EuraStudy
Samenvattingen/Geschiedenis/Tijd van wereldoorlogen (1900-1950)
Samenvattingen · GeschiedenisNL · HAVO

Tijd van wereldoorlogen (1900-1950)

Het negende tijdvak (1900-1950) is de eeuw van de uitersten: twee wereldoorlogen, totalitaire ideologieën (communisme/stalinisme, fascisme, nationaalsocialisme) die met moderne propaganda hele volken meesleepten, de crisis van het wereldkapitalisme na de beurskrach van 1929, en verwoesting op nooit eerder vertoonde schaal die uitliep op de Holocaust en de atoombom. Nederland bleef neutraal in de Eerste Wereldoorlog, maar werd van 1940 tot 1945 door nazi-Duitsland bezet, met Jodenvervolging, verzet, de Hongerwinter en ten slotte de bevrijding.

4 Onderdelen·~19 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Standaard 2 · Verdieping 2

T·111111 / 15
Examenprofiel
De totalitaire ideologieën (communisme/stalinisme, fascisme, nationaalsocialisme) en de rol van moderne propaganda beschrijven en verklarenDe crisis van het wereldkapitalisme (beurskrach 1929, Grote Depressie) en de weg naar de Tweede Wereldoorlog uitleggenDe Duitse bezetting van Nederland, het verzet en de Jodenvervolging plaatsen in de context van racisme, genocide en massavernietiging
Operatoren:verklaarleg uittoon aanberedeneerplaatsvergelijk

basisniveau

De totalitaire ideologieën met hun propaganda, de crisis van het wereldkapitalisme, de twee wereldoorlogen, de Duitse bezetting van Nederland en de Holocaust zijn de kern van dit tijdvak op het CE.

verhoogd niveau

Verdieping (SE): het verband tussen ideologie, propaganda en genocide, en de vraag hoe een moderne, geïndustrialiseerde samenleving tot massavernietiging (Holocaust, atoombom) in staat bleek.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Tijd van wereldoorlogen (1900-1950)
    • 01Totalitaire ideologieën en moderne propaganda◐
    • 02De crisis van het wereldkapitalisme en de weg naar de oorlog●
    • 03De Tweede Wereldoorlog, bezetting van Nederland en verzet◐
    • 04Racisme, genocide en massavernietiging●
§ 01

Totalitaire ideologieën en moderne propaganda#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

De twintigste eeuw opende met een catastrofe die de hele periode zou tekenen: de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Wat begon als een botsing tussen grote mogendheden werd een uitputtingsoorlog met loopgraven, machinegeweren en miljoenen doden. Nederland bleef in deze oorlog neutraal (1914-1918): het koos partij voor geen van beide kampen en bleef zo buiten de strijd, al kreeg het wel te maken met vluchtelingen, schaarste en een gemobiliseerd leger aan de grens. De oorlog ontwrichtte de oude Europese orde en maakte de weg vrij voor radicale ideeën. Belangrijk voor het examen is te zien dat de Eerste Wereldoorlog het startpunt vormt van dit tijdvak: uit de ellende, de ontreddering en de instortende rijken kwamen de totalitaire bewegingen voort die de rest van de eeuw zouden bepalen.
Een van de eerste grote gevolgen was de Russische Revolutie van 1917. In dat jaar grepen de bolsjewieken onder leiding van Lenin in de Oktoberrevolutie de macht en stichtten de eerste communistische staat. Het communisme is een ideologie die uitgaat van de leer van Karl Marx: de geschiedenis is een strijd tussen klassen, en het uiteindelijke doel is een samenleving zonder privébezit van fabrieken en grond, waar de arbeiders (het proletariaat) de macht hebben. In de praktijk bracht de latere leider Jozef Stalin (die na Lenins dood in 1924 vanaf omstreeks 1928 de onbetwiste macht in de Sovjet-Unie kreeg) een keihard systeem tot stand: een eenpartijstaat, gedwongen collectivisatie van de landbouw, een planeconomie, en terreur tegen alle werkelijke of vermeende tegenstanders. Dit is het kenmerkende aspect van het in de praktijk brengen van de totalitaire ideologie van het communisme/stalinisme.
Naast het communisme ontstonden twee andere totalitaire ideologieën van uiterst rechts. In Italië kwam Benito Mussolini met zijn fascisme in 1922 aan de macht (de Mars op Rome). Het fascisme verheerlijkt de natie en de staat, verwerpt de democratie, plaatst één leider (de Duce) boven alles en droomt van kracht, orde en herstel van vroegere grootheid. In Duitsland ontwikkelde Adolf Hitler het nationaalsocialisme (nazisme), een verwante maar nog extremere ideologie die het fascistische idee van natie en leider (Führer) verbond met een fanatiek racisme: het Duitse „arische” volk zou superieur zijn en andere volken, vooral de Joden, minderwaardig. Een totalitaire staat wil, anders dan een gewone dictatuur, het hele leven van de burger beheersen — politiek, economie, opvoeding, vrije tijd en zelfs het denken. Zie Afb. 1 voor de drie ideologieën naast elkaar.

