EuraStudy
Samenvattingen/Handvaardigheid/Kunstgeschiedenis: hedendaagse kunst en vormgeving
Samenvattingen · HandvaardigheidNL · HAVO

Kunstgeschiedenis: hedendaagse kunst en vormgeving

Na 1960 verruimt de ruimtelijke kunst van een op zichzelf staand object naar de ruimte, de situatie en de plek, waar de kijker letterlijk in stapt. Deze samenvatting behandelt de drie grote richtingen die daaruit voortkomen - de installatie, de land art en de nieuwe media - met echte werken van onder anderen Smithson, Serra, Christo en Nam June Paik. Je leert een hedendaags ruimtelijk werk plaatsen en beschouwen via voorstelling en plek, vormgeving, en betekenis en context.

4 Onderdelen·~21 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·101010 / 13
Examenprofiel
Kunst beschouwen: hedendaagse ruimtelijke kunst en vormgeving analyseren naar voorstelling, vormgeving en betekenisKunsthistorische ontwikkelingen na 1960 herkennen: van object naar installatie, land art en nieuwe mediaWerk in context plaatsen: maker, stroming, tijd en functie (autonoom versus toegepast) benoemenVakbegrippen ruimtelijk werk toepassen: site-specific, installatie, land art, vergankelijkheid, schaal
Operatoren:benoembeschrijfleg uitverklaarinterpreteerberedeneer

basisniveau

Voor het CE 'kunst beschouwen' moet je deze hedendaagse werken kunnen herkennen, benoemen en met vakbegrippen beschrijven.

verhoogd niveau

Gebruik de verruiming naar ruimte en plek om je eigen ruimtelijke werk (installatie, object of land-artstudie) in je SE-praktijk te onderbouwen.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Kunstgeschiedenis: hedendaagse kunst en vormgeving
    • 01Van object naar situatie○
    • 02Installatie en de ruimte van de kijker◐
    • 03Land art en de plek◐
    • 04Nieuwe media en hedendaagse vormgeving●
§ 01

Van object naar situatie#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

Tot omstreeks 1960 was een beeldhouwwerk vooral een autonoom OBJECT: een op zichzelf staand ding dat je van buitenaf bekeek, meestal op een sokkel of voetstuk, netjes afgebakend van de wereld eromheen. Vanaf de jaren 1960 verandert dat ingrijpend. De ruimtelijke kunst verruimt zich van het losse object naar de hele RUIMTE, de SITUATIE en de PLEK waarin het werk staat. Het beeld is niet langer alleen iets om omheen te lopen, maar iets waar de kijker letterlijk IN stapt: de omringende ruimte, de vloer, het licht en de route van de bezoeker gaan bij het kunstwerk horen. Dit is de kern die je voor de hedendaagse ruimtelijke kunst moet kunnen benoemen. In de tijdlijn (Afb. 1) zie je hoe die verschuiving zich tussen 1970 en 2006 in een reeks beroemde werken voltrekt, van afgelegen landschap tot een spiegelend object midden op een plein in de stad.

