EuraStudy
Samenvattingen/Geschiedenis/Historische context: Duitsland in Europa (1918-1991)
Samenvattingen · GeschiedenisNL · HAVO

Historische context: Duitsland in Europa (1918-1991)

Deze historische context volgt Duitsland door de meest dramatische eeuwwende van de moderne geschiedenis: van de wankele Weimarrepubliek, via de machtsovername van Hitler, de nazi-terreur, de Holocaust en de Tweede Wereldoorlog, naar de deling in de Koude Oorlog en ten slotte de hereniging in 1990. Je leert de weg van democratie naar dictatuur en van oorlog naar deling en hereniging in samenhang te verklaren en er kritisch over te redeneren.

5 Onderdelen·~24 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Standaard 2 · Verdieping 3

T·141414 / 15
Examenprofiel
De problemen en de ondergang van de Weimarrepubliek verklaren (Versailles, Dolkstootlegende, crises)De machtsovername en het karakter van het nationaalsocialisme beschrijven (1933, Gleichschaltung, terreur, antisemitisme)De expansie, de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust in samenhang analyserenDe deling en hereniging van Duitsland binnen de Koude Oorlog verklaren (1949, 1961, 1989, 1990)
Operatoren:leg uitverklaarberedeneertoon aanvergelijkplaats

basisniveau

Voor het CE moet je de kenmerkende aspecten van deze context (democratie versus dictatuur, totalitarisme, racisme/antisemitisme, wereldoorlog, Koude Oorlog, blokvorming) kunnen herkennen, plaatsen op de tijdbalk 1918–1991 en toepassen op bronnen.

verhoogd niveau

Verdieping (SE): de mechanismen waarmee een democratie in een totalitaire dictatuur veranderde, en de manier waarop de Duitse deling de bredere Oost-Weststrijd van de Koude Oorlog weerspiegelde.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 5 onderdelen▾
  1. Historische context: Duitsland in Europa (1918-1991)
    • 01De Weimarrepubliek en haar problemen◐
    • 02De opkomst en machtsovername van het nationaalsocialisme●
    • 03Nazi-Duitsland, expansie en de Tweede Wereldoorlog●
    • 04De deling van Duitsland in de Koude Oorlog●
    • 05De val van de Muur en de Duitse hereniging◐
§ 01

De Weimarrepubliek en haar problemen#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Voedingsbodem voor het nazisme

Weg naar de machtGraaf, Versailles 1919 → Massale onvrede, Dolkstootlegende → Massale onvrede, Crisis 1929 → Massale onvrede, Massale onvrede → Opkomst NSDAPVersailles 1919DolkstootlegendeCrisis 1929Massale onvredeOpkomst NSDAP
Afb. 2Afb. 2 — Versailles, mythe en crisis vormden samen de voedingsbodem waarop het nazisme kon opkomen.

Kernpunten

De context begint in 1918, aan het einde van de Eerste Wereldoorlog. Duitsland verloor de oorlog, keizer Wilhelm II trad af en vluchtte naar Nederland, en er werd in november 1918 een democratische republiek uitgeroepen. Omdat de nieuwe grondwet in 1919 in de stad Weimar werd opgesteld, spreekt men van de Weimarrepubliek. Op papier was dit een moderne democratie met algemeen kiesrecht (voor het eerst ook voor vrouwen) en een gekozen parlement (de Rijksdag). Toch werd de republiek van meet af aan belast door de omstandigheden van haar geboorte: zij ontstond uit een nederlaag, moest de zware gevolgen daarvan dragen en werd door grote groepen Duitsers — zowel aan de extreemrechtse als aan de extreemlinkse kant — nooit echt als 'hun' staat aanvaard. Deze zwakke start, met vijanden aan beide uiteinden van het politieke spectrum, verklaart veel van wat later misging (Afb. 1).