De drie totalitaire ideologieën vergeleken

Communisme, fascisme en nationaalsocialismeTabel met 3 kolommen en 3 rijen, Gegevens: Ideologie · Kernidee · Land; Communisme · Klasseloze staat · Sovjet-Unie; Fascisme · Natie en leider · Italië; Nazisme · Ras en leider · Duitsland, gemarkeerde cel: Ras en leiderIDEOLOGIEKERNIDEELANDCOMMUNISMEKlasseloze staatSovjet-UnieFASCISMENatie en leiderItaliëNAZISMERas en leiderDuitslandAlle drie totalitair: één partij, één leider, beheersing vanhet hele leven.
Afb. 1Afb. 1 — De drie totalitaire ideologieën van het interbellum naast elkaar.
Wat deze bewegingen aan de macht bracht en aan de macht hield, was in hoge mate de inzet van moderne propaganda- en communicatiemiddelen. In de twintigste eeuw waren radio, film, massakranten, affiches en enorme massabijeenkomsten beschikbaar, en de totalitaire regimes gebruikten deze middelen systematisch om de bevolking te beïnvloeden. Propaganda is het bewust en eenzijdig verspreiden van denkbeelden om mensen te overtuigen; door haar te combineren met censuur (het verbieden van tegengeluid) en een indoctrinerende opvoeding konden de regimes een beeld van de werkelijkheid opdringen. De verheerlijking van de leider, de vijandbeelden en de massaspektakels (zoals de nazi-partijdagen in Neurenberg) waren hiervan het gevolg. Dit is het kenmerkende aspect van de rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen: zonder deze middelen zouden de totalitaire ideologieën nooit zo'n greep op hele volken hebben gekregen. Deze ideologieën en hun agressie zouden, samen met de economische crisis van het volgende deel, de wereld naar een tweede oorlog voeren.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom is een totalitaire staat meer dan een dictatuur?

Toon aan dat nazi-Duitsland een totalitaire staat was en niet zomaar een gewone dictatuur.

  1. 01Gewone dictatuur

    Een gewone dictatuur onderdrukt politieke tegenstand en houdt de macht met geweld, maar laat het dagelijks leven van de burger grotendeels met rust.

  2. 02Wat het nazisme deed

    Het regime wilde ook de economie, de opvoeding (Hitlerjugend), de vrije tijd, de pers en zelfs het denken sturen, met massapropaganda, censuur en indoctrinatie.

  3. 03Trek de conclusie

    Doordat de nazistaat het hele leven van de burger wilde beheersen en één ideologie oplegde, was hij totalitair — een veel verdergaande greep dan een gewone dictatuur.

Resultaat: Nazi-Duitsland streefde naar controle over álle terreinen van het leven met behulp van moderne propaganda en terreur; die alomvattende beheersing maakt het een totalitaire staat, niet slechts een dictatuur.

Eindexamen-focus

  • De drie totalitaire ideologieën (communisme/stalinisme, fascisme, nationaalsocialisme) omschrijven en uit elkaar houden.
  • Uitleggen wat een totalitaire staat onderscheidt van een gewone dictatuur (beheersing van het hele leven).
  • De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen (radio, film, massabijeenkomsten, censuur) verklaren.
  • De Nederlandse neutraliteit in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) benoemen als beginpunt van het tijdvak.

