EuraStudy
Samenvattingen/Handvaardigheid/Kunstgeschiedenis: renaissance en barok
Samenvattingen · HandvaardigheidNL · HAVO

Kunstgeschiedenis: renaissance en barok

Deze samenvatting behandelt de beeldhouwkunst van de renaissance en de barok, van Ghiberti en Donatello via Michelangelo tot Bernini. Je leert driedimensionaal werk beschrijven, benoemen en op stijl dateren met vaktermen als contrapposto, non-finito en bel composto. De rode draad is het verschil tussen renaissancerust en barokdrama, uitgewerkt aan de twee Davids.

4 Onderdelen·~22 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·0777 / 13
Examenprofiel
Beeldhouwwerk uit de renaissance en de barok herkennen, benoemen en op stijl daterenVaktermen als contrapposto, non-finito, relief, subtractief/additief en bel composto correct toepassenTwee driedimensionale werken beeldanalytisch vergelijken en het verschil verklaren uit de idealen van hun periodeSleutelwerken van Donatello, Michelangelo en Bernini koppelen aan de juiste maker en het juiste jaartal
Operatoren:benoembeschrijfleg uitverklaarvergelijkdateer op stijl

basisniveau

Voor het CE kunst beschouwen moet je renaissance- en barokbeeldhouwwerk kunnen herkennen, beschrijven en op stijl plaatsen.

verhoogd niveau

In je eigen ruimtelijke werk en SE-praktijk kun je bewust kiezen tussen een gesloten, statische opzet en een open, dynamische compositie die de ruimte van de kijker betrekt.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Kunstgeschiedenis: renaissance en barok
    • 01Renaissance en de herontdekking van de oudheid○
    • 02Renaissancebeeldhouwkunst: Ghiberti, Donatello, Michelangelo◐
    • 03Barok: beweging en drama bij Bernini◐
    • 04Renaissance versus barok in drie dimensies●
§ 01

Renaissance en de herontdekking van de oudheid#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

De renaissance is de kunst- en cultuurperiode die in de vijftiende eeuw in Italie, en vooral in de stad Florence, ontstaat en die je letterlijk kunt vertalen als 'wedergeboorte'. Wat er herboren wordt, is de klassieke oudheid: kunstenaars gaan opnieuw kijken naar de beelden, tempels en teksten van de oude Grieken en Romeinen en nemen die als voorbeeld. Daarmee breekt de renaissance bewust met de middeleeuwen, waarin de kunst vooral in dienst stond van de kerk en waarin figuren stijf en symbolisch werden weergegeven. Het nieuwe ideaal is de mens zelf: het menselijk lichaam wordt weer bestudeerd, gemeten en bewonderd als iets moois en waardevols. Deze denkwijze heet het humanisme, waarin de mens, zijn verstand en zijn waardigheid centraal staan. Voor een beeldhouwer betekent dit concreet dat hij het naakte, natuurgetrouwe lichaam weer durft te tonen en dat hij anatomie, houding en beweging serieus gaat bestuderen. Op de tijdbalk (Afb. 1) zie je hoe dit denken vanaf ongeveer 1400 op gang komt en de hele periode gaat sturen.

