EuraStudy
Samenvattingen/Handvaardigheid/Kunstgeschiedenis: moderne kunst en avant-garde (twintigste eeuw)
Samenvattingen · HandvaardigheidNL · HAVO

Kunstgeschiedenis: moderne kunst en avant-garde (twintigste eeuw)

Dit onderwerp behandelt de stormachtige vernieuwing van de kunst in de eerste helft van de twintigste eeuw: de avant-garde. In enkele decennia breken kunstenaars met de nabootsing en volgen de stromingen elkaar razendsnel op — fauvisme, expressionisme, kubisme, futurisme, De Stijl, Bauhaus, dada, surrealisme en abstract expressionisme. Omdat handvaardigheid een driedimensionaal vak is, ligt de nadruk op de moderne beeldhouwkunst en het ruimtelijk werk: Brancusi, Boccioni, het constructivisme van Tatlin en de geconstrueerde sculptuur.

5 Onderdelen·~25 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 3 · Verdieping 1

T·0999 / 13
Examenprofiel
De belangrijkste avant-gardestromingen van de twintigste eeuw herkennen, op stijl dateren en aan een maker en voorbeeldwerk koppelenDe vernieuwing van de moderne beeldhouwkunst beschrijven: essentiele vorm (Brancusi), beweging (Boccioni/futurisme) en constructie (Tatlin/constructivisme)Per stroming uitleggen met welke traditie of conventie zij breekt (nabootsing, vast standpunt, sokkel, het maken zelf)Een modern kunstwerk of ruimtelijk werk beeldanalytisch beschouwen en in de juiste stroming en periode plaatsen
Operatoren:benoembeschrijfleg uitverklaarvergelijkdateer op stijl

basisniveau

De avant-gardestromingen en de moderne beeldhouwkunst horen tot de kunsthistorische stof van het centraal examen kunst beschouwen; je moet werken op stijl herkennen, dateren en beeldanalytisch beschrijven.

verhoogd niveau

In je eigen ruimtelijke werk kun je moderne principes — abstractie, geconstrueerde vorm, holte als beeldmiddel — bewust inzetten en in je werkdossier verantwoorden.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 5 onderdelen▾
  1. Kunstgeschiedenis: moderne kunst en avant-garde (twintigste eeuw)
    • 01De avant-garde: breuk met de traditie○
    • 02Kleur en vorm: fauvisme, expressionisme en kubisme◐
    • 03De nieuwe beeldhouwkunst: Brancusi, futurisme en constructivisme◐
    • 04Abstractie en ontwerp: De Stijl en het Bauhaus◐
    • 05Idee, droom en gebaar: dada, surrealisme en abstract expressionisme●
§ 01

De avant-garde: breuk met de traditie#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

Met 'moderne kunst' bedoelen we de radicale vernieuwing van de kunst in de eerste helft van de twintigste eeuw, en de voorhoede die daarin voorop liep, heet de avant-garde. Dat is een oorspronkelijk militaire term voor de troepen die vooruit gaan en onbekend terrein verkennen; toegepast op de kunst zijn het de makers die als eersten met de gevestigde regels breken. De aanleiding lag al in de negentiende eeuw klaar: de fotografie (rond 1839) had de nabootsing haar vanzelfsprekende voorrang ontnomen, en makers als Van Gogh en Rodin hadden de deur naar expressie en vernieuwing al op een kier gezet. In een wereld die door de industrie, de moderne stad en straks de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) volledig op zijn kop werd gezet, zochten kunstenaars koortsachtig naar een nieuwe taal. Afb. 1 zet de belangrijkste stromingen op een tijdlijn, zodat je hun razendsnelle opeenvolging tussen ongeveer 1905 en 1960 in een oogopslag overziet.

Tijdlijn van de avant-garde (1905-1960)