Tijdlijn: van object naar situatie

Van object naar situatie (1960-2010)Tijdlijn van 1960 tot 2010, 1970: Smithson, Spiral Jetty, 1977: De Maria, Lightning Field, 1981: Serra, Tilted Arc, 1995: Christo, Verhulde Rijksdag, 1999: Bourgeois, Maman, 2006: Kapoor, Cloud Gate, 1960–1980: Land art / minimal, 1980–2000: Installatie, 2000–2010: Publiek object19602010jaarLand art / minimalInstallatiePubliek object1970Smithson, SpiralJetty1977De Maria,Lightning Field1981Serra, TiltedArc1995Christo,Verhulde Rijksd…1999Bourgeois, Maman2006Kapoor, CloudGate
Afb. 1Afb. 1 — Zes sleutelwerken tussen 1970 en 2006 tonen de verschuiving van object naar situatie en plek.
Waarom gebeurde die verschuiving? Kunstenaars wilden af van het idee dat een beeld een kostbaar, verhandelbaar object op een sokkel is dat veilig in een museum of galerie hoort. Onder invloed van de minimal art, die het beeld terugbracht tot strakke, industriele basisvormen, ging de aandacht steeds meer naar de VERHOUDING tussen het werk, de ruimte en het lichaam van de kijker. Als de vorm eenvoudig is, wordt juist de ervaring belangrijk: hoe groot voel je je ernaast, welke route loop je, hoe verandert het werk terwijl je beweegt. Zo verschoof de betekenis van het 'wat is het' (het object) naar het 'waar en hoe ervaar ik het' (de situatie). De kunstenaar ontwerpt niet meer alleen een ding, maar een ERVARING in een concrete ruimte. Dat verklaart waarom veel hedendaagse werken pas echt werken op hun eigen plek en veel van hun kracht verliezen zodra je ze verplaatst of alleen op een foto ziet.
De tijdlijn maakt die ontwikkeling concreet met echte werken. Het begint met de land art: Robert Smithson legt in 1970 de 'Spiral Jetty' aan, een reusachtige spiraal van basalt en aarde in het Great Salt Lake in Utah. In 1977 plaatst Walter De Maria 'The Lightning Field', een raster van stalen palen in de woestijn van New Mexico. Daarna verschuift het accent naar de stedelijke ruimte en de installatie: in 1981 zet Richard Serra 'Tilted Arc' neer, een enorme stalen boog dwars over een plein. In 1995 pakken Christo en Jeanne-Claude met de 'Verhulde Rijksdag' een heel regeringsgebouw in Berlijn tijdelijk in. In 1999 maakt Louise Bourgeois 'Maman', een torenhoge bronzen spin. En in 2006 voltooit Anish Kapoor 'Cloud Gate' in Chicago, een spiegelend object waar het publiek onderdoor loopt. Zo loopt de lijn van afgelegen landschap naar publiek stadsplein.
Het gevolg van deze verruiming is dat 'het beeld' iets heel anders kan zijn dan een blok steen of brons. Vaak is het werk plaatsgebonden (site-specific): het is speciaal voor die ene plek gemaakt en hoort daar thuis. Soms is het ook tijdelijk of vergankelijk, zoals de ingepakte Rijksdag die na twee weken weer werd afgebroken, of de Spiral Jetty die soms onder water verdwijnt en weer opduikt. Daardoor is documentatie belangrijk geworden: we kennen veel van deze werken vooral van FOTO'S en films. Voor het examen moet je dit onderscheid kunnen maken tussen het klassieke, verplaatsbare object en het hedendaagse, plaatsgebonden werk dat de ruimte zelf gebruikt. In de volgende secties werken we de drie grote richtingen uit die uit deze verruiming voortkomen: de installatie (de ruimte van de kijker), de land art (het landschap als plek) en de nieuwe media.
Uitgewerkt voorbeeld

Van object naar situatie aflezen van de tijdlijn

Leg met behulp van de tijdlijn uit hoe de ruimtelijke kunst tussen 1970 en 2006 verruimt van object naar situatie en plek. Noem minstens drie werken.

  1. 01Beginpunt: land art

    Rond 1970 verlaat het beeld het atelier: Smithsons 'Spiral Jetty' (1970) en De Maria's 'The Lightning Field' (1977) worden buiten in het landschap gemaakt. Het werk is niet langer een object op een sokkel maar een plek.

  2. 02Naar de stedelijke ruimte

    In 1981 zet Serra 'Tilted Arc' dwars over een plein: het werk deelt de ruimte in en stuurt de route van voorbijgangers. De situatie en de beweging van de kijker worden onderdeel van het werk.