Tijdbalk Duitsland in Europa 1918–1991

Duitsland in Europa 1918–1991Tijdlijn van 1918 tot 1991, 1919: Versailles, 1933: Hitler aan de macht, 1939: Aanval op Polen, 1945: Capitulatie, 1949: BRD & DDR, 1961: Berlijnse Muur, 1989: Val van de Muur, 1990: Hereniging19181991jaar1919Versailles1933Hitler aan demacht1939Aanval op Polen1945Capitulatie1949BRD & DDR1961Berlijnse Muur1989Val van de Muur1990Hereniging
Afb. 1Afb. 1 — De hele context in één oogopslag: van Weimar via dictatuur en oorlog naar deling en hereniging.
De grootste last was het Verdrag van Versailles (getekend op 28 juni 1919). Daarin legden de overwinnaars Duitsland harde voorwaarden op: Duitsland moest gebied afstaan, zijn leger sterk inkrimpen, herstelbetalingen (reparaties) betalen, en in het beruchte 'schuldartikel' de volledige schuld aan de oorlog erkennen. Veel Duitsers ervoeren dit als een vernederend dictaat (Diktat) dat hun was opgelegd zonder onderhandeling. Rechtse tegenstanders koppelden dit aan de 'Dolkstootlegende' (Dolchstoßlegende): de leugen dat het Duitse leger in het veld onverslagen was gebleven en pas 'van achteren' was neergestoken door verraders in het thuisland — socialisten, democraten en Joden. Deze mythe was historisch onjuist, maar zij ondermijnde het vertrouwen in de democratische politici die het verdrag hadden ondertekend (de 'novemberverraders').
De republiek werd bovendien geteisterd door zware economische schokken. In 1923 leidden de reparatielasten en het geldbeleid tot een gigantische hyperinflatie: het geld werd zó snel minder waard dat mensen hun loon binnen enkele uren moesten uitgeven, het met kruiwagens vol bankbiljetten ophaalden en spaargeld volledig verdampte. Dit trof vooral de spaarzame middenklasse, die haar vermogen en zekerheid zag verdampen, en voedde diepe onvrede en wantrouwen tegen de republiek. Na een periode van herstel volgden de 'Golden Twenties': tussen ongeveer 1924 en 1929 stabiliseerde de economie (mede dankzij grote Amerikaanse leningen), bloeide de cultuur op in het bruisende Berlijn, en leek de democratie eindelijk te wortelen. Die opleving bleek echter bedrieglijk kwetsbaar, omdat zij grotendeels op kortlopend buitenlands krediet dreef dat elk moment kon worden opgevraagd.
Het einde van die adempauze kwam met de Grote Depressie. De beurskrach van Wall Street in oktober 1929 stortte de wereld in een diepe economische crisis; de Amerikaanse leningen waarop de Duitse opleving dreef, werden teruggetrokken, bedrijven gingen bij bosjes failliet en de werkloosheid schoot omhoog tot miljoenen mensen. De massale werkloosheid, armoede en angst maakten grote groepen Duitsers ontvankelijk voor politici die eenvoudige antwoorden, duidelijke zondebokken en een sterke hand beloofden; de gematigde, democratische partijen die de crisis moesten zien te bezweren, kregen juist de schuld van de ellende. Zo vormden de erfenis van Versailles, de Dolkstootlegende, de hyperinflatie van 1923 en vooral de crisis vanaf 1929 samen de voedingsbodem waarop het nationaalsocialisme kon opkomen. De Weimarrepubliek illustreert daarmee scherp het kenmerkende aspect van de voortdurende spanning tussen democratie en dictatuur.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom Versailles de democratie ondermijnde

Leg uit hoe het Verdrag van Versailles, gekoppeld aan de Dolkstootlegende, het vertrouwen in de Weimarrepubliek ondermijnde.

  1. 01De inhoud van Versailles

    Duitsland moest gebied en zijn leger inleveren, reparaties betalen en de volledige oorlogsschuld erkennen; veel Duitsers ervoeren dit als een vernederend dictaat.

  2. 02De Dolkstootlegende

    Rechtse kringen beweerden ten onrechte dat het leger onverslagen was en 'in de rug was gestoken' door democraten, socialisten en Joden in het thuisland.

  3. 03De koppeling

    Omdat het juist de democratische politici waren die het verdrag ondertekenden, werden zij als 'novemberverraders' weggezet; hun democratie kreeg de schuld van de vernedering.

  4. 04Het gevolg

    Zo raakte de republiek besmet met de nederlaag en het verdrag, verloor zij aanhang en werd de weg vrijgemaakt voor partijen die de democratie afwezen.

Resultaat: Versailles maakte de nederlaag concreet en de Dolkstootlegende gaf de schuld aan de democraten; samen ondermijnden zij het vertrouwen in de Weimarrepubliek en bevorderden zij de aanhang van antidemocratische partijen.

Eindexamen-focus

  • De zwakke uitgangspositie van de Weimarrepubliek verklaren (ontstaan uit nederlaag, Versailles als Diktat, Dolkstootlegende).
  • De economische crises benoemen en plaatsen (hyperinflatie 1923, Golden Twenties, Grote Depressie vanaf 1929) en hun politieke gevolgen uitleggen.
  • Uitleggen hoe deze problemen samen de voedingsbodem vormden voor de opkomst van het nationaalsocialisme.

Veelgemaakte fouten

  • De Dolkstootlegende voor een feit aanzien; het was een bewuste mythe, want het Duitse leger wás militair verslagen.
  • De hyperinflatie van 1923 verwarren met de crisis van 1929; het zijn twee verschillende economische schokken.
  • Denken dat de Weimarrepubliek geen democratie was; zij was juist een moderne democratie, maar een instabiele die weinig steun genoot.