De avant-garde, 1905-1960Tijdlijn van 1905 tot 1960, 1905: Fauvisme; Die Brucke, 1907: Kubisme (Les Demoiselles d'Avignon), 1909: Futuristisch manifest, 1913: Boccioni, Unieke vormen (beeldhouwkunst), 1917: Dada: Duchamp, Fountain, 1919: Bauhaus opgericht, 1924: Surrealistisch manifest, 1947: Pollock, drip painting, 1905–1914: Avant-garde voor WO I, 1918–1939: Interbellum, 1945–1960: New York19051960jaarAvant-garde voorWO IInterbellumNew York1905Fauvisme; DieBrucke1907Kubisme (LesDemoiselles d'A…1909Futuristischmanifest1913Boccioni, Uniekevormen (beeldho…1917Dada: Duchamp,Fountain1919Bauhausopgericht1924Surrealistischmanifest1947Pollock, drippainting
Afb. 1Afb. 1 — De avant-gardestromingen tussen 1905 en 1960; het beeldhouwwerk van Boccioni (1913) is uitgelicht vanwege het accent op ruimtelijk werk.
Wat al deze stromingen delen, is de breuk met de traditie: zij verwerpen de academische regels van perspectief, ideale schoonheid en getrouwe nabootsing die eeuwenlang golden. Kenmerkend is dat elke stroming een ander onderdeel van de oude kunst isoleert en radicaliseert. Het fauvisme maakt de kleur los van de beschrijving; het expressionisme zet vorm en kleur in voor het rauwe gevoel; het kubisme breekt met het ene vaste standpunt; het futurisme wil de beweging en de snelheid vangen; De Stijl zoekt de zuivere abstractie; en dada zet vraagtekens bij het maken zelf. Het tempo is duizelingwekkend: in ongeveer vijftien jaar, grofweg tussen 1905 en 1920, wordt de hele grondslag van de westerse kunst opnieuw uitgevonden. Voor het examen is het belangrijk te zien dat deze stromingen elkaar overlappen en beinvloeden; het is geen nette estafette maar een kluwen van reacties op elkaar en op de tijd.
Voor handvaardigheid is een tweede lijn minstens zo belangrijk: samen met de schilderkunst maakt ook de beeldhouwkunst een revolutie door. Rodin had aan het einde van de negentiende eeuw het gladde ideaal en de hoge sokkel al doorbroken; nu gaat een nieuwe generatie nog verder en laat de herkenbare figuur helemaal los. Die vernieuwing loopt langs drie wegen, die je in de derde sectie uitgebreid tegenkomt: de terugkeer naar de essentiele, bijna abstracte vorm (Brancusi), het vangen van beweging (Boccioni en het futurisme) en het bouwen van constructies uit moderne, industriele materialen (het constructivisme van Tatlin). De sculptuur houdt daarmee op een figuur na te bootsen en wordt een zelfstandig, autonoom object of een constructie in de ruimte. Deze ruimtelijke vernieuwing is de rode draad van dit onderwerp en het accent dat je bij handvaardigheid extra scherp moet kunnen benoemen.
Op het centraal examen kunst beschouwen wordt vaak gevraagd een modern werk op stijl te herkennen, te dateren en in een stroming te plaatsen. De tijdlijn (Afb. 1) is daarbij je ruggengraat: je lokaliseert een stroming, benoemt wat eraan voorafging en wat erop volgde, en verklaart met welke conventie zij breekt. Verwacht wordt dat je per stroming een kenmerk, een maker en een voorbeeldwerk kunt noemen, en dat je een werk beeldanalytisch kunt beschouwen: eerst de voorstelling en de beeldaspecten, dan de betekenis en de stroming. Houd daarbij steeds de grote lijn vast — van de bevrijding van kleur en vorm, via de nieuwe beeldhouwkunst, naar de kunst van het idee en het gebaar. In de volgende secties werken we die lijn stap voor stap uit, telkens met bijzondere aandacht voor het driedimensionale werk dat centraal staat in het vak.
Uitgewerkt voorbeeld

Een stroming op de tijdlijn plaatsen

Je krijgt een kubistisch schilderij te zien. Plaats het kubisme op de tijdlijn van de avant-garde en leg uit met welke conventie het breekt en welke stroming er direct op volgde.

  1. 01Dateer de stroming

    Het kubisme ontstaat rond 1907 in Parijs, met Les Demoiselles d'Avignon van Picasso als het startpunt; op de tijdlijn valt het vroeg in de avant-garde, vlak na het fauvisme (1905).

  2. 02Benoem de breuk

    Het kubisme breekt met het ene vaste standpunt van het lineair perspectief: een voorwerp wordt in facetten opgebroken en vanuit meerdere gezichtshoeken tegelijk getoond.

  3. 03Noem wat volgt

    Kort daarna komt het futurisme (manifest 1909), dat de kubistische opbouw gebruikt om juist beweging en snelheid te vangen.

  4. 04Trek de conclusie

    Het kubisme staat vroeg in de avant-garde als de grote vormrevolutie; het breekt het vaste standpunt en bereidt de weg voor het futurisme en de latere abstractie.

Resultaat: Het kubisme (vanaf 1907) staat vroeg op de tijdlijn als de vormrevolutie die het vaste standpunt doorbreekt; het futurisme bouwt er direct op voort om beweging te verbeelden.

Eindexamen-focus

  • De avant-garde uitleggen als de voorhoede die met de academische traditie (nabootsing, perspectief, ideale schoonheid) breekt.
  • De belangrijkste stromingen tussen 1905 en 1960 op een tijdlijn ordenen en per stroming benoemen welke conventie zij radicaliseert of verwerpt.

Veelgemaakte fouten

  • De stromingen als een nette, elkaar aflossende reeks zien; in werkelijkheid overlappen ze en reageren ze op elkaar.
  • De moderne beeldhouwkunst vergeten en alleen aan schilderkunst denken; juist het ruimtelijk werk maakt een even radicale revolutie door.

Actieve herhaling

Leg uit wat de term avant-garde betekent en noem drie avant-gardestromingen uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Geef per stroming aan met welke conventie van de traditionele kunst zij breekt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — de avant-garde (CvTE / Examenblad)

§ 02

Kleur en vorm: fauvisme, expressionisme en kubisme#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

De eerste doorbraak van de avant-garde is de bevrijding van de kleur, en die komt op naam van het fauvisme. In 1905 hingen op de Salon d'Automne in Parijs schilderijen met zulke felle, onnatuurlijke kleuren dat een criticus de makers spottend 'les fauves', de wilde beesten, noemde. Hun leider was Henri Matisse. Bij de fauvisten is de kleur niet langer beschrijvend maar autonoom: een gezicht mag een groene streep dragen en een boom mag rood zijn, als de kleur maar een sterke, decoratieve en gevoelsmatige werking heeft. Matisse' 'Portret met de groene streep' (1905) en 'Le bonheur de vivre' (1905-1906) tonen die vlak aangebrachte, zinderende kleurvlakken. Het fauvisme radicaliseert daarmee wat de expressie uit het vorige onderwerp begon: kleur wordt losgemaakt van de werkelijkheid. Afb. 2 zet deze eerste drie stromingen naast elkaar met per stroming een kenmerk, een maker en een voorbeeldwerk.

