EuraStudy
Samenvattingen/Geschiedenis/Tijd van televisie en computer (1950-heden)
Samenvattingen · GeschiedenisNL · HAVO

Tijd van televisie en computer (1950-heden)

Het tiende en laatste tijdvak begint na de Tweede Wereldoorlog met een verdeelde wereld: twee ideologische blokken staan in de Koude Oorlog tegenover elkaar, in de greep van een wapenwedloop en de dreiging van een atoomoorlog. Tegelijk maakte de dekolonisatie een eind aan de westerse overheersing, groeide er in West-Europa een verzorgingsstaat en consumptiemaatschappij, ontzuilde en democratiseerde de samenleving, en veranderde de informatie- en communicatietechnologie het dagelijks leven. Voor Nederland zijn de dekolonisatie van Nederlands-Indië, de wederopbouw en de ontzuiling van de jaren zestig kernonderwerpen.

4 Onderdelen·~19 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1

T·121212 / 15
Examenprofiel
De Koude Oorlog als tweedeling van de wereld in twee ideologische blokken met wapenwedloop en atoomdreiging verklarenDe dekolonisatie (in het bijzonder Nederlands-Indië/Indonesië) beschrijven en het einde van de westerse hegemonie plaatsenDe Europese eenwording (EGKS, EEG, EU) en de opkomst van welvaart, verzorgingsstaat en ontzuiling uitleggenDe ontwikkeling van pluriforme, multiculturele samenlevingen en de informatie- en communicatietechnologie herkennen
Operatoren:verklaarleg uittoon aanberedeneerplaatsvergelijk

basisniveau

De Koude Oorlog, de dekolonisatie, de Europese eenwording, de verzorgingsstaat, de ontzuiling en de informatietechnologie zijn de kenmerkende aspecten van dit tijdvak; ken de sleutelbegrippen en de belangrijkste jaartallen.

verhoogd niveau

Verdieping (SE): de wisselwerking tussen de blokken (Berlijnse Muur, Cubacrisis), de Nederlandse dekolonisatie met de politionele acties, en de langetermijngevolgen van welvaart, ontzuiling en migratie voor de huidige samenleving.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Tijd van televisie en computer (1950-heden)
    • 01De Koude Oorlog: twee blokken en atoomdreiging◐
    • 02Dekolonisatie en het einde van de westerse hegemonie◐
    • 03De eenwording van Europa●
    • 04Welvaart, verzorgingsstaat, ontzuiling en de ICT-samenleving○
§ 01

De Koude Oorlog: twee blokken en atoomdreiging#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Sleutelmomenten 1945-heden

Het tiende tijdvak in kerndataTijdlijn van 1945 tot 1995, 1949: Soev.overdracht·NAVO, 1957: Verdrag van Rome, 1961: Muur gebouwd, 1962: Cubacrisis, 1989: Muur valt, 1991: Einde Koude Oorlog, 1992: Maastricht (EU), 1945–1991: Koude Oorlog19451995jaarKoude Oorlog1949Soev.overdracht·NAVO1957Verdrag van Rome1961Muur gebouwd1962Cubacrisis1989Muur valt1991Einde KoudeOorlog1992Maastricht (EU)
Afb. 1Afb. 1 — Kerndata van het tiende tijdvak, met de Koude Oorlog (ca. 1945-1991) als overspannende periode.

Kernpunten

Na de Tweede Wereldoorlog raakte de wereld verdeeld in twee vijandige, ideologische blokken. Aan de ene kant stonden de Verenigde Staten en West-Europa: kapitalistisch (een vrijemarkteconomie waarin bedrijven en burgers zelf economische beslissingen nemen) en parlementair-democratisch. Aan de andere kant stond de Sovjet-Unie met haar Oost-Europese satellietstaten: communistisch, met een planeconomie (de staat bepaalt de productie) en een eenpartijstaat. Deze tegenstelling heet de Koude Oorlog: een langdurig, wereldwijd conflict dat wél met dreiging, wapens, spionage en propaganda werd uitgevochten, maar niet uitmondde in een rechtstreekse oorlog tussen de twee grootmachten zelf — vandaar „koud'. Dit is het kenmerkende aspect van de verdeling van de wereld in twee ideologische blokken. De blokken organiseerden zich ook militair: in 1949 richtte het Westen de NAVO op, en in 1955 vormde de Sovjet-Unie met haar bondgenoten het Warschaupact als tegenhanger (zie Afb. 2).

