EuraStudy
Samenvattingen/Geschiedenis/Historische context: Nederland (1948-2008)
Samenvattingen · GeschiedenisNL · HAVO

Historische context: Nederland (1948-2008)

Deze historische context volgt Nederland van kort na de Tweede Wereldoorlog tot in de eenentwintigste eeuw. De rode draad loopt van de dekolonisatie van Indonesië, via de wederopbouw en de opbouw van de verzorgingsstaat, de ontzuiling en de culturele revolutie van de jaren zestig, en de rol in de Koude Oorlog en de Europese integratie, naar een pluriforme, multiculturele samenleving. Je leert deze ontwikkelingen in samenhang te verklaren en er kritisch over te redeneren.

5 Onderdelen·~23 min leestijd·4 Vaardigheden·Niveau Standaard 4 · Verdieping 1

T·151515 / 15
Examenprofiel
De dekolonisatie en de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië verklaren (politionele acties, 27 december 1949)De wederopbouw, de verzorgingsstaat en de naoorlogse economie beschrijven (Marshallhulp, AOW, aardgas)De ontzuiling en de culturele revolutie van de jaren zestig analyseren (Provo, democratisering, secularisatie)De rol van Nederland in de Koude Oorlog en de Europese integratie en de opkomst van de multiculturele samenleving verklaren
Operatoren:leg uitverklaarberedeneertoon aanvergelijkplaats

basisniveau

Voor het CE moet je de kenmerkende aspecten van deze context (dekolonisatie, verzorgingsstaat, blokvorming/Koude Oorlog, Europese eenwording, pluriforme samenleving) kunnen herkennen, plaatsen op de tijdbalk 1948–2008 en toepassen op bronnen.

verhoogd niveau

Verdieping (SE): de samenhang tussen economische groei, ontzuiling en culturele verandering, en de manier waarop dekolonisatie en immigratie de Nederlandse samenleving pluriform maakten.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 5 onderdelen▾
  1. Historische context: Nederland (1948-2008)
    • 01Dekolonisatie en de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië●
    • 02Wederopbouw, verzorgingsstaat en economie◐
    • 03Verzuiling, ontzuiling en de culturele revolutie van de jaren zestig◐
    • 04Nederland in de Koude Oorlog en de Europese integratie◐
    • 05Een pluriforme en multiculturele samenleving◐
§ 01

Dekolonisatie en de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië#

●●●VerdiepingLPexamenblad-nl

Naar de soevereiniteitsoverdracht

Dekolonisatie van IndonesiëGraaf, Republiek 1945 → Politionele acties, Politionele acties → Indonesisch verzet, Indonesisch verzet → Soevereiniteit 1949, Druk VS (Marshallhulp) → Soevereiniteit 1949Republiek 1945PolitioneleactiesIndonesischverzetDruk VS(Marshallhulp)Soevereiniteit1949
Afb. 2Afb. 2 — Verzet én internationale druk dwongen Nederland tot de soevereiniteitsoverdracht van 1949.

Kernpunten

De context begint in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog, met het verlies van de grootste kolonie. Nederlands-Indië (het huidige Indonesië) was eeuwenlang een winstgevende kolonie geweest, maar tijdens de oorlog was het door Japan bezet, wat het Nederlandse gezag ondermijnde en het Indonesische nationalisme juist versterkte. Toen Japan zich in augustus 1945 overgaf, riepen de nationalistische leiders Soekarno en Hatta meteen, op 17 augustus 1945, de onafhankelijke Republiek Indonesië uit. Nederland wilde het gezag echter herstellen: velen zagen Indië als onmisbaar voor de economie (de leus 'Indië verloren, rampspoed geboren') en als een vanzelfsprekend deel van het koninkrijk. Zo botste het Nederlandse streven naar herstel van de koloniale band frontaal met het Indonesische streven naar onafhankelijkheid — de kern van het dekolonisatieconflict (Afb. 1).