Veelgemaakte fouten

  • Fascisme en nationaalsocialisme als hetzelfde behandelen; het racisme en het fanatieke antisemitisme zijn kenmerkend voor het nazisme, niet in dezelfde mate voor het Italiaanse fascisme.
  • Communisme (uiterst links) en nazisme/fascisme (uiterst rechts) op één hoop gooien; ze verschillen sterk van ideologie, ook al waren beide totalitair.
  • Propaganda alleen als „leugens” opvatten; het gaat om eenzijdige, doelgerichte beïnvloeding, versterkt door censuur en indoctrinatie.

Actieve herhaling

Leg met behulp van een affiche of een radiofragment uit een totalitair regime uit hoe moderne propaganda- en communicatiemiddelen werden ingezet om de bevolking te beïnvloeden. Beredeneer waarom juist de twintigste eeuw hiervoor de mogelijkheden bood.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — totalitaire ideologieën en propaganda (CvTE / Examenblad)

§ 02

De crisis van het wereldkapitalisme en de weg naar de oorlog#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kernpunten

Na de Eerste Wereldoorlog werd in 1919 met de Vrede van Versailles het verdrag gesloten dat Duitsland de schuld van de oorlog gaf en zware straffen oplegde: gebiedsverlies, een sterk ingekrompen leger en enorme herstelbetalingen. Veel Duitsers ervoeren dit als een vernedering en als een onrechtvaardig „dictaat”. Deze verbittering vormde een vruchtbare voedingsbodem voor radicale bewegingen, en Hitler zou er later handig gebruik van maken. Het is belangrijk dit verband te zien: de wijze waarop de Eerste Wereldoorlog werd afgesloten, droeg bij aan de instabiliteit van de jaren daarna en aan de opkomst van het nationaalsocialisme. Versailles staat daarom aan het begin van de keten die naar de Tweede Wereldoorlog leidt (zie Afb. 2).

De weg naar de Tweede Wereldoorlog

De weg naar WOIIGraaf, Versailles (1919) → Crisis (1929), Crisis (1929) → Hitler (1933), Hitler (1933) → Agressie/expansie, Agressie/expansie → Oorlog (1939)Versailles(1919)Crisis (1929)Hitler (1933)Agressie/expansieOorlog (1939)verbitteringwerkloosheid
Afb. 2Afb. 2 — Van de Vrede van Versailles via de crisis en de opkomst van het nazisme naar de oorlog.
De tweede grote schok was economisch. In oktober 1929 stortte de beurs van Wall Street in New York in — de beurskrach, ook wel „Zwarte Donderdag/Dinsdag” genoemd. Wat als een beurscrisis begon, groeide uit tot de Grote Depressie: een wereldwijde crisis van het kapitalisme die jarenlang aanhield. Banken gingen failliet, bedrijven sloten, de wereldhandel kromp en de werkloosheid liep in veel landen dramatisch op. Doordat de economieën van de wereld nauw met elkaar verweven waren, sloeg de crisis vanuit de Verenigde Staten over naar Europa en de rest van de wereld. Dit is het kenmerkende aspect van de crisis van het wereldkapitalisme. De massale werkloosheid en armoede die eruit voortkwamen, ondermijnden het vertrouwen in de democratie en de vrije markt.
Ook Nederland ontkwam niet aan de crisis. De crisisjaren van de jaren 1930 troffen het land hard: de werkloosheid steeg fors, veel gezinnen leefden in armoede en moesten rondkomen van steun. De regering onder leiding van Hendrik Colijn voerde een aanpassingspolitiek: in plaats van veel geld uit te geven om de economie aan te jagen, hield zij vast aan bezuinigingen en aan de gouden standaard (een vaste, hoge waarde van de gulden), in de hoop dat de economie zich vanzelf zou aanpassen. Deze politiek werd fel bekritiseerd omdat de crisis er lang door aanhield. Zo laat de Nederlandse context zien hoe de wereldwijde crisis ook een klein, neutraal land diep raakte en de politieke verhoudingen onder druk zette.
In Duitsland had de Grote Depressie de zwaarste politieke gevolgen. De massawerkloosheid en de wanhoop dreven kiezers naar radicale partijen, en in 1933 kwam Hitler langs deels legale weg aan de macht als rijkskanselier. Eenmaal aan de macht schakelde hij in korte tijd de democratie uit en vestigde de totalitaire nazistaat. Vervolgens zette hij een agressieve, expansieve politiek in: hij schond het Verdrag van Versailles, bewapende Duitsland opnieuw en breidde stap voor stap zijn machtsgebied uit. Andere landen lieten dit lange tijd toe (de politiek van toegeven), in de hoop een nieuwe oorlog te vermijden. Toen Duitsland op 1 september 1939 Polen binnenviel, brak echter de Tweede Wereldoorlog uit. Zo lopen Versailles (1919), de economische crisis (1929), de opkomst van het nazisme (Hitler 1933) en de Duitse agressie als schakels naar de oorlog van 1939 — precies de keten die Afb. 2 in beeld brengt.
Uitgewerkt voorbeeld