Westblok tegenover Oostblok

De twee blokken vergelekenTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Westblok · Oostblok; Leider · VS · Sovjet-Unie; Ideologie · Kapitalisme · Communisme; Economie · Vrije markt · Planeconomie; Bondgenootschap · NAVO (1949) · Warschaupact (1955), gemarkeerde cel: KapitalismeWESTBLOKOOSTBLOKLEIDERVSSovjet-UnieIDEOLOGIEKapitalismeCommunismeECONOMIEVrije marktPlaneconomieBONDGENOOTSCHAPNAVO (1949)Warschaupact (1955)Twee tegengestelde stelsels; het conflict bleef „koud' doorde angst voor wederzijdse kernvernietiging.
Afb. 2Afb. 2 — De twee ideologische blokken van de Koude Oorlog naast elkaar.
De kern van de dreiging was de wapenwedloop: beide blokken bouwden steeds meer en steeds krachtiger kernwapens, waardoor een oorlog kon uitlopen op wederzijdse vernietiging. Deze constante angst voor een atoomoorlog bepaalde tientallen jaren de internationale politiek. Al vroeg werd Duitsland het brandpunt van de spanning: het land én de hoofdstad Berlijn waren na 1945 in bezettingszones verdeeld, en West-Berlijn werd een klein eiland van welvaart en vrijheid midden in het communistische Oost-Duitsland. Omdat veel Oost-Duitsers via Berlijn naar het Westen vluchtten, liet het Oosten in 1961 de Berlijnse Muur bouwen, die de stad meer dan een kwart eeuw doormidden sneed. De Muur werd hét symbool van de tweedeling van Europa (het „IJzeren Gordijn') en van de onvrijheid in het Oostblok.
De gevaarlijkste botsing was de Cubacrisis van 1962. Toen de Sovjet-Unie kernraketten op het communistische Cuba, vlak bij de Amerikaanse kust, wilde plaatsen, eiste de Verenigde Staten onder president Kennedy de terugtrekking ervan en blokkeerde het eiland. Enkele dagen lang leek een kernoorlog tussen de grootmachten mogelijk; uiteindelijk trok de Sovjet-Unie de raketten terug in ruil voor Amerikaanse toezeggingen. De Cubacrisis toont precies waar de wapenwedloop toe kon leiden: de dreiging van een atoomoorlog was in dit tijdvak geen abstractie maar een concrete, ervaren angst. De Koreaoorlog (1950-1953) had eerder al laten zien dat de Koude Oorlog buiten Europa wél in echte, „hete' oorlogen ontaardde, waarin de blokken tegengestelde partijen steunden.
De Koude Oorlog eindigde pas tegen het einde van de eeuw. De Sovjet-Unie kon de wapenwedloop en haar starre planeconomie op den duur economisch niet volhouden; hervormingen en groeiende onvrede in Oost-Europa leidden ertoe dat in 1989 de Berlijnse Muur viel — het symbolische einde van de tweedeling van Europa. In 1990 werd Duitsland herenigd, en in 1991 viel de Sovjet-Unie zelf uiteen, waarmee de Koude Oorlog definitief voorbij was. Ook Nederland lag volop in dit blokdenken: als lid van de NAVO hoorde het bij het Westen, en de Amerikaanse Marshallhulp (vanaf 1947-1948) hielp de Nederlandse economie weer op te bouwen. Zo verbindt de Koude Oorlog de wederopbouw, de Europese samenwerking en de latere val van het communisme met elkaar.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom bleef de Koude Oorlog „koud'?