Tijdbalk Nederland 1948–2008

Nederland 1948–2008Tijdlijn van 1948 tot 2008, 1949: Soevereiniteit Indonesië, 1949: Lid NAVO, 1957: AOW, 1959: Aardgas Slochteren, 1965: Provo, 1983: Protest kruisraketten, 1992: Verdrag Maastricht19482008jaar1949SoevereiniteitIndonesië1949Lid NAVO1957AOW1959AardgasSlochteren1965Provo1983Protestkruisraketten1992VerdragMaastricht
Afb. 1Afb. 1 — De hele context in één oogopslag: van dekolonisatie via verzorgingsstaat en jaren zestig naar Europa en een pluriforme samenleving.
Toen onderhandelingen vastliepen, greep Nederland naar geweld met de zogeheten politionele acties — een verhullende term voor grootschalige militaire offensieven. De eerste actie begon in juli 1947, de tweede in december 1948; met deze operaties veroverde het Nederlandse leger grote gebieden en werd de Republiek tijdelijk in het nauw gebracht. Toch keerde het tij zich tegen Nederland. Het Indonesische verzet (mede in de vorm van guerrilla) hield stand, en internationaal groeide de druk: vooral de Verenigde Staten dreigden met het stopzetten van de Marshallhulp als Nederland de oorlog voortzette. In de context van de Koude Oorlog wilden de VS Indonesië niet in de armen van het communisme drijven. Deze buitenlandse druk maakte de Nederlandse positie onhoudbaar.
Onder die aanhoudende druk moest Nederland uiteindelijk toegeven. Op 27 december 1949 vond de soevereiniteitsoverdracht plaats: Nederland droeg de soevereiniteit over vrijwel heel Nederlands-Indië over aan de nieuwe onafhankelijke staat Indonesië. Alleen het westelijke deel van Nieuw-Guinea bleef voorlopig nog Nederlands; pas in 1962 werd ook dit laatste gebied, na hernieuwde spanningen en dreigend geweld en na internationale bemiddeling, aan Indonesië overgedragen (via een korte tussenperiode onder bestuur van de Verenigde Naties). Daarmee kwam er een einde aan ruim drie eeuwen Nederlandse aanwezigheid in de archipel, en aan Nederland als koloniale mogendheid van betekenis. De dekolonisatie van Indonesië is voor Nederland het meest ingrijpende voorbeeld van het kenmerkende aspect 'de dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld'.
De dekolonisatie had ook gevolgen binnen Nederland zelf. Naar Nederland kwamen verschillende groepen: Indische Nederlanders (mensen van gemengde Nederlands-Indonesische afkomst) en, bijzonder, de Molukkers. Molukse mannen hadden in het Nederlandse koloniale leger (het KNIL) gediend; na de soevereiniteitsoverdracht werden zij met hun gezinnen naar Nederland gebracht, aanvankelijk 'tijdelijk', in afwachting van een eigen Molukse staat die er nooit kwam. Hun teleurstelling en het uitblijven van erkenning leidden in de jaren zeventig zelfs tot gewelddadige acties (treinkapingen). De komst van deze groepen was een van de eerste manieren waarop de dekolonisatie de Nederlandse samenleving diverser maakte — een lijn die later door de arbeidsmigratie werd voortgezet.
Uitgewerkt voorbeeld

De rol van de VS bij de dekolonisatie

Toon aan dat de Verenigde Staten een beslissende rol speelden bij de Nederlandse beslissing om Indonesië los te laten.

  1. 01De Nederlandse inzet

    Nederland wilde met militaire acties het gezag over Indië herstellen en de Republiek onderwerpen.

  2. 02Het Amerikaanse belang

    In de Koude Oorlog vreesden de VS dat een voortgezette koloniale oorlog de Indonesische nationalisten in de richting van het communisme zou drijven; zij wilden een stabiel, westersgezind Indonesië.

  3. 03Het drukmiddel

    De VS dreigden de Marshallhulp aan Nederland stop te zetten als de oorlog werd voortgezet — een dreiging die de Nederlandse wederopbouw rechtstreeks raakte.

  4. 04Het gevolg

    Onder deze druk gaf Nederland toe en droeg het in december 1949 de soevereiniteit over aan Indonesië.

Resultaat: Doordat de VS dreigden de voor de wederopbouw onmisbare Marshallhulp in te trekken, werd de Nederlandse militaire koers onhoudbaar; de Amerikaanse druk was daarmee doorslaggevend voor de soevereiniteitsoverdracht van 1949.

Eindexamen-focus

  • Het dekolonisatieconflict verklaren (uitroeping Republiek 1945, Nederlands streven naar herstel, botsende belangen).
  • De politionele acties (1947 en 1948–1949) en de rol van internationale (vooral Amerikaanse) druk uitleggen die tot de soevereiniteitsoverdracht leidde.
  • De soevereiniteitsoverdracht (27 december 1949) en Nieuw-Guinea (1962) plaatsen en de gevolgen voor Nederland benoemen (komst Molukkers, Indische Nederlanders).

