EuraStudy
Samenvattingen/Frans/Tekstsoorten en thema's
Samenvattingen · FransNL · HAVO

Tekstsoorten en thema's

Wie een Franse tekst goed wil begrijpen, herkent eerst wát voor tekst hij voor zich heeft: een nieuwsbericht leest anders dan een column, en een reclame leest weer anders dan een interview. Deze samenvatting leert je de veelvoorkomende tekstsoorten en de vier teksttypes onderscheiden en de thema's herkennen die op het examen telkens terugkeren. Belangrijk om eerlijk te zijn: het centraal examen Frans toetst uitsluitend leesvaardigheid — kennis van tekstsoorten en thema's is geen apart examenonderdeel, maar een hulpmiddel waarmee je examenteksten sneller en preciezer begrijpt.

3 Onderdelen·~17 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2

T·0444 / 13
Examenprofiel
Veelvoorkomende Franse tekstsoorten — l'article, la chronique, l'interview, la publicité, le fait divers en le courrier des lecteurs — herkennen aan hun typische kenmerken.Het teksttype (informatief, betogend, beschouwend of activerend) en de functie van een tekst bepalen aan de hand van signalen in de tekst.De terugkerende thema's van het examen Frans en de bijbehorende woordvelden herkennen, zodat je leesteksten sneller plaatst en begrijpt.
Operatoren:bepaalherkenleg uitinterpreteer

basisniveau

Voor het examen leesvaardigheid: leer de tekstsoorten en de vier teksttypes herkennen en koppel de terugkerende thema's aan hun woordvelden, zodat je elke examentekst meteen kunt plaatsen en sneller begrijpt.

verhoogd niveau

Wie doorstroomt naar het hoger onderwijs, leest voortdurend Franstalige artikelen, opiniestukken en verslagen; het genre en het doel van een tekst snel herkennen blijft daar een waardevolle leesvaardigheid.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Tekstsoorten en thema's
    • 01Tekstsoorten herkennen○
    • 02Teksttypes en hun functie◐
    • 03Thema's van het examen Frans◐
§ 01

Tekstsoorten herkennen#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Tekstsoorten in het examen

Tekstsoorten in het examenTabel met 3 kolommen en 5 rijen, Gegevens: Tekstsoort (FR) · Kenmerk · Doel; l'article · feiten, actueel · informeren; la chronique · persoonlijke kijk · beschouwen; l'interview · vraag en antwoord · informeren; la publicité · wervend, kort · aanzetten; le fait divers · kort nieuwsbericht · informerenTEKSTSOORT (FR)KENMERKDOELl'articlefeiten, actueelinformerenla chroniquepersoonlijke kijkbeschouwenl'interviewvraag en antwoordinformerenla publicitéwervend, kortaanzettenle fait diverskort nieuwsberichtinformeren
Afb. 1De vijf meest voorkomende tekstsoorten op het examen, elk met zijn typische kenmerk en doel.