Fauvisme, expressionisme en kubisme

Kleur en vorm bevrijdTabel met 4 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Stroming (periode) · Kenmerk · Maker · Voorbeeld; Fauvisme (1905) · felle, niet-natuurlijke kleur, vlak aangebracht · Matisse · Portret met de groene streep (1905); Expressionisme (vanaf 1905) · vervorming en rauwe kleur voor het gevoel · Kirchner, Marc, Kandinsky · Kirchners Berlijnse straatscenes; Kubisme (1907-1914) · vorm opgebroken in facetten, meerdere standpunten · Picasso, Braque · Les Demoiselles d'Avignon (1907); Kubistische sculptuur (1912) · geconstrueerd uit vlakken en holte i.p.v. massa · Picasso · Guitar (1912), gemarkeerde cel: Kubistische sculptuur (1912)STROMING (PERIODE)KENMERKMAKERVOORBEELDFauvisme (1905)felle, niet-natuurlijkekleur, vlak aangebrachtMatissePortret met de groene streep(1905)Expressionisme (vanaf 1905)vervorming en rauwe kleurvoor het gevoelKirchner, Marc, KandinskyKirchners BerlijnsestraatscenesKubisme (1907-1914)vorm opgebroken in facetten,meerdere standpuntenPicasso, BraqueLes Demoiselles d'Avignon(1907)Kubistische sculptuur (1912)geconstrueerd uit vlakken enholte i.p.v. massaPicassoGuitar (1912)
Afb. 2Afb. 2 — De eerste avant-gardestromingen met hun kenmerk, maker en voorbeeld; de kubistische, geconstrueerde sculptuur is uitgelicht.
Vrijwel gelijktijdig ontstaat in Duitsland het expressionisme, dat de vervorming en de rauwe kleur inzet voor een innerlijk, vaak angstig levensgevoel. Twee groepen zijn belangrijk. Die Brucke (de Brug), opgericht in 1905 in Dresden met Ernst Ludwig Kirchner als bekendste lid, schilderde met hoekige vormen, houtsnede-achtige lijnen en schrille kleuren; Kirchners nerveuze straatscenes tonen de vervreemding van de moderne grote stad. Der Blaue Reiter (de Blauwe Ruiter), rond 1911 in Munchen met Wassily Kandinsky en Franz Marc, zocht een geestelijke, bijna muzikale kleurkracht; Marc schilderde dieren in symbolische, onnatuurlijke kleuren. Het expressionisme deelt met het fauvisme de bevrijde kleur, maar zet die nadrukkelijker in dienst van emotie en maatschappijkritiek. Voor het beschouwen herken je het aan de vervorming, de felle contrasten en de ruwe, gejaagde uitvoering.
De tweede grote doorbraak is de bevrijding van de vorm, en die is het werk van het kubisme. Rond 1907 tot 1914 ontwikkelden Pablo Picasso en Georges Braque in Parijs een radicaal nieuwe manier van weergeven. Picasso's 'Les Demoiselles d'Avignon' (1907), met zijn hoekige figuren en maskerachtige gezichten, geldt als het startsein. Geinspireerd door Cezanne, die de natuur tot eenvoudige lichamen wilde terugbrengen, en door Afrikaanse maskers, breken de kubisten een voorwerp op in facetten en tonen het vanuit meerdere standpunten tegelijk. In het analytisch kubisme (ongeveer 1909-1912) worden vorm en ruimte tot een web van vlakjes ontleed, bijna zonder kleur. In het synthetisch kubisme (vanaf ongeveer 1912) worden de vlakken groter en kleurrijker en verschijnt de collage: stukjes krant of behang worden op het doek geplakt (papier colle). Het ene vaste gezichtspunt, het venster op de wereld, is daarmee definitief verlaten.
Voor handvaardigheid is de belangrijkste vernieuwing dat het kubisme ook de beeldhouwkunst binnendringt. Picasso maakte in 1912 zijn 'Guitar', eerst in karton en daarna in plaatmetaal: geen beeld dat uit een massieve blok is gehakt of geboetseerd, maar een object dat is geconstrueerd, in elkaar gezet uit platte vlakken en open ruimte. Daarmee gebeurt iets fundamenteels: de sculptuur is niet langer een gesloten massa maar een open assemblage waarin de holte, de lege ruimte, een actief beeldmiddel wordt. Dit geconstrueerde beeld wijst rechtstreeks vooruit naar de nieuwe beeldhouwkunst van de volgende sectie. Op het examen moet je deze drie stromingen op stijl kunnen herkennen: het fauvisme aan de vlakke, felle kleur, het expressionisme aan de vervorming voor het gevoel, en het kubisme aan de opgebroken vorm en de meerdere standpunten. Koppel je herkenning steeds aan een maker en een voorbeeldwerk.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom Picasso's 'Guitar' een breuk is

Leg uit waarom Picasso's 'Guitar' (1912) een breuk vormt met de traditionele beeldhouwkunst. Betrek de techniek en de rol van de lege ruimte in je antwoord.