Tijdbalk renaissance en barok

Beeldhouwkunst: renaissance en barok (1400-1700)Tijdlijn van 1400 tot 1700, 1425: Ghiberti, Paradijspoort, 1440: Donatello, David (brons), 1453: Donatello, Gattamelata, 1499: Michelangelo, Pieta, 1504: Michelangelo, David, 1624: Bernini, David, 1652: Bernini, Extase van Teresa, 1400–1490: Vroege renaissance, 1490–1527: Hoogrenaissance, 1600–1700: Barok14001700jaarVroege renaissanceHoogrenaissanceBarok1425Ghiberti,Paradijspoort1440Donatello, David(brons)1453Donatello,Gattamelata1499Michelangelo,Pieta1504Michelangelo,David1624Bernini, David1652Bernini, Extasevan Teresa
Afb. 1Afb. 1 — Tijdbalk van de beeldhouwkunst, 1400-1700, met de vroege renaissance benadrukt.
Opvallend is dat juist de beeldhouwkunst in de vroege renaissance vooroploopt en het nieuwe mensbeeld als eerste zichtbaar maakt. Het duidelijkste voorbeeld is de bronzen David van Donatello uit omstreeks 1440. Dit is het eerste vrijstaande naakte beeld sinds de klassieke oudheid: een beeld dat volledig los in de ruimte staat en dat je van alle kanten kunt bekijken, precies zoals de antieke Grieken en Romeinen dat maakten. Vrijstaand, ook wel 'in het rond' genoemd, is het tegenovergestelde van een relief, dat aan een achtergrond vastzit en dat je vooral van voren ziet. Door David naakt, jong en zelfverzekerd weer te geven, verbindt Donatello een bijbels onderwerp met de vormentaal van de oudheid en toont hij trots het menselijk lichaam. Dat een beeldhouwer dit als eerste durft, laat zien dat de driedimensionale kunst de motor van de vernieuwing is: waar de schilderkunst nog met perspectief worstelt, staat het lichaam bij de beeldhouwer al vol en overtuigend in de ruimte.
Om de ontwikkeling te ordenen verdelen we de periode in fasen, die je op de tijdbalk als gekleurde balken (spans) terugziet. De vroege renaissance loopt ruwweg van 1400 tot 1490 en is de fase van experiment en herontdekking, met Florentijnse meesters als Lorenzo Ghiberti en Donatello. Daarna volgt de hoogrenaissance, ongeveer 1490 tot 1527, waarin het ideaal tot volle rijpheid komt en alles draait om harmonie, evenwicht en volmaakte verhoudingen; dit is de tijd van Michelangelo's Pieta en David. Rond het begin van de zeventiende eeuw ontstaat een heel andere houding: de barok, ongeveer 1600 tot 1700, waarin niet de rust maar juist de beweging, het drama en de emotie centraal staan, met Gian Lorenzo Bernini als belangrijkste beeldhouwer. Het is belangrijk dat je deze fasen niet als scherpe grenzen ziet maar als geleidelijke verschuivingen in smaak en idealen. Wie een beeld op stijl wil dateren, gebruikt precies deze kenmerken: rust en ideaal wijzen richting renaissance, beweging en drama richting barok.
Voor het examen kunst beschouwen moet je zo'n tijdbalk niet uit je hoofd leren maar kunnen lezen en gebruiken. De verticale markeringen (events) staan voor echte sleutelwerken met hun jaartal, zoals Ghiberti's Paradijspoort in 1425, Donatello's Gattamelata in 1453 en Bernini's David in 1624. Zie je dat een werk in de balk van de barok valt, dan verwacht je andere kenmerken dan bij een werk uit de vroege renaissance. Let wel op een lastig punt: perioden overlappen en een kunstenaar kan vernieuwend of juist ouderwets werken, dus een jaartal alleen is niet genoeg. Het sterkste bewijs voor een datering haal je uit het werk zelf: de houding, de mate van beweging, de omgang met de ruimte en het gekozen moment. In de rest van dit hoofdstuk gaan we die kenmerken per periode uitwerken, steeds met het driedimensionale beeld voorop, zodat je uiteindelijk zelf een onbekend beeld kunt plaatsen, beschrijven en verklaren vanuit de idealen van zijn tijd.
Uitgewerkt voorbeeld

Een onbekend beeld op de tijdbalk plaatsen

Je krijgt een bronzen ruiterstandbeeld van een veldheer te paard te zien, weergegeven op de manier van antieke Romeinse keizersbeelden. Beredeneer in welke periode dit werk hoort en noem een vergelijkbaar sleutelwerk.

  1. 01Benoem onderwerp en materiaal

    Het gaat om een vrijstaand bronzen ruiterstandbeeld: ruiter en paard staan samen los in de ruimte. Het verheft een veldheer tot de waardigheid van een klassieke held.

  2. 02Vergelijk met de tijdbalk (Afb. 1)

    Een ruiterstandbeeld naar antiek Romeins voorbeeld past bij Donatello's Gattamelata (1453), die op de balk in de vroege renaissance valt.

  3. 03Koppel aan de idealen

    De herontdekking van de klassieke oudheid en het humanisme verklaren waarom een condottiere als een Romeinse held wordt vereeuwigd; de vorm is rustig en waardig, niet dramatisch.