Kernpunten

Voordat je een Franse tekst echt begrijpt, helpt het om te weten wát voor tekst je voor je hebt. Op het examen krijg je heel verschillende soorten teksten: een zakelijk nieuwsbericht leest anders dan een persoonlijke column, en een reclame leest weer anders dan een interview. Elke tekstsoort heeft namelijk zijn eigen vorm, zijn eigen toon en vooral zijn eigen doel. Wie de tekstsoort meteen herkent, leest met de juiste verwachting: bij een nieuwsbericht zoek je naar feiten, bij een column naar een mening. De tabel onderaan deze sectie zet de vijf meest voorkomende tekstsoorten met hun kenmerk en hun doel op een rij; hieronder bespreken we ze één voor één, plus de lezersbrief.
De meest voorkomende informatieve tekstsoort is „l'article”, het nieuws- of informatieve artikel. Het geeft feiten over een actueel onderwerp, is meestal zakelijk en neutraal van toon, en is opgebouwd uit een pakkende openingszin — vaak „le chapeau”, een korte inleiding — gevolgd door alinea's met uitleg. Het doel is informeren. Een kortere, lichtere variant is „le fait divers”: een kort nieuwsbericht over een klein, op zichzelf staand voorval, zoals een ongeluk, een diefstal of een opmerkelijke gebeurtenis. Het beantwoordt in een paar zinnen de vragen wie, wat, waar en wanneer, zonder verdere achtergrond. Het verschil zit dus vooral in omvang en reikwijdte: „l'article” behandelt een onderwerp uitgebreid, terwijl „le fait divers” een enkel feit kort en bondig meldt.
Daartegenover staan de persoonlijke tekstsoorten, waarin niet de feiten maar een mening centraal staat. „La chronique” is de column: een vaste schrijver — „le chroniqueur” — geeft zijn persoonlijke kijk op een onderwerp, vaak met humor, ironie of een eigen stijl. Je herkent haar aan de ik-persoon en de duidelijk subjectieve toon; het doel is niet zozeer informeren als wel beschouwen en de lezer aan het denken zetten. „Le courrier des lecteurs” — de lezersbrief — is óók persoonlijk, maar komt niet van een professionele schrijver: het is een reactie van een gewone lezer op een eerder artikel of een actueel onderwerp, meestal gericht aan de redactie. Let op het onderscheid: bij „la chronique” is de auteur een vaste medewerker van de krant, bij „le courrier des lecteurs” is het een lezer die zijn mening instuurt.
Twee tekstsoorten herken je vooral aan hun vorm. „L'interview” bestaat uit vragen en antwoorden: je ziet letterlijk de vragen van een journalist, met daaronder de antwoorden van de geïnterviewde. Die vraag-antwoordstructuur maakt het interview onmiskenbaar, en het doel is doorgaans informeren — de lezer leert iets over de persoon of het onderwerp. „La publicité”, de reclame, is daarentegen kort en wervend. Ze wil je tot iets aanzetten: een product kopen, een dienst gebruiken, een evenement bezoeken. Je herkent haar aan slogans, aan de gebiedende wijs en aan een opvallende, overtuigende toon. Waar het interview informeert, probeert de reclame je gedrag te sturen.
Om in het examen snel de juiste tekstsoort te bepalen, kijk je achtereenvolgens naar drie dingen: de vorm, de toon en het doel. De vórm verraadt vaak meteen veel — vragen-met-antwoorden wijzen op „l'interview”, een slogan met gebiedende wijs op „la publicité”, een paar feitelijke zinnen op „le fait divers”. De tóón onderscheidt de zakelijke, neutrale teksten („l'article”, „le fait divers”) van de persoonlijke („la chronique”, „le courrier des lecteurs”). En het dóél — informeren, beschouwen of aanzetten — bevestigt je keuze. De tabel hieronder vat de vijf kerntekstsoorten met hun kenmerk en doel samen; gebruik haar als geheugensteun bij het lezen.
Uitgewerkt voorbeeld

Een tekstsoort herkennen aan vorm en toon

Bepaal de tekstsoort van het volgende fragment en verklaar je keuze: „Hier soir, à Marseille, un automobiliste a perdu le contrôle de sa voiture. Personne n'a été blessé.” Het gaat om een tekst van slechts drie korte zinnen over een klein, afgesloten voorval.

  1. 01Stap 1 — Kijk naar de lengte en de inhoud

    Het fragment is heel kort (drie zinnen) en meldt één klein, op zichzelf staand voorval: een auto-ongeluk in Marseille waarbij niemand gewond raakte. Er is geen achtergrond, geen uitleg en geen mening.

  2. 02Stap 2 — Vergelijk met de tekstsoorten

    De toon is zakelijk en feitelijk, dus informatief — daarmee vallen „la chronique” en „le courrier des lecteurs” (persoonlijk) af. Er zijn geen vragen-met-antwoorden, dus geen „l'interview”, en geen slogan of gebiedende wijs, dus geen „la publicité”. Voor een volwaardig „article” is de tekst veel te kort en te beperkt.

  3. 03Stap 3 — Trek de conclusie

    Een kort, feitelijk bericht over één klein voorval is per definitie „le fait divers”. Dat klopt met de tabel, die als kenmerk „kort nieuwsbericht” en als doel „informeren” geeft.