  1. 01Beschrijf de traditie

    Een traditioneel beeld is een gesloten massa: uit een blok marmer gehakt (subtractief) of uit klei opgebouwd en in brons gegoten (additief).

  2. 02Beschrijf Picasso's techniek

    Guitar is niet gehakt of geboetseerd maar geconstrueerd: platte vlakken van karton en later plaatmetaal zijn in elkaar gezet tot een gitaar.

  3. 03Bepaal de rol van de holte

    Tussen en achter die vlakken blijft lege ruimte open; die holte is geen leegte maar een actief beeldmiddel dat de vorm mede bepaalt.

  4. 04Formuleer de breuk

    De sculptuur is daardoor geen gesloten volume meer maar een open assemblage; dat geconstrueerde, open beeld breekt met de eeuwenoude opvatting van het beeld als massa.

Resultaat: Doordat Guitar is geconstrueerd uit platte vlakken met de lege ruimte als actief beeldmiddel, breekt Picasso met het beeld als gesloten massa en opent hij de weg naar de moderne, geconstrueerde sculptuur.

Eindexamen-focus

  • Fauvisme, expressionisme en kubisme op stijl herkennen en elk aan een kenmerk, een maker en een voorbeeldwerk koppelen.
  • Uitleggen dat het kubisme het vaste standpunt doorbreekt en, in de geconstrueerde sculptuur (Picasso's Guitar), de holte tot beeldmiddel maakt.

Veelgemaakte fouten

  • Fauvisme en expressionisme door elkaar halen; het fauvisme benadrukt de decoratieve kleurkracht, het (Duitse) expressionisme de vervorming voor emotie en kritiek.
  • Denken dat het kubisme een voorwerp vanuit een enkel standpunt vervormt; het toont juist meerdere standpunten tegelijk op een vlak.

Actieve herhaling

Je krijgt drie werken: een fauvistisch, een expressionistisch en een kubistisch. Benoem per werk de stroming, een maker en minstens twee beeldaspecten die je herkenning onderbouwen, en leg uit met welke conventie elk breekt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — fauvisme, expressionisme en kubisme (CvTE / Examenblad)

§ 03

De nieuwe beeldhouwkunst: Brancusi, futurisme en constructivisme#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Terwijl de schilders kleur en vorm bevrijdden, voltrokken de beeldhouwers een even radicale revolutie, en dat is voor handvaardigheid het hart van dit onderwerp. Voortbouwend op Rodin, die het gladde ideaal en de sokkel al had doorbroken, liet een nieuwe generatie de herkenbare figuur helemaal los. Die vernieuwing loopt langs drie duidelijke wegen: de terugkeer naar de essentiele, bijna abstracte vorm, het vangen van de beweging, en het bouwen van constructies uit moderne, industriele materialen. Elk van die wegen breekt op zijn eigen manier met de nabootsing en met het traditionele beeld als een figuur op een sokkel. Afb. 3 brengt de drie wegen in beeld: vanuit de gedeelde breuk met de nabootsing en de sokkel leiden Brancusi, Boccioni en Tatlin naar een autonome, moderne sculptuur. In deze sectie loop je de drie wegen een voor een langs, telkens met een sleutelmaker en een sleutelwerk.