Actieve herhaling

Verklaar met behulp van het Verdrag van Versailles, de Dolkstootlegende en de economische crises waarom de Weimarrepubliek een zwakke, instabiele democratie bleef en waarom dit de opkomst van het nationaalsocialisme bevorderde.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — Weimarrepubliek en het Interbellum (CvTE / Examenblad)

§ 02

De opkomst en machtsovername van het nationaalsocialisme#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kernpunten

Het nationaalsocialisme (NSDAP), onder leiding van Adolf Hitler, was een extreemrechtse, totalitaire beweging met een gitzwart wereldbeeld. De kern bestond uit fel nationalisme en revanchisme (het ongedaan maken van Versailles), haat tegen de democratie en het communisme, het Führerprinzip (onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan één leider) en bovenal een racistisch antisemitisme: de nazi's zagen de geschiedenis als een strijd tussen 'rassen', met het zogenaamde 'arische ras' bovenaan en de Joden als de wortel van alle kwaad. Tijdens de crisis vanaf 1929 groeide de NSDAP razendsnel, doordat zij eenvoudige zondebokken aanwees, orde en werk beloofde en met indrukwekkende massabijeenkomsten, uniformen en geraffineerde propaganda greep kreeg op ontevreden en bange kiezers. Bij de verkiezingen van 1932 werd de partij de grootste van het land, al behaalde zij nooit op eigen kracht een absolute meerderheid — een feit dat later belangrijk is om te begrijpen hoe Hitler aan de macht kwam.
De machtsovername verliep in het begin langs schijnbaar legale weg. Op 30 januari 1933 werd Hitler door president Hindenburg tot rijkskanselier benoemd — conservatieve politici dachten hem als leider van de grootste partij te kunnen gebruiken en 'inkapselen' in een regering die zij zelf zouden beheersen, een fatale misrekening. Kort daarna, in de nacht van 27 februari 1933, brandde het parlementsgebouw, de Rijksdag, af. De nazi's gaven meteen de communisten de schuld en gebruikten de brand als voorwendsel om per noodverordening de grondrechten (vrijheid van pers, van vergadering en de persoonlijke vrijheid) op te schorten en duizenden tegenstanders op te pakken. Zo werd onder het mom van 'orde en veiligheid' de rechtsstaat uitgeschakeld nog vóór de nieuwe verkiezingen konden plaatsvinden. Dit toont scherp hoe een democratie langs schijnbaar wettige weg van binnenuit kan worden uitgehold.
De beslissende stap was de Machtigingswet (Ermächtigungsgesetz) van 23 maart 1933. Daarmee stemde de Rijksdag ermee in dat de regering-Hitler vier jaar lang wetten kon uitvaardigen zonder het parlement — onder zware druk, intimidatie en met uitsluiting van de communistische afgevaardigden. In feite schafte het parlement daarmee zijn eigen macht af. Vervolgens voerden de nazi's de Gleichschaltung door: het 'gelijkschakelen' van de hele samenleving onder de partij. Andere partijen en de vakbonden werden verboden, de deelstaten onder Berlijn gebracht, pers, radio, cultuur, onderwijs en jeugd (Hitlerjugend) onder nazi-controle gebracht. Binnen enkele maanden was de democratie vervangen door een totalitaire eenpartijstaat.
De dictatuur steunde op terreur én propaganda. Terreur: de geheime politie (Gestapo) en de SS vervolgden tegenstanders, en al in 1933 werden de eerste concentratiekampen (zoals Dachau) ingericht voor politieke gevangenen. Propaganda: minister Goebbels beheerste pers, radio en film om de bevolking te beïnvloeden en Hitler als redder te verheerlijken. Het antisemitisme werd stap voor stap staatsbeleid. In 1935 ontnamen de Neurenberger wetten de Joden het staatsburgerschap en verboden zij huwelijken tussen Joden en niet-Joden — een wettelijke uitsluiting op grond van 'ras'. In de nacht van 9 op 10 november 1938 volgde de Kristallnacht (Reichspogromnacht): een door de nazi's georganiseerde golf van geweld waarbij synagogen werden verwoest, Joodse winkels vernield en talloze Joden mishandeld, vermoord of naar kampen gebracht. De vervolging werd zo openlijk en gewelddadig — een aankondiging van nog veel ergere misdaden (Afb. 3).

De machtsovername stap voor stap in 1933

Van democratie naar dictatuurGraaf, Kanselier 30-1-1933 → Rijksdagbrand 27-2, Rijksdagbrand 27-2 → Grondrechten geschorst, Grondrechten geschorst → Machtigingswet 23-3, Machtigingswet 23-3 → Gleichschaltung, Gleichschaltung → Totalitaire dictatuurKanselier 30-1-1933Rijksdagbrand27-2GrondrechtengeschorstMachtigingswet23-3GleichschaltungTotalitairedictatuur
Afb. 3Afb. 3 — In enkele maanden werd de democratie langs schijnbaar wettige weg vervangen door een dictatuur.
Uitgewerkt voorbeeld

Rijksdagbrand als voorwendsel

Leg uit hoe de nazi's de Rijksdagbrand van 27 februari 1933 gebruikten om hun macht te vergroten.