Van beurskrach naar machtsovername

Leg uit hoe de beurskrach van 1929 uiteindelijk hielp om Hitler in 1933 aan de macht te brengen.

  1. 01De crisis breekt uit

    De beurskrach van 1929 leidde tot de Grote Depressie, die vanuit de VS ook Duitsland trof met massale werkloosheid en armoede.

  2. 02Politieke gevolgen

    De wanhoop onder de bevolking ondermijnde het vertrouwen in de democratie; veel kiezers wendden zich tot radicale partijen die eenvoudige oplossingen en een schuldige beloofden.

  3. 03De machtsovername

    De nazi's wonnen zo sterk aan steun dat Hitler in 1933 langs deels legale weg rijkskanselier werd en daarna de democratie uitschakelde.

Resultaat: De economische crisis na 1929 zorgde voor massawerkloosheid en wanhoop, waardoor de radicale nazi's aanhang wonnen en Hitler in 1933 aan de macht kon komen.

Eindexamen-focus

  • De gevolgen van de Vrede van Versailles (1919) koppelen aan de latere opkomst van het nazisme.
  • De beurskrach van 1929 en de doorwerking tot de wereldwijde Grote Depressie uitleggen.
  • De crisisjaren in Nederland (werkloosheid, aanpassingspolitiek Colijn) beschrijven.
  • De keten Versailles → crisis 1929 → Hitler 1933 → agressie → oorlog 1939 kunnen redeneren.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat de beurskrach van 1929 alleen een Amerikaans probleem was; door de verweven wereldeconomie werd het een wereldwijde crisis.
  • Hitlers machtsovername in 1933 voorstellen als een pure staatsgreep; hij kwam langs deels legale weg aan de macht en schakelde daarna de democratie uit.
  • De aanpassingspolitiek van Colijn verwarren met veel overheidsuitgaven; het was juist een politiek van bezuinigen en vasthouden aan de gouden standaard.

Actieve herhaling

Leg met behulp van een bron (bijvoorbeeld een werkloosheidscijfer of een spotprent) uit hoe de crisis van het wereldkapitalisme na 1929 bijdroeg aan de opkomst van Hitler. Beredeneer daarna hoe de Vrede van Versailles en de crisis samen de weg naar de Tweede Wereldoorlog effenden.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — crisis van het wereldkapitalisme (CvTE / Examenblad)

§ 03

De Tweede Wereldoorlog, bezetting van Nederland en verzet#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