  3. 03Tijdelijk en publiek

    In 1995 pakken Christo en Jeanne-Claude de Rijksdag tijdelijk in, in 1999 maakt Bourgeois 'Maman' en in 2006 voltooit Kapoor 'Cloud Gate', waar publiek onderdoor loopt. Het werk zoekt de openbare ruimte en de kijker op.

  4. 04Conclusie trekken

    De lijn loopt van afgelegen landschap (1970) via het stadsplein (1981) naar een spiegelend publiek object (2006). Steeds meer bepaalt de PLEK en de kijker het werk, niet het losse object.

Resultaat: De tijdlijn toont hoe de ruimtelijke kunst tussen 1970 en 2006 verschuift van autonoom object naar plaatsgebonden situatie waarin de ruimte en de kijker centraal staan.

Eindexamen-focus

  • Uitleggen hoe de ruimtelijke kunst na 1960 verruimt van object naar ruimte, situatie en plek.
  • Werken in de juiste tijdvolgorde plaatsen en aan de juiste maker koppelen (Smithson, Serra, Christo, Bourgeois, Kapoor).

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat elk groot beeld zomaar 'moderne kunst' is; het gaat juist om de verschuiving naar plaatsgebonden werk waar de kijker in stapt.
  • Jaartallen en makers door elkaar halen; de 'Spiral Jetty' (1970) is van Smithson, niet van Serra of Christo.

Actieve herhaling

Beschrijf aan de hand van de tijdlijn hoe de ruimtelijke kunst tussen 1970 en 2006 verandert van object naar situatie. Noem drie werken met maker en jaartal en leg per werk uit welke rol de plek speelt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — van object naar situatie na 1960 (CvTE / Examenblad)

§ 02

Installatie en de ruimte van de kijker#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Een INSTALLATIE is een kunstwerk dat niet uit een enkel object bestaat, maar uit een hele ingerichte RUIMTE. De kunstenaar gebruikt de vloer, de wanden, het licht, de maat en soms geluid of beweging om een totale situatie te maken waar de bezoeker binnenstapt. Het werk is dus de hele ruimte en de ERVARING die je daar ondergaat, niet een ding dat je op afstand bekijkt. Daarmee is de installatie de duidelijkste uitkomst van de verruiming die in de vorige sectie begon: van object naar situatie. De knooppuntgraaf (Afb. 2) laat die opbouw stap voor stap zien: van 'object' naar 'ruimte / plek', dan naar 'beweging en ervaring van de kijker', en ten slotte naar de 'installatie', waarin die drie samenkomen. Kenmerkend is dat jij als kijker geen buitenstaander meer bent maar deel wordt van het werk: jouw positie, blik en route bepalen mee wat het kunstwerk op dat moment is.