Leg uit waarom de spanning tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie geen rechtstreekse oorlog tussen beide werd.

  1. 01De tegenstelling

    Beide grootmachten stonden voor een tegengesteld ideologisch stelsel (kapitalisme/democratie tegenover communisme/planeconomie) en wilden hun eigen model wereldwijd laten winnen.

  2. 02De kernwapens

    Door de wapenwedloop bezaten beide zoveel kernwapens dat een rechtstreekse oorlog zou uitlopen op wederzijdse vernietiging — voor beide een onaanvaardbare uitkomst.

  3. 03Het gevolg

    Daarom voerden zij het conflict indirect: via dreiging, propaganda, spionage, de wapenwedloop en steun aan tegengestelde partijen in conflicten elders (zoals Korea), maar niet in een rechtstreekse veldslag.

Resultaat: De dreiging van wederzijdse atoomvernietiging maakte een directe oorlog te riskant; het conflict bleef daarom „koud' en werd indirect uitgevochten — precies de kern van het begrip Koude Oorlog.

Eindexamen-focus

  • De twee ideologische blokken kenschetsen (kapitalisme/democratie versus communisme/planeconomie) en verklaren waarom het conflict „koud' bleef.
  • De wapenwedloop en de atoomdreiging koppelen aan concrete gebeurtenissen: Berlijnse Muur (1961) en Cubacrisis (1962).
  • Het einde van de Koude Oorlog (val van de Muur 1989, uiteenvallen Sovjet-Unie 1991) als scharnierpunt plaatsen en Nederland als NAVO-land situeren.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat de Koude Oorlog een gewone oorlog met grote veldslagen tussen de VS en de Sovjet-Unie was; de grootmachten vochten juist níet rechtstreeks, maar via dreiging, bondgenoten en conflicten elders.
  • De val van de Berlijnse Muur (1989) verwarren met het uiteenvallen van de Sovjet-Unie (1991) of met de Duitse hereniging (1990); het zijn opeenvolgende, verschillende gebeurtenissen.
  • De Berlijnse Muur zien als een grens tussen Oost- en West-Duitsland in het algemeen, terwijl hij specifiek de stad Berlijn doorsneed.

Actieve herhaling

Leg met behulp van een bron over de Berlijnse Muur uit hoe deze de tweedeling van de wereld in twee ideologische blokken zichtbaar maakte. Beredeneer vervolgens waarom de Cubacrisis (1962) het gevaar van de wapenwedloop bijzonder scherp illustreert.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — de Koude Oorlog (CvTE / Examenblad)