  4. 04Dateer op stijl

    Rust, evenwicht en de directe navolging van de oudheid wijzen op de vroege renaissance, niet op de bewegelijke barok.

Resultaat: Het beeld hoort in de vroege renaissance (ongeveer 1400-1490) en is vergelijkbaar met Donatello's Gattamelata (1453), een ruiterstandbeeld naar antiek Romeins voorbeeld.

Eindexamen-focus

  • Het CE kunst beschouwen toetst of je de renaissance kunt omschrijven als herontdekking van de klassieke oudheid en als opkomst van het humanisme, met concrete gevolgen voor de beeldhouwkunst.
  • Je moet een gegeven werk op grond van stijlkenmerken en jaartal in de juiste periode (vroege renaissance, hoogrenaissance of barok) kunnen plaatsen.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat de renaissance de klassieke oudheid 'uitvindt'; ze herontdekt en imiteert die juist bewust na de middeleeuwen.
  • De perioden als strakke, harde grenzen zien in plaats van geleidelijke verschuivingen, waardoor je een werk alleen op het jaartal dateert en niet op de stijl.

Actieve herhaling

Leg met behulp van de tijdbalk uit waarom Donatello's bronzen David (ca. 1440) een typisch renaissancewerk is. Benoem minstens twee kenmerken die je koppelt aan de klassieke oudheid en aan het humanisme.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — renaissance en herontdekking (CvTE / Examenblad)

§ 02

Renaissancebeeldhouwkunst: Ghiberti, Donatello, Michelangelo#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

De renaissancebeeldhouwkunst begint in Florence, en een sleutelmoment is de tweede bronzen deur die Lorenzo Ghiberti voor het Baptisterium (de doopkapel) maakt: de zogenoemde Paradijspoort, waaraan hij van 1425 tot 1452 werkt. De deur bestaat uit grote vergulde reliefpanelen met bijbelse verhalen. Een relief is beeldhouwwerk dat half uit een vlakke achtergrond naar voren komt en dat je, anders dan een vrijstaand beeld, vooral van voren bekijkt. Het revolutionaire aan Ghiberti's panelen is dat hij in het brons een overtuigende diepte suggereert: figuren op de voorgrond zijn hoog en bijna losstaand uitgewerkt, terwijl gebouwen en landschappen naar achteren toe steeds vlakker en kleiner worden. Zo brengt hij het pas ontdekte lineair perspectief de derde dimensie in en schildert hij als het ware met brons. In de tabel (Afb. 2) staat dit werk bovenaan, omdat het laat zien hoe de nieuwe ruimtewerking eerst in het relief wordt beproefd voordat ze in vrijstaande beelden volledig tot haar recht komt.

