bootsen (mimesis): een schilderij toonde herkenbare mensen, dingen of landschappen. De moderne kunstenaars lieten dat doel los. Sommigen vervormden de werkelijkheid drastisch (het expressionisme om emotie uit te drukken, het kubisme om vorm te onderzoeken); anderen lieten de herkenbare werkelijkheid geheel los en maakten abstracte kunst, opgebouwd uit louter lijnen, vlakken, vormen en kleuren zonder een afgebeeld voorwerp. Kunst werd zo een zelfstandig onderzoek naar vorm, kleur en betekenis in plaats van een venster op de wereld. Deze verschuiving — van nabootsen naar zelfstandig vormonderzoek — is de rode draad die het kubisme, De Stijl, de abstracte kunst en de atonale muziek verbindt. Wie haar herkent, begrijpt wat al deze stromingen ten diepste delen (Afb. 1).

De moderne breuk met de traditie

Waarom de moderne kunst breektGraaf, Nieuwe, ontwrichte wereld → Avant-garde (voorhoede), Avant-garde (voorhoede) → Breuk met traditie, Breuk met traditie → Nabootsing losgelaten, Nabootsing losgelaten → Nieuwe vormtaalNieuwe,ontwrichtewereldAvant-garde(voorhoede)Breuk mettraditieNabootsinglosgelatenNieuwe vormtaal
Afb. 1Afb. 1 — De moderne breuk komt voort uit een nieuwe wereld; de avant-garde laat de nabootsing los en zoekt een nieuwe, vaak abstracte vormtaal.
Ook de maatstaf waaraan kunst werd afgemeten veranderde ingrijpend in deze context, en dat verband met de invalshoek esthetica moet je kunnen leggen. Zoals je bij de esthetica hebt geleerd, was schoonheid voor de avant-garde niet langer het vanzelfsprekende doel: kunst mocht lelijk, ruw, schokkend of ongemakkelijk zijn als dat een idee, een emotie of een kritiek beter overbracht. De vraag verschoof van „is het mooi?” naar „is het nieuw, zegt het iets, onderzoekt het iets?”. Vernieuwing, oorspronkelijkheid en de kracht van het idee werden de nieuwe waarden. Dit verklaart waarom veel moderne kunst bij haar verschijnen als lelijk, onbegrijpelijk of provocerend werd afgewezen — precies zoals eerdere vernieuwers dat waren — en pas later als baanbrekend werd erkend. Voor de examenbeschouwing betekent dit dat je een modern werk niet beoordeelt op klassieke schoonheid of natuurgetrouwheid, maar op wat het onderzoekt, uitdrukt of vernieuwt. Zo pas je de invalshoek esthetica juist toe waar de traditionele schoonheid bewust wordt losgelaten.
Uitgewerkt voorbeeld

De moderne breuk verklaren

Verklaar waarom een abstract schilderij, opgebouwd uit louter lijnen en kleurvlakken zonder herkenbaar onderwerp, als modern en avant-gardistisch geldt.

  1. 01Benoem de waarneming

    Het werk toont geen herkenbare mensen of dingen, maar bestaat uit lijnen, vlakken en kleuren; de nabootsing van de werkelijkheid ontbreekt geheel.

  2. 02Bepaal de breuk

    Eeuwenlang was het nabootsen van de zichtbare wereld het doel; hier is dat doel bewust losgelaten — een radicale breuk met de traditie.

  3. 03Koppel aan de avant-garde

    De avant-garde brak met alle regels en maakte de kunst tot een zelfstandig onderzoek naar vorm en kleur in plaats van een venster op de wereld.

  4. 04Verklaar uit de tijd

    In de omgewoelde vroege twintigste eeuw voelden kunstenaars dat de oude vormen niet meer volstonden; zij zochten een nieuwe vormtaal voor een nieuwe wereld.

Resultaat: Het werk laat de nabootsing van de werkelijkheid volledig los en bestaat uit louter vorm en kleur; daarmee breekt het radicaal met de traditie in de geest van de avant-garde, die voor de nieuwe, ontwrichte wereld een nieuwe vormtaal zocht.