§ 02

Dekolonisatie en het einde van de westerse hegemonie#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Na 1945 kwam er een eind aan de eeuwenlange overheersing van de wereld door Europa: de dekolonisatie. Overal in Azië en Afrika streden koloniën voor onafhankelijkheid, en de een na de ander werden zij zelfstandige staten. Verschillende oorzaken vielen samen. De Tweede Wereldoorlog had de Europese koloniale mogendheden verzwakt en hun gezag ondermijnd; in de koloniën was intussen een sterk nationalisme gegroeid, het verlangen naar een eigen natie en zelfbestuur; en het naoorlogse klimaat, waarin zelfbeschikking als recht gold, was de kolonisatoren ongunstig gezind. Dit is het kenmerkende aspect van de dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie (overheersing). Het proces verliep soms via onderhandeling, maar vaak via een gewelddadige strijd.
Voor Nederland is de dekolonisatie van Nederlands-Indië (het huidige Indonesië) het kernvoorbeeld. Al op 17 augustus 1945, vlak na de Japanse capitulatie, riepen de nationalistische leiders Soekarno en Hatta de onafhankelijke Republiek Indonesië uit. Nederland wilde zijn kolonie echter niet zomaar loslaten — mede vanwege de economische waarde ervan en het verlies aan aanzien — en probeerde het gezag te herstellen, onder meer met twee grote militaire offensieven die eufemistisch „politionele acties' werden genoemd (in 1947 en 1948-1949). Deze acties leidden tot veel geweld en tot felle internationale kritiek, onder andere van de Verenigde Staten en de Verenigde Naties, die druk op Nederland uitoefenden om de strijd te staken.
Onder die internationale druk en na een uitputtende koloniale oorlog gaf Nederland zijn verzet uiteindelijk op. Op 27 december 1949 vond de soevereiniteitsoverdracht plaats: Nederland erkende de onafhankelijkheid van Indonesië. Daarmee verloor Nederland zijn belangrijkste kolonie, en kwam er een eind aan een groot deel van het Nederlandse koloniale rijk en aan het aanzien dat Nederland als koloniale mogendheid had bezeten. De dekolonisatie had bovendien ingrijpende gevolgen binnen Nederland zelf: uit Indonesië kwamen na de onafhankelijkheid grote groepen mensen naar Nederland (onder wie Indische Nederlanders en later Molukkers). Zij vestigden zich in de Nederlandse samenleving en droegen zo bij aan het ontstaan van een meer pluriforme, multiculturele samenleving — een ontwikkeling die in de vierde paragraaf verder aan bod komt. De dekolonisatie was daarmee niet alleen een keerpunt in de wereldgeschiedenis, maar veranderde ook Nederland zelf blijvend.
Nederlands-Indië was geen uitzondering: overal maakte de westerse hegemonie plaats voor onafhankelijke staten. In Azië werden onder meer India, Pakistan en de landen van Indochina zelfstandig; in de jaren zestig volgde een golf van onafhankelijkheid in Afrika, waar in korte tijd talrijke voormalige koloniën eigen staten werden (zie Afb. 3). Vaak erfden de nieuwe landen problemen: door de kolonisatoren getrokken grenzen die geen recht deden aan de bevolking, economische afhankelijkheid en politieke instabiliteit. De dekolonisatie hangt bovendien samen met de Koude Oorlog uit de eerste paragraaf: de twee blokken probeerden de jonge staten voor hun eigen kamp te winnen, waardoor de tweedeling van de wereld ook in de voormalige koloniën doordrong.

De weg naar de onafhankelijkheid van Indonesië

Dekolonisatie van Nederlands-IndiëGraaf, WOII verzwakt Nederland → Onafh.verklaring 1945, Onafh.verklaring 1945 → Politionele acties 1947-1949, Politionele acties 1947-1949 → Internationale druk (VS/VN), Internationale druk (VS/VN) → Soev.overdracht 1949WOII verzwaktNederlandOnafh.verklaring1945Politioneleacties 1947-1949Internationaledruk (VS/VN)Soev.overdracht1949NL hersteltgezag
Afb. 3Afb. 3 — Van de onafhankelijkheidsverklaring (1945) via de politionele acties naar de soevereiniteitsoverdracht (1949).
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom kwam Nederland onder druk om Indonesië los te laten?

Toon aan dat internationale druk een belangrijke rol speelde bij de Nederlandse beslissing om Indonesië onafhankelijk te erkennen.

  1. 01Het Nederlandse doel

    Nederland wilde na 1945 het koloniale gezag over Indonesië herstellen en zette daarvoor twee militaire offensieven in, de politionele acties (1947 en 1948-1949).

  2. 02De reactie

    Het geweld van deze acties leidde tot felle internationale kritiek; grootmachten als de Verenigde Staten en de Verenigde Naties oefenden druk uit om de strijd te staken.

  3. 03Het gevolg

    Verzwakt door de uitputtende oorlog én onder deze internationale druk gaf Nederland zijn verzet op en droeg het op 27 december 1949 de soevereiniteit over.