De Tweede Wereldoorlog (1939-1945) was een wereldwijde oorlog die veel meer slachtoffers eiste dan de eerste. Na de Duitse inval in Polen op 1 september 1939 raakte een groot deel van de wereld betrokken, en anders dan in 1914-1918 werd de burgerbevolking nu op grote schaal bij de strijd betrokken: door bombardementen op steden, door bezetting en door vervolging. Voor Nederland kwam het beslissende moment op 10 mei 1940, toen Duitsland ook het neutrale Nederland binnenviel. Het Nederlandse leger was niet opgewassen tegen de moderne Duitse oorlogvoering; na het zware bombardement op Rotterdam op 14 mei 1940 en de dreiging met meer bombardementen capituleerde Nederland op 15 mei 1940. Zo eindigde de Nederlandse neutraliteit die in de Eerste Wereldoorlog nog had standgehouden, en begon de Duitse bezetting.
De bezetting van Nederland duurde van 1940 tot 1945. Een Duits bestuur nam de macht over; koningin Wilhelmina en de regering waren naar Londen uitgeweken en vormden daar de Nederlandse regering in ballingschap. In het begin viel de bezetting voor veel Nederlanders relatief mee, maar geleidelijk werd het regime harder: er kwamen maatregelen tegen tegenstanders, de pers werd gecontroleerd, en er werd geprobeerd Nederland in de nazi-ideologie in te passen. Mannen werden opgeroepen om in Duitsland te werken (de Arbeitseinsatz), en wie zich daaraan wilde onttrekken, moest onderduiken — zich verborgen houden voor de bezetter. De NSB, de Nederlandse nationaalsocialistische partij, koos de kant van de Duitsers en werkte met hen samen (collaboratie).
Tegenover de aanpassing en de collaboratie stond het verzet, ook wel de illegaliteit genoemd. Verzet kon vele vormen aannemen: het verspreiden van illegale (verboden) kranten om betrouwbaar nieuws te geven, het helpen van onderduikers met valse papieren en bonkaarten, spionage voor de geallieerden, sabotage, en gewapende acties. Het verbergen van mensen — vooral van vervolgde Joden — was levensgevaarlijk maar heeft velen het leven gered; het dagboek van Anne Frank, die met haar familie in Amsterdam ondergedoken zat, is hiervan het bekendste getuigenis. Voor het examen is het onderscheid tussen aanpassing, collaboratie en verzet belangrijk, en het besef dat verzet altijd een minderheid betrof en grote risico's meebracht.
De laatste bezettingswinter werd de zwaarste. Nadat de geallieerden in de zomer van 1944 waren geland en Zuid-Nederland al in het najaar van 1944 werd bevrijd, bleef het westen van het land nog onder Duitse controle. Daar brak de Hongerwinter van 1944-1945 uit: door een spoorwegstaking (bedoeld om de geallieerden te steunen), Duitse tegenmaatregelen en de strenge winter kwam de voedselvoorziening in de grote steden vrijwel stil te liggen. Duizenden mensen stierven van honger en kou; anderen trokken te voet naar het platteland om eten te zoeken (de hongertochten). Pas in 1945 kwam het einde: Duitsland capituleerde in mei 1945, en heel Nederland en Europa werden bevrijd. Zie Afb. 3 voor de sleutelgebeurtenissen van 1914 tot 1945 op een rij.

Sleutelgebeurtenissen 1914-1945

1914-1945 in kerndataTijdlijn van 1914 tot 1945, 1914: WOI begint, 1918: WOI eindigt, 1929: Beurskrach, 1933: Hitler, 1939: WOII begint, 1940: Inval NL, 1945: Bevrijding, 1914–1918: Eerste WO, 1939–1945: Tweede WO19141945jaarEerste WOTweede WO1914WOI begint1918WOI eindigt1929Beurskrach1933Hitler1939WOII begint1940Inval NL1945Bevrijding
Afb. 3Afb. 3 — De belangrijkste jaartallen tussen 1914 en 1945.
Uitgewerkt voorbeeld

Aanpassing, collaboratie of verzet?

Leg uit welk verschil er bestaat tussen aanpassing, collaboratie en verzet tijdens de Duitse bezetting van Nederland.

  1. 01Aanpassing

    De meeste mensen pasten zich noodgedwongen aan de bezetter aan om het dagelijks leven zo goed en zo kwaad als het ging voort te zetten.

  2. 02Collaboratie

    Sommigen, zoals leden van de NSB, kozen actief de kant van de Duitsers en werkten met hen samen.

  3. 03Verzet

    Een minderheid verzette zich juist actief: illegale kranten, hulp aan onderduikers, spionage en sabotage — met groot levensgevaar.

Resultaat: Aanpassing was meegaan om te overleven, collaboratie was actief samenwerken met de bezetter, en verzet was actief tegenwerken; het onderscheid draait om de houding tegenover nazi-Duitsland.