Resultaat: Het fragment is een „fait divers”: een kort nieuwsbericht over een klein, afgesloten voorval. Je herkent het aan de zeer beperkte lengte en de zakelijke, feitelijke toon zonder mening of betoog — precies het kenmerk dat de tabel noemt („kort nieuwsbericht”, doel „informeren”).

Eindexamen-focus

  • Het centraal examen Frans toetst alleen leesvaardigheid: er is geen losse vraag „welke tekstsoort is dit?”, maar wie de tekstsoort herkent, beantwoordt vragen naar het tekstdoel en de toon sneller en zekerder.
  • Je herkent een tekstsoort vooral aan de vorm en de toon: een vraag-antwoordstructuur wijst op „l'interview”, een slogan met gebiedende wijs op „la publicité”, en een paar feitelijke regels op „le fait divers”.

Veelgemaakte fouten

  • „La chronique” en „le courrier des lecteurs” verwarren: beide zijn persoonlijk, maar „la chronique” is van een vaste columnist van de krant, terwijl „le courrier des lecteurs” een ingezonden brief van een gewone lezer is.
  • „L'article” en „le fait divers” door elkaar halen: beide zijn informatief, maar „l'article” behandelt een onderwerp uitgebreid, terwijl „le fait divers” slechts een kort, op zichzelf staand voorval meldt.

Actieve herhaling

Bepaal van elk van deze drie korte beschrijvingen welke tekstsoort het betreft en noem het kenmerk waaraan je het herkent: (1) een halve pagina waarin een vaste schrijver met een vleugje ironie zijn persoonlijke mening over de zomervakantie geeft; (2) een tekst die bestaat uit de vragen van een journalist met daaronder de antwoorden van een zangeres; (3) een korte tekst van vijf regels over een verkeersongeluk in Lyon.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 02

Teksttypes en hun functie#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Vier teksttypes

Vier teksttypesTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Teksttype · Functie · Herken je aan; Informatief · feiten geven · cijfers, uitleg; Betogend · overtuigen · standpunt, argumenten; Beschouwend · afwegen · verschillende kanten; Activerend · aanzetten tot doen · oproep, imperatiefTEKSTTYPEFUNCTIEHERKEN JE AANInformatieffeiten gevencijfers, uitlegBetogendovertuigenstandpunt, argumentenBeschouwendafwegenverschillende kantenActiverendaanzetten tot doenoproep, imperatief
Afb. 2Elk teksttype heeft een eigen functie en eigen signalen waaraan je het in de tekst herkent.