Resultaat: De combinatie van een uitputtende koloniale oorlog en zware internationale druk (VS, VN) bracht Nederland ertoe de onafhankelijkheid van Indonesië te erkennen — een concreet voorbeeld van het einde van de westerse hegemonie.

Eindexamen-focus

  • De oorzaken van de dekolonisatie benoemen (verzwakte kolonisatoren na WOII, opkomend nationalisme, recht op zelfbeschikking).
  • De Nederlandse casus beschrijven: onafhankelijkheidsverklaring 1945, politionele acties (1947 en 1948-1949), soevereiniteitsoverdracht 27 december 1949.
  • Het einde van de westerse hegemonie verbinden met de gevolgen: pluriforme samenleving in Nederland en verwevenheid met de Koude Oorlog.

Veelgemaakte fouten

  • De soevereiniteitsoverdracht (1949) verwarren met de onafhankelijkheidsverklaring van Soekarno (1945); tussen die twee lag nog een jarenlange koloniale strijd.
  • De term „politionele acties' letterlijk als politieoptreden opvatten, terwijl het in werkelijkheid grootschalige militaire offensieven waren.
  • Denken dat Nederland vrijwillig en zonder strijd de kolonie losliet, terwijl internationale druk en een uitputtende oorlog daarbij doorslaggevend waren.

Actieve herhaling

Leg uit welke oorzaken ertoe leidden dat de dekolonisatie na 1945 op gang kwam. Beredeneer vervolgens waarom Nederland zich lang tegen de onafhankelijkheid van Indonesië verzette en waarom het uiteindelijk toch tot de soevereiniteitsoverdracht op 27 december 1949 kwam.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — dekolonisatie (CvTE / Examenblad)

§ 03

De eenwording van Europa#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kernpunten

Terwijl de wereld in twee blokken uiteenviel, zochten de West-Europese landen juist toenadering tot elkaar: de eenwording van Europa. De achtergrond was pijnlijk vers. Twee wereldoorlogen waren op het continent begonnen, en de erfvijandschap tussen Frankrijk en Duitsland had daarbij een centrale rol gespeeld. Na 1945 groeide daarom het besef dat samenwerking oorlog voortaan moest voorkomen. Daarnaast maakte de Koude Oorlog samenwerking aantrekkelijk: tegenover het machtige Oostblok stonden de West-Europese landen sterker als eenheid, en de Amerikaanse Marshallhulp stimuleerde economische samenwerking. Dit is het kenmerkende aspect van de eenwording van Europa. De gedachte was dat landen die economisch met elkaar verweven raakten, minder snel opnieuw oorlog zouden voeren.
De eenwording begon klein en heel gericht. In 1951 ondertekenden zes landen (Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk, West-Duitsland en Italië) het Verdrag van Parijs, waarmee in 1952 de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) van start ging. Juist kolen en staal waren cruciaal: het waren de grondstoffen voor de zware industrie en de wapenproductie, en wie erover beschikte, kon een leger uitrusten. Door de productie ervan onder een gezamenlijk, boven de landen staand gezag te plaatsen, konden de deelnemers deze grondstoffen niet meer heimelijk tegen elkaar inzetten, en werd een nieuwe oorlog tussen hen veel moeilijker. De EGKS was daarmee tegelijk een economisch én een vredesproject: economische samenwerking moest voortaan in dienst van de vrede staan. Het was bovendien een bewuste, bescheiden eerste stap, bedoeld om vertrouwen te wekken en de weg te openen naar verdere samenwerking (zie Afb. 4).