Eindexamen-focus

  • De moderne breuk met de traditie verklaren uit de snel veranderende, gemechaniseerde en door oorlog ontwrichte wereld van de vroege twintigste eeuw.
  • De avant-garde omschrijven (voorhoede die met alle regels breekt) en de loslating van de nabootsing van de werkelijkheid als de rode draad herkennen.

Veelgemaakte fouten

  • Moderne kunst afwijzen als „dat kan mijn kleine broertje ook” of „het lijkt nergens op”, zonder te zien dat de nabootsing bewust is losgelaten ten gunste van vormonderzoek of idee.
  • Denken dat de vele moderne stromingen los van elkaar staan; zij delen juist de vernieuwingsdrang en de breuk met de nabootsende traditie.

Actieve herhaling

Je krijgt een modern kunstwerk dat de werkelijkheid sterk vervormt of geheel abstract is. Leg uit hoe het met de traditie breekt en verklaar die breuk vanuit de avant-gardehouding en de veranderde wereld van de vroege twintigste eeuw.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) havo/vwo — de moderne breuk en de avant-garde (CvTE / Examenblad)

§ 02

Het kubisme van Picasso: het perspectief opgebroken#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Het kubisme is een van de invloedrijkste moderne stromingen, en je moet de kern ervan kunnen omschrijven en herkennen. Het kubisme ontstond rond 1907–1910, met Pablo Picasso en Georges Braque als grondleggers. De centrale vernieuwing is dat het kubisme breekt met het eeuwenoude perspectief, waarin een voorwerp vanuit één vast standpunt en op één moment wordt weergegeven. In plaats daarvan toont het kubisme een voorwerp of persoon vanuit meerdere standpunten tegelijk: voor-, zij- en bovenaanzicht worden opgebroken in vlakken en facetten en op één plat vlak samengebracht. Zo zie je bijvoorbeeld een gezicht en profiel én en face tegelijk. De werkelijkheid wordt daarmee ontleed en opnieuw samengesteld op het platte vlak, in vaak grijzige, gedempte kleuren die de vorm niet afleiden. Het kubisme bootst de werkelijkheid dus niet na, maar analyseert en herordent haar. Op het examen herken je het kubisme aan de opgebroken, gefacetteerde vormen en de meerdere standpunten in één beeld.
Om het kubisme te begrijpen moet je zien welk probleem het wilde oplossen, want dat verklaart zijn vreemde, opgebroken vorm. Het traditionele perspectief geeft de wereld weer zoals één oog haar op één moment vanuit één plek ziet — maar zo kennen wij de dingen niet werkelijk. In het echt lopen wij om een voorwerp heen, zien het van meerdere kanten en bouwen in ons hoofd een vollediger beeld op dan één blik ooit kan geven. Het kubisme probeert juist die rijkere, meervoudige kennis van een voorwerp op het platte vlak te vangen: door meerdere aanzichten te combineren, toont het meer van de werkelijkheid dan het eenzijdige perspectief. Het is dus geen willekeurige vervorming, maar een doordacht onderzoek naar hoe je een driedimensionaal voorwerp vollediger op een tweedimensionaal vlak kunt weergeven. Wie dit begrijpt, ziet dat het kubisme niet „fout tekent”, maar bewust een nieuwe, intellectuele manier van zien ontwikkelt. Op het examen verklaar je de opgebroken vorm daarom vanuit dit streven naar een meervoudig, vollediger beeld.
Pablo Picasso is de beroemdste kubist en een van de invloedrijkste kunstenaars van de twintigste eeuw, en zijn werk is vaste examenstof. Picasso (1881–1973) was buitengewoon vernieuwend en veelzijdig; hij vond het kubisme mee uit en bleef zijn hele leven experimenteren en van stijl veranderen. Zijn beroemdste werk is Guernica, een enorm schilderij uit 1937 dat het bombardement op het Baskische stadje Guernica tijdens de Spaanse Burgeroorlog verbeeldt. In sombere zwart-wit- en grijstinten toont Picasso met vervormde, opgebroken kubistische vormen het lijden en de gruwel van de oorlog: schreeuwende figuren, een gewond paard, een dode. Guernica laat zien dat de moderne, vervormde vormtaal juist geschikt is om heftige emotie en aanklacht uit te drukken — de vervorming versterkt de zeggingskracht. Op het examen herken je Picasso aan zijn kubistische, opgebroken vormen en aan zijn voortdurende vernieuwing, en kun je Guernica duiden als een moderne aanklacht tegen het oorlogsgeweld.
Voor de examenbeschouwing is het waardevol het kubisme te plaatsen binnen de grote moderne breuk, want zo zie je hoe het met de andere stromingen samenhangt. Het kubisme is een sleutelmoment in de loslating van de nabootsing: het is nog niet volledig abstract — je herkent vaak nog een figuur of voorwerp — maar het breekt de vertrouwde, natuurgetrouwe weergave radicaal open en maakt de weg vrij naar de volledig abstracte kunst die erop volgt. Het toont bovendien de typisch moderne houding: de kunst is niet langer een venster op de wereld, maar een zelfstandig onderzoek naar hoe je die wereld kunt weergeven en ontleden. Zo verbindt het kubisme zich rechtstreeks met De Stijl en de abstracte kunst, die de reductie en het vormonderzoek nog verder doorvoeren. Wie het kubisme kan plaatsen als een beslissende stap van nabootsing naar vormonderzoek — en Picasso als de vernieuwer bij uitstek — laat zien de innerlijke logica van de moderne kunst te begrijpen (Afb. 2).