Van object naar installatie

Van object naar installatieGraaf, object → ruimte / plek, ruimte / plek → beweging & ervaring van de kijker, beweging & ervaring van de kijker → installatieobjectruimte / plekbeweging &ervaring van dekijkerinstallatieverruimt naaractiveertwordt
Afb. 2Afb. 2 — De installatie ontstaat als object, ruimte en de bewegende kijker samenkomen.
Wat een installatie zo sterk maakt, is dat ze meestal plaatsgebonden (site-specific) is: ze is bedacht voor precies die ene ruimte en gebruikt de eigenschappen daarvan. Omdat je erin rondloopt, speelt jouw LICHAAM en beweging een hoofdrol. Je ziet nooit alles in een oogopslag; het werk ontvouwt zich terwijl je loopt, bukt, omkijkt of dichterbij komt. Daardoor krijgt tijd een rol: de ervaring heeft een begin, een midden en een eind, net als bij een wandeling. De kunstenaar stuurt die ervaring door de ruimte in te richten: waar mag je lopen, waar word je tegengehouden, waarheen wordt je blik geleid. Dit verklaart waarom een foto een installatie vaak niet recht doet: het beeld op de foto mist juist datgene waar het om draait, namelijk het er middenin staan en het zelf bewegen. Voor beschouwing betekent dit dat je een installatie beschrijft als een ervaring in de tijd, niet als een stilstaand plaatje.
Een scherp voorbeeld is 'Tilted Arc' van Richard Serra uit 1981: een enorme, licht gekantelde stalen boog van ruim drie meter hoog, dwars over Federal Plaza in New York. Het werk was radicaal site-specific: het deelde het plein in tweeen en dwong iedereen die overstak zijn gewone route te VERANDEREN en om de wand heen te lopen. Serra wilde juist dat mensen het plein en hun eigen beweging opnieuw zouden ervaren. Maar veel gebruikers van het plein ervoeren de boog als een sta-in-de-weg die het uitzicht en de doorgang blokkeerde. Na jaren van protest en een rechtszaak werd 'Tilted Arc' in 1989 verwijderd. En omdat het werk speciaal voor die plek was gemaakt, betekende weghalen het einde ervan: op een andere plek zou het niet meer hetzelfde werk zijn. Dit voorbeeld laat scherp zien hoe een installatie de ruimte en de route van de kijker tot onderwerp maakt, en hoe gevoelig plaatsgebonden werk is.
Een heel ander voorbeeld van groot ruimtelijk werk is 'Maman' van Louise Bourgeois uit 1999: een torenhoge bronzen spin van meer dan negen meter hoog, die op dunne, gebogen poten staat met onder haar lijf een zak vol marmeren eieren. Hoewel 'Maman' op zichzelf een object is en geen volledig ingerichte ruimte, werkt ze wel degelijk als een installatie in de open lucht: je loopt eronderdoor, tussen de spichtige poten, en voelt je tegelijk nietig en beschermd. De titel 'Maman' (mama) en de eieren maken van de reuzenspin een beeld van het moederschap, beschermend en bedreigend tegelijk. Zo zie je dat de schaal en de plaatsing van een werk de betekenis sterk sturen: pas doordat je er klein onder staat, ontstaat het gevoel dat de kunstenaar zoekt. In de volgende sectie verschuiven we van de museum- en pleinruimte naar de land art, waar het LANDSCHAP zelf de plek en tegelijk het materiaal van het kunstwerk wordt.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom 'Tilted Arc' een installatie is

Beredeneer waarom 'Tilted Arc' (Serra, 1981) een installatie genoemd kan worden en geen los beeld. Betrek de rol van de ruimte en de kijker.

  1. 01Het werk beschrijven

    'Tilted Arc' is een ruim drie meter hoge, licht gekantelde stalen boog die dwars over Federal Plaza in New York staat. Op zichzelf lijkt het een groot object van staal.

  2. 02De ruimte erbij betrekken

    De boog is speciaal voor dit plein gemaakt (site-specific): hij deelt het plein in tweeen en verandert de hele beleving van de open ruimte. Zonder dit plein zou het werk niet bestaan zoals het bedoeld is.

  3. 03De kijker laten bewegen

    Wie oversteekt, moet zijn gewone route veranderen en om de wand heen lopen. De beweging en ervaring van de voorbijganger worden zo deel van het werk: je ondergaat het van binnenuit.

  4. 04Conclusie: installatie

    Omdat het werk de hele ruimte en de route van de kijker tot onderwerp maakt, is het meer dan een los beeld: het is een installatie. Dat het na protest in 1989 werd verwijderd en daarmee ophield te bestaan, bevestigt hoe plaatsgebonden het was.

Resultaat: 'Tilted Arc' is een installatie omdat het de pleinruimte en de beweging van de kijker tot kunstwerk maakt; losgemaakt van die plek verdwijnt het werk, zoals de verwijdering in 1989 liet zien.

Eindexamen-focus

  • Beschrijven wat een installatie is en waarom de ruimte en de beweging van de kijker deel van het werk zijn.
  • Uitleggen wat site-specific betekent aan de hand van 'Tilted Arc' (1981).