Eindexamen-focus

  • De Duitse inval (10 mei 1940), het bombardement op Rotterdam en de capitulatie (15 mei 1940) beschrijven.
  • Het onderscheid tussen aanpassing, collaboratie (NSB) en verzet/illegaliteit uitleggen.
  • De Hongerwinter (1944-1945) en de bevrijding (1945) plaatsen in het verloop van de bezetting.
  • Herkennen dat de burgerbevolking op grote schaal bij de oorlog werd betrokken.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat heel Nederland tegelijk werd bevrijd; het zuiden was al in het najaar van 1944 vrij, het westen pas in mei 1945.
  • Aannemen dat vrijwel iedereen in het verzet zat; het georganiseerde verzet was een moedige minderheid, en veel mensen pasten zich noodgedwongen aan.
  • De Hongerwinter losmaken van de oorlogssituatie; hij was het gevolg van de spoorwegstaking, Duitse maatregelen en de nog niet bevrijde randstad.

Actieve herhaling

Leg met behulp van een bron over de Hongerwinter uit hoe de burgerbevolking bij de oorlog betrokken raakte. Beredeneer waarom het westen van Nederland pas in 1945 werd bevrijd, terwijl het zuiden al in 1944 vrij was.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — Tweede Wereldoorlog en bezetting (CvTE / Examenblad)

§ 04

Racisme, genocide en massavernietiging#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kernpunten

Het donkerste hoofdstuk van dit tijdvak is het racisme en de discriminatie die uitliepen op genocide — de systematische, doelbewuste uitroeiing van een hele bevolkingsgroep. De nazi-ideologie deelde de mensheid in „rassen” in en verklaarde het Duitse „arische” volk tot het hoogste en de Joden tot het laagste. Vanuit dit fanatieke racisme en antisemitisme (Jodenhaat) begonnen de nazi's al vanaf 1933 met discriminatie: Joden werden stap voor stap uit het openbare leven gestoten, hun rechten werden afgenomen en zij werden als zondebok voor alle problemen aangewezen. Wat begon met wetten, uitsluiting en propaganda, gleed af naar geweld en uiteindelijk naar massamoord. Deze afglijdende lijn — van racisme via discriminatie en uitsluiting naar deportatie en genocide — is de kern van dit deel (zie Afb. 4).

Van racisme naar genocide

Van racisme naar genocideGraaf, Racisme → Discriminatie/wetten, Discriminatie/wetten → Deportatie, Deportatie → Genocide (Holocaust)RacismeDiscriminatie/wettenDeportatieGenocide(Holocaust)uitsluitingWesterbork
Afb. 4Afb. 4 — De afglijdende lijn van racisme via uitsluiting naar de Holocaust.
In de bezette landen, ook in Nederland, werd deze vervolging systematisch uitgevoerd. De Jodenvervolging verliep in fasen: registratie (Joden moesten zich laten registreren en later een gele ster dragen), isolatie (steeds meer verboden), en ten slotte deportatie. De organisatie van de massale uitroeiing, de „Endlösung”, werd op de Wannsee-conferentie van 1942 door nazi-topfunctionarissen besproken en gecoördineerd. Vanuit Nederland werden meer dan honderdduizend Joden weggevoerd, voor een groot deel via het doorgangskamp Westerbork in het noordoosten van het land. Van daaruit vertrokken de treinen naar de vernietigingskampen in bezet Polen, zoals Auschwitz en Sobibor, waar de overgrote meerderheid werd vermoord. Het merendeel van de uit Nederland gedeporteerde Joden keerde niet terug.
Deze genocide op de Joden staat bekend als de Holocaust of Sjoa. In heel door de nazi's beheerst Europa werden ongeveer zes miljoen Joden vermoord; ook andere groepen, zoals Sinti en Roma, werden vervolgd en vermoord. Wat de Holocaust zo verbijsterend maakt, is dat een moderne, hoogontwikkelde staat zijn bureaucratie, techniek en spoorwegen inzette om industrieel en systematisch mensen te doden. Bij de uitvoering waren niet alleen fanatieke nazi's betrokken, maar ook gewone ambtenaren, spoorwegpersoneel en politie die meewerkten of wegkeken — de betrokkenheid van grote delen van de samenleving is een pijnlijk en belangrijk onderdeel van dit thema. Voor het examen geldt: behandel de Holocaust met sobere feitelijke nauwkeurigheid en verzin nooit cijfers; het getal van ongeveer zes miljoen Joodse slachtoffers is de algemeen aanvaarde schatting.
Ook op het slagveld nam de vernietiging in deze oorlog een nieuwe, angstaanjagende vorm aan door massavernietigingswapens. Het duidelijkst blijkt dat aan het einde van de oorlog in Azië: nadat Duitsland in mei 1945 had gecapituleerd, ging de strijd tegen Japan door. In augustus 1945 wierpen de Verenigde Staten twee atoombommen op Japan: op Hiroshima op 6 augustus en op Nagasaki op 9 augustus 1945. In een oogwenk werden hele steden verwoest en stierven tienduizenden mensen, van wie de meesten burgers; velen overleden later aan de gevolgen van de straling. Kort daarna capituleerde Japan in 1945, waarmee de Tweede Wereldoorlog eindigde. De atoombom toonde dat de mens nu over wapens beschikte waarmee op nooit eerder vertoonde schaal en in één klap verwoesting kon worden aangericht — een schaduw die over de hele periode daarna zou blijven hangen.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom was de Holocaust een moderne genocide?