Drie wegen naar een nieuwe beeldhouwkunst

De nieuwe beeldhouwkunstGraaf, breuk met nabootsing en sokkel (na Rodin) → Brancusi: essentiele vorm, breuk met nabootsing en sokkel (na Rodin) → Boccioni (futurisme): beweging, breuk met nabootsing en sokkel (na Rodin) → Tatlin (constructivisme): constructie, Brancusi: essentiele vorm → autonome moderne sculptuur, Boccioni (futurisme): beweging → autonome moderne sculptuur, Tatlin (constructivisme): constructie → autonome moderne sculptuurbreuk metnabootsing ensokkel (na Rodi…Brancusi:essentiele vormBoccioni(futurisme):bewegingTatlin(constructivisme):constructieautonome modernesculptuurabstractiedynamiekindustrielematerialenleidt totleidt totleidt tot
Afb. 3Afb. 3 — Vanuit de breuk met de nabootsing en de sokkel leiden drie wegen (Brancusi, Boccioni, Tatlin) naar de autonome moderne sculptuur.
De eerste weg is die van de essentiele vorm, en de grote naam is Constantin Brancusi. Hij werkte een tijd in het atelier van Rodin, maar vertrok met de beroemd geworden woorden dat er niets groeit in de schaduw van grote bomen. Waar Rodin het oppervlak ruw en bewogen liet, deed Brancusi het tegenovergestelde: hij polijstte zijn vormen spiegelglad en bracht ze terug tot hun kern. In 'De kus' (1907-1908) versmelten twee blokachtige figuren tot een bijna geometrisch geheel, het complete tegendeel van Rodins zinnelijke versie. En in 'Vogel in de ruimte' (vanaf ongeveer 1923) is van een vogel geen veer of snavel meer te zien, alleen een slanke, opwaarts strevende, glanzende vorm die niet de vogel maar het gevoel van vliegen zelf vangt. Brancusi schonk ook grote aandacht aan de sokkel, die hij als deel van het werk behandelde. Hij bewijst dat een beeld een zuivere, abstracte vorm mag zijn.
De tweede weg is die van de beweging, en die komt uit het futurisme. Deze Italiaanse stroming begon met een luidruchtig manifest van de dichter Filippo Marinetti in 1909, dat de snelheid, de machine, de moderne stad en zelfs de oorlog verheerlijkte en het museale verleden verwierp. De beeldhouwer Umberto Boccioni vertaalde dat naar drie dimensies in 'Unieke vormen van continuiteit in de ruimte' (1913): een schrijdende figuur wiens vormen uitwaaieren en stromen alsof de beweging zelf en de luchtstroom hem hebben omgevormd. Het is beweging die vast is geworden in brons; de starre, stilstaande figuur is opgelost in dynamiek. Waar de klassieke beeldhouwkunst een moment bevroor, wil het futurisme de beweging zelf tonen. Voor het beschouwen herken je het futurisme aan die uitwaaierende, gestroomlijnde vormen die snelheid en kracht suggereren.
De derde weg is die van de constructie, en die komt uit het Russische constructivisme, dat vooral na de revolutie van 1917 opbloeide. De constructivisten vonden dat kunst niet langer de werkelijkheid moest nabootsen maar gebouwd (geconstrueerd) moest worden uit moderne, industriele materialen — ijzer, glas, staal — en de nieuwe maatschappij moest dienen. Vladimir Tatlin ontwierp het 'Monument voor de Derde Internationale' (1919-1920), bekend als Tatlins toren: een reusachtige, schuin oprijzende spiraal van ijzer en glas, hoger bedoeld dan de Eiffeltoren, als symbool van het nieuwe tijdperk. De toren werd nooit gebouwd, maar het ontwerp werd wereldberoemd. Naum Gabo en Antoine Pevsner maakten abstracte constructies waarin de open ruimte en doorzichtige vlakken meespelen. De drie wegen samen — essentiele vorm, beweging en constructie — laten zien hoe de sculptuur ophoudt een figuur na te bootsen en een autonoom, modern object wordt.
Uitgewerkt voorbeeld

Boccioni's 'Unieke vormen' als futuristische sculptuur

Leg uit hoe Boccioni's 'Unieke vormen van continuiteit in de ruimte' (1913) beweging verbeeldt en tot welke stroming het hoort.

  1. 01Beschrijf de voorstelling

    Een schrijdende, mensachtige figuur van brons, zonder armen, die krachtig vooruit lijkt te stappen.

  2. 02Analyseer de vorm

    De contouren waaieren uit en stromen naar achteren, als vlammen of als door de wind vervormd; het oppervlak lijkt de luchtstroom rond de bewegende figuur te tonen.

  3. 03Bepaal de stroming

    Deze verheerlijking van snelheid en beweging, vastgelegd in een dynamische, gestroomlijnde vorm, is kenmerkend voor het futurisme (manifest 1909).

  4. 04Benoem de breuk

    Waar de klassieke sculptuur een figuur in een stilstaand moment bevroor, wil het futurisme de beweging zelf tonen; de starre figuur is opgelost in dynamiek.

Resultaat: Door de uitwaaierende, stromende vormen verbeeldt Boccioni de beweging zelf in brons; het werk hoort bij het futurisme en breekt met de traditie van de stilstaande, bevroren figuur.

Eindexamen-focus

  • De drie wegen van de moderne beeldhouwkunst benoemen: essentiele vorm (Brancusi), beweging (Boccioni/futurisme) en constructie (Tatlin/constructivisme), elk met een sleutelwerk.
  • Uitleggen hoe elke weg breekt met de nabootsing en met het traditionele beeld (gesloten massa, figuur op een sokkel).

Veelgemaakte fouten

  • Brancusi's gladde, vereenvoudigde vormen 'onaf' of 'te simpel' noemen; de reductie tot de essentie is juist de bewuste kern van zijn kunst.
  • Boccioni's uitwaaierende figuur als een vervorming lezen in plaats van als vastgelegde beweging (het futuristische doel).

Actieve herhaling

Je krijgt een afbeelding van Boccioni's 'Unieke vormen van continuiteit in de ruimte' (1913). Beschrijf hoe de vorm beweging suggereert en leg uit tot welke stroming het beeld hoort en met welke traditie het breekt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — de moderne beeldhouwkunst (CvTE / Examenblad)

§ 04

Abstractie en ontwerp: De Stijl en het Bauhaus#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Naast de beeldhouwkunst ontwikkelt de avant-garde ook een streng abstracte en op ontwerp gerichte lijn, en die begint in Nederland met De Stijl. Deze beweging werd in 1917 opgericht rond het gelijknamige tijdschrift, met Theo van Doesburg als motor en Piet Mondriaan als bekendste schilder. Hun abstractie, het neoplasticisme, reduceerde de kunst tot alleen horizontale en verticale zwarte lijnen, witte en grijze vlakken en uitsluitend de primaire kleuren rood, geel en blauw. Achter die soberheid zat een groot ideaal: door alles wat toevallig en persoonlijk is weg te laten, hoopte men een universele harmonie en een tijdloos evenwicht te bereiken. Belangrijk is dat De Stijl die harmonie niet tot het schilderij wilde beperken, maar in alle vormgeving zocht — in de architectuur, het meubel en de typografie. Afb. 4 zet De Stijl en het Bauhaus naast elkaar met per beweging een kenmerk, een maker en een voorbeeld.