  1. 01De gebeurtenis

    In de nacht van 27 februari 1933 brandde het parlementsgebouw, de Rijksdag, af.

  2. 02De beschuldiging

    De nazi's gaven meteen de communisten de schuld en schetsten een dreigend beeld van een communistische opstand.

  3. 03De maatregel

    Onder dat voorwendsel liet Hitler per noodverordening de grondrechten opschorten (pers, vergadering, persoonlijke vrijheid) en duizenden tegenstanders oppakken.

  4. 04Het effect

    Zo werden vlak vóór de verkiezingen de oppositie en de rechtsstaat uitgeschakeld, wat de weg vrijmaakte voor de Machtigingswet enkele weken later.

Resultaat: De nazi's misbruikten de Rijksdagbrand als voorwendsel om via een noodverordening de grondrechten te schorsen en de oppositie uit te schakelen — een cruciale stap op weg naar de totale machtsovername.

Eindexamen-focus

  • De kenmerken van het nationaalsocialisme benoemen (revanchisme, Führerprinzip, antidemocratisch, racistisch antisemitisme).
  • De stappen van de machtsovername in 1933 in volgorde uitleggen (kanselier 30 jan → Rijksdagbrand 27 feb → Machtigingswet 23 mrt → Gleichschaltung).
  • De rol van terreur (Gestapo, SS, kampen) en propaganda (Goebbels) beschrijven en de escalatie van het antisemitisme plaatsen (Neurenberger wetten 1935, Kristallnacht 1938).

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat Hitler de macht met geweld gréép; hij werd op 30 januari 1933 langs wettelijke weg tot kanselier benoemd en breidde zijn macht daarna stap voor stap uit.
  • De Machtigingswet en de Rijksdagbrand door elkaar halen of in de verkeerde volgorde plaatsen (eerst de brand van 27 februari, dan de wet van 23 maart).
  • De Neurenberger wetten (1935, wettelijke uitsluiting) verwarren met de Kristallnacht (1938, georganiseerd geweld).

Actieve herhaling

Beredeneer aan de hand van de gebeurtenissen tussen 30 januari en de zomer van 1933 hoe de democratische Weimarrepubliek in een totalitaire dictatuur veranderde. Leg uit waarom historici dit 'een legale machtsovername' noemen en toch spreken van het einde van de rechtsstaat.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — opkomst nationaalsocialisme (CvTE / Examenblad)

§ 03

Nazi-Duitsland, expansie en de Tweede Wereldoorlog#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kernpunten

Vanaf 1933 werkte Hitler stap voor stap aan het omverwerpen van Versailles en aan uitbreiding van het Duitse 'levensruimte' (Lebensraum) in het oosten. Duitsland herbewapende, bezette het gedemilitariseerde Rijnland (1936) en zocht aansluiting bij andere gebieden met Duitstalige bevolking. In maart 1938 volgde de Anschluss: Duitse troepen trokken Oostenrijk binnen en het land werd bij Duitsland ingelijfd. Kort daarna eiste Hitler het Sudetenland op, het Duitstalige grensgebied van Tsjecho-Slowakije. Om een oorlog te voorkomen kozen Groot-Brittannië en Frankrijk voor appeasement (een politiek van toegeven): in het München-akkoord van eind september 1938 stemden zij ermee in dat Duitsland het Sudetenland kreeg, in ruil voor Hitlers belofte geen verdere eisen te stellen. Die belofte bleek waardeloos toen Duitsland in 1939 heel Tsjecho-Slowakije bezette.
De oorlog begon met de aanval op Polen. Nadat Duitsland en de Sovjet-Unie in augustus 1939 een niet-aanvalsverdrag (het Molotov–Ribbentrop-pact) hadden gesloten met een geheime afspraak om Polen en Oost-Europa onderling te verdelen, viel Duitsland op 1 september 1939 Polen binnen. Nu grepen Groot-Brittannië en Frankrijk wél in: zij verklaarden Duitsland op 3 september de oorlog, en daarmee begon de Tweede Wereldoorlog in Europa. Met een snelle, gemechaniseerde oorlogvoering (Blitzkrieg) veroverde Duitsland in 1940 in enkele weken grote delen van West-Europa, waaronder Nederland, België en Frankrijk. In 1941 opende Hitler het immense oostfront door zijn eigen bondgenoot de Sovjet-Unie aan te vallen (Operatie Barbarossa), en na de Japanse aanval op Pearl Harbor eind 1941 werd de oorlog werkelijk wereldwijd.
Middenin de oorlog voltrok zich de grootste misdaad: de Holocaust of Sjoa, de systematische, industriële moord op de Europese Joden. Wat begon met uitsluiting en vervolging in de jaren dertig, escaleerde tijdens de oorlog naar massamoord. In de bezette gebieden werden Joden bijeengedreven in getto's en door speciale eenheden doodgeschoten; vanaf 1942 werden Joden uit heel Europa per trein naar vernietigingskampen als Auschwitz-Birkenau gedeporteerd en daar in gaskamers vermoord. Ook Roma en Sinti, gehandicapten, homoseksuelen, politieke tegenstanders en anderen werden vervolgd en vermoord. In totaal werden ongeveer zes miljoen Joden vermoord. De Holocaust is het uiterste gevolg van het racistische antisemitisme dat vanaf het begin de kern van het nazisme vormde — en de reden dat 'nooit meer' een centrale les van deze geschiedenis is.
De oorlog keerde zich vanaf eind 1942 tegen Duitsland. Het Rode Leger versloeg de Duitsers bij Stalingrad, de westelijke geallieerden landden in 1944 in Normandië (D-Day) en drongen van west naar oost op naar Duitsland, terwijl de Sovjets vanuit het oosten oprukten. In het voorjaar van 1945 werd Duitsland zo van twee kanten onder de voet gelopen; Hitler pleegde in zijn bunker in Berlijn zelfmoord, en op 8 mei 1945 capituleerde Duitsland onvoorwaardelijk. Europa lag in puin, tientallen miljoenen mensen (soldaten en burgers) waren omgekomen, en toen de kampen werden bevrijd werd de volle, gruwelijke omvang van de nazi-misdaden zichtbaar. De uitkomst leidde bovendien rechtstreeks tot de volgende fase van de context: het verslagen Duitsland werd door de overwinnaars bezet en in zones verdeeld, wat aan het begin stond van de deling in de Koude Oorlog (Afb. 4).

