EuraStudy
Samenvattingen/Kunst (algemeen)/Cultuur van Romantiek en realisme in de negentiende eeuw
Samenvattingen · Kunst (algemeen)NL · HAVO

Cultuur van Romantiek en realisme in de negentiende eeuw

De negentiende eeuw bracht twee tegengestelde antwoorden op een snel veranderende wereld. Je leert de Romantiek herkennen: de kunst van het gevoel, de verbeelding, het verhevene en de natuur, met makers als Beethoven, Eugène Delacroix en Caspar David Friedrich. Daartegenover leer je het realisme kennen: de kunst die de gewone, ongeflatteerde werkelijkheid toont, met Gustave Courbet als voorman. Je leert ook het nationalisme als drijvende kracht begrijpen en het muziekdrama van Richard Wagner als het grote streven naar een totaalkunstwerk plaatsen.

4 Onderdelen·~21 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·111111 / 13
Examenprofiel
De Romantiek herkennen aan haar kernwaarden (gevoel, verbeelding, het sublieme, natuur, individu) en aan werk van Beethoven, Delacroix en FriedrichHet realisme herkennen als de weergave van de ongeflatteerde werkelijkheid en het als reactie op de Romantiek verklarenHet nationalisme en het muziekdrama van Wagner (totaalkunstwerk) plaatsen en aan hun tijd koppelen
Operatoren:leg uitverklaaranalyseervergelijkberedeneerinterpreteer

basisniveau

Deze context stelt twee stromingen tegenover elkaar: koppel de Romantiek aan de invalshoek esthetica (het sublieme) en het realisme aan de gewone werkelijkheid en de maatschappij van de industriële eeuw.

verhoogd niveau

Zie de negentiende eeuw als een scharnier: de Romantiek maakt de kunstenaar tot vrij, gevoelig genie, het realisme richt de blik op de sociale werkelijkheid — beide banen de weg naar de moderne kunst.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Cultuur van Romantiek en realisme in de negentiende eeuw
    • 01De Romantiek: gevoel, verbeelding en het genie○
    • 02Natuur, het sublieme en het nationalisme◐
    • 03Het realisme: de gewone werkelijkheid als reactie●
    • 04Wagner en het muziekdrama als totaalkunstwerk◐
§ 01

De Romantiek: gevoel, verbeelding en het genie#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