Veelgemaakte fouten

  • De term 'politionele acties' letterlijk als politieoptreden opvatten; het waren grootschalige militaire offensieven, verhullend benoemd.
  • Denken dat Nederland de kolonie vrijwillig losliet; de soevereiniteitsoverdracht kwam er onder zware internationale druk, vooral van de VS.
  • De soevereiniteitsoverdracht (1949) en de overdracht van Nieuw-Guinea (1962) door elkaar halen.

Actieve herhaling

Verklaar waarom Nederland, ondanks twee militaire offensieven (de politionele acties), in 1949 toch de soevereiniteit over Indonesië moest overdragen. Betrek daarbij de rol van de Verenigde Staten en de Koude Oorlog.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — dekolonisatie van Indonesië (CvTE / Examenblad)

§ 02

Wederopbouw, verzorgingsstaat en economie#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Na de verwoestingen van de oorlog stond Nederland voor een enorme wederopbouw. De economie moest weer op gang komen, huizen, bruggen en fabrieken moesten worden herbouwd, en de hele bevolking moest van werk en voedsel worden voorzien; de eerste naoorlogse jaren waren dan ook jaren van soberheid en rantsoenering. Een belangrijke steun daarbij was de Marshallhulp: vanaf 1948 gaven de Verenigde Staten grootschalige economische hulp aan West-Europa om de wederopbouw te bevorderen en, in het licht van de Koude Oorlog, het communisme geen kans te geven in verarmde, ontevreden landen. Deze Amerikaanse dollars, grondstoffen en machines hielpen de Nederlandse economie weer op de been en bonden Nederland tegelijk economisch én politiek stevig aan het Westen. De wederopbouw legde zo de basis voor de opvallende welvaart van de jaren daarna.
Om snel te herstellen voerde de Nederlandse overheid een geleide loonpolitiek. In nauwe samenwerking met werkgevers en vakbonden (het 'poldermodel' avant la lettre, waarin overheid en sociale partners samen afspraken maakten) werden de lonen bewust laag gehouden. Lage lonen maakten Nederlandse producten goedkoop en concurrerend op de wereldmarkt, wat de export en de werkgelegenheid krachtig stimuleerde. Werknemers hielden zich in ruil daarvoor in met looneisen, in het besef dat de wederopbouw en het scheppen van werk voorrang hadden boven onmiddellijke welvaartsstijging. Deze aanpak was een van de belangrijkste redenen dat Nederland in de jaren vijftig en zestig een lange periode van sterke economische groei doormaakte, met vrijwel volledige werkgelegenheid en gestaag stijgende welvaart.
Een onverwachte meevaller versterkte die welvaart: in 1959 werd bij Slochteren in de provincie Groningen een van de grootste aardgasvelden ter wereld ontdekt. De opbrengsten van dit aardgas leverden de Nederlandse staat decennialang enorme inkomsten op, die mede werden gebruikt om de groeiende overheidsuitgaven en de uitdijende sociale voorzieningen te bekostigen. Het aardgas droeg zo direct bij aan de financiering van de groeiende verzorgingsstaat en aan het gevoel dat er 'geld genoeg' was. Tegelijk maakte de sterke gasexport de economie op onderdelen ook kwetsbaar en afhankelijk van één bron van inkomsten — een verschijnsel dat later de 'Hollandse ziekte' zou gaan heten — maar in de jaren zestig overheerste vooral het gevoel van snel groeiende voorspoed.
De naoorlogse welvaart maakte de opbouw van een verzorgingsstaat mogelijk: een staat die zijn burgers via sociale wetten beschermt tegen armoede door ouderdom, ziekte, werkloosheid of arbeidsongeschiktheid. Een mijlpaal was de invoering van de AOW (Algemene Ouderdomswet), die vanaf 1957 elke oudere een basispensioen van de staat garandeerde — een grote sociale vooruitgang die ouderdom niet langer met armoede verbond. In de jaren daarna volgden meer sociale voorzieningen (bijstand, uitkeringen bij ziekte en werkloosheid). Nederland ontwikkelde zich zo tot een van de meest uitgebreide verzorgingsstaten van Europa. Dit is het kenmerkende aspect van de sociale wetgeving en de rol van de overheid die de levensomstandigheden van de bevolking sterk verbeterde (Afb. 3).

Van wederopbouw naar verzorgingsstaat

Welvaart en verzorgingsstaatGraaf, Marshallhulp → Economische groei, Geleide loonpolitiek → Economische groei, Aardgas 1959 → Economische groei, Economische groei → Verzorgingsstaat (AOW)MarshallhulpGeleideloonpolitiekAardgas 1959EconomischegroeiVerzorgingsstaat(AOW)
Afb. 3Afb. 3 — Hulp, loonpolitiek en aardgas dreven de groei die de verzorgingsstaat betaalbaar maakte.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom de AOW een mijlpaal was

Leg uit waarom de invoering van de AOW in 1957 een belangrijke stap was in de opbouw van de verzorgingsstaat.