Veelgemaakte fouten

  • Een installatie beschrijven als een stilstaand plaatje; juist de ervaring in de tijd en de route van de kijker maken het werk.
  • Vergeten dat plaatsgebonden werk zijn betekenis verliest of ophoudt te bestaan als het wordt verplaatst of verwijderd.

Actieve herhaling

Leg uit waarom 'Tilted Arc' (Serra, 1981) een installatie is en geen los beeld. Betrek de begrippen site-specific, ruimte en beweging van de kijker, en de verwijdering in 1989.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — installatie en de ruimte van de kijker (CvTE / Examenblad)

§ 03

Land art en de plek#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

LAND ART (ook wel earth art) is kunst die buiten in het LANDSCHAP wordt gemaakt en waarbij het land zelf het materiaal en de plek van het werk is. In plaats van steen of brons naar een atelier te halen, gaat de kunstenaar de natuur in en werkt met aarde, rotsen, water, woestijn of zout. De werken zijn bijna altijd site-specific: ze horen bij die ene plek en zijn vaak zo groot dat je ze alleen in hun geheel ziet vanuit de lucht of tijdens een lange wandeling. Land art ontstond rond 1970, deels als reactie op de handel in kunst: een aardwerk in een afgelegen meer of woestijn kun je niet kopen en aan de muur hangen. De tabel (Afb. 3) zet drie beroemde werken naast elkaar met hun maker en kenmerk, zodat je in een oogopslag ziet wat land art typeert: groot, buiten, plaatsgebonden en gemaakt van de plek zelf.

Drie werken van de land art

Drie werken van de land artTabel met 3 kolommen en 3 rijen, Gegevens: Werk (jaar) · Kunstenaar · Kenmerk; Spiral Jetty (1970) · Robert Smithson · aardwerk in het landschap; The Lightning Field (1977) · Walter De Maria · raster van stalen palen; Verhulde Rijksdag (1995) · Christo & Jeanne-Claude · tijdelijke inpakking van een gebouw, gemarkeerde cel: Spiral Jetty (1970)WERK (JAAR)KUNSTENAARKENMERKSpiral Jetty (1970)Robert Smithsonaardwerk in het landschapThe Lightning Field (1977)Walter De Mariaraster van stalen palenVerhulde Rijksdag (1995)Christo & Jeanne-Claudetijdelijke inpakking van eengebouw
Afb. 3Afb. 3 — Drie beroemde land-artwerken naast elkaar; de Spiral Jetty is uitgelicht.
Het bekendste voorbeeld, uitgelicht in de tabel, is de 'Spiral Jetty' van Robert Smithson uit 1970. In het ondiepe, roodige water van het Great Salt Lake in de Amerikaanse staat Utah legde hij met bulldozers een reusachtige spiraal aan van ruim vierhonderd meter, opgebouwd uit zwart basalt, modder en zoutkristallen. De vorm van de spiraal verwijst naar de natuur zelf: naar draaikolken, groeiende schelpen en zoutkringen. Omdat het werk in het water ligt, verandert het voortdurend: bij hoog water verdwijnt de spiraal onder de oppervlakte en bij laag water komt hij weer wit uitgeslagen tevoorschijn. De 'Spiral Jetty' laat daarmee alle kenmerken van land art tegelijk zien: het landschap als materiaal, een plaatsgebonden en enorme vorm, en een werk dat met de tijd en de natuur MEEVERANDERT in plaats van voor de eeuwigheid vast te staan.
De tabel noemt nog twee werken die het bereik van land art tonen. 'The Lightning Field' van Walter De Maria uit 1977 bestaat uit een strak raster van vierhonderd gepolijste stalen palen, geplaatst in een afgelegen vlakte in New Mexico. Van dichtbij zie je vooral de leegte van de woestijn en het licht dat op de palen speelt; alleen bij onweer kan er af en toe bliksem inslaan. Hier zijn het landschap, de lucht en het weer onderdeel van het werk. 'Verhulde Rijksdag' (Wrapped Reichstag) van Christo en Jeanne-Claude uit 1995 rekt het begrip nog verder op: zij pakten het hele Rijksdaggebouw in Berlijn twee weken lang in met zilverkleurige stof en touwen. Dat is geen natuur maar architectuur, en toch is het verwant aan land art: het is enorm, plaatsgebonden, tijdelijk, en het verandert hoe je een vertrouwde plek ziet.
Uit deze voorbeelden komt het lastigste kenmerk van land art naar voren: veel werken zijn VERGANKELIJK of onbereikbaar. De ingepakte Rijksdag stond er maar twee weken, de 'Lightning Field' ligt ver weg in de woestijn en de 'Spiral Jetty' verdwijnt geregeld onder water. Daardoor kennen de meeste mensen deze werken niet uit eigen aanschouwing maar van FOTO'S en films. De documentatie is bij land art dus geen bijzaak maar bijna een deel van het kunstwerk: de foto houdt het werk in leven nadat het is veranderd of verdwenen. Voor het examen is het belangrijk dat je dit kunt uitleggen: land art gebruikt het landschap als materiaal en plek, is site-specific en vaak tijdelijk, en leunt op fotografie om bewaard te blijven. In de laatste sectie plaatsen we land art, installatie en de nieuwe media samen in een overzicht van de hedendaagse beeldende kunst en vormgeving.
Uitgewerkt voorbeeld