De weg naar de Tweede Wereldoorlog

Naar de wereldoorlogGraaf, Revanchisme → Anschluss 1938, Anschluss 1938 → München-akkoord 1938, München-akkoord 1938 → Aanval Polen 1-9-1939, Pact met SU 1939 → Aanval Polen 1-9-1939, Aanval Polen 1-9-1939 → Tweede WereldoorlogRevanchismeAnschluss 1938München-akkoord1938Pact met SU 1939Aanval Polen 1-9-1939TweedeWereldoorlog
Afb. 4Afb. 4 — Stap voor stap: van het ongedaan maken van Versailles naar de aanval op Polen in 1939.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom 1938 appeasement was en 1939 oorlog

Toon aan dat het beleid van Groot-Brittannië en Frankrijk tegenover Hitler tussen 1938 en 1939 veranderde.

  1. 011938: appeasement

    Bij het München-akkoord (september 1938) stonden GB en Frankrijk Hitler het Sudetenland toe, in de hoop met toegeven een nieuwe grote oorlog te voorkomen.

  2. 02De belofte gebroken

    Hitler had beloofd geen verdere eisen te stellen, maar bezette in maart 1939 heel Tsjecho-Slowakije — daarmee was bewezen dat toegeven hem niet stopte.

  3. 031939: oorlog

    Toen Duitsland op 1 september 1939 Polen binnenviel, verklaarden GB en Frankrijk Duitsland de oorlog in plaats van opnieuw toe te geven.

  4. 04De omslag

    Het beleid veranderde dus van toegeven (appeasement) naar gewapend verzet, omdat gebleken was dat Hitler zich niet met concessies liet tevredenstellen.

Resultaat: In 1938 gaven GB en Frankrijk toe om oorlog te vermijden, maar toen bleek dat Hitler zijn beloften brak en Polen aanviel, kozen zij in 1939 voor oorlog — een duidelijke koerswijziging van appeasement naar verzet.

Eindexamen-focus

  • De expansiepolitiek en het begrip appeasement uitleggen (Anschluss 1938, München-akkoord 1938, bezetting Tsjecho-Slowakije 1939).
  • De aanleiding en het begin van de Tweede Wereldoorlog benoemen (Molotov–Ribbentrop-pact, aanval op Polen 1 september 1939, oorlogsverklaring GB/Frankrijk).
  • De Holocaust/Sjoa beschrijven als systematische massamoord en haar verbinden met het nazi-antisemitisme; de capitulatie van 8 mei 1945 plaatsen.

Veelgemaakte fouten

  • Appeasement afdoen als lafheid zonder de context (de angst voor een nieuwe wereldoorlog na de verschrikkingen van 1914–1918) te noemen.
  • Denken dat de Holocaust pas 'plotseling' tijdens de oorlog begon; het was de escalatie van een vervolging die met uitsluiting (1935) en geweld (1938) al vóór de oorlog inzette.
  • De aanval op Polen (1 september 1939) verwarren met het begin van de Duitse veroveringen in West-Europa (1940).