  1. 01De situatie ervoor

    Vóór de AOW waren ouderen zonder pensioen vaak afhankelijk van hun kinderen of van armenzorg; ouderdom betekende voor velen armoede.

  2. 02Wat de AOW regelde

    De AOW garandeerde vanaf 1957 elke inwoner boven een bepaalde leeftijd een basispensioen van de staat, ongeacht het arbeidsverleden.

  3. 03De betekenis

    Daarmee nam de overheid de verantwoordelijkheid voor de bestaanszekerheid van ouderen op zich — precies het idee van een verzorgingsstaat.

  4. 04In perspectief

    De AOW werd gevolgd door meer sociale wetten (bijstand, uitkeringen), zodat de staat burgers tegen steeds meer risico's beschermde.

Resultaat: De AOW verbond ouderdom niet langer met armoede door iedere oudere een staatspensioen te geven; als vroege, brede sociale wet is zij een mijlpaal in de opbouw van de Nederlandse verzorgingsstaat.

Eindexamen-focus

  • De betekenis van de Marshallhulp voor de Nederlandse wederopbouw en de binding aan het Westen uitleggen.
  • De geleide loonpolitiek en de economische groei van de jaren vijftig en zestig beschrijven (lage lonen, export, aardgas Slochteren 1959).
  • De opbouw van de verzorgingsstaat en de betekenis van de AOW (1957) verklaren.

Veelgemaakte fouten

  • De Marshallhulp uitsluitend als liefdadigheid zien; zij diende ook het Amerikaanse belang om West-Europa welvarend en anticommunistisch te houden.
  • Denken dat de verzorgingsstaat er in één keer was; hij werd in de jaren vijftig en zestig stap voor stap opgebouwd, mede dankzij de economische groei en het aardgas.
  • De geleide loonpolitiek verwarren met hoge lonen; de lonen werden juist bewust laag gehouden om de export en werkgelegenheid te bevorderen.

Actieve herhaling

Leg uit hoe de Marshallhulp, de geleide loonpolitiek en de vondst van aardgas samen bijdroegen aan de naoorlogse welvaart, en hoe die welvaart de opbouw van de verzorgingsstaat (bijvoorbeeld de AOW) mogelijk maakte.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — wederopbouw en verzorgingsstaat (CvTE / Examenblad)

§ 03

Verzuiling, ontzuiling en de culturele revolutie van de jaren zestig#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Om de naoorlogse samenleving te begrijpen, moet je eerst de verzuiling kennen. Tot ver in de twintigste eeuw was de Nederlandse samenleving verdeeld in 'zuilen': levensbeschouwelijke groepen (katholiek, protestants, socialistisch en algemeen/liberaal) die elk hun eigen wereld hadden. Elke zuil had eigen kranten, scholen, ziekenhuizen, vakbonden, sportclubs, politieke partijen en zelfs eigen omroepen. Mensen leefden grotendeels binnen hun eigen zuil, van de wieg tot het graf, en contacten met andere zuilen waren beperkt. Aan de top werkten de leiders van de zuilen wél samen om het land te besturen (de 'pacificatiedemocratie'). De verzuiling gaf houvast en organiseerde de samenleving, maar zij bond de burgers ook stevig aan het gezag van hun eigen kerk of partij.
In de jaren zestig kwam deze verzuilde wereld in hoog tempo aan het schuiven: de ontzuiling. Door de sterk groeiende welvaart, de betere en langere opleiding van jongeren, de opkomst van de televisie (die de grenzen tussen de zuilen doorbrak en een gedeelde beeldcultuur schiep) en de secularisatie (de afnemende invloed van kerk en geloof) verloren de zuilen langzaam maar zeker hun greep. Mensen gingen zich steeds minder gelegen laten liggen aan wat hun kerk of partij hun voorschreef, en kozen vaker hun eigen weg; de zuilen brokkelden af. De ontzuiling ging samen met een bredere culturele revolutie: een golf van ingrijpende veranderingen in normen, waarden en gezagsverhoudingen. De naoorlogse jeugd, opgegroeid in ongekende welvaart en zonder de oorlog te hebben meegemaakt, verzette zich openlijk tegen de strenge zeden en het autoritaire gezag van de oudere generatie.
Deze culturele omslag uitte zich in tal van bewegingen en veranderingen. In Amsterdam maakte de provobeweging (actief van 1965 tot 1967) met speelse, provocerende acties (de 'happenings' rond het Lieverdje op het Spui) de gevestigde orde en het gezag belachelijk en trok daarmee tot ver buiten Nederland de aandacht. Studenten eisten democratisering: meer inspraak en medezeggenschap in universiteiten, bedrijven en de samenleving als geheel. Er kwam meer ruimte voor persoonlijke vrijheid en zelfontplooiing, voor openlijke kritiek op autoriteiten zoals kerk, leger en overheid, en voor de emancipatie van groepen die zich achtergesteld voelden — de tweede feministische golf streed voor gelijke rechten en kansen van vrouwen, en later ontstond ook de homo-emancipatie. Kortom, de jaren zestig maakten de Nederlandse samenleving in korte tijd individueler, vrijer en mondiger.
Een herkenbaar voorbeeld van de spanning tussen oud en nieuw is het omroepbestel. Van oudsher had elke zuil zijn eigen omroep, die vooral het eigen publiek bediende. In de jaren zestig botste dit systeem met de nieuwe tijd: de omroep TROS en vooral de commerciële, zuilloze zender die opkwam, richtten zich op een breed publiek in plaats van op één zuil, en er ontstond strijd over reclame en over nieuwe, brutalere programma's (zoals die van de VPRO en de rel rond het programma waarin voor het eerst openlijk taboes werden doorbroken). Het omroepbestel toont zo in het klein hoe de verzuilde ordening onder druk kwam te staan van individualisering en commercie. De ontzuiling en de culturele revolutie samen vormen het kenmerkende aspect van de sterke veranderingen in de sociaal-culturele verhoudingen (Afb. 4).