Kernpunten

Naast de tekstsoort (de vorm: artikel, column, interview…) heeft elke tekst ook een teksttype. Waar de tekstsoort zegt wélke vorm een tekst heeft, zegt het teksttype wat de schrijver met de tekst wíl bereiken — wat zijn bedoeling, zijn functie is. Het Frans onderscheidt, net als het Nederlands, vier teksttypes: het informatieve, het betogende, het beschouwende en het activerende type. Eénzelfde tekstsoort kan verschillende types hebben: een artikel kan puur informatief zijn, maar ook betogend. De tabel onderaan deze sectie zet de vier types met hun functie en hun herkenningssignalen overzichtelijk naast elkaar.
Het informatieve type heeft als functie feiten geven. De schrijver wil je iets laten weten of begrijpen, zonder je van een mening te willen overtuigen. Je herkent het aan cijfers, voorbeelden en zakelijke uitleg, en aan een neutrale toon: denk aan een tekst die met getallen laat zien hoeveel plastic er in zee belandt. Het betogende type wil je daarentegen overtuigen. De schrijver neemt een duidelijk standpunt in en onderbouwt dat met argumenten — bijvoorbeeld een tekst die betoogt dat auto's uit de binnenstad moeten verdwijnen. Je herkent het aan dat ene, herhaalde standpunt en aan argumentatiewoorden zoals „il faut” (men moet) of „on doit” (we moeten). Kortom: informatief geeft feiten, betogend duwt één mening.
Het beschouwende type weegt verschillende kanten van een kwestie tegen elkaar af. De schrijver onderzoekt een vraag, belicht voor- én nadelen en laat de lezer vaak zelf een oordeel vormen, zonder zelf één duidelijk standpunt op te dringen. Een typisch signaal is „d'une part… d'autre part…” (enerzijds… anderzijds…). Dit is meteen het lastigste onderscheid van het examen: het verschilt van het betogende type doordat een betoog één standpunt verdedigt, terwijl een beschouwing juist meerdere standpunten naast elkaar zet. Het activerende type, ten slotte, wil je aanzetten tot doen: het roept op tot actie. Je herkent het aan oproepen en aan de gebiedende wijs, zoals „Inscrivez-vous !” (schrijf je in!) of „Agissez maintenant !” (kom nu in actie!). Reclames en campagnes zijn vaak activerend.
Om het teksttype te bepalen, stel je jezelf één vraag: wat probeert de schrijver hier te doen? Geeft hij vooral feiten (informatief)? Verdedigt hij één standpunt (betogend)? Weegt hij verschillende kanten af (beschouwend)? Of spoort hij je aan tot actie (activerend)? De signalen uit de tabel — cijfers en uitleg, standpunt en argumenten, verschillende kanten, oproep en gebiedende wijs — wijzen je de weg. Dit is geen overbodige theorie: op het centraal examen leesvaardigheid komen vaak vragen voor naar het tekstdoel of de bedoeling van de schrijver, zoals „Quel est le but de l'auteur ?” (wat is het doel van de schrijver?) of „Wat wil de schrijver met deze alinea?”. Wie het teksttype herkent, kiest bij zulke vragen veel sneller en zekerder het juiste antwoord.
Houd er wel rekening mee dat de teksttypes elkaar niet uitsluiten: een tekst kan informeren én een standpunt verdedigen. Toch heeft bijna elke tekst één overheersende functie, en juist die zoek je. Laat je daarbij niet misleiden door losse woorden: een informatieve tekst met hier en daar een waardeoordeel blijft informatief, zolang het geven van feiten de hoofdzaak is. Bepaal het type dus altijd op grond van de tekst als geheel, niet op grond van één enkele zin. De tabel hieronder helpt je de vier functies en hun signalen scherp uit elkaar te houden.
Uitgewerkt voorbeeld

Het teksttype bepalen aan de hand van signalen

Bepaal het teksttype van een tekst die zo verloopt: de schrijver bespreekt eerst de voordelen van thuiswerken („D'une part, on gagne du temps…”), daarna de nadelen („D'autre part, on se sent parfois isolé…”), en sluit af zonder een duidelijk eigen standpunt. Welk teksttype is dit, en waaraan zie je dat?

  1. 01Stap 1 — Bepaal wat de schrijver doet

    De schrijver zet zowel de voordelen als de nadelen van thuiswerken op een rij en weegt ze tegen elkaar af. Aan het eind kiest hij geen kant.

  2. 02Stap 2 — Let op de signaalwoorden

    De tekst gebruikt „d'une part… d'autre part…” (enerzijds… anderzijds…). Dat is hét signaal dat verschillende kanten van een kwestie naast elkaar worden gezet — het herkenningspunt van het beschouwende type.

  3. 03Stap 3 — Sluit het betogende type uit

    Een betogende tekst zou één standpunt kiezen en dat met argumenten verdedigen. Hier ontbreekt zo'n standpunt juist; de schrijver beschouwt en laat het oordeel aan de lezer. Het is dus beschouwend, niet betogend.

Resultaat: Het is een beschouwende tekst. De schrijver weegt verschillende kanten tegen elkaar af — herkenbaar aan „d'une part… d'autre part…” — en kiest geen duidelijk standpunt. Dat onderscheidt het beschouwende type (afwegen) van het betogende type, dat juist één standpunt met argumenten verdedigt; de tabel noemt bij „Beschouwend” dan ook „verschillende kanten” als herkenningspunt.