Perspectief versus kubisme

Twee manieren van zienTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Aspect · Perspectief · Kubisme; Standpunt · Eén vast punt · Meerdere tegelijk; Weergave · Natuurgetrouw · Opgebroken vlakken; Kleur · Werkelijk · Gedempt, grijzig; Doel · Nabootsen · Vorm onderzoeken, gemarkeerde cel: Meerdere tegelijkASPECTPERSPECTIEFKUBISMEStandpuntEén vast puntMeerdere tegelijkWeergaveNatuurgetrouwOpgebroken vlakkenKleurWerkelijkGedempt, grijzigDoelNabootsenVorm onderzoeken
Afb. 2Afb. 2 — Het kubisme breekt met het perspectief: niet één standpunt op één moment, maar meerdere aanzichten samengebracht op het platte vlak.
Uitgewerkt voorbeeld

Een kubistisch portret duiden

Verklaar waarom een portret waarin een gezicht tegelijk van voren en van opzij te zien is, kubistisch is en met de traditie breekt.

  1. 01Benoem de waarneming

    Het gezicht is opgebroken in vlakken en facetten; je ziet het en profiel en en face tegelijk, in gedempte, grijzige kleuren.

  2. 02Bepaal de traditie

    Het traditionele perspectief toont een voorwerp vanuit één vast standpunt op één moment, natuurgetrouw.

  3. 03Bepaal de breuk

    Het kubisme combineert juist meerdere standpunten in één beeld en ontleedt de vorm op het platte vlak; dat breekt radicaal met het eenzijdige perspectief.

  4. 04Verklaar het doel

    Door meerdere aanzichten samen te brengen toont het kubisme meer van het voorwerp dan één blik kan; het is een onderzoek naar vorm, geen nabootsing.

Resultaat: Het gezicht en profiel én en face tegelijk, opgebroken in vlakken, toont dat het werk meerdere standpunten combineert in plaats van één; daarmee breekt het kubisme met het perspectief en onderzoekt het de vorm zelf in plaats van de werkelijkheid na te bootsen.

Eindexamen-focus

  • Het kubisme herkennen (opgebroken, gefacetteerde vormen, meerdere standpunten in één beeld) en het breken met het perspectief verklaren.
  • Picasso en Guernica plaatsen: de kubistische vormtaal als middel om vorm te onderzoeken én heftige emotie en aanklacht uit te drukken.

Veelgemaakte fouten

  • De opgebroken kubistische vormen als „fout getekend” zien, in plaats van als een bewust onderzoek om een voorwerp vanuit meerdere standpunten vollediger weer te geven.
  • Denken dat het kubisme al volledig abstract is; vaak is er nog een figuur of voorwerp herkenbaar, maar radicaal opengebroken.