Sleutelwerken renaissancebeeldhouwkunst

Sleutelwerken van de renaissancebeeldhouwkunstTabel met 3 kolommen en 5 rijen, Gegevens: Beeldhouwer · Sleutelwerk (jaar) · Kenmerk; Ghiberti · Paradijspoort (1425-1452) · relief met perspectief; Donatello · David, brons (ca. 1440) · eerste vrijstaande naakt sinds de oudheid; Donatello · Gattamelata (1453) · ruiterstandbeeld naar antiek voorbeeld; Michelangelo · David (1501-1504) · ideale anatomie, contrapposto; Michelangelo · Pieta (1498-1499) · gepolijst marmer, pathos, gemarkeerde cel: ideale anatomie, contrappostoBEELDHOUWERSLEUTELWERK (JAAR)KENMERKGhibertiParadijspoort (1425-1452)relief met perspectiefDonatelloDavid, brons (ca. 1440)eerste vrijstaande naaktsinds de oudheidDonatelloGattamelata (1453)ruiterstandbeeld naar antiekvoorbeeldMichelangeloDavid (1501-1504)ideale anatomie,contrappostoMichelangeloPieta (1498-1499)gepolijst marmer, pathos
Afb. 2Afb. 2 — Sleutelwerken van de renaissancebeeldhouwkunst met maker, werk en kenmerk.
Donatello (ongeveer 1386 tot 1466) is de grote vernieuwer van de vroege renaissance en verlegt de grens van wat een beeld kan zijn. Zijn bronzen David van omstreeks 1440 is, zoals eerder genoemd, het eerste vrijstaande naakte beeld sinds de oudheid; de jonge held staat ontspannen en zelfbewust, met het gewicht op een been, en nodigt je uit om er omheen te lopen. Nog duidelijker grijpt Donatello terug op de klassieke oudheid in de Gattamelata (1453) in Padua, een groot bronzen ruiterstandbeeld van een veldheer te paard. Zo'n ruiterstandbeeld, waarbij ruiter en paard samen vrij in de ruimte staan, was rechtstreeks geinspireerd op antieke Romeinse keizersbeelden en verheft daarmee een huurlegeraanvoerder (condottiere) tot de status van een Romeinse held. Beide werken tonen het renaissance-ideaal: het menselijk lichaam en de menselijke waardigheid, natuurgetrouw en vol zelfvertrouwen weergegeven, met de kunst van de oudheid als maatstaf.
Michelangelo Buonarroti (1475 tot 1564) brengt de renaissancebeeldhouwkunst tot haar hoogtepunt en werkt bij voorkeur in marmer. Zijn David (1501 tot 1504), meer dan vijf meter hoog, toont een ideale, tot in de spieren en aderen bestudeerde anatomie: geen portret van een echt mens, maar het volmaakte menselijk lichaam zoals het zou moeten zijn. Kenmerkend is het contrapposto, een van de oudheid overgenomen houding waarbij het gewicht op een standbeen rust terwijl het andere been ontspannen is (het speelbeen). Daardoor kantelen heupen en schouders tegengesteld en krijgt het lichaam een natuurlijke, licht gedraaide S-vorm die spanning en leven suggereert, ook al staat de figuur stil. In zijn eerdere Pieta (1498 tot 1499) in de Sint-Pieter in Rome toont Michelangelo de dode Christus op de schoot van Maria in prachtig glad gepolijst marmer, vol ingehouden verdriet (pathos). Rust, evenwicht en ideale schoonheid maken beide werken tot schoolvoorbeelden van de hoogrenaissance.
Om deze beelden te kunnen waarderen moet je begrijpen hoe ze gemaakt zijn. Beeldhouwen in marmer is een subtractieve techniek: de maker neemt materiaal weg en kan niets meer teruggeven, dus elke slag met de beitel is definitief. Dat staat tegenover additieve technieken zoals boetseren in klei, waarbij je juist materiaal opbouwt en fouten kunt herstellen. Michelangelo zei dat de figuur al in het marmerblok gevangen zat en dat hij die alleen maar hoefde te bevrijden; die opvatting verklaart ook zijn non-finito, het bewust of noodgedwongen onvoltooid laten van beelden. Bij zulke werken lijken figuren zich half uit het ruwe, nog niet bewerkte marmer los te worstelen, wat een sterk gevoel van kracht en wording geeft. Voor het examen is het belangrijk dat je zulke technische keuzes kunt koppelen aan de betekenis van een werk: de subtractieve techniek dwingt tot planning en beheersing, en juist die beheersing past bij het renaissance-ideaal van orde, verhouding en volmaaktheid.
Uitgewerkt voorbeeld

Techniek en kenmerk aanwijzen bij Michelangelo's David

Je ziet Michelangelo's David (1501-1504). Leg uit met welke techniek dit beeld gemaakt is en wijs twee typische renaissancekenmerken aan.

  1. 01Benoem materiaal en techniek

    David is uit een blok marmer gehouwen. Beeldhouwen in steen is subtractief: er wordt materiaal weggenomen en niets kan worden teruggegeven, dus het vraagt planning en beheersing.

  2. 02Wijs het contrapposto aan

    Het gewicht rust op een standbeen terwijl het andere been ontspant (speelbeen); daardoor kantelen heupen en schouders tegengesteld en krijgt het lichaam een natuurlijke, licht gedraaide S-vorm.

  3. 03Benoem de ideale anatomie

    De spieren, aderen en verhoudingen zijn tot in detail bestudeerd en geidealiseerd: geen toevallig portret, maar het volmaakte menselijk lichaam.

  4. 04Koppel aan het renaissance-ideaal

    Rust, evenwicht en volmaakte verhoudingen maken David tot een schoolvoorbeeld van de hoogrenaissance en van het humanistische mensbeeld.