Oorzaken en gevolgen van de ontzuiling

De jaren zestigGraaf, Welvaart & onderwijs → Ontzuiling, Televisie → Ontzuiling, Secularisatie → Ontzuiling, Ontzuiling → Culturele revolutieWelvaart &onderwijsTelevisieSecularisatieOntzuilingCulturelerevolutie
Afb. 4Afb. 4 — Welvaart, media, onderwijs en secularisatie ondermijnden de zuilen en voedden de culturele revolutie.
Uitgewerkt voorbeeld

Televisie als motor van de ontzuiling

Leg uit hoe de opkomst van de televisie bijdroeg aan de ontzuiling.

  1. 01De verzuilde wereld

    In de verzuilde samenleving leefden mensen vooral binnen hun eigen zuil, met eigen kranten, scholen en verenigingen, en weinig contact met andere groepen.

  2. 02Wat televisie deed

    De televisie bracht beelden en ideeën uit de hele samenleving en de wereld rechtstreeks de huiskamer binnen, over de grenzen van de zuilen heen.

  3. 03Het effect

    Mensen zagen hoe anderen dachten en leefden; de vanzelfsprekende geslotenheid van de eigen zuil werd doorbroken en het gezag van kerk en partij verzwakte.

  4. 04In samenhang

    Samen met de welvaart, het onderwijs en de secularisatie hielp de televisie zo de zuilen af te breken.

Resultaat: De televisie doorbrak de geslotenheid van de zuilen door beelden en ideeën van buiten de eigen kring de huiskamer binnen te brengen; zij was daarmee een van de motoren van de ontzuiling.

Eindexamen-focus

  • De verzuiling beschrijven (levensbeschouwelijke zuilen met eigen organisaties, samenwerking aan de top).
  • De oorzaken van de ontzuiling verklaren (welvaart, onderwijs, televisie, secularisatie) en de culturele revolutie van de jaren zestig kenschetsen.
  • Voorbeelden van de culturele revolutie herkennen en plaatsen (Provo 1965–1967, democratisering, emancipatie, veranderingen in het omroepbestel).

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat de zuilen geen contact hadden met elkaar; aan de top van de zuilen werkten de leiders juist samen om het land te besturen.
  • De ontzuiling aan één oorzaak toeschrijven; het was een samenspel van welvaart, onderwijs, televisie en secularisatie.
  • De culturele revolutie beperken tot Provo; het ging om een brede omslag (democratisering, emancipatie, individualisering, secularisatie).