Land art herkennen aan de 'Spiral Jetty'

Benoem aan de hand van de 'Spiral Jetty' (1970) drie kenmerken waaraan je land art herkent, en verklaar elk kenmerk kort.

  1. 01Landschap als materiaal

    De 'Spiral Jetty' is gemaakt van basalt, aarde en zout uit het Great Salt Lake zelf. Kenmerk: land art gebruikt het landschap en zijn materiaal in plaats van steen of brons uit een atelier.

  2. 02Site-specific en enorm

    De spiraal van ruim vierhonderd meter hoort bij die ene plek in Utah en is alleen als geheel te overzien vanuit de lucht. Kenmerk: land art is plaatsgebonden en vaak zo groot dat de plek zelf het werk draagt.

  3. 03Vergankelijk

    Bij hoog water verdwijnt de spiraal onder water en bij laag water komt hij weer tevoorschijn. Kenmerk: land art is vaak tijdelijk of veranderlijk en staat niet voor de eeuwigheid vast.

  4. 04Rol van de foto

    Omdat weinig mensen naar Utah reizen, kennen we het werk vooral van foto's en film. Kenmerk: bij land art documenteert fotografie het werk en houdt het in leven.

Resultaat: Aan de 'Spiral Jetty' herken je land art aan het landschap als materiaal, het plaatsgebonden en vergankelijke karakter, en de foto als documentatie van het werk.

Eindexamen-focus

  • Land art herkennen en de kenmerken benoemen: landschap als materiaal, site-specific, vaak vergankelijk.
  • Uitleggen waarom fotografie bij land art onmisbaar is voor de documentatie.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat land art altijd 'natuur' is; ook de ingepakte Rijksdag (architectuur) hoort bij de verwante, plaatsgebonden en tijdelijke werken.
  • De vergankelijkheid over het hoofd zien; veel land-artwerken bestaan nu vooral nog als foto.