Actieve herhaling

Verklaar waarom Groot-Brittannië en Frankrijk in 1938 (Sudetenland) toegaven aan Hitler maar in 1939 (Polen) wél de oorlog verklaarden. Leg vervolgens uit hoe het racistische antisemitisme van het nazisme tijdens de oorlog uitmondde in de Holocaust.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — nazi-Duitsland en de Tweede Wereldoorlog (CvTE / Examenblad)

§ 04

De deling van Duitsland in de Koude Oorlog#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Kernpunten

Na de capitulatie in 1945 werd Duitsland door de vier overwinnaars (de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk en de Sovjet-Unie) in vier bezettingszones verdeeld; ook de hoofdstad Berlijn, die diep in de Sovjetzone lag, werd in vier sectoren opgedeeld. Aanvankelijk zou deze bezetting tijdelijk zijn en zouden de vier mogendheden Duitsland samen besturen, maar de snel groeiende tegenstelling tussen de westelijke geallieerden en de communistische Sovjet-Unie — de Koude Oorlog — maakte gezamenlijk bestuur al gauw onmogelijk. In het Westen ontstond een democratische, kapitalistische ordening (mede opgebouwd met Amerikaanse Marshallhulp), in het Oosten een communistisch bestuur onder strakke Sovjetcontrole. Duitsland, en Berlijn in het bijzonder, werd zo het scharnierpunt en hét symbool van de wereldwijde Oost-Weststrijd.
De eerste grote confrontatie was de Berlijnse blokkade. Toen de westelijke geallieerden in hun zones een nieuwe munt invoerden, blokkeerde de Sovjet-Unie in juni 1948 alle wegen, spoor- en waterverbindingen naar West-Berlijn, in de hoop de westelijke mogendheden uit de stad te verdrijven. Het Westen antwoordde met de luchtbrug: bijna een jaar lang, tot in mei 1949, vlogen vliegtuigen dag en nacht voedsel, kolen en goederen naar de ingesloten stad. De blokkade mislukte, maar de crisis maakte de breuk definitief. Nog in 1949 werd de deling staatsrechtelijk bezegeld: in het Westen ontstond de Bondsrepubliek Duitsland (BRD) en in het Oosten de Duitse Democratische Republiek (DDR) — twee Duitse staten met tegengestelde systemen (Afb. 5).

Weimar, Derde Rijk en de deling vergeleken

Drie fasen van DuitslandTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Fase · Bestuur · Periode; Weimarrepubliek · Democratie · 1918–1933; Derde Rijk · Dictatuur · 1933–1945; BRD (West) · Democratie · 1949–1990; DDR (Oost) · Communisme · 1949–1990, gemarkeerde cel: DictatuurFASEBESTUURPERIODEWeimarrepubliekDemocratie1918–1933Derde RijkDictatuur1933–1945BRD (West)Democratie1949–1990DDR (Oost)Communisme1949–1990Democratie, dictatuur, deling
Afb. 5Afb. 5 — Drie fasen van Duitsland: democratie, dictatuur en deling.
De DDR werd een communistische eenpartijstaat binnen het Sovjetblok, de BRD een parlementaire democratie die zich aansloot bij het Westen. De welvaart in de BRD (het 'Wirtschaftswunder') en de onvrijheid in de DDR leidden ertoe dat vele Oost-Duitsers naar het Westen vluchtten, vooral via het nog open Berlijn. Om deze uittocht — een enorm gezichtsverlies en aderlating — te stoppen, liet de DDR in de nacht van 12 op 13 augustus 1961 de Berlijnse Muur bouwen: een zwaarbewaakte muur die West-Berlijn volledig omsloot en Oost en West scheidde. De Muur werd hét symbool van de Koude Oorlog en van het 'IJzeren Gordijn' dat Europa in tweeën deelde; wie toch probeerde te vluchten, riskeerde te worden doodgeschoten.
Vanaf de late jaren zestig ontstond geleidelijk meer contact tussen de twee blokken. De West-Duitse bondskanselier Willy Brandt voerde vanaf 1969 een politiek van toenadering tot het Oosten, de Ostpolitik: in plaats van de DDR te blijven negeren en te doen alsof zij niet bestond, erkende hij feitelijk de naoorlogse grenzen en het bestaan van de DDR en zocht hij bewust ontspanning, verdragen en praktische samenwerking. Deze Ostpolitik paste in de bredere ontspanning (détente) tussen Oost en West in die jaren en maakte reizen, contacten en betrekkingen tussen de beide Duitslanden een stuk makkelijker, wat vooral voor gescheiden families van betekenis was. De deling zelf bleef bestaan, maar de scherpste kanten werden verzacht — een voorbereiding op de veranderingen die twee decennia later tot de hereniging zouden leiden.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom de DDR de Muur bouwde

Leg met een oorzaak-gevolgredenering uit waarom de DDR in 1961 de Berlijnse Muur bouwde.