Actieve herhaling

Je krijgt een kubistisch portret waarin een gezicht tegelijk en profiel en en face is weergegeven, opgebroken in vlakken. Analyseer de kubistische kenmerken en leg uit hoe en waarom het kubisme met het traditionele perspectief breekt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) havo/vwo — kubisme en Picasso (CvTE / Examenblad)

§ 03

De Stijl, Mondriaan en het Bauhaus: abstractie en functie#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kernpunten

De Nederlandse beweging De Stijl voerde de moderne abstractie tot een uiterste door, en je moet haar strenge uitgangspunten kunnen herkennen en verklaren. De Stijl, opgericht in 1917 rond onder anderen de schilder Piet Mondriaan en de kunstenaar Theo van Doesburg, streefde naar een volstrekt zuivere, universele beeldtaal. Zij beperkte de kunst tot de meest elementaire middelen: alleen rechte horizontale en verticale lijnen, rechthoekige vlakken, de drie primaire kleuren (rood, geel en blauw) en de niet-kleuren zwart, wit en grijs. Alles wat naar de zichtbare, toevallige werkelijkheid verwees, werd weggelaten; wat overbleef was een pure, geometrische en evenwichtige orde. Mondriaans beroemde composities van zwarte lijnen en gekleurde rechthoeken op een wit vlak zijn hiervan het volmaakte voorbeeld. Achter deze reductie stak een ideaal: door tot het meest elementaire en universele terug te gaan, hoopte De Stijl een tijdloze harmonie en orde te tonen die boven het individuele en het toevallige uitstijgt. Op het examen herken je De Stijl aan de rechte lijnen, de rechthoeken en de primaire kleuren, en verklaar je die uit het streven naar een universele, zuivere beeldtaal.
Om De Stijl te begrijpen moet je zien dat de abstractie geen leegte maar een ideaal is, en dat inzicht verbindt de stroming met de invalshoek esthetica. Mondriaan geloofde dat achter de wisselende, chaotische verschijningen van de zichtbare wereld een diepere, universele orde en harmonie schuilgaat. Door de kunst te zuiveren van alle toevallige, herkenbare vormen en haar terug te brengen tot de meest fundamentele elementen — de rechte lijn, het rechte vlak, de zuivere kleur — meende hij die onderliggende, geestelijke harmonie zichtbaar te maken. De strenge geometrie en het zorgvuldige evenwicht van zijn composities zijn dus geen kille berekening, maar een streven naar een hogere, tijdloze schoonheid en rust. Zo is De Stijl een nieuw schoonheidsideaal: niet de nagebootste natuur of de klassieke figuur, maar de zuivere, evenwichtige, universele orde. Op het examen leg je uit dat de abstractie van De Stijl een positief ideaal dient — het tonen van een universele harmonie — en niet slechts een weglaten of een onvermogen is.
Het Bauhaus is de andere grote moderne beweging van deze context, en de leus dat vorm de functie volgt is een begrip dat je nauwkeurig moet kunnen toepassen. Het Bauhaus was een invloedrijke Duitse kunst- en ontwerpschool (opgericht in 1919) die kunst, ambacht, vormgeving en architectuur wilde verenigen en vernieuwen voor het moderne, industriële tijdperk. Het centrale uitgangspunt is het functionalisme, samengevat in de leus „vorm volgt functie”: de vorm van een gebouw of gebruiksvoorwerp moet voortkomen uit zijn doel en gebruik, niet uit versiering. Overbodig ornament werd radicaal afgewezen als oneerlijk en achterhaald; schoonheid moest ontstaan uit de zuivere, doelmatige vorm zelf, uit heldere constructie, eerlijk materiaal en een goede functie. Zo ontwierp het Bauhaus strakke, kale, functionele gebouwen, meubels en gebruiksvoorwerpen die geschikt waren voor industriële productie. Deze sobere, functionele esthetiek — geen ornament, zichtbare constructie, heldere vorm — beheerst tot vandaag de moderne architectuur en vormgeving. Op het examen herken je het Bauhaus aan deze functionele soberheid en pas je de leus „vorm volgt functie” toe.
Voor de examenbeschouwing is het verhelderend De Stijl en het Bauhaus samen te zien, want zij delen een moderne geest van reductie en zuiverheid die je met de esthetica kunt verbinden. Beide wijzen het overbodige, het toevallige en het versierende af en zoeken een zuivere, elementaire vorm: De Stijl in de vrije, autonome kunst (schilderkunst), het Bauhaus in de toegepaste kunst en architectuur (vormgeving). Beide geloven in een universele, heldere, rationele vormtaal die past bij de nieuwe, moderne wereld, en beide vervangen de klassieke, versierde schoonheid door een nieuw ideaal van soberheid, helderheid en doelmatigheid. Zij vullen elkaar zelfs aan: de abstracte beeldtaal van De Stijl werkte door in de vormgeving en de architectuur die het Bauhaus nastreefde. Samen tonen zij een kernkant van het moderne: de reductie tot het elementaire, of het nu om een schilderij of een stoel gaat. Wie De Stijl en het Bauhaus kan verbinden door hun gedeelde streven naar zuiverheid, functie en universele vorm, laat zien de moderne context in haar samenhang te begrijpen (Afb. 3).