De Romantiek is de eerste grote stroming van deze context en je moet haar kernwaarden scherp kunnen benoemen, want zij verklaren vrijwel alle romantische vormkeuzes. De Romantiek (grofweg de eerste helft van de negentiende eeuw) is een reactie op het voorafgaande verstandelijke, geordende classicisme en op de kille berekening van de opkomende industrie. Waar het classicisme rede, regel, maat en beheersing vooropstelde, plaatst de Romantiek daar het gevoel, de verbeelding, de hartstocht, het verlangen en de fantasie tegenover. Niet het verstand maar de emotie is de bron en de maatstaf van de kunst: een werk moet ontroeren, meeslepen en het innerlijk raken. De romanticus zoekt het bijzondere, het uitzonderlijke en het intense in plaats van het evenwichtige en algemene. Op het examen verklaar je een romantisch werk daarom bijna altijd vanuit dit primaat van het gevoel: de vorm — de heftige kleuren, de dramatische composities, de aangrijpende onderwerpen — dient om emotie op te wekken, niet om harmonie te tonen.
Een centraal romantisch begrip is de nieuwe rol van de kunstenaar als vrij, oorspronkelijk genie, en dit inzicht keert op het examen geregeld terug. In de Romantiek wordt de kunstenaar niet langer gezien als een vakman die een opdracht uitvoert of regels volgt, maar als een uitzonderlijk begaafd individu dat vanuit een innerlijke bezieling en oorspronkelijkheid schept. Het genie volgt zijn eigen gevoel en verbeelding, breekt met de regels en drukt zijn unieke innerlijk uit; oorspronkelijkheid en persoonlijke expressie worden de hoogste waarden. Deze verheerlijking van het scheppende individu heeft grote gevolgen: de kunstenaar wordt een vrije, autonome figuur die niet meer in dienst staat van kerk of hof, maar van zijn eigen visie. Ludwig van Beethoven geldt als het toonbeeld van dit romantische geniebesef: een componist die de muziek met ongekende kracht en persoonlijke bezieling vernieuwde en zich als een vrije schepper boven de conventies stelde. Op het examen koppel je deze geniegedachte aan de nadruk op emotie en oorspronkelijkheid.
De Romantiek koestert een sterk verlangen naar het verre, het vreemde en het ongewone, en die thematiek moet je in romantische onderwerpen kunnen herkennen. Omdat de romanticus de grauwe, verstandelijke werkelijkheid van zijn eigen tijd wilde ontvluchten, zocht hij zijn onderwerpen elders: in het verre verleden (vooral de geïdealiseerde middeleeuwen met hun ridders, kastelen en legenden), in verre en exotische landen (het Oosten, vreemde culturen), in de wereld van sprookjes, dromen, mythen en het bovennatuurlijke, en in hevige gevoelens als liefde, heimwee, wanhoop en heldenmoed. Dit verlangen naar het andere — naar het verhevene, het geheimzinnige en het aangrijpende — noemt men wel het romantische escapisme of de romantische Sehnsucht. Het onderwerp is zelden het nuchtere heden; het is bijna altijd iets dat de verbeelding prikkelt en het gevoel aanwakkert. Wie een romantisch werk analyseert, benoemt zulke onderwerpen (het verleden, het exotische, het dromerige, de hevige emotie) en verbindt ze met het verlangen om aan de gewone werkelijkheid te ontkomen.
De schilder Eugène Delacroix is een sleutelfiguur van de romantische schilderkunst, en aan zijn werk kun je de romantische vormtaal goed leren herkennen. Delacroix (1798–1863) schilderde met heftige, warme kleuren, losse en energieke penseelstreken en dramatische, bewegingsvolle composities vol hartstocht en geweld. Zijn onderwerpen zijn aangrijpend: heroïsche strijd, exotische taferelen, historische en literaire drama's. Hij stelde de kleur en de emotie boven de strakke lijn en tekening van het classicisme, en juist die keuze maakt hem tot een romanticus in hart en nieren. Zijn beroemde schilderij De vrijheid leidt het volk verbeeldt een revolutionair, hartstochtelijk tafereel waarin een allegorische vrouwenfiguur, de Vrijheid, het opstandige volk aanvoert — gevoel, drama en idealisme in één. Op het examen herken je Delacroix, en de romantische schilderkunst in het algemeen, aan de heftige kleuren, de dynamische compositie en de aangrijpende, gepassioneerde onderwerpen, en verklaar je die uit het romantische primaat van het gevoel (Afb. 1).

Kernwaarden van de Romantiek

Het gevoel als kern van de RomantiekGraaf, Gevoel en emotie → Verbeelding, Gevoel en emotie → Het vrije genie, Gevoel en emotie → Natuur, het sublieme, Gevoel en emotie → Verlangen naar het verreGevoel en emotieVerbeeldingHet vrije genieNatuur, hetsubliemeVerlangen naarhet verre
Afb. 1Afb. 1 — De Romantiek stelt het gevoel centraal; daaruit volgen de verbeelding, het scheppende genie, de natuur en het verlangen naar het verre en verhevene.
Uitgewerkt voorbeeld

Een romantisch schilderij duiden

Verklaar waarom een schilderij met heftige kleuren, een woelige compositie en een heroïsch, hartstochtelijk tafereel als romantisch geldt.

  1. 01Benoem de waarneming

    Het werk toont heftige, warme kleuren, losse toetsen, een dynamische, bewegingsvolle compositie en een aangrijpend, heroïsch onderwerp.

  2. 02Bepaal de kernwaarde

    De Romantiek stelt het gevoel, de hartstocht en de verbeelding centraal, tegenover de rede en de regel van het classicisme.

  3. 03Koppel vorm aan waarde

    De heftige kleuren en de woelige compositie dienen om emotie op te wekken en de kijker mee te slepen; het heroïsche onderwerp prikkelt de verbeelding en het gevoel.