Actieve herhaling

Verklaar met minstens drie oorzaken waarom de verzuiling in de jaren zestig plaatsmaakte voor ontzuiling. Leg vervolgens uit hoe de culturele revolutie de gezagsverhoudingen in de Nederlandse samenleving veranderde.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — verzuiling, ontzuiling en de jaren zestig (CvTE / Examenblad)

§ 04

Nederland in de Koude Oorlog en de Europese integratie#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Na de oorlog gaf Nederland zijn traditionele neutraliteit op en koos het duidelijk voor het Westen. In de Koude Oorlog, de wereldwijde tegenstelling tussen het communistische Oostblok onder leiding van de Sovjet-Unie en het kapitalistische, democratische Westen onder leiding van de VS, hoorde Nederland zonder twijfel bij het westelijke kamp. Concreet werd Nederland in 1949 medeoprichter van de NAVO (Noord-Atlantische Verdragsorganisatie), een militair bondgenootschap waarin de westelijke landen afspraken elkaar bij een aanval te verdedigen. Deze keuze paste bij de anticommunistische stemming van die jaren en bij de economische en politieke banden met de VS (denk aan de Marshallhulp). Nederland werd zo een trouwe bondgenoot van de VS binnen het westelijke blok (Afb. 5).

Nederland tussen West en Europa

Nederland in bondgenootschappenTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Organisatie · Soort · Jaar; NAVO · Militair · 1949; EGKS · Kolen & staal · 1952; EEG · Gemeensch. markt · 1957; EU (Maastricht) · Unie & euro · 1992, gemarkeerde cel: NAVOORGANISATIESOORTJAARNAVOMilitair1949EGKSKolen & staal1952EEGGemeensch. markt1957EU (Maastricht)Unie & euro1992West en Europa
Afb. 5Afb. 5 — Nederland verankerde zich zowel militair (NAVO) als economisch-politiek (EEG, EU) in het Westen.
Tegelijk werd Nederland een van de pioniers van de Europese eenwording. De gedachte erachter was tweeledig: samenwerking moest een nieuwe oorlog tussen de Europese landen (vooral Duitsland en Frankrijk) onmogelijk maken, én de Europese economieën versterken. Het begon met de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS), waarin de kern-oorlogsindustrieën van zes landen — waaronder Nederland — onder gezamenlijk beheer kwamen. In 1957 volgde met het Verdrag van Rome de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG), gericht op een gemeenschappelijke markt met vrij verkeer van goederen. Als klein handelsland had Nederland groot belang bij zo'n open Europese markt, en het steunde de integratie van harte.
De Koude Oorlog bleef ook binnen Nederland spanningen op. In de jaren tachtig laaide het conflict tussen Oost en West weer op, en het bondgenootschap besloot nieuwe Amerikaanse kernwapens (kruisraketten) in West-Europa te plaatsen, ook in Nederland. Daartegen ontstond massaal verzet: de vredesbeweging organiseerde grote demonstraties, waaronder in 1983 een protest in Den Haag dat met honderdduizenden deelnemers tot de grootste demonstraties in de Nederlandse geschiedenis behoort. De kernwapendiscussie verdeelde het land en toont hoe de wereldwijde Koude Oorlog rechtstreeks doordrong in de Nederlandse politiek en samenleving. Uiteindelijk werd het conflict door de ontspanning en het einde van de Koude Oorlog achterhaald.
De Europese samenwerking werd in deze periode steeds hechter. Een mijlpaal was het Verdrag van Maastricht, in 1992 in de Nederlandse stad Maastricht ondertekend, waarmee de Europese Unie (EU) werd opgericht en de weg werd gebaand naar een gemeenschappelijke munt, de euro. De integratie ging daarmee verder dan alleen economie: er kwam ook samenwerking op het gebied van beleid en burgerschap. Voor Nederland betekende dit een steeds diepere verankering in Europa, met grote gevolgen voor de economie, het bestuur en het dagelijks leven. De keuze voor het Westen (NAVO) en voor Europa (van EGKS via EEG naar EU) vormt samen het kenmerkende aspect van de vorming van supranationale samenwerkingsverbanden en de blokvorming van de Koude Oorlog, gezien vanuit Nederland.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom Nederland de Europese integratie steunde

Toon aan dat Nederland als handelsland belang had bij de Europese economische integratie.

  1. 01Het karakter van Nederland

    Nederland is een klein land met een grote, op export en doorvoer gerichte economie (haven van Rotterdam, handel).

  2. 02Wat de EEG bood

    De EEG (1957) schiep een gemeenschappelijke markt met vrij verkeer van goederen tussen de lidstaten, zonder onderlinge invoerrechten.

  3. 03Het voordeel

    Voor een handelsland betekende zo'n open markt vrije, ongehinderde afzet in de buurlanden — precies wat de Nederlandse economie nodig had.