Actieve herhaling

Vergelijk de 'Spiral Jetty' (1970) en 'The Lightning Field' (1977) op materiaal, plek en houdbaarheid. Verklaar waarom bij beide de fotografie zo'n belangrijke rol speelt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — land art en de plek (CvTE / Examenblad)

§ 04

Nieuwe media en hedendaagse vormgeving#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kernpunten

Naast de installatie en de land art brengt de tweede helft van de twintigste eeuw een derde vernieuwing: de NIEUWE MEDIA. Kunstenaars gaan werken met film, video, televisie en later de computer. De belangrijkste pionier is Nam June Paik (1932-2006), die vanaf de jaren 1960 als eerste de televisie en de video tot kunstmateriaal maakt en zo de VIDEOKUNST grondlegt. Hij stapelt beeldschermen tot beeldhouwwerken, bewerkt het tv-signaal en maakt zo bewegend beeld tot ruimtelijke kunst. Daarmee verruimt het beeld opnieuw: nu niet alleen naar de ruimte en de plek, maar ook naar de TIJD en het bewegende, elektronische beeld. De boomstructuur (Afb. 4) plaatst de nieuwe media naast de installatie, de land art en de toegepaste vormgeving, als de vier hoofdrichtingen waarin de hedendaagse beeldende kunst en vormgeving zich vertakken. Zo zie je in een oogopslag hoe breed het vak na 1960 is geworden.

Richtingen in de hedendaagse kunst

Richtingen in de hedendaagse kunst en vormgevingBoomdiagram, 4 paden, Gegevens: installatie; land art; nieuwe media (videokunst - Nam June Paik); toegepaste vormgeving (design)hedendaagse b…installatieland artnieuwe media …toegepaste vo…
Afb. 4Afb. 4 — De hedendaagse beeldende kunst en vormgeving vertakt in installatie, land art, nieuwe media en toegepaste vormgeving.
De boomstructuur helpt je die breedte te ordenen. Bovenaan staat de 'hedendaagse beeldende kunst en vormgeving' als geheel; daaronder vertakken zich vier richtingen. De 'installatie' maakt van een hele ruimte een ervaring waar de kijker in beweegt. De 'land art' gebruikt het landschap zelf als plek en materiaal, buiten en vaak tijdelijk. De 'nieuwe media (videokunst - Nam June Paik)' voegen film, video en het elektronische beeld toe, met tijd en beweging als nieuw materiaal. En de 'toegepaste vormgeving (design)' laat zien dat vormgeving niet alleen over autonome kunst gaat, maar ook over ontworpen gebruiksvoorwerpen. Belangrijk is dat deze richtingen elkaar overlappen: een videokunstwerk kan in een installatie staan, en een land-artwerk kennen we via de fotografie, zelf een nieuw medium. De boom is dus geen strak hokjessysteem maar een overzicht dat je helpt een hedendaags werk te plaatsen.
De vierde tak, de toegepaste vormgeving of DESIGN, verdient bij handvaardigheid aparte aandacht, omdat vormgeving twee kanten heeft. AUTONOME kunst is er in de eerste plaats om zichzelf: een installatie of een land-artwerk hoeft geen praktisch doel te dienen. TOEGEPASTE vormgeving daarentegen ontwerpt voorwerpen die ook een functie hebben: meubels, gebruiksvoorwerpen, verpakkingen, grafisch werk. Bij toegepaste vormgeving speelt naast de vorm en de betekenis steeds de FUNCTIE mee: een stoel moet ook prettig zitten, een affiche moet ook leesbaar zijn. Toch gebruikt de vormgever dezelfde middelen als de beeldend kunstenaar: materiaal, vorm, kleur, verhouding en textuur. Voor het examen moet je autonoom en toegepast van elkaar kunnen onderscheiden en kunnen uitleggen dat bij toegepaste vormgeving de vorm mede door het gebruik wordt bepaald: 'vorm volgt functie' is daar een bekende leus voor.
Om een hedendaags ruimtelijk werk te beschouwen gebruik je een vaste route van kijken naar betekenis, en die volgt de opbouw van het uitgewerkte voorbeeld hieronder. Je begint bij de VOORSTELLING en de PLEK: wat zie je, wat is het, en waar bevindt het zich? Dan ga je naar de VORMGEVING: welke materialen, vorm, schaal, kleur en compositie gebruikt de maker, en hoe werkt de plek mee? Ten slotte kom je bij de BETEKENIS en de CONTEXT: wat roept het werk op, in welke stroming en tijd hoort het thuis, en waarom is het zo gemaakt? Deze drie stappen - voorstelling/plek, vormgeving, betekenis/context - vormen samen een complete beeldanalyse en zijn precies wat het CE bij 'kunst beschouwen' van je vraagt. In het uitgewerkte voorbeeld passen we deze route toe op de 'Spiral Jetty' van Robert Smithson, zodat je ziet hoe je van eerste indruk naar onderbouwde interpretatie komt.
Uitgewerkt voorbeeld