De Stijl en het Bauhaus

Abstractie en ontwerpTabel met 4 kolommen en 3 rijen, Gegevens: Beweging (periode) · Kenmerk · Maker · Voorbeeld; De Stijl (vanaf 1917) · neoplasticisme: rechte lijnen, primaire kleuren, universele harmonie · Mondriaan, Van Doesburg · Mondriaans composities in vlakken; De Stijl in 3D · abstracte compositie als meubel en gebouw · Rietveld · Rood-blauwe stoel; Schroderhuis (1924); Bauhaus (1919-1933) · kunst, ambacht en industrie verenigd; vorm volgt functie · Gropius, Breuer · Bauhausgebouw Dessau; stalen buisstoel, gemarkeerde cel: De Stijl in 3DBEWEGING (PERIODE)KENMERKMAKERVOORBEELDDe Stijl (vanaf 1917)neoplasticisme: rechtelijnen, primaire kleuren,universele harmonieMondriaan, Van DoesburgMondriaans composities invlakkenDe Stijl in 3Dabstracte compositie alsmeubel en gebouwRietveldRood-blauwe stoel;Schroderhuis (1924)Bauhaus (1919-1933)kunst, ambacht en industrieverenigd; vorm volgt functieGropius, BreuerBauhausgebouw Dessau; stalenbuisstoel
Afb. 4Afb. 4 — De Stijl en het Bauhaus met hun kenmerk, maker en voorbeeld; Rietvelds driedimensionale werk is uitgelicht.
Voor handvaardigheid is vooral belangrijk hoe De Stijl zich in drie dimensies vertaalt, en daarvoor moet je bij Gerrit Rietveld zijn. Zijn 'Rood-blauwe stoel' (ontworpen rond 1918 en later in kleur uitgevoerd) vertaalt het neoplasticisme naar een meubel: rechte, over elkaar geschoven latten en vlakken in de primaire kleuren maken van de stoel een abstracte compositie die vrij in de ruimte staat. Het is tegelijk gebruiksvoorwerp en ruimtelijk kunstwerk. Nog verder ging Rietveld met het 'Rietveld Schroderhuis' in Utrecht (1924), waarin een heel huis volgens dezelfde beginselen is opgebouwd; het staat inmiddels op de Werelderfgoedlijst. Rietveld laat zien hoe de moderne kunst de grens tussen kunst, ambacht en ontwerp bewust liet vervagen: een stoel of een huis kan net zo goed een kunstwerk zijn als een schilderij. Dat idee vormt een brug naar het Bauhaus.
Het Bauhaus was een Duitse school voor kunst en vormgeving, in 1919 opgericht in Weimar door de architect Walter Gropius, in 1925 verhuisd naar Dessau en in 1933 door de nazi's gesloten. Het programma was even eenvoudig als invloedrijk: verenig kunst, ambacht en industrie, en ontwerp functionele, onversierde voorwerpen die in serie gemaakt kunnen worden. Het beroemde beginsel dat men er later mee samenvatte, luidt 'vorm volgt functie': de vorm van een voorwerp hoort voort te komen uit zijn gebruik, niet uit versiering. Kenmerkend zijn strakke, geometrische vormen, eerlijke materialen als staal en glas, en het weglaten van elk ornament. Marcel Breuer ontwierp er zijn stoelen van gebogen stalen buis, en het schoolgebouw in Dessau werd zelf een icoon van de moderne architectuur. Het Bauhaus heeft de vormgeving en de architectuur wereldwijd blijvend bepaald.
De Stijl en het Bauhaus delen een diepe overtuiging: dat een abstracte, functionele vorm een universele en eerlijke taal is, en dat de kunstenaar-ontwerper de moderne wereld mede vormgeeft in plaats van alleen plaatjes te maken. Voor een maakvak als handvaardigheid is dat een inspirerende gedachte, want zij plaatst vorm, materiaal en functie samen in het hart van de kunst: een goed ontworpen object draagt evenveel betekenis als een schilderij. Op het examen moet je de strenge, geometrische abstractie van De Stijl kunnen herkennen (rechte lijnen, primaire kleuren) en de functionele, onversierde vormen van het Bauhaus (strak, industrieel, geen ornament), telkens met een maker en een voorbeeld erbij. Vraagt men naar het gedeelde ideaal, dan noem je de universele harmonie van De Stijl en het 'vorm volgt functie' van het Bauhaus, en het feit dat beide de scheiding tussen kunst en vormgeving wilden opheffen.
Uitgewerkt voorbeeld

Rietvelds 'Rood-blauwe stoel' als De Stijl in 3D

Leg uit hoe Rietvelds 'Rood-blauwe stoel' de beginselen van De Stijl in drie dimensies vertaalt en waarom hij de grens tussen kunst en vormgeving vervaagt.