Toon aan dat de Holocaust alleen mogelijk was doordat een moderne staat zijn middelen ervoor inzette.

  1. 01De ideologie

    Het nazisme verklaarde de Joden tot minderwaardig en maakte hun uitroeiing tot doel; racisme leverde het motief.

  2. 02De organisatie

    De „Endlösung” werd bureaucratisch georganiseerd (o.a. op de Wannsee-conferentie in 1942) en met registratie, doorgangskampen als Westerbork en spoorwegen uitgevoerd.

  3. 03De betrokkenheid

    Niet alleen nazi's, maar ook gewone ambtenaren, politie en spoorwegpersoneel werkten mee, waardoor de moord industrieel en systematisch kon verlopen.

Resultaat: De Holocaust combineerde een racistische ideologie met de bureaucratie, techniek en spoorwegen van een moderne staat en de medewerking van velen; juist die combinatie maakte de systematische genocide mogelijk.

Eindexamen-focus

  • De lijn van racisme via discriminatie en deportatie naar genocide (Holocaust/Sjoa) uitleggen.
  • De rol van Westerbork als doorgangskamp en de Wannsee-conferentie (1942) plaatsen.
  • De betrokkenheid van de burgerbevolking en de bureaucratie bij de uitvoering benoemen.
  • De atoombommen op Hiroshima en Nagasaki (1945) als massavernietiging op nieuwe schaal duiden.

Veelgemaakte fouten

  • De Holocaust voorstellen als het werk van alleen enkele fanatieke nazi's; ook gewone ambtenaren, politie en spoorwegen werkten mee of keken weg.
  • Cijfers over slachtoffers verzinnen of overdrijven; houd de circa zes miljoen Joodse slachtoffers aan als de aanvaarde schatting en wees terughoudend met getallen.
  • Denken dat de oorlog met de Duitse capitulatie in mei 1945 overal voorbij was; in Azië ging de strijd door tot de capitulatie van Japan na de atoombommen.

Actieve herhaling

Leg met behulp van een bron over Westerbork uit hoe de Jodenvervolging in Nederland in fasen verliep. Beredeneer waarom de betrokkenheid van gewone ambtenaren en de bureaucratie de Holocaust mogelijk maakte.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — racisme, genocide en massavernietiging (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Totalitaire ideologieën en moderne propaganda◐
    • 02De crisis van het wereldkapitalisme en de weg naar de oorlog●
    • 03De Tweede Wereldoorlog, bezetting van Nederland en verzet◐
    • 04Racisme, genocide en massavernietiging●

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Tijd van wereldoorlogen (1900-1950)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~19
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — totalitaire ideologieën en propaganda

Vorig onderwerp

Tijd van burgers en stoommachines (1800-1900)

Volgend onderwerp

Tijd van televisie en computer (1950-heden)

EuraStudy·Samenvattingen T·11·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.