  4. 04Concludeer

    Omdat vorm en onderwerp samen op de emotie mikken in plaats van op harmonie of nuchtere weergave, is het werk romantisch.

Resultaat: De heftige kleuren, de dynamische compositie en het aangrijpende onderwerp mikken op de emotie en de verbeelding van de kijker in plaats van op harmonie of nuchtere weergave; het werk is daarmee romantisch, gestuurd door het primaat van het gevoel.

Eindexamen-focus

  • De romantische kernwaarden benoemen (gevoel, verbeelding, hartstocht, oorspronkelijkheid) en de vorm daaruit verklaren.
  • Het romantische genie (Beethoven) en de romantische onderwerpen (verleden, exotiek, droom, hevige emotie) herkennen, met Delacroix als voorbeeld in de schilderkunst.

Veelgemaakte fouten

  • De Romantiek verwarren met „romantiek” in de alledaagse zin van liefde; het gaat om een brede stroming van gevoel, verbeelding, het sublieme en het verlangen naar het bijzondere.
  • Romantische heftige kleuren en dramatische composities als „slordig” of „overdreven” beoordelen zonder hun doel (emotie opwekken) te benoemen.

Actieve herhaling

Je krijgt een romantisch schilderij met heftige kleuren, een dramatische compositie en een aangrijpend onderwerp. Analyseer de romantische kenmerken en verklaar hoe de vorm het gevoel van de kijker wil raken.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) havo/vwo — de Romantiek, gevoel en het genie (CvTE / Examenblad)

§ 02

Natuur, het sublieme en het nationalisme#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

De natuur speelt in de Romantiek een hoofdrol, en je moet de romantische natuurbeleving kunnen duiden, want zij verschilt wezenlijk van elke eerdere. Voor de romanticus is de natuur geen decor en geen te beheersen materie, maar een bezielde, aangrijpende macht waarin het oneindige, het goddelijke en het gevoel zich openbaren. De natuur weerspiegelt de gemoedstoestand van de mens en overweldigt hem tegelijk. Daarom schildert de romanticus geen geordende, temmelijke natuur, maar de woeste, grootse en ontzagwekkende natuur: hoge bergen, wilde stormen, eindeloze zeeën, ruïnes in de mist, maanlicht en het onmetelijke uitspansel. Deze natuur roept ontzag en huivering op — precies het sublieme dat je bij de invalshoek esthetica hebt leren kennen. De romantische natuurbeleving is dus het toneel bij uitstek van het sublieme: de nietige mens tegenover een overweldigende natuur. Op het examen verbind je romantische landschappen daarom met het sublieme en met het romantische verlangen naar het oneindige.
De schilder Caspar David Friedrich is de meester van dit romantische, sublieme landschap, en zijn werk is een terugkerende examencasus die je moet kunnen herkennen. Friedrich (1774–1840) schilderde stille, weidse landschappen doortrokken van een geestelijke, bijna religieuze stemming: mistige bergtoppen, eenzame kruisen, kale bomen, de maan boven een verlaten kust. Kenmerkend is de Rückenfigur: een menselijke figuur die met de rug naar de kijker in het landschap staat en, samen met ons, in de verte staart. Zo worden wij als kijker in de contemplatie meegezogen en voelen wij de nietigheid van de mens tegenover de onmetelijke, verheven natuur. Zijn beroemde schilderij De wandelaar boven de nevelzee toont zo'n rugfiguur op een bergtop boven een zee van mist — het beeld bij uitstek van het sublieme en de romantische ziel. Op het examen herken je Friedrich aan het weidse, stemmingsvolle landschap, de rugfiguur en de geestelijke, melancholische sfeer, en duid je dit als het sublieme.
Naast de natuur is het nationalisme een belangrijke drijvende kracht in deze context, en je moet kunnen uitleggen hoe het de kunst voedde. Het nationalisme is het opkomende gevoel van trots op en verbondenheid met de eigen natie: haar taal, geschiedenis, volksverhalen en landschap. In de negentiende eeuw groeide dit gevoel sterk, mede omdat volkeren naar eenheid en onafhankelijkheid streefden. De Romantiek voedde het nationalisme en werd erdoor gevoed: kunstenaars putten uit de eigen volksliederen, sagen, helden en het vaderlandse verleden om een eigen nationale identiteit uit te drukken en te vieren. Componisten verwerkten volksmelodieën en nationale legenden in hun muziek; schilders verheerlijkten het eigen landschap en de eigen geschiedenis; dichters verzamelden volkssprookjes. Zo werd kunst een middel om de ziel van het volk te bezingen. Het nationalisme past bovendien bij de romantische voorkeur voor het gevoel, het verleden en het eigene. Op het examen herken je nationalistische kunst aan haar beroep op de eigen geschiedenis, volkscultuur en het vaderlandse landschap.
Voor de examenbeschouwing is het waardevol te zien hoe natuur, het sublieme en het nationalisme in de Romantiek samenhangen, want die samenhang toont het inzicht dat kunst (algemeen) vraagt. Alle drie komen voort uit hetzelfde romantische gevoel en verlangen: de natuur biedt het sublieme, het overweldigende dat de ziel raakt; het vaderlandse landschap en verleden voeden de trots op de eigen natie; en beide bieden een ontsnapping aan de nuchtere, industriële werkelijkheid naar iets groters en gevoelsmatigs. Een romantisch landschapsschilderij kan zo tegelijk het sublieme uitdrukken én, door het eigen vaderlandse land te tonen, een nationaal gevoel oproepen. En de romantische muziek kan door een nationale legende te bezingen zowel emotie opwekken als de volksidentiteit vieren. Deze verweving van gevoel, natuur, het sublieme en het nationale is typisch voor de Romantiek. Wie een werk vanuit meerdere van deze draden tegelijk kan lezen, laat zien de context in haar volle rijkdom te begrijpen (Afb. 2).