  1. 01Het welvaartsverschil

    De BRD kende een economisch wonder en vrijheid, de DDR gebrek en onvrijheid; dat maakte het Westen aantrekkelijk voor Oost-Duitsers.

  2. 02De vluchtelingenstroom

    Grote aantallen Oost-Duitsers, vaak jong en goed opgeleid, vluchtten naar het Westen — vooral via het nog open Berlijn, waar Oost en West elkaar raakten.

  3. 03Het probleem voor de DDR

    Deze aderlating kostte de DDR arbeidskrachten en was een groot gezichtsverlies voor het communistische systeem.

  4. 04De maatregel

    Om de uittocht te stoppen sloot de DDR in de nacht van 12 op 13 augustus 1961 de grens in Berlijn af met de Berlijnse Muur.

Resultaat: De DDR bouwde de Muur in 1961 om de massale vlucht van haar burgers naar het welvarende, vrije Westen via Berlijn te stoppen; de Muur werd zo het symbool van de onvrijheid van het Oostblok.

Eindexamen-focus

  • De ontstaanswijze van de deling verklaren (bezettingszones, Oost-Weststrijd, Berlijnse blokkade/luchtbrug 1948–1949, oprichting BRD & DDR 1949).
  • De bouw van de Berlijnse Muur (1961) verklaren (vluchtelingenstroom) en haar betekenis als symbool van de Koude Oorlog benoemen.
  • De Ostpolitik van Willy Brandt (vanaf 1969) beschrijven als toenadering/ontspanning tussen de beide Duitslanden.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat de Muur (1961) Duitsland in tweeën deelde; de deling in twee staten was al in 1949 een feit, de Muur sloot vooral de vluchtroute via Berlijn af.
  • De BRD en DDR verwisselen: de BRD (Bondsrepubliek) was het democratische Westen, de DDR het communistische Oosten.
  • De Berlijnse blokkade en de bouw van de Muur door elkaar halen; de blokkade was 1948–1949, de Muur werd in 1961 gebouwd.

Actieve herhaling

Verklaar waarom Duitsland na 1945 werd verdeeld en in 1949 in twee staten uiteenviel. Leg vervolgens uit waarom de DDR in 1961 de Berlijnse Muur bouwde en wat de Muur symboliseerde in de Koude Oorlog.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — deling van Duitsland en de Koude Oorlog (CvTE / Examenblad)

§ 05

De val van de Muur en de Duitse hereniging#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Van val van de Muur naar hereniging

1989–1991Graaf, Hervormingen Gorbatsjov → Massaprotest DDR 1989, Massaprotest DDR 1989 → Val Muur 9-11-1989, Val Muur 9-11-1989 → Hereniging 3-10-1990, Hereniging 3-10-1990 → Einde Koude OorlogHervormingenGorbatsjovMassaprotest DDR1989Val Muur 9-11-1989Hereniging 3-10-1990Einde KoudeOorlog
Afb. 6Afb. 6 — Hervorming, protest en de val van de Muur leidden binnen een jaar tot de hereniging.

Kernpunten

Eind jaren tachtig kwam het Oostblok in een diepe crisis. De communistische economieën stagneerden, en de nieuwe Sovjetleider Michail Gorbatsjov lanceerde hervormingen (glasnost, meer openheid, en perestrojka, herstructurering) en liet weten dat de Sovjet-Unie de Oost-Europese satellietstaten niet langer met geweld in het gareel zou houden. Daardoor durfden burgers in landen als Polen en Hongarije openlijk te protesteren en hervormingen af te dwingen. Toen Hongarije in 1989 zijn grens met het Westen opende, ontstond een gat in het IJzeren Gordijn: Oost-Duitsers vluchtten massaal via Hongarije naar het Westen. In de DDR zelf groeiden vreedzame massademonstraties waarin mensen om vrijheid en hervorming riepen. Het communistische bewind verloor de greep op de bevolking.
Op 9 november 1989 viel de Berlijnse Muur. Onder de druk van de aanhoudende protesten en de vluchtelingenstroom kondigde de DDR-leiding die dag een versoepeling van de reisregels aan; door verwarring over de precieze ingangsdatum — een woordvoerder zei dat het 'onmiddellijk' inging — stroomden die avond duizenden Oost-Berlijners naar de grensovergangen, en de overweldigde, niet-geïnstrueerde grenswachten openden ten slotte de slagbomen. Voor het oog van de hele wereld klommen juichende mensen op de Muur en begonnen zij hem met hamers af te breken. De val van de Muur werd hét beeld van het einde van de Koude Oorlog: het symbool van de deling viel zonder dat er een schot werd gelost, gedragen door een vreedzame revolutie van gewone burgers.
De val van de Muur maakte de weg vrij voor de hereniging. Binnen minder dan een jaar werden de beide Duitslanden weer één: op 3 oktober 1990 trad de DDR formeel toe tot de Bondsrepubliek, en Duitsland was — na 41 jaar deling — herenigd (de 'Duitse eenwording'). De hereniging kon alleen doorgaan met instemming van de vier vroegere bezettingsmachten, die in de zogeheten Twee-plus-Vier-onderhandelingen formeel afstand deden van hun rechten uit 1945 en Duitsland zijn volledige soevereiniteit teruggaven. Voor veel Duitsers was 3 oktober 1990 een dag van grote vreugde, al bracht het samenvoegen van een rijk, kapitalistisch Westen en een arm, kwakkelend communistisch Oosten ook jarenlange economische en sociale uitdagingen met zich mee, die tot ver na 1990 zouden doorwerken.
De Duitse hereniging maakte deel uit van een veel grotere omwenteling. In heel Oost-Europa vielen in 1989 de communistische regimes, meestal vreedzaam. De tweedeling van Europa door het IJzeren Gordijn verdween, en in 1991 viel ook de Sovjet-Unie zelf uiteen in zelfstandige staten. Daarmee kwam een einde aan de Koude Oorlog die de wereld sinds 1945 in twee kampen had verdeeld. De context sluit zo in 1991 af met een Duitsland dat opnieuw één en democratisch is, in een Europa waar de scheidslijn tussen Oost en West is weggevallen. Van de nederlaag van 1918, via dictatuur, oorlog en deling, naar hereniging en het einde van de Koude Oorlog: de context beschrijft de complete boog van een eeuw Duitse en Europese geschiedenis (Afb. 1).
Uitgewerkt voorbeeld