Van EGKS naar Europese Unie

De Europese eenwording in stappenGraaf, EGKS (1951/1952) → EEG · Rome (1957/1958), EEG · Rome (1957/1958) → EU · Maastricht (1992/1993)EGKS (1951/1952)EEG · Rome(1957/1958)EU · Maastricht(1992/1993)verdiepingverbreding
Afb. 4Afb. 4 — De groei van de Europese samenwerking in drie stappen.
Op die eerste stap volgde economische verdieping. In 1957 ondertekenden dezelfde zes landen het Verdrag van Rome, waarmee in 1958 de Europese Economische Gemeenschap (EEG) in werking trad. De EEG streefde naar een gemeenschappelijke markt: geleidelijk verdwenen de handelsbelemmeringen (zoals invoerrechten) tussen de lidstaten, zodat goederen, en op den duur ook mensen, kapitaal en diensten, vrij binnen die markt konden bewegen. Let bij het examen scherp op het verschil tussen ondertekenen en in werking treden: het Verdrag van Rome werd in 1957 getekend, maar ging pas in 1958 daadwerkelijk in — een onderscheid dat op het examen gemakkelijk wordt getoetst. De EEG maakte de West-Europese landen economisch sterk met elkaar verbonden: hun welvaart raakte steeds afhankelijker van onderlinge handel. Zo bevorderde de EEG de naoorlogse welvaart, het onderwerp van de volgende paragraaf, en maakte zij een nieuwe onderlinge oorlog nóg onwaarschijnlijker.
De samenwerking verdiepte zich in de decennia daarna en werd ook politieker. Het sluitstuk voor dit tijdvak is het Verdrag van Maastricht: in 1992 ondertekend en in 1993 in werking getreden, richtte het de Europese Unie (EU) op. De EU ging verder dan alleen economie: zij legde de basis voor onder meer een gemeenschappelijke munt (de euro) en een gedeeld burgerschap, en breidde zich na de val van het communisme uit met landen uit het voormalige Oostblok. Zo loopt er een duidelijke lijn van de kleine, praktische EGKS (1952) via de gemeenschappelijke markt van de EEG (1958) naar de veelomvattende Europese Unie (1993). Nederland was vanaf het eerste uur betrokken en behoort tot de oprichters — de Europese eenwording is daarmee ook een stuk Nederlandse naoorlogse geschiedenis.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom begon de Europese samenwerking met kolen en staal?

Leg uit waarom de eerste stap van de Europese eenwording juist de gezamenlijke controle over kolen en staal was.

  1. 01Het probleem

    Twee wereldoorlogen waren op het Europese continent uitgevochten; vooral de vijandschap tussen Frankrijk en Duitsland moest voortaan worden ingedamd om een nieuwe oorlog te voorkomen.

  2. 02De sleutelrol van kolen en staal

    Kolen en staal waren de grondstoffen van de wapen- en oorlogsindustrie; wie hierover beschikte, kon een leger uitrusten.

  3. 03De oplossing

    Door de productie van kolen en staal in 1952 onder het gezamenlijke gezag van de EGKS te plaatsen, konden de lidstaten deze niet meer heimelijk voor een oorlog tegen elkaar inzetten — economische samenwerking diende zo de vrede.

Resultaat: Kolen en staal waren strategisch omdat zij de basis vormden voor de oorlogsindustrie; gezamenlijk beheer maakte een nieuwe oorlog tussen de deelnemers veel moeilijker, waardoor de EGKS zowel een economisch als een vredesproject was.

Eindexamen-focus

  • De motieven voor de Europese eenwording verklaren (oorlogspreventie na de Frans-Duitse erfvijandschap, welvaart, positie tegenover het Oostblok).
  • De stappen in de juiste volgorde en met de juiste jaartallen plaatsen: EGKS (1951/1952), EEG/Verdrag van Rome (1957/1958), EU/Verdrag van Maastricht (1992/1993).
  • Het onderscheid tussen ondertekenen en in werking treden van de verdragen correct benoemen.

Veelgemaakte fouten

  • De EGKS, de EEG en de EU door elkaar halen; het zijn opeenvolgende, steeds ruimere vormen van samenwerking met eigen oprichtingsjaren.
  • Het jaar van ondertekening en het jaar van inwerkingtreding verwarren (Rome 1957 getekend / 1958 in werking; Maastricht 1992 getekend / 1993 in werking).
  • De eenwording alleen als economisch project zien en de vredesgedachte (het onmogelijk maken van een nieuwe Frans-Duitse oorlog) vergeten.