Het romantische landschap ontleed

Het romantische, sublieme landschapTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Element · Kenmerk · Betekenis; Natuur · Woest, weids, mistig · Het sublieme; Figuur · Rugfiguur · Nietige mens; Stemming · Melancholisch, stil · Innerlijk gevoel; Motief · Eigen landschap · Nationaal gevoel, gemarkeerde cel: Het subliemeELEMENTKENMERKBETEKENISNatuurWoest, weids, mistigHet subliemeFiguurRugfiguurNietige mensStemmingMelancholisch, stilInnerlijk gevoelMotiefEigen landschapNationaal gevoel
Afb. 2Afb. 2 — In het romantische landschap dragen de woeste natuur, de rugfiguur en de stemming samen het sublieme en soms een nationaal gevoel.
Uitgewerkt voorbeeld

De rugfiguur en het sublieme duiden

Verklaar hoe een romantisch landschap met een rugfiguur boven een zee van mist het sublieme oproept.

  1. 01Benoem het landschap

    Het toont een weidse, woeste en mistige natuur — bergtoppen boven een zee van nevel — die overweldigend en onmetelijk oogt.

  2. 02Benoem de rugfiguur

    Een mens staat met de rug naar ons in het landschap en staart in de verte; wij kijken als het ware met hem mee.

  3. 03Koppel aan het sublieme

    De overweldigende natuur roept ontzag en huivering op; de kleine rugfiguur laat ons de nietigheid van de mens tegenover die grootsheid voelen — dat is het sublieme.

  4. 04Concludeer

    Door de rugfiguur worden wij in de contemplatie meegetrokken en ervaren wij het sublieme rechtstreeks: de mens is nietig tegenover de onmetelijke, verheven natuur.

Resultaat: De woeste, onmetelijke natuur roept ontzag op, en de kleine rugfiguur laat ons met hem de nietigheid van de mens ervaren; zo verbeeldt het landschap het sublieme, het overweldigende romantische ideaal.

Eindexamen-focus

  • De romantische natuurbeleving en het sublieme herkennen (de woeste, overweldigende natuur, de nietige mens) met Friedrich en de rugfiguur als voorbeeld.
  • Het nationalisme uitleggen als drijvende kracht en herkennen aan het beroep op eigen geschiedenis, volkscultuur en vaderlands landschap.