De Stijl en het Bauhaus vergeleken

Twee moderne bewegingenTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Aspect · De Stijl · Bauhaus; Middel · Lijn, vlak · Constructie, functie; Kleur · Primaire kleuren · Materiaal zelf; Ideaal · Universele harmonie · Vorm volgt functie; Toepassing · Vrije kunst · Vormgeving, bouw, gemarkeerde cel: Vorm volgt functieASPECTDE STIJLBAUHAUSMiddelLijn, vlakConstructie, functieKleurPrimaire kleurenMateriaal zelfIdeaalUniversele harmonieVorm volgt functieToepassingVrije kunstVormgeving, bouw
Afb. 3Afb. 3 — De Stijl en het Bauhaus delen een moderne geest van reductie: zuivere abstractie in de kunst, functionele soberheid in de vormgeving.
Uitgewerkt voorbeeld

„Vorm volgt functie” toepassen

Verklaar waarom een strak, ornamentloos Bauhausgebouw met zichtbare constructie het functionalisme belichaamt.

  1. 01Benoem de waarneming

    Het gebouw is sober en kaal, zonder versiering; de constructie, de materialen en de functie zijn helder zichtbaar.

  2. 02Benoem het uitgangspunt

    Het Bauhaus stelt dat de vorm moet voortkomen uit het doel en het gebruik: „vorm volgt functie”.

  3. 03Koppel vorm aan uitgangspunt

    Omdat overbodig ornament als oneerlijk wordt afgewezen, ontstaat de schoonheid uit de zuivere, doelmatige vorm zelf — heldere constructie en eerlijk materiaal.

  4. 04Concludeer

    De soberheid is geen armoede maar een bewust ideaal: het gebouw is mooi doordat zijn vorm eerlijk zijn functie en constructie toont, geheel volgens „vorm volgt functie”.

Resultaat: Het sobere, ornamentloze gebouw laat zijn constructie, materiaal en functie zien; de schoonheid komt voort uit die zuivere, doelmatige vorm in plaats van uit versiering. Zo belichaamt het de functionalistische leus „vorm volgt functie” van het Bauhaus.

Eindexamen-focus

  • De Stijl herkennen (rechte lijnen, rechthoeken, primaire kleuren) en de abstractie verklaren als streven naar een universele, zuivere harmonie (Mondriaan).
  • Het Bauhaus en het functionalisme uitleggen en de leus „vorm volgt functie” toepassen op een strak, sober, ornamentloos ontwerp.

Veelgemaakte fouten

  • De abstractie van Mondriaan als leeg, willekeurig of „makkelijk” zien, zonder het ideaal van universele harmonie en het strenge evenwicht te benoemen.
  • „Vorm volgt functie” verwarren met „lelijk” of „kaal”; het Bauhaus zoekt juist schoonheid in de zuivere, doelmatige vorm zonder overbodig ornament.