  1. 01Benoem de beginselen van De Stijl

    Het neoplasticisme werkt met rechte, horizontale en verticale lijnen, vlakken en alleen de primaire kleuren, op zoek naar universele harmonie.

  2. 02Zie ze terug in de stoel

    De stoel bestaat uit rechte latten en vlakke delen in rood, blauw, geel en zwart; de onderdelen schuiven langs elkaar als lijnen en vlakken in een compositie.

  3. 03Bepaal het driedimensionale karakter

    Anders dan een schilderij staat de stoel vrij in de ruimte; je loopt er omheen en ziet de compositie van alle kanten, terwijl het tegelijk een bruikbaar meubel is.

  4. 04Formuleer de conclusie

    Omdat de stoel tegelijk gebruiksvoorwerp en abstract ruimtelijk kunstwerk is, vervaagt Rietveld bewust de grens tussen kunst, ambacht en vormgeving.

Resultaat: De 'Rood-blauwe stoel' vertaalt het neoplasticisme naar een driedimensionaal, vrij in de ruimte staand object dat tegelijk meubel en kunstwerk is, en vervaagt zo de grens tussen kunst en vormgeving.

Eindexamen-focus

  • De Stijl (neoplasticisme) en het Bauhaus op stijl herkennen en elk aan een kenmerk, een maker en een voorbeeld koppelen.
  • Het gedeelde ideaal uitleggen: universele harmonie (De Stijl) en 'vorm volgt functie' (Bauhaus), en het opheffen van de grens tussen kunst en vormgeving (Rietveld).

Veelgemaakte fouten

  • De Stijl alleen als schilderkunst zien; juist in Rietvelds stoel en huis wordt de abstractie driedimensionaal en toegepast.
  • 'Vorm volgt functie' verwarren met kaalheid om de kaalheid; de onversierde vorm komt bewust voort uit het gebruik en de serieproductie.

Actieve herhaling

Vergelijk Rietvelds 'Rood-blauwe stoel' met een Bauhaus-ontwerp naar keuze. Leg uit welk ideaal beide met hun vorm nastreven en hoe zij de grens tussen kunst, ambacht en vormgeving vervagen.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — De Stijl en het Bauhaus (CvTE / Examenblad)

§ 05

Idee, droom en gebaar: dada, surrealisme en abstract expressionisme#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kernpunten

Een laatste groep stromingen verlegt de aandacht van het zichtbare naar het idee, de droom en het gebaar. Het begint met dada, een anti-kunstbeweging die rond 1916 in het Cabaret Voltaire in Zurich ontstond als protest tegen de zinloze slachting van de Eerste Wereldoorlog en tegen de zogenaamde redelijkheid die haar had voortgebracht. Dada omarmde het toeval, de onzin en de provocatie. De invloedrijkste figuur voor de toekomst was Marcel Duchamp, wiens readymades — een kant-en-klaar gebruiksvoorwerp dat hij tot kunst verklaarde, zoals het beruchte urinoir 'Fountain' (1917) en het 'Bicycle Wheel' (1913) — het idee boven het maken plaatsten. Daarmee sluit dada rechtstreeks aan bij de conceptuele opvatting uit het onderwerp kunsttheorie: niet het vakmanschap maar de keuze en de gedachte maken het kunstwerk. Afb. 5 brengt deze opeenvolging van breuken als een invloedketen in beeld.