Resultaat: David is een subtractief uit marmer gehouwen beeld waarin het contrapposto en de geidealiseerde anatomie het renaissance-ideaal van rust en volmaaktheid tonen.

Eindexamen-focus

  • Het CE toetst of je renaissancebeeldhouwers en hun sleutelwerken kunt benoemen en beschrijven, en of je kenmerken als contrapposto en ideale anatomie in een concreet beeld kunt aanwijzen.
  • Je moet technische begrippen (relief versus vrijstaand, subtractief versus additief, non-finito) correct kunnen toepassen op een getoond werk.

Veelgemaakte fouten

  • Contrapposto verwarren met 'gewoon stilstaan'; het gaat juist om de tegengestelde kanteling van heupen en schouders door standbeen en speelbeen.
  • Denken dat je bij marmer beeldhouwen materiaal kunt toevoegen; beeldhouwen in steen is subtractief en dus onherstelbaar, anders dan het additieve boetseren in klei.

Actieve herhaling

Beschrijf aan de hand van Michelangelo's David (1501-1504) wat contrapposto is en leg uit waarom deze houding, ook al staat het beeld stil, toch leven en spanning suggereert.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — renaissancebeeldhouwkunst (CvTE / Examenblad)

§ 03

Barok: beweging en drama bij Bernini#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Rond 1600 verandert de smaak ingrijpend en ontstaat de barok, de stijl die de zeventiende eeuw beheerst. Waar de renaissance streeft naar rust, evenwicht en ideale schoonheid, zoekt de barok juist naar beweging, drama en heftige emotie. Een barokbeeldhouwer wil de kijker niet kalm laten bewonderen maar meeslepen, verrassen en ontroeren. Daarom kiest hij vaak niet het rustige moment, maar het hoogtepunt van een handeling: het ogenblik waarop er iets gebeurt. De vormentaal wordt daarbij onrustiger en energieker: diagonale lijnen in plaats van rustige verticalen, wapperende gewaden, uitwaaierende gebaren en sterke tegenstellingen tussen licht en donker. De belangrijkste beeldhouwer van deze periode is Gian Lorenzo Bernini (1598 tot 1680), die in Rome werkt en de barok tot volle bloei brengt. In de vergelijkende tabel (Afb. 3) zetten we zijn benadering punt voor punt tegenover die van de renaissance, zodat het verschil in idealen scherp zichtbaar wordt.