Actieve herhaling

Leg uit waarom juist kolen en staal werden gekozen als eerste terrein van de Europese samenwerking (EGKS). Beredeneer vervolgens hoe de eenwording zich van de EGKS (1952) via de EEG (1958) tot de Europese Unie (1993) verder ontwikkelde.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — Europese eenwording (CvTE / Examenblad)

§ 04

Welvaart, verzorgingsstaat, ontzuiling en de ICT-samenleving#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

Na de wederopbouw beleefde West-Europa vanaf de jaren vijftig en zestig een periode van sterk stijgende welvaart. De economie groeide snel, de lonen stegen, en steeds meer mensen konden zich duurzame goederen veroorloven: een auto, een koelkast, een wasmachine en, kenmerkend voor dit tijdvak, een televisietoestel. Zo ontstond een consumptiemaatschappij, waarin kopen en bezitten een grote plaats innamen en waarin ook vrije tijd, vakantie en vermaak binnen het bereik van gewone gezinnen kwamen. Deze toenemende welvaart is het kenmerkende aspect dat de basis vormt voor de andere veranderingen van deze paragraaf: zonder de groeiende welvaart zouden de verzorgingsstaat en de ontzuiling niet zo hebben kunnen ontstaan. In Nederland begon deze welvaartsgroei na de armoede van de oorlogsjaren en de wederopbouw, de jaren waarin het door de oorlog getroffen land met veel inzet en soberheid werd heropgebouwd — pas daarna volgde de sprong in welvaart die de rest van dit tijdvak kleurt.
Met de welvaart groeide ook de rol van de overheid in de vorm van de verzorgingsstaat: een staat die haar burgers een stelsel van sociale zekerheid biedt en beschermt tegen de risico's van het leven. De overheid bouwde regelingen op voor onder meer ouderdom, ziekte, werkloosheid en arbeidsongeschiktheid, zodat wie niet (meer) kon werken toch verzekerd was van een inkomen en zorg. De verzorgingsstaat maakte de samenleving een stuk bestaanszekerder, maar werd ook duur en steunde op hoge belastingen en premies. De opkomst van de sociale zekerheid en de verzorgingsstaat hoort tot de kern van de naoorlogse westerse maatschappij en verklaart mede de brede maatschappelijke betrokkenheid van de overheid tot op de dag van vandaag.
De jaren zestig brachten een ingrijpende culturele omslag: ontzuiling en democratisering. Nederland was decennialang verzuild geweest: de samenleving was verdeeld in gescheiden „zuilen' (katholiek, protestants, socialistisch, liberaal), elk met eigen scholen, kranten, omroepen, vakbonden en verenigingen, waarbinnen mensen grotendeels hun hele leven bleven. In de jaren zestig brokkelden deze zuilen af (ontzuiling): mede door de toegenomen welvaart, betere opleiding en juist de televisie, die mensen buiten de eigen zuil met andere ideeën in aanraking bracht, verloren de oude gezagsverhoudingen hun vanzelfsprekendheid. Jongeren en burgers eisten meer inspraak en gelijkheid — democratisering — en kwamen in verzet tegen ouderwets gezag. Zie Afb. 5 voor de samenhang tussen welvaart, ontzuiling en de nieuwe media.