De invloedketen van de twintigste-eeuwse kunst

Invloedketen van de moderne kunstGraaf, Rodin breekt het gladde ideaal → avant-garde: kleur en vorm bevrijd, avant-garde: kleur en vorm bevrijd → sculptuur breekt de figuur, avant-garde: kleur en vorm bevrijd → dada: het idee boven het maken (readymade), dada: het idee boven het maken (readymade) → surrealisme: de droom en het onbewuste, surrealisme: de droom en het onbewuste → abstract expressionisme: het gebaarRodin breekt hetgladde ideaalavant-garde:kleur en vormbevrijdsculptuur breektde figuurdada: het ideeboven het maken(readymade)surrealisme: dedroom en hetonbewusteabstractexpressionisme:het gebaarvrije vormde figuur losnog radicaleruit dadahet onbewuste,het gebaar
Afb. 5Afb. 5 — De invloedketen van de twintigste eeuw: elke stap radicaliseert een vrijheid van de vorige; de readymade van dada is uitgelicht als scharnier.
Uit dada groeide het surrealisme, dat in 1924 met een manifest van de schrijver Andre Breton in Parijs werd gelanceerd. Geinspireerd door de theorieen van Sigmund Freud over het onbewuste en de droom, wilden de surrealisten de irrationele, droomachtige wereld van de geest ontsluiten. Salvador Dali schilderde met minutieuze precisie onmogelijke droomtaferelen, met zijn smeltende klokken in 'De volharding van de herinnering' (1931) als beroemdste beeld. Rene Magritte speelde met de verhouding tussen beeld, voorwerp en woord: onder een zorgvuldig geschilderde pijp schreef hij 'dit is geen pijp' (1929), om eraan te herinneren dat een afbeelding nooit het ding zelf is. In drie dimensies leverde het surrealisme vervreemdende objecten op: Meret Oppenheim bekleedde in 'Object' (1936) een kopje, schotel en lepel met bont, waardoor een alledaags voorwerp een verontrustend droomding werd. Het surrealisme opent zo de deur naar het onbewuste.
De laatste stap in dit onderwerp is het abstract expressionisme, dat in de jaren veertig en vijftig in New York ontstond — na de Tweede Wereldoorlog verschoof het zwaartepunt van de kunst van Parijs naar New York. Het gaat om grote, volledig abstracte doeken waarin de lichamelijke daad van het schilderen en het rauwe gevoel op de voorgrond staan. Jackson Pollock ontwikkelde de 'action painting': hij legde het doek op de vloer en liet de verf in druppels en slierten over het oppervlak vallen en zwiepen (zijn drip paintings, ongeveer 1947-1950), zodat het voltooide werk de beweging van zijn hele lichaam vastlegt. Het gebaar zelf, de daad van het maken, wordt daarmee het onderwerp. In het abstract expressionisme komen de expressieve en de abstracte opvatting samen: zuivere abstractie, geladen met emotie en fysieke actie. Daarmee is de kunst ver verwijderd van de nabootsing waarmee de eeuw begon.
Wie de hele eeuw overziet, herkent een invloedketen waarin elke stap een vrijheid uit de vorige radicaliseert (zie Afb. 5). Rodin brak het gladde ideaal; de avant-garde bevrijdde kleur en vorm (fauvisme, kubisme); de beeldhouwkunst brak de figuur zelf (Brancusi, Boccioni, Tatlin); dada brak de gedachte dat kunst gemaakt moet zijn (de readymade); het surrealisme opende de droom; en het abstract expressionisme maakte het gebaar zelf tot werk. Voor het examen moet je een twintigste-eeuws werk op stijl kunnen plaatsen, de stroming, de maker en een voorbeeldwerk kunnen noemen en kunnen uitleggen met welke conventie het breekt en op welke eerdere breuk het voortbouwt. Dat is precies wat de kunstgeschiedenis in grote lijnen van je vraagt. En voor handvaardigheid geldt telkens het extra accent: let bij elke stap op hoe zij opnieuw bepaalt wat een beeld, een object of een sculptuur kan zijn.
Uitgewerkt voorbeeld

De invloedketen van kubisme tot abstract expressionisme

Leg aan de hand van dada, surrealisme en abstract expressionisme uit hoe de twintigste-eeuwse kunst zich als een keten van breuken ontwikkelde.

  1. 01Vertrek bij de bevrijde vorm

    De avant-garde (fauvisme, kubisme) had kleur en vorm al bevrijd en het vaste standpunt doorbroken; de sculptuur liet de figuur los.

  2. 02Dada radicaliseert

    Dada zet de volgende stap en verklaart een gekozen voorwerp tot kunst (de readymade van Duchamp): niet het maken maar het idee telt nu.

  3. 03Surrealisme opent de droom

    Uit dada groeit het surrealisme (manifest 1924), dat met Dali en Magritte de irrationele wereld van de droom en het onbewuste onderzoekt.

  4. 04Het gebaar wordt werk

    In het abstract expressionisme maakt Pollock met action painting de lichamelijke daad van het schilderen zelf tot onderwerp; abstractie en emotie vallen samen.

Resultaat: Van de bevrijde vorm via het idee (dada) en de droom (surrealisme) naar het gebaar (abstract expressionisme) vormt de twintigste-eeuwse kunst een keten waarin elke stroming een vrijheid van de vorige radicaliseert.

Eindexamen-focus

  • Dada (readymade), surrealisme (droom en het onbewuste) en abstract expressionisme (het gebaar) op stijl herkennen en elk aan een maker en voorbeeldwerk koppelen.
  • De invloedketen van de twintigste-eeuwse kunst uitleggen: elke stroming radicaliseert een vrijheid van de vorige (van de bevrijde vorm tot het idee en het gebaar).

Veelgemaakte fouten

  • Dada en surrealisme gelijkstellen; dada is anti-kunst en provocatie, het surrealisme onderzoekt gericht de droom en het onbewuste.
  • Pollocks drip paintings als toevallige klodders zien; het gaat om de vastgelegde, lichamelijke daad van het schilderen (action painting).

Actieve herhaling

Plaats dada, surrealisme en abstract expressionisme op een lijn en leg voor elk uit welke conventie het breekt en op welke eerdere breuk het voortbouwt. Betrek Duchamps readymade, een surrealistisch werk en Pollocks action painting.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — dada, surrealisme en abstract expressionisme (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 05

    • 01De avant-garde: breuk met de traditie○
    • 02Kleur en vorm: fauvisme, expressionisme en kubisme◐
    • 03De nieuwe beeldhouwkunst: Brancusi, futurisme en constructivisme◐
    • 04Abstractie en ontwerp: De Stijl en het Bauhaus◐
    • 05Idee, droom en gebaar: dada, surrealisme en abstract expressionisme●

0/5 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Kunstgeschiedenis: moderne kunst en avant-garde (twintigste eeuw)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~25
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — de avant-garde

Vorig onderwerp

Kunstgeschiedenis: negentiende eeuw (romantiek, realisme, impressionisme)

Volgend onderwerp

Kunstgeschiedenis: hedendaagse kunst en vormgeving

EuraStudy·Samenvattingen T·09·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.