Twee Davids vergeleken

Twee Davids: renaissance versus barokTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Aspect · Michelangelo, David (1504) · Bernini, David (1624); Gekozen moment · in rust, gespannen potentie · midden in de worp; Lichaam & silhouet · gesloten, verticaal, in balans · gedraaid, diagonaal, uitwaaierend; Ruimte · op zichzelf staand · betrekt de ruimte van de kijker; Stijl · renaissance: rust en ideaal · barok: beweging en drama, gemarkeerde cel: midden in de worpASPECTMICHELANGELO, DAVID(1504)BERNINI, DAVID (1624)Gekozen momentin rust, gespannen potentiemidden in de worpLichaam & silhouetgesloten, verticaal, inbalansgedraaid, diagonaal,uitwaaierendRuimteop zichzelf staandbetrekt de ruimte van dekijkerStijlrenaissance: rust en ideaalbarok: beweging en drama
Afb. 3Afb. 3 — Vergelijking van de twee Davids: Michelangelo (1504) tegenover Bernini (1624).
Het verschil tussen renaissance en barok wordt nergens zo helder als in twee beelden met hetzelfde onderwerp: de David van Michelangelo (1504) en de David van Bernini (1623 tot 1624). Michelangelo toont David in rust, vlak voor de strijd: het lichaam staat gesloten en verticaal in balans, gespannen van ingehouden kracht, maar nog volkomen stil. Je bekijkt het beeld als een op zichzelf staand, volmaakt geheel. Bernini kiest een heel ander ogenblik: hij vangt David midden in de worp, op het hoogtepunt van de beweging. Het lichaam draait om zijn as, de romp is gedraaid, het gewicht ligt op de achterste voet en de armen wijzen diagonaal weg; de mond is samengeknepen van concentratie. Het silhouet is niet gesloten maar uitwaaierend, en juist doordat David naar iets buiten het beeld richt, betrekt Bernini de ruimte van de kijker erbij: de onzichtbare reus Goliath staat als het ware in onze ruimte. Zo laten twee Davids twee wereldbeelden zien: renaissancerust tegenover barokke actie.
Bernini maakt van deze dramatiek zijn handelsmerk, en twee andere werken laten dat prachtig zien. In Apollo en Daphne (1622 tot 1625) beeldt hij het exacte moment uit waarop de vluchtende nimf Daphne in een laurierboom verandert: uit haar vingers spruiten al takken en bladeren, haar tenen worden wortels, terwijl Apollo haar net aanraakt. Het harde marmer lijkt te veranderen in zacht vlees, wapperend haar en dun blad; de beweging is als het ware bevroren op haar hoogtepunt. Nog verder gaat De extase van de heilige Teresa (1647 tot 1652). Hierin combineert Bernini beeldhouwkunst, architectuur en licht tot een samenhangend geheel, wat men het bel composto noemt: de heilige zweeft op een wolk in een nis, een engel richt een pijl op haar, en verborgen daglicht valt langs vergulde stralen naar beneden, alsof het uit de hemel komt. Beeld, omlijsting en verlichting werken samen als een klein theater. Dit is barok in optima forma: het kunstwerk wil je overweldigen en meeslepen in een religieuze ervaring.
De rode draad in al deze voorbeelden is theatraliteit: de barok behandelt het beeld als een toneelscene die zich voor je ogen afspeelt en die jou, de kijker, er nadrukkelijk bij wil betrekken. Dat verklaart de voorkeur voor het beslissende moment, voor diagonale en open composities, voor sterke licht-donkercontrasten en voor de samensmelting van beeld, architectuur en licht in het bel composto. Deze middelen zijn geen willekeurige trucs: ze passen bij de zeventiende eeuw, waarin onder meer de katholieke kerk de kunst bewust inzet om gelovigen te raken en te overtuigen. Voor het examen is het cruciaal dat je deze barokke kenmerken niet alleen kunt opnoemen maar ook kunt herkennen in een onbekend beeld en kunt afzetten tegen de rust en het ideaal van de renaissance. In de laatste paragraaf brengen we die tegenstelling samen in een schema, zodat je zelf een driedimensionaal werk beeldanalytisch kunt vergelijken en verklaren.
Uitgewerkt voorbeeld

Barok of renaissance? Dateren op stijl

Je ziet een marmeren beeld van een jonge man die met gedraaide romp, samengeknepen mond en uitgestrekte armen een steen wegslingert, met wapperend gewaad. Beredeneer of dit renaissance of barok is en noem een vergelijkbaar werk.

  1. 01Beschrijf het gekozen moment

    De man is niet in rust maar midden in een heftige handeling: het hoogtepunt van de worp, het beslissende ogenblik waarop de steen wordt weggeslingerd.

  2. 02Analyseer houding en silhouet

    De romp is gedraaid, de armen wijzen diagonaal weg en het gewaad waaiert uit: een open, diagonaal silhouet in plaats van een gesloten, verticale opbouw.

  3. 03Onderzoek de omgang met de ruimte

    Doordat de man naar een onzichtbaar doel (Goliath) richt, wordt de ruimte van de kijker bij het beeld betrokken; het staat niet in zichzelf besloten.

  4. 04Dateer op stijl

    Beweging, drama en het betrekken van de kijkersruimte zijn barokke kenmerken; dit past bij Bernini's David (1623-1624), niet bij de rustige David van Michelangelo (1504).

Resultaat: Het beeld is barok: het gekozen hoogtepunt, het open, gedraaide silhouet en het betrekken van de kijkersruimte wijzen op Bernini's David (1624).

Eindexamen-focus

  • Het CE toetst of je de barok kunt kenschetsen met kenmerken als beweging, drama, het beslissende moment, diagonale en open compositie en theatraliteit, met Bernini als voorbeeld.
  • Je moet twee werken met hetzelfde onderwerp (de twee Davids) kunnen vergelijken en het verschil verklaren uit de idealen van renaissance en barok.