  4. 04Ook vrede

    Daarnaast paste de samenwerking bij het doel een nieuwe oorlog tussen de Europese landen te voorkomen, wat óók in het Nederlandse belang was.

Resultaat: Als klein, sterk op export gericht handelsland profiteerde Nederland rechtstreeks van de open Europese markt; economisch eigenbelang én het streven naar vrede verklaren waarom Nederland de Europese integratie van harte steunde.

Eindexamen-focus

  • De keuze van Nederland voor het Westen in de Koude Oorlog verklaren (opgeven neutraliteit, NAVO-lidmaatschap 1949).
  • De stappen van de Europese integratie plaatsen (EGKS, EEG/Verdrag van Rome 1957, Verdrag van Maastricht 1992) en het Nederlandse belang erbij uitleggen.
  • De kernwapendiscussie van de jaren tachtig (kruisraketten, protest Den Haag 1983) als binnenlandse weerslag van de Koude Oorlog beschrijven.

Veelgemaakte fouten

  • De NAVO (militair bondgenootschap, 1949) verwarren met de EEG/EU (economische en politieke samenwerking); het zijn verschillende organisaties.
  • Denken dat Nederland neutraal bleef in de Koude Oorlog; het koos juist duidelijk voor het westelijke blok en de VS.
  • De Europese integratie alleen economisch zien en het motto 'nooit meer oorlog tussen Frankrijk en Duitsland' als drijfveer vergeten.

Actieve herhaling

Leg uit waarom Nederland na 1945 zowel voor de NAVO als voor de Europese integratie koos. Verklaar vervolgens waarom de plaatsing van kruisraketten in de jaren tachtig tot massaal protest leidde.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — Koude Oorlog en Europese integratie (CvTE / Examenblad)

§ 05

Een pluriforme en multiculturele samenleving#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Bronnen van de multiculturele samenleving

Naar een multiculturele samenlevingGraaf, Gastarbeiders → Pluriforme samenleving, Dekolonisatie → Pluriforme samenleving, Vluchtelingen → Pluriforme samenleving, Pluriforme samenleving → IntegratiedebatGastarbeidersDekolonisatieVluchtelingenPluriformesamenlevingIntegratiedebat
Afb. 6Afb. 6 — Verschillende migratiestromen maakten Nederland pluriform en riepen het integratiedebat op.

Kernpunten

In de tweede helft van de twintigste eeuw veranderde Nederland van een tamelijk gesloten, verzuilde samenleving in een pluriforme, multiculturele samenleving. Een belangrijke oorzaak was de immigratie. In de jaren zestig en zeventig, tijdens de economische bloei met vrijwel volledige werkgelegenheid, was er een groeiend tekort aan arbeidskrachten voor zwaar, vuil en ongeschoold werk dat Nederlanders zelf niet meer wilden doen. Daarom haalden bedrijven en de overheid gastarbeiders naar Nederland, aanvankelijk vooral uit landen rond de Middellandse Zee (zoals Italië en Spanje), later vooral uit Turkije en Marokko. De gedachte was uitdrukkelijk dat zij 'tijdelijk' zouden blijven en na verloop van tijd weer zouden terugkeren. Veel gastarbeiders bleven echter en lieten hun gezinnen overkomen (gezinshereniging), zodat er blijvende gemeenschappen ontstonden met een eigen taal, geloof (vaak de islam) en cultuur.
De immigratie kwam uit verschillende bronnen tegelijk. Naast de gastarbeiders kwamen er, zoals eerder in deze context beschreven, mensen uit de voormalige koloniën: Indische Nederlanders en Molukkers na de soevereiniteitsoverdracht van 1949, en in de jaren zeventig een grote groep Surinamers rond de onafhankelijkheid van Suriname in 1975. Later kwamen daar vluchtelingen en asielzoekers uit tal van landen bij, van Vietnam tot voormalig Joegoslavië. Door al deze migratiestromen tegelijk werd de Nederlandse bevolking veel diverser in herkomst, taal en godsdienst. Vooral in de grote steden groeide een bont geheel van culturen naast en door elkaar. Nederland werd zo, net als veel andere West-Europese landen, geleidelijk een immigratieland — een ingrijpende verandering voor een land dat zichzelf lang als tamelijk homogeen had gezien.
Deze verandering bracht ook vragen en spanningen mee, samengevat in het integratiedebat. Hoe konden nieuwkomers en hun kinderen volwaardig deelnemen aan de samenleving (werk, onderwijs, taal), en in hoeverre moesten zij zich aanpassen aan de Nederlandse gewoonten en waarden? Aanvankelijk ging de aandacht uit naar het behoud van de eigen cultuur van migranten; later verschoof het debat naar de nadruk op inburgering en aanpassing. Rond de eeuwwisseling werd het debat scherper, met discussies over de islam, over segregatie in wijken en scholen, en over de vraag of het samenleven van culturen wel goed verliep. Dit integratiedebat werd een van de centrale thema's van de Nederlandse politiek en samenleving.
De naoorlogse decennia lieten al met al een dubbele beweging zien: enerzijds individualisering (mensen bepaalden steeds meer zelf hun leven, los van kerk, zuil of traditie), anderzijds toenemende culturele verscheidenheid door immigratie. In de politiek uitte de onvrede over immigratie, integratie en de gevestigde partijen zich rond het jaar 2000 in nieuwe politieke bewegingen die deze thema's op de agenda zetten; de gebeurtenissen van begin eenentwintigste eeuw (waaronder de aanslagen van 11 september 2001 en de daaropvolgende debatten) maakten het integratievraagstuk nog urgenter. De context sluit rond 2008 af met een Nederland dat welvarend, individualistisch, Europees verankerd én cultureel divers is — en dat volop in debat is over hoe die diversiteit samen te brengen. Dit alles vormt het kenmerkende aspect van de pluriforme en multiculturele samenleving.
Uitgewerkt voorbeeld