Actieve herhaling

Je krijgt een compositie van Mondriaan (rechte lijnen en primaire kleurvlakken) en een strak, ornamentloos Bauhausgebouw. Leg voor beide uit welk modern ideaal (universele abstractie respectievelijk „vorm volgt functie”) eraan ten grondslag ligt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) havo/vwo — De Stijl, Mondriaan en het Bauhaus (CvTE / Examenblad)

§ 04

Atonale muziek en de film: nieuwe klanken en beelden#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

De moderne breuk voltrok zich ook in de muziek, en de atonaliteit is daarvan het radicaalste voorbeeld dat je op kunst (algemeen) moet kunnen plaatsen. Eeuwenlang was de westerse muziek gebouwd op de tonaliteit: een systeem van toonsoorten met een grondtoon (een „thuistoon”) waarnaar de melodie en de harmonie telkens terugkeren, wat de muziek een vertrouwd gevoel van rust, richting en samenhang geeft. De componist Arnold Schönberg (1874–1951) brak rond het begin van de twintigste eeuw radicaal met dit systeem: hij liet de grondtoon en de toonsoort los en schreef atonale muziek, waarin geen enkele toon nog het centrum vormt en alle tonen gelijkwaardig zijn. Het gevolg is muziek die het vertrouwde gevoel van rust en oplossing mist en daardoor spanningsvol, onrustig, vervreemdend of dissonant klinkt. Deze breuk is in de muziek even ingrijpend als het loslaten van het perspectief in de schilderkunst. Op het examen herken je atonale muziek aan het ontbreken van een duidelijke toonsoort of grondtoon en aan de daaruit voortkomende onrustige, ongebonden klank.
Om de atonaliteit te begrijpen moet je haar samenhang met de andere moderne kunst zien, want die parallel is precies het disciplineoverstijgende inzicht dat kunst (algemeen) vraagt. Schönbergs loslaten van de grondtoon is de muzikale tegenhanger van wat er in de beeldende kunst gebeurde: zoals het kubisme met het perspectief brak en De Stijl de herkenbare werkelijkheid losliet, zo brak Schönberg met de tonaliteit — het vertrouwde ordeningssysteem van de muziek. In alle gevallen wordt een eeuwenoude, vanzelfsprekende conventie doorbroken ten gunste van iets nieuws en ongehoords, passend bij de omgewoelde moderne wereld. En net als de vervormde beeldende kunst leent de atonale, dissonante muziek zich uitstekend om onrust, angst, spanning en vervreemding uit te drukken — de gevoelens van een tijd die haar vertrouwde houvast had verloren. Zo delen de atonale muziek en de moderne beeldende kunst dezelfde grondhouding: breken met de vertrouwde orde en een nieuwe vorm zoeken voor een nieuwe werkelijkheid. Op het examen verbind je Schönbergs atonaliteit daarom met de bredere moderne breuk.
Naast het loslaten van oude systemen bracht het moderne ook een geheel nieuwe kunstvorm voort — de film — en die moet je als jonge, moderne discipline kunnen plaatsen. De film ontstond rond 1900 en groeide in de eerste helft van de twintigste eeuw uit tot een volwaardige, massale kunstvorm. Zij is bij uitstek modern: zij is het kind van de nieuwe techniek (de filmcamera en de projectie) en zij bereikt via de bioscoop een groot, breed publiek. De film heeft bovendien een eigen, nieuwe beeldtaal ontwikkeld — met middelen als de montage (het betekenisvol aaneenmonteren van losse beeldfragmenten), het camerastandpunt, de beweging en het ritme — waarmee zij verhalen kan vertellen en emoties oproepen op een manier die geen enkele oudere kunst kende. Tegelijk is de film, net als eerder de opera en het muziekdrama, een samensmelting van vele kunsten: beeld, verhaal, spel, muziek, decor en montage komen erin samen. Op het examen herken je de film als een typisch moderne, technische en veelomvattende kunstvorm en kun je haar eigen middelen (zoals montage) benoemen.
Voor de examenbeschouwing is het waardevol de atonale muziek en de film samen te plaatsen als twee gezichten van hetzelfde moderne, want dat toont de breedte van de context. De atonaliteit laat zien hoe het moderne een eeuwenoude conventie (de tonaliteit) durfde los te laten en zo een nieuwe, ongebonden klankwereld schiep; de film laat zien hoe het moderne, gedreven door nieuwe techniek, een geheel nieuwe kunstvorm met een eigen beeldtaal deed ontstaan. Beide zijn ondenkbaar zonder de moderne tijd: de een breekt met het verleden, de ander schept iets dat er nooit was. Samen met het kubisme, De Stijl en het Bauhaus tekenen zij het volledige beeld van deze context: een kunst die in alle disciplines — beeld, muziek, vormgeving, film — radicaal vernieuwt en een nieuwe vormtaal zoekt voor een nieuwe wereld. Wie de atonale muziek en de film kan verbinden met de beeldende avant-garde door hun gedeelde moderne grondhouding te benoemen, laat zien deze rijke context als één geheel te overzien (Afb. 4).