Veelgemaakte fouten

  • Barok en renaissance door elkaar halen; onthoud dat renaissance staat voor rust, evenwicht en ideaal, en barok voor beweging, drama en het gekozen hoogtepunt.
  • Alleen het onderwerp vergelijken en niet de vormgeving; het verschil tussen de twee Davids zit in moment, silhouet en omgang met de ruimte, niet in wie er wordt afgebeeld.

Actieve herhaling

Vergelijk de David van Bernini (1624) met de David van Michelangelo (1504). Leg uit welk moment elke beeldhouwer koos en hoe je aan de houding kunt zien welk werk barok en welk werk renaissance is.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — barok: beweging en drama (CvTE / Examenblad)

§ 04

Renaissance versus barok in drie dimensies#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kernpunten

In deze laatste paragraaf brengen we alles samen tot een werkwijze waarmee je zelf een driedimensionaal beeld kunt analyseren en in de juiste periode kunt plaatsen. Een beeldanalyse van ruimtelijk werk let vooral op vier dingen: het gekozen moment (rust of actie), het silhouet en de compositie (gesloten of open), de omgang met de omringende ruimte (staat het beeld op zichzelf of betrekt het de kijker erbij) en de algehele toon (ideale beheersing of theatraal drama). Het schema (Afb. 4) zet deze punten in twee takken tegenover elkaar: links het renaissance-beeld, rechts het barok-beeld. Door een onbekend werk langs deze vier punten te leggen, kun je het niet alleen beschrijven maar ook verklaren waarom het bij een bepaalde periode hoort. Zo wordt een losse waarneming ('het beweegt') een onderbouwd argument ('het gedraaide, open silhouet en het gekozen hoogtepunt wijzen op de barok'). Dat onderbouwen is precies wat het examen kunst beschouwen van je vraagt.

Renaissance-beeld versus barok-beeld

Renaissance-beeld versus barok-beeld in 3DGraaf, David: zelfde onderwerp → Renaissance (Michelangelo 1504), David: zelfde onderwerp → Barok (Bernini 1624), Renaissance (Michelangelo 1504) → statisch . gesloten . ideaal, Barok (Bernini 1624) → dynamisch . open . theatraalDavid: zelfdeonderwerpRenaissance(Michelangelo1504)Barok (Bernini1624)statisch .gesloten .ideaaldynamisch . open. theatraalrustactiezelfstandigobjectbetrekt dekijker
Afb. 4Afb. 4 — Schema: renaissance-beeld tegenover barok-beeld in drie dimensies.
De linkertak van het schema beschrijft het renaissance-beeld, met Michelangelo's David (1504) als voorbeeld. Zo'n beeld is in de eerste plaats statisch: het toont een moment van rust of ingehouden spanning, niet van heftige actie. Ten tweede is het gesloten van vorm: de ledematen blijven dicht bij het lichaam, het silhouet is compact en overwegend verticaal, en je kunt het beeld met een enkele blik als een geheel overzien. Ten derde is het ideaal: de anatomie is niet realistisch-toevallig maar geidealiseerd, gericht op volmaakte verhoudingen en harmonie, met het contrapposto als natuurlijke maar beheerste houding. Ten vierde is het zelfstandig: het beeld staat op zichzelf en heeft de kijker niet nodig om compleet te zijn; je loopt eromheen en bewondert het als een in zichzelf besloten, volmaakt object. Deze vier eigenschappen horen bij elkaar en komen voort uit hetzelfde renaissance-ideaal van orde, evenwicht en de waardigheid van de mens.
De rechtertak beschrijft het barok-beeld, met Bernini's David (1624) als voorbeeld, en vormt op elk punt de tegenpool. Het barok-beeld is dynamisch: het grijpt het hoogtepunt van een beweging, het beslissende moment waarop er iets gebeurt. Het is open van vorm: ledematen en gewaden waaieren de ruimte in, de compositie is diagonaal en gedraaid, en er is geen enkel juist standpunt meer, want je moet eromheen lopen om de hele handeling te volgen. Het betrekt bovendien de ruimte van de kijker: doordat de figuur richt, reikt of kijkt naar iets buiten zichzelf, wordt onze ruimte deel van de voorstelling, zoals de onzichtbare Goliath tegenover Bernini's David. En het is theatraal: het beeld wil je overweldigen en meeslepen, desnoods met behulp van architectuur en licht, zoals in het bel composto van De extase van de heilige Teresa (1652). Ook deze vier eigenschappen vormen een samenhangend geheel, voortkomend uit het barokke streven naar beweging, drama en directe emotie.
Met dit schema in de hand kun je twee beelden systematisch vergelijken in plaats van er alleen een gevoel bij te hebben. Je loopt de vier punten langs, beschrijft voor elk werk wat je ziet, en trekt daaruit een conclusie over de periode; vervolgens verklaar je het verschil uit de idealen van beide tijden. Let op een valkuil: het onderwerp zegt niets over de stijl. Twee beelden van dezelfde David kunnen radicaal verschillen, en omgekeerd kan een religieus of mythologisch thema in beide perioden voorkomen. Het antwoord zit dus altijd in de vormgeving, niet in het verhaal. Wees ook voorzichtig met overgangswerken, waarin renaissance- en barokke trekken door elkaar lopen; benoem dan eerlijk beide en weeg wat overheerst. In het uitgewerkte voorbeeld hieronder passen we deze methode toe op de twee Davids, zodat je stap voor stap ziet hoe je van waarneming naar een onderbouwde, beeldanalytische verklaring komt, precies zoals het CE dat van je verwacht.
Uitgewerkt voorbeeld