Eindexamen-focus

  • Op het centraal examen leesvaardigheid komen vaak vragen voor naar het tekstdoel of de bedoeling van de schrijver („Quel est le but de l'auteur ?”); wie het teksttype bepaalt, vindt daar sneller het juiste antwoord.
  • Het verschil tussen betogend (één standpunt verdedigen) en beschouwend (verschillende kanten afwegen) is een klassiek struikelblok bij vragen naar het doel van een tekst of alinea.

Veelgemaakte fouten

  • Betogend en beschouwend verwarren: niet elke tekst met argumenten is betogend — een beschouwende tekst zet juist meerdere standpunten naast elkaar zonder er één te kiezen.
  • Een informatieve tekst met hier en daar een mening ten onrechte betogend noemen: bepaal het type op grond van de overheersende functie van de hele tekst, niet op grond van één zin.

Actieve herhaling

Bepaal van elke beschrijving het teksttype en noem het signaal waaraan je het herkent: (1) een tekst die met cijfers en uitleg laat zien hoeveel plastic er jaarlijks in zee belandt; (2) een tekst die met drie argumenten betoogt dat de overheid vliegreizen duurder moet maken; (3) een tekst die de lezer oproept zich in te schrijven voor een opruimactie op het strand.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Thema's van het examen Frans#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Veelvoorkomende examenthema's

Veelvoorkomende examenthema'sTabel met 3 kolommen en 5 rijen, Gegevens: Thema (FR) · Nederlands · Voorbeeldwoorden; l'environnement · milieu · pollution, climat; les jeunes · jongeren · école, réseaux sociaux; la société · maatschappij · travail, famille; la santé · gezondheid · sport, alimentation; la francophonie · Franstalige wereld · culture, langueTHEMA (FR)NEDERLANDSVOORBEELDWOORDENl'environnementmilieupollution, climatles jeunesjongerenécole, réseaux sociauxla sociétémaatschappijtravail, famillela santégezondheidsport, alimentationla francophonieFranstalige wereldculture, langue
Afb. 3De terugkerende thema's van het examen Frans, met hun Nederlandse vertaling en een paar woorden uit het bijbehorende woordveld.

Kernpunten

De teksten op het examen Frans komen uit recente Franse kranten en tijdschriften, en ze gaan steeds over een beperkt aantal onderwerpen. Die terugkerende onderwerpen noemen we de examenthema's. Het loont om ze te kennen, want zodra je het thema van een tekst herkent, lees je met context: je weet ongeveer welke woorden en ideeën je kunt verwachten, en dat maakt het begrijpen sneller en zekerder. De tabel onderaan deze sectie noemt vijf veelvoorkomende thema's met hun Nederlandse vertaling en een paar voorbeeldwoorden; hieronder lopen we de belangrijkste langs.
De thema's die telkens terugkeren, zijn onder meer: „l'environnement” (het milieu), met woorden als „la pollution” (vervuiling), „le climat” (het klimaat) en „le recyclage” (recycling); „les jeunes” (de jongeren), met „l'école” (school), „les réseaux sociaux” (sociale media) en „l'amitié” (vriendschap); „la société” (de maatschappij), met „le travail” (werk), „la famille” (het gezin) en „l'égalité” (gelijkheid); „les médias” (de media), met „la presse” (de pers), „l'information” (informatie) en „internet”; „la santé” (de gezondheid), met „le sport”, „l'alimentation” (voeding) en „le bien-être” (welzijn); en ten slotte „la francophonie” en „la culture” (de Franstalige wereld en cultuur), met „la langue” (de taal), „la musique” en „les traditions”. Wie deze thema's en hun kernwoorden kent, herkent het onderwerp van een examentekst vaak al na de eerste zinnen.
De sleutel tot snel lezen is niet losse woorden uit je hoofd leren, maar woordvelden. Een woordveld is een groepje woorden dat rond hetzelfde thema hoort: rond „l'environnement” hangen vanzelf „pollution”, „climat”, „déchets” (afval) en „énergie”. Ken je zo'n woordveld, dan herken je die woorden niet alleen sneller, maar kun je een onbekend woord vaak ook uit de context raden, omdat je weet waar de tekst over gaat. Bovendien helpt themakennis je bij de hoofdgedachte: merk je dat een tekst over milieu gaat, dan lees je de details met de juiste bril op. Leer je woordenschat daarom zoveel mogelijk per thema, in samenhang, in plaats van als een lange losse lijst.
Omdat de examenteksten uit actuele media komen, keert vooral maatschappelijke en actuele woordenschat steeds terug: woorden rond het klimaat, sociale media, gezondheid en samenleving duiken jaar na jaar op. Het is dus verstandig om naast je lesmethode ook eenvoudige Franstalige jongerenmedia te volgen — bijvoorbeeld tijdschriften als „Okapi” of „Phosphore” — en nieuwe woorden meteen bij het juiste thema te noteren. Zo bouw je precies de woordvelden op die het examen van je vraagt. De tabel hieronder is een goed vertrekpunt: gebruik de vijf thema's als kapstok en hang er telkens nieuwe woorden aan.
Themakennis vervangt het lezen natuurlijk niet — je moet de tekst nog steeds nauwkeurig lezen om de examenvragen goed te beantwoorden. Maar ze geeft je een voorsprong: je begint niet bij nul, maar met een verwachting van het onderwerp en de woorden. Combineer daarom het opbouwen van woordvelden met veel oefenen op echte examenteksten; dan leer je niet alleen de woorden, maar ook hoe de thema's in het examen Frans terugkomen. Zo wordt themakennis precies wat ze hoort te zijn: een hulpmiddel dat je leesvaardigheid — het enige dat het centraal examen toetst — sneller en sterker maakt.
Uitgewerkt voorbeeld