Veelgemaakte fouten

  • Een romantisch berglandschap als een gewone natuurweergave zien, zonder het sublieme (ontzag, nietigheid van de mens) en de stemming te benoemen.
  • Het nationalisme in de kunst gelijkstellen aan louter politiek, in plaats van het te herkennen als een romantische trots op eigen taal, verleden en volkscultuur.

Actieve herhaling

Je krijgt een romantisch landschap met een rugfiguur die uitkijkt over woeste bergen in de mist. Leg uit hoe dit werk het sublieme verbeeldt en welke rol de rugfiguur speelt in de beleving van de kijker.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) havo/vwo — natuur, het sublieme en het nationalisme (CvTE / Examenblad)

§ 03

Het realisme: de gewone werkelijkheid als reactie#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kernpunten

Het realisme is de tweede grote stroming van deze context en je moet het scherp kunnen omschrijven én als tegenbeweging van de Romantiek kunnen verklaren. Het realisme (vanaf het midden van de negentiende eeuw) keert zich af van de romantische verbeelding, de hevige emotie en de vlucht naar het verre en verhevene. In plaats daarvan richt het de blik op de gewone, tastbare, hedendaagse werkelijkheid: het alledaagse leven van gewone mensen, weergegeven zoals het is, zonder idealisering, verfraaiing of dramatisering. De realist schildert geen goden, helden of exotische dromen, maar boeren, arbeiders, wasvrouwen en steenkloppers in hun echte, vaak harde bestaan. Het motto is de nuchtere, eerlijke weergave van het zichtbare heden. Zo is het realisme in vrijwel alles het tegendeel van de Romantiek: waar de romanticus vlucht in gevoel en verbeelding, kijkt de realist onbevangen naar de werkelijkheid om zich heen. Op het examen verklaar je het realisme daarom vaak als een bewuste reactie op de romantische verbeelding en overdrijving.
Het realisme moet je begrijpen tegen de achtergrond van de maatschappelijke veranderingen van de negentiende eeuw, want die verklaren de keuze voor het gewone en het sociale. De industriële revolutie had de samenleving ingrijpend veranderd: fabrieken, steden en een grote arbeidersklasse ontstonden, vaak in armoede en onder harde omstandigheden. Deze nieuwe, nuchtere en soms schrijnende werkelijkheid vroeg om aandacht. Realistische kunstenaars vonden dat de kunst de wereld eerlijk moest tonen zoals hij werkelijk was, inclusief de armoede, de arbeid en het lot van de gewone mens — niet wegkijken in dromen, maar de werkelijkheid onder ogen zien. Zo kreeg het realisme vaak een sociaal-kritische lading: door het harde leven van boeren en arbeiders ongeflatteerd te tonen, vestigde het de aandacht op sociale misstanden en op mensen die tot dan toe zelden een waardig onderwerp waren geweest. Op het examen koppel je het realisme daarom aan de industriële, sociale werkelijkheid van zijn tijd en aan zijn eerlijke, soms aanklagende blik.
Gustave Courbet is de voorman van het realisme, en aan zijn houding en werk kun je de kern van de stroming goed begrijpen. Courbet (1819–1877) verklaarde openlijk dat hij alleen wilde schilderen wat hij met eigen ogen kon zien: geen engelen, want die had hij nooit gezien. Hij koos bewust gewone, onopgesmukte onderwerpen — steenkloppers aan de weg, boeren, een begrafenis in een dorp — en schilderde ze groot, ernstig en zonder enige idealisering, op een formaat dat tot dan toe voor helden en heiligen was gereserveerd. Juist door het gewone volk zo groot en waardig af te beelden, brak hij met de traditie en schokte hij het publiek, dat zulke „lelijke” en „platte” onderwerpen ongepast vond. Zijn keuze was daarmee ook een statement: het gewone leven verdient het om serieus en op ware grootte te worden getoond. Op het examen herken je het realisme, en Courbet in het bijzonder, aan de gewone onderwerpen, de ongeflatteerde, nuchtere weergave en de vaak sociaal geladen ernst.
Voor de examenbeschouwing is de directe vergelijking tussen Romantiek en realisme het krachtigste instrument, want zij maakt beide stromingen scherp en toont hun tegenstelling. De Romantiek kiest voor gevoel, verbeelding, het verre en verhevene, het uitzonderlijke en het sublieme; het realisme kiest voor nuchtere waarneming, het nabije en gewone, de tastbare hedendaagse werkelijkheid en het sociale. De romanticus vlucht uit zijn tijd; de realist kijkt zijn tijd recht aan. De romanticus verheft en dramatiseert; de realist toont eerlijk en ongeïdealiseerd. Toch delen zij één ding: beide breken met de academische regels en de idealiserende traditie, en beide maken de kunstenaar tot een vrij individu dat zijn eigen keuzes maakt — de een gedreven door gevoel, de ander door waarheidsdrang. Zo banen beide, elk op hun manier, de weg naar de moderne kunst. Wie een romantisch en een realistisch werk naast elkaar kan leggen en het verschil in onderwerp, houding en vorm kan verklaren, beheerst de kern van deze context (Afb. 3).