De twee Davids beeldanalytisch vergelijken

Vergelijk de David van Michelangelo (1504) met de David van Bernini (1624) beeldanalytisch en verklaar het verschil uit de idealen van beide perioden.

  1. 01Vergelijk het gekozen moment

    Michelangelo toont David in rust vlak voor de strijd, vol ingehouden spanning; Bernini vangt hem juist midden in de worp, op het hoogtepunt van de beweging.

  2. 02Analyseer silhouet en compositie

    Michelangelo's David is gesloten, verticaal en in balans; Bernini's David is gedraaid, diagonaal en uitwaaierend, met een open silhouet dat je om de figuur heen leidt.

  3. 03Onderzoek de omgang met de ruimte

    De renaissance-David staat als zelfstandig, in zichzelf besloten object; de barok-David betrekt de ruimte van de kijker, doordat de onzichtbare Goliath in onze ruimte lijkt te staan.

  4. 04Verklaar uit de idealen

    Het verschil komt niet uit het onderwerp maar uit de idealen: de renaissance zoekt rust, evenwicht en ideale schoonheid, de barok zoekt beweging, drama en directe emotie.

Resultaat: Beide beelden tonen dezelfde David, maar het rustige, gesloten en ideale beeld van Michelangelo is renaissance en het bewegende, open en theatrale beeld van Bernini is barok; het verschil verklaart zich uit de idealen van beide perioden.

Eindexamen-focus

  • Het CE toetst of je een driedimensionaal werk beeldanalytisch kunt onderzoeken langs criteria als moment, silhouet, ruimtewerking en toon, en er een onderbouwde conclusie aan verbindt.
  • Je moet twee beelden kunnen vergelijken en het stijlverschil verklaren uit de idealen van de renaissance en de barok, niet uit het onderwerp.

Veelgemaakte fouten

  • Twee werken vergelijken op het onderwerp in plaats van op de vormgeving; het stijlverschil zit in moment, silhouet en ruimtewerking, niet in wie of wat is afgebeeld.
  • Een overgangswerk of vernieuwend werk geforceerd in een hokje persen; benoem eerlijk beide invloeden en beargumenteer welke overheerst.

Actieve herhaling

Vergelijk de David van Michelangelo (1504) en de David van Bernini (1624) beeldanalytisch langs vier punten (moment, silhouet, ruimte en toon) en verklaar het verschil uit de idealen van renaissance en barok.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — renaissance versus barok in 3D (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Renaissance en de herontdekking van de oudheid○
    • 02Renaissancebeeldhouwkunst: Ghiberti, Donatello, Michelangelo◐
    • 03Barok: beweging en drama bij Bernini◐
    • 04Renaissance versus barok in drie dimensies●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Kunstgeschiedenis: renaissance en barok

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~22
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — renaissance en herontdekking

Vorig onderwerp

Kunsttheorie en beeldtaal

Volgend onderwerp

Kunstgeschiedenis: negentiende eeuw (romantiek, realisme, impressionisme)

EuraStudy·Samenvattingen T·07·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.