De moderne breuk door alle disciplines

Moderne breuken in de tijdTijdlijn van 1905 tot 1935, 1908: Kubisme, 1909: Atonaliteit, 1917: De Stijl, 1919: Bauhaus, 1905–1935: Avant-garde19051935jaarAvant-garde1908Kubisme1909Atonaliteit1917De Stijl1919Bauhaus
Afb. 4Afb. 4 — In korte tijd breekt de kunst in elke discipline met de traditie: het perspectief (kubisme), de toonsoort (atonaliteit) en het ornament (De Stijl, Bauhaus).
Uitgewerkt voorbeeld

Atonaliteit als moderne breuk duiden

Verklaar waarom Schönbergs atonale muziek een even radicale breuk is als het kubisme in de schilderkunst.

  1. 01Benoem de traditie

    De westerse muziek was eeuwenlang tonaal: opgebouwd rond een grondtoon en toonsoort die rust, richting en samenhang geven.

  2. 02Benoem de breuk

    Schönberg laat de grondtoon en de toonsoort los; in de atonale muziek is geen toon nog het centrum en klinken alle tonen gelijkwaardig.

  3. 03Leg de parallel

    Zoals het kubisme met het perspectief brak — het vertrouwde ordeningssysteem van het beeld — zo breekt de atonaliteit met de tonaliteit, het ordeningssysteem van de muziek.

  4. 04Concludeer

    Beide doorbreken een eeuwenoude, vanzelfsprekende conventie ten gunste van iets nieuws, en beide passen bij de vervreemding van de moderne wereld; de breuken zijn even radicaal.

Resultaat: Schönberg laat de grondtoon en toonsoort los zoals het kubisme het perspectief loslaat; beide doorbreken het vertrouwde ordeningssysteem van hun discipline ten gunste van een nieuwe, spanningsvolle vormtaal. De atonaliteit is daarmee de muzikale tegenhanger van de kubistische breuk.

Eindexamen-focus

  • De atonaliteit (Schönberg) herkennen als het loslaten van grondtoon en toonsoort en als de muzikale tegenhanger van de beeldende avant-garde.
  • De film als typisch moderne, technische kunstvorm plaatsen en haar eigen middelen (montage, camerastandpunt) benoemen.

Veelgemaakte fouten

  • Atonale muziek gewoon „vals” of „mislukt” noemen, in plaats van te herkennen dat de grondtoon bewust is losgelaten om een nieuwe, spanningsvolle klankwereld te scheppen.
  • De film niet als kunstvorm serieus nemen, terwijl zij een eigen moderne beeldtaal (montage, camerawerk) en een samensmelting van vele kunsten is.

Actieve herhaling

Je hoort een fragment atonale muziek en krijgt informatie over een vroege film. Leg uit hoe elk met een traditie breekt of iets nieuws schept, en verbind beide met de moderne grondhouding van deze context.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) havo/vwo — atonale muziek (Schönberg) en de film (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01De moderne breuk met de traditie en de avant-garde○
    • 02Het kubisme van Picasso: het perspectief opgebroken◐
    • 03De Stijl, Mondriaan en het Bauhaus: abstractie en functie●
    • 04Atonale muziek en de film: nieuwe klanken en beelden◐

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Cultuur van het moderne in de eerste helft van de twintigste eeuw

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~22
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma kunst (algemeen) havo/vwo — de moderne breuk en de avant-garde

Vorig onderwerp

Cultuur van Romantiek en realisme in de negentiende eeuw

Volgend onderwerp

Massacultuur vanaf 1950

EuraStudy·Samenvattingen T·12·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.