Gorbatsjovs koers als voorwaarde

Leg uit waarom de hervormingen en houding van Gorbatsjov een voorwaarde waren voor de vreedzame val van de Muur in 1989.

  1. 01Eerdere onderdrukking

    In het verleden had de Sovjet-Unie opstanden in het Oostblok (zoals in Hongarije 1956 en Tsjecho-Slowakije 1968) met geweld neergeslagen.

  2. 02Gorbatsjovs nieuwe koers

    Gorbatsjov voerde hervormingen door (glasnost, perestrojka) en maakte duidelijk dat de Sovjet-Unie niet langer met tanks zou ingrijpen in de satellietstaten.

  3. 03Ruimte voor protest

    Daardoor durfden burgers in de DDR en elders openlijk en massaal te protesteren zonder dat het Rode Leger hen zou neerslaan.

  4. 04Het gevolg

    De DDR-leiding stond er alleen voor, verloor de controle en zag de Muur op 9 november 1989 vallen — zonder Sovjet-ingrijpen en zonder bloedvergieten.

Resultaat: Doordat Gorbatsjov hervormde en afzag van gewapend ingrijpen in het Oostblok, konden de Oost-Duitsers vreedzaam massaal protesteren; die ruimte was een noodzakelijke voorwaarde voor de val van de Muur in 1989.

Eindexamen-focus

  • De oorzaken van de val van het Oostblok benoemen (Gorbatsjovs hervormingen, geen ingrijpen meer, protesten, opening grenzen 1989).
  • De val van de Muur (9 november 1989) en de Duitse hereniging (3 oktober 1990) plaatsen en verklaren.
  • De hereniging in het bredere kader van het einde van de Koude Oorlog en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie (1991) plaatsen.

Veelgemaakte fouten

  • De val van de Muur (9 november 1989) gelijkstellen aan de hereniging (3 oktober 1990); dat zijn twee gebeurtenissen, bijna een jaar uit elkaar.
  • Denken dat de hereniging door oorlog of geweld tot stand kwam; het was een vreedzaam proces, mede mogelijk gemaakt door Gorbatsjovs koers en de instemming van de vier mogendheden.
  • De val van de Muur alleen aan Duitse gebeurtenissen toeschrijven en de bredere ineenstorting van het Oostblok en de rol van de Sovjet-Unie negeren.

Actieve herhaling

Verklaar waarom de Berlijnse Muur in 1989 viel en waarom dit binnen één jaar tot de Duitse hereniging leidde. Plaats deze gebeurtenissen in het bredere verhaal van het einde van de Koude Oorlog.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — val van de Muur en Duitse hereniging (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 05

    • 01De Weimarrepubliek en haar problemen◐
    • 02De opkomst en machtsovername van het nationaalsocialisme●
    • 03Nazi-Duitsland, expansie en de Tweede Wereldoorlog●
    • 04De deling van Duitsland in de Koude Oorlog●
    • 05De val van de Muur en de Duitse hereniging◐

0/5 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Historische context: Duitsland in Europa (1918-1991)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~24
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — Weimarrepubliek en het Interbellum

Vorig onderwerp

Historische context: Het Britse rijk (1585-1900)

Volgend onderwerp

Historische context: Nederland (1948-2008)

EuraStudy·Samenvattingen T·14·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.