Romantiek versus realisme

Twee stromingen tegenover elkaarTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Aspect · Romantiek · Realisme; Onderwerp · Verre, verhevene · Gewone werkelijkheid; Houding · Gevoel, verbeelding · Nuchtere waarneming; Mens · Held, genie · Boer, arbeider; Blik · Vlucht uit de tijd · Kijkt de tijd aan, gemarkeerde cel: Gewone werkelijkheidASPECTROMANTIEKREALISMEOnderwerpVerre, verheveneGewone werkelijkheidHoudingGevoel, verbeeldingNuchtere waarnemingMensHeld, genieBoer, arbeiderBlikVlucht uit de tijdKijkt de tijd aan
Afb. 3Afb. 3 — Romantiek en realisme zijn tegengestelde antwoorden: de vlucht in gevoel en verbeelding tegenover de nuchtere blik op de gewone werkelijkheid.
Uitgewerkt voorbeeld

Een realistisch werk tegenover de Romantiek plaatsen

Verklaar waarom een groot, ongeïdealiseerd schilderij van steenkloppers realistisch is en hoe het breekt met de Romantiek.

  1. 01Bepaal het onderwerp

    Het werk toont gewone arbeiders — steenkloppers — bij hun harde, alledaagse werk, zonder verfraaiing of drama.

  2. 02Bepaal de houding

    De weergave is nuchter en eerlijk; het gewone volk wordt groot en ernstig getoond, op een formaat dat vroeger voor helden gold.

  3. 03Contrasteer met de Romantiek

    De Romantiek zou vluchten in gevoel, verbeelding of het verhevene; hier kijkt de kunstenaar juist de hedendaagse, sociale werkelijkheid recht aan.

  4. 04Benoem de betekenis

    Door het harde arbeidersleven zo waardig te tonen, vestigt het werk de aandacht op sociale misstanden — een sociaal-kritische, realistische keuze.

Resultaat: Het werk toont gewone arbeiders eerlijk, groot en zonder idealisering en kijkt zo de hedendaagse sociale werkelijkheid recht aan; daarmee breekt het met de romantische vlucht in gevoel en verbeelding en is het realistisch, met een sociaal-kritische lading.

Eindexamen-focus

  • Het realisme omschrijven (de gewone, hedendaagse werkelijkheid, ongeïdealiseerd) en als reactie op de Romantiek en op de industriële, sociale werkelijkheid verklaren.
  • Courbet als voorman herkennen (gewone onderwerpen, groot en ernstig, sociaal geladen) en Romantiek en realisme systematisch vergelijken.

Veelgemaakte fouten

  • Realisme gelijkstellen aan „heel gedetailleerd of fotografisch schilderen”; het gaat vooral om de keuze voor het gewone, hedendaagse onderwerp, eerlijk en zonder idealisering.
  • De ongeflatteerde, „lelijke” onderwerpen van het realisme als onkunde of smakeloosheid zien, in plaats van als een bewuste, vaak sociaal-kritische keuze.