Spiral Jetty (1970) als land art analyseren

Interpreteer de 'Spiral Jetty' (Robert Smithson, 1970) als voorbeeld van land art. Ga in op voorstelling en plek, vormgeving, en betekenis en context.

  1. 01Voorstelling en plek

    Je ziet een reusachtige spiraal van ruim vierhonderd meter die vanaf de oever de spiraal in draait. Ze ligt in het ondiepe, roodgekleurde water van het Great Salt Lake in Utah (VS): een afgelegen natuurplek, geen museum. De plek is geen toevallige achtergrond maar het onderwerp zelf.

  2. 02Vormgeving

    Het materiaal is de plek zelf: zwart basalt, aarde, modder en zoutkristallen, met bulldozers tot een spiraal gevormd. De vorm is streng en herkenbaar maar volledig van natuurlijk materiaal; de enorme schaal maakt dat je het geheel alleen van bovenaf of tijdens een wandeling overziet.

  3. 03Betekenis

    De spiraal verwijst naar natuurlijke kringlopen: draaikolken, groeiende schelpen, zoutkringen. Doordat het werk bij hoog water verdwijnt en bij laag water wit uitgeslagen terugkeert, gaat het over vergankelijkheid en de macht van de natuur: het werk verandert met de tijd in plaats van eeuwig vast te staan.

  4. 04Context / stroming

    De 'Spiral Jetty' hoort bij de land art rond 1970, deels een reactie op de kunsthandel: een aardwerk in een afgelegen meer kun je niet kopen of ophangen. We kennen het vooral van foto's en film, waarmee de documentatie deel van het werk wordt.

Resultaat: De 'Spiral Jetty' is exemplarische land art: een site-specific spiraal van het landschap zelf, die door vorm en vergankelijkheid de natuurlijke kringloop verbeeldt en alleen via fotografie bewaard blijft.

Eindexamen-focus

  • De hoofdrichtingen van de hedendaagse kunst en vormgeving onderscheiden: installatie, land art, nieuwe media en toegepaste vormgeving.
  • Een hedendaags ruimtelijk werk beschouwen via voorstelling/plek, vormgeving en betekenis/context.

Veelgemaakte fouten

  • Autonome en toegepaste vormgeving verwarren; bij toegepaste vormgeving bepaalt de functie mede de vorm.
  • Nam June Paik niet als grondlegger van de videokunst herkennen, of nieuwe media met 'gewone' film verwarren.

Actieve herhaling

Kies een hedendaags ruimtelijk werk uit deze samenvatting en analyseer het in drie stappen: voorstelling en plek, vormgeving, en betekenis en context. Benoem tot welke richting uit de boomstructuur het hoort.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — nieuwe media en hedendaagse vormgeving (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Van object naar situatie○
    • 02Installatie en de ruimte van de kijker◐
    • 03Land art en de plek◐
    • 04Nieuwe media en hedendaagse vormgeving●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Kunstgeschiedenis: hedendaagse kunst en vormgeving

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~21
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma beeldende vakken (handvaardigheid) havo — van object naar situatie na 1960

Vorig onderwerp

Kunstgeschiedenis: moderne kunst en avant-garde (twintigste eeuw)

Volgend onderwerp

Praktijk (schoolexamen): ruimtelijk werk met materialen (klei, gips, hout, metaal)

EuraStudy·Samenvattingen T·10·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.