Waarom gastarbeiders bleven

Leg uit waarom de komst van gastarbeiders leidde tot blijvende, cultureel diverse gemeenschappen in Nederland, terwijl zij eigenlijk 'tijdelijk' waren gehaald.

  1. 01Waarom ze kwamen

    Tijdens de economische bloei van de jaren zestig was er een tekort aan arbeidskrachten voor zwaar, ongeschoold werk; daarom werden gastarbeiders uit onder meer Turkije en Marokko geworven.

  2. 02De verwachting

    Zowel de overheid, de bedrijven als de gastarbeiders zelf gingen ervan uit dat het tijdelijk zou zijn: werken, sparen en terugkeren.

  3. 03Waarom ze bleven

    Werk bleef beschikbaar en het leven in Nederland bood perspectief; velen bleven en lieten via gezinshereniging hun familie overkomen.

  4. 04Het gevolg

    Zo ontstonden blijvende gemeenschappen met een eigen taal, geloof en cultuur, en werd de Nederlandse samenleving duurzaam diverser.

Resultaat: Doordat het werk bleef en gastarbeiders hun gezinnen lieten overkomen, werd de 'tijdelijke' arbeidsmigratie permanent; daaruit ontstonden de blijvende, cultureel diverse gemeenschappen die Nederland pluriform maakten.

Eindexamen-focus

  • De oorzaken van de immigratie beschrijven (gastarbeiders bij economische groei, dekolonisatie/Suriname, vluchtelingen).
  • De ontwikkeling van Nederland tot een pluriforme, multiculturele samenleving verklaren (blijvende gemeenschappen, gezinshereniging).
  • Het integratiedebat en de individualisering als thema's van de late twintigste en vroege eenentwintigste eeuw benoemen.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat gastarbeiders altijd bedoeld waren om te blijven; zij werden 'tijdelijk' gehaald, maar velen bleven en lieten hun gezin overkomen.
  • Immigratie tot alleen gastarbeiders beperken; ook de dekolonisatie (Molukkers, Surinamers) en later vluchtelingen droegen bij aan de diversiteit.
  • Individualisering en multiculturaliteit door elkaar halen; het zijn twee onderscheiden ontwikkelingen die tegelijk plaatsvonden.

Actieve herhaling

Verklaar met minstens twee oorzaken waarom Nederland in de tweede helft van de twintigste eeuw een multiculturele samenleving werd. Leg vervolgens uit waarom hierover een integratiedebat ontstond.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — pluriforme en multiculturele samenleving (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 05

    • 01Dekolonisatie en de soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië●
    • 02Wederopbouw, verzorgingsstaat en economie◐
    • 03Verzuiling, ontzuiling en de culturele revolutie van de jaren zestig◐
    • 04Nederland in de Koude Oorlog en de Europese integratie◐
    • 05Een pluriforme en multiculturele samenleving◐

0/5 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Historische context: Nederland (1948-2008)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~23
min
4
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma geschiedenis havo/vwo — dekolonisatie van Indonesië

Vorig onderwerp

Historische context: Duitsland in Europa (1918-1991)

EuraStudy·Samenvattingen T·15·MMXXVI

Laatste onderwerp van dit vak — terug naar het vakoverzicht.