Actieve herhaling

Je krijgt een realistisch schilderij van arbeiders of boeren bij hun zware werk, groot en ongeïdealiseerd weergegeven. Leg uit waarom dit werk realistisch is en hoe het zich verhoudt tot de romantische kunst, en benoem de mogelijke sociale betekenis.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) havo/vwo — het realisme en Courbet (CvTE / Examenblad)

§ 04

Wagner en het muziekdrama als totaalkunstwerk#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

De negentiende-eeuwse muziek kent een grootse, ambitieuze figuur wiens streven je op kunst (algemeen) moet kunnen plaatsen: de componist Richard Wagner. Wagner (1813–1883) bracht de romantische muziek tot een hoogtepunt en vernieuwde de opera ingrijpend. Zijn muziek is grootschalig, overweldigend en emotioneel meeslepend, met een enorm orkest, lange spanningsbogen en een rijke, gedurfde harmonie die alle registers van het gevoel bespeelt. Wagner belichaamt het romantische streven naar het grootse, het diepe en het allesomvattende: hij wilde de kijker en luisteraar volledig onderdompelen en overweldigen. Zijn onderwerpen putten diep uit mythen en sagen, vooral uit de Germaanse en middeleeuwse legendenwereld, geheel in de romantische geest van het verre verleden, het heldhaftige en het bovennatuurlijke. Op het examen herken je Wagner en de laat-romantische muziek aan deze grootse schaal, de meeslepende emotie en de mythologische, legendarische stof.
Wagners centrale idee, dat je nauwkeurig moet kunnen omschrijven, is het totaalkunstwerk (het Gesamtkunstwerk). Wagner wilde de opera niet langer als een reeks losse mooie zangnummers, maar als één samenhangend, meeslepend geheel waarin alle kunsten volledig samensmelten en samen één dramatische werking hebben: de muziek, de zang, de dichtkunst (het verhaal en de tekst), het toneelspel, het decor en de beeldende vormgeving. Geen enkel onderdeel mag op zichzelf staan of alleen om zijn schoonheid schitteren; alles dient samen het drama en de emotie. Dit ideaal noemde hij het Gesamtkunstwerk, het totaalkunstwerk, en hij noemde zijn opera's dan ook muziekdrama's in plaats van opera's. Om zijn ideaal volmaakt te kunnen uitvoeren, liet hij zelfs een eigen theater bouwen, geheel op zijn muziekdrama's afgestemd. Op het examen leg je uit dat het totaalkunstwerk de volledige versmelting van alle kunstdisciplines tot één dramatisch geheel nastreeft — een idee dat ver vooruitwijst naar de latere kunst.
Een technisch middel waarmee Wagner zijn totaalkunstwerk gestalte gaf, is het leidmotief, en dit begrip is nuttige examenstof over hoe muziek betekenis draagt. Een leidmotief (Leitmotiv) is een kort, herkenbaar muzikaal thema dat telkens terugkeert en verbonden is met een bepaald personage, voorwerp, gevoel of idee in het drama. Wanneer dat personage of die gedachte in het verhaal een rol speelt, klinkt zijn motief in de muziek, ook als hij niet zichtbaar is of niets zegt. Zo weeft Wagner een dicht netwerk van betekenissen door de muziek: het orkest becommentarieert het drama, roept herinneringen op en onthult wat de personages voelen of niet uitspreken. Het leidmotief bindt zo de muziek en het drama tot een hechte eenheid — precies wat het totaalkunstwerk beoogt. Het is een krachtig middel om muziek verhalend en betekenisvol te maken. Op het examen herken je het leidmotief als een terugkerend thema dat een vaste betekenis draagt, en verbind je het met Wagners streven naar volledige samensmelting van muziek en drama.
Voor de examenbeschouwing is Wagner een dankbare afsluiting van deze context, want zijn muziekdrama verbindt de invalshoeken en wijst vooruit naar het moderne. Wagners werk verenigt vrijwel alles wat de negentiende eeuw kenmerkt: de romantische nadruk op grootse emotie en het overweldigende, het beroep op mythe en het verre verleden, en het nationalisme (de Germaanse legendenstof en de trots op een eigen culturele identiteit). Tegelijk kondigt zijn ideaal van het totaalkunstwerk — de volledige versmelting van alle kunsten tot één ervaring — een moderne gedachte aan die in de twintigste eeuw, van de avant-garde tot de film, zou doorwerken; ook de film is immers een samensmelting van beeld, muziek, verhaal en spel. Zo is Wagner tegelijk een hoogtepunt van de Romantiek en een wegbereider van het moderne. Wie zijn muziekdrama kan plaatsen als totaalkunstwerk en het kan verbinden met de romantische kernwaarden én met het latere streven de kunsten te versmelten, laat zien deze context in haar volle breedte en samenhang te begrijpen (Afb. 4).