Van welvaart naar ontzuiling en ICT

Welvaart, media en de samenlevingGraaf, Toenemende welvaart → Consumptiemaatschappij, Toenemende welvaart → Verzorgingsstaat, Toenemende welvaart → Televisie, Televisie → Ontzuiling·democratisering, Televisie → Computer·internetToenemendewelvaartConsumptiemaatschappijVerzorgingsstaatTelevisieOntzuiling·democratiseringComputer·internet
Afb. 5Afb. 5 — Hoe naoorlogse welvaart en nieuwe media de samenleving veranderden.
Twee ontwikkelingen die tot vandaag doorwerken sluiten dit tijdvak af. Ten eerste ontstond een pluriforme, multiculturele samenleving: door de dekolonisatie (paragraaf 2) en later door de komst van arbeidsmigranten (onder anderen uit landen rond de Middellandse Zee) en hun gezinnen ging Nederland uit steeds meer verschillende bevolkingsgroepen, culturen en godsdiensten bestaan. Ten tweede veranderde de informatie- en communicatietechnologie (ICT) het leven ingrijpend: na de televisie kwamen de computer en, aan het eind van de twintigste eeuw, het internet, waardoor informatie en communicatie razendsnel en wereldwijd werden. Deze informatietechnologie is het naamgevende kenmerkende aspect van „de tijd van televisie en computer' en verbindt de naoorlogse welvaart met de samenleving waarin wij nu leven.
Uitgewerkt voorbeeld

Hoe droeg de televisie bij aan de ontzuiling?

Leg uit waarom de opkomst van de televisie de ontzuiling in de jaren zestig versnelde.

  1. 01De verzuilde uitgangssituatie

    In de verzuilde samenleving bleven mensen grotendeels binnen hun eigen zuil, met eigen kranten, omroepen en verenigingen, en kwamen zij weinig met andere opvattingen in aanraking.

  2. 02Wat de televisie deed

    De televisie bracht in vrijwel elk huishuis beelden en ideeën van búiten de eigen zuil binnen, waardoor mensen kennismaakten met andere leefwijzen en gezagsverhoudingen ter discussie kwamen.

  3. 03Het gevolg

    Samen met de toegenomen welvaart en betere opleiding ondermijnde dit de vanzelfsprekendheid van de zuilen; de zuilen brokkelden af (ontzuiling) en burgers eisten meer inspraak (democratisering).

Resultaat: De televisie doorbrak het isolement van de zuilen door mensen met andere ideeën in contact te brengen; samen met welvaart en scholing versnelde dit de ontzuiling en democratisering van de jaren zestig.

Eindexamen-focus

  • De begrippen welvaart, consumptiemaatschappij en verzorgingsstaat (sociale zekerheid) uitleggen en met elkaar in verband brengen.
  • De verzuiling en de ontzuiling/democratisering van de jaren zestig beschrijven en de rol van welvaart en televisie daarbij verklaren.
  • De pluriforme/multiculturele samenleving en de informatietechnologie (televisie, computer, internet) als kenmerkende aspecten herkennen.

Veelgemaakte fouten

  • Verzuiling en ontzuiling verwarren: verzuiling is de verdeling in gescheiden zuilen, ontzuiling is juist het afbrokkelen daarvan in de jaren zestig.
  • De verzorgingsstaat gelijkstellen aan „gratis geld'; hij berust op sociale premies en belastingen en biedt zekerheid tegen risico's.
  • De multiculturele samenleving uitsluitend aan arbeidsmigratie toeschrijven en de rol van de dekolonisatie (komst van mensen uit voormalig Nederlands-Indië) vergeten.

Actieve herhaling

Leg uit hoe de toegenomen welvaart en de opkomst van de televisie bijdroegen aan de ontzuiling en democratisering van de jaren zestig. Beredeneer vervolgens waarom „de tijd van televisie en computer' een treffende naam is voor dit tijdvak.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — welvaart, verzorgingsstaat en ontzuiling (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01De Koude Oorlog: twee blokken en atoomdreiging◐
    • 02Dekolonisatie en het einde van de westerse hegemonie◐
    • 03De eenwording van Europa●
    • 04Welvaart, verzorgingsstaat, ontzuiling en de ICT-samenleving○

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Tijd van televisie en computer (1950-heden)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~19
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — de Koude Oorlog

Vorig onderwerp

Tijd van wereldoorlogen (1900-1950)

Volgend onderwerp

Historische context: Het Britse rijk (1585-1900)

EuraStudy·Samenvattingen T·12·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.