Het totaalkunstwerk van Wagner

Alle kunsten versmelten in het muziekdramaGraaf, Muziek en zang → Totaalkunstwerk, Dichtkunst, verhaal → Totaalkunstwerk, Toneelspel → Totaalkunstwerk, Decor, beeld → TotaalkunstwerkTotaalkunstwerkMuziek en zangDichtkunst,verhaalToneelspelDecor, beeld
Afb. 4Afb. 4 — In het totaalkunstwerk versmelten muziek, zang, dichtkunst, toneel en decor volledig tot één meeslepend dramatisch geheel.
Uitgewerkt voorbeeld

Het totaalkunstwerk uitleggen

Verklaar wat Wagner bedoelde met het totaalkunstwerk en waarom hij zijn werken muziekdrama's noemde.

  1. 01Benoem het probleem

    In de gewone opera stonden mooie zangnummers vaak op zichzelf en schitterden om hun eigen schoonheid, los van het drama.

  2. 02Benoem Wagners ideaal

    Wagner wilde dat alle kunsten — muziek, zang, dichtkunst, toneelspel, decor — volledig samensmelten en samen één dramatische werking hebben.

  3. 03Koppel aan de naam

    Omdat muziek en drama zo tot één onlosmakelijk geheel versmelten, noemde hij zijn werken muziekdrama's in plaats van opera's.

  4. 04Noem een middel

    Het leidmotief — een terugkerend thema met een vaste betekenis — bindt muziek en drama en versterkt de eenheid die het totaalkunstwerk beoogt.

Resultaat: Met het totaalkunstwerk streefde Wagner naar de volledige versmelting van muziek, zang, dichtkunst, toneel en decor tot één dramatisch geheel; omdat muziek en drama zo onlosmakelijk verbonden zijn, noemde hij zijn werken muziekdrama's, mede gebonden door het leidmotief.

Eindexamen-focus

  • Het totaalkunstwerk (Gesamtkunstwerk) omschrijven als de volledige versmelting van alle kunsten tot één dramatisch geheel, met Wagner als grondlegger.
  • Het leidmotief herkennen (terugkerend thema met vaste betekenis) en Wagner verbinden met romantiek, mythe, nationalisme en het latere moderne.

Veelgemaakte fouten

  • Een muziekdrama van Wagner als een gewone opera met losse aria's zien, terwijl hij juist de volledige versmelting tot één dramatisch geheel (totaalkunstwerk) nastreeft.
  • Het leidmotief verwarren met een gewone mooie melodie, in plaats van het te herkennen als een terugkerend thema met een vaste, dramatische betekenis.

Actieve herhaling

Leg uit wat Wagner met het totaalkunstwerk (Gesamtkunstwerk) nastreefde en hoe het leidmotief daaraan bijdraagt. Verbind Wagners muziekdrama vervolgens met de romantische kernwaarden van deze eeuw.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) havo/vwo — Wagner, het muziekdrama en het totaalkunstwerk (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01De Romantiek: gevoel, verbeelding en het genie○
    • 02Natuur, het sublieme en het nationalisme◐
    • 03Het realisme: de gewone werkelijkheid als reactie●
    • 04Wagner en het muziekdrama als totaalkunstwerk◐

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Cultuur van Romantiek en realisme in de negentiende eeuw

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~21
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma kunst (algemeen) havo/vwo — de Romantiek, gevoel en het genie

Vorig onderwerp

Burgerlijke cultuur van Nederland in de zeventiende eeuw

Volgend onderwerp

Cultuur van het moderne in de eerste helft van de twintigste eeuw

EuraStudy·Samenvattingen T·11·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.