Een woord aan een thema en een woordveld koppelen

Bij welk examenthema hoort het Franse woord „la pollution”, en welke twee andere woorden uit hetzelfde woordveld helpen je om een tekst over dit thema sneller te begrijpen?

  1. 01Stap 1 — Vertaal en plaats het woord

    „La pollution” betekent „de vervuiling”. Vervuiling hoort bij het thema milieu, in het Frans „l'environnement”.

  2. 02Stap 2 — Roep het woordveld op

    Rond „l'environnement” hoort een vast groepje woorden: „le climat” (het klimaat), „le réchauffement climatique” (de opwarming van de aarde), „le recyclage” (recycling) en „les déchets” (afval).

  3. 03Stap 3 — Gebruik het voor je leesbegrip

    Ken je dit woordveld, dan herken je deze woorden meteen in een tekst en begrijp je de hoofdgedachte sneller. Twee bruikbare woorden zijn bijvoorbeeld „le climat” en „le recyclage”.

Resultaat: „La pollution” hoort bij het thema milieu („l'environnement”). Twee woorden uit hetzelfde woordveld zijn „le climat” (het klimaat) en „le recyclage” (de recycling) — vergelijk de voorbeeldwoorden „pollution, climat” in de tabel. Wie dit woordveld kent, herkent de kernwoorden van een milieutekst onmiddellijk en vat de hoofdgedachte sneller.

Eindexamen-focus

  • De examenteksten Frans putten uit een vaste reeks maatschappelijke thema's; wie de bijbehorende woordvelden kent, herkent het onderwerp snel en begrijpt hoofdgedachte en details sneller.
  • Actuele woordenschat rond milieu, jongeren, gezondheid en samenleving („le climat”, „les réseaux sociaux”) keert jaar na jaar terug — woorden per thema leren betaalt zich op het examen direct uit.

Veelgemaakte fouten

  • Alleen losse woorden stampen in plaats van woordvelden per thema leren: je mist dan de samenhang die je leesbegrip juist versnelt.
  • Denken dat je élk woord moet kennen: wie het thema en de kernwoorden herkent, kan een onbekend woord vaak uit de context afleiden.

Actieve herhaling

Noem bij elk van deze drie Franse woorden het examenthema waartoe het hoort en geef telkens twee andere woorden uit hetzelfde woordveld: „le réchauffement climatique”, „les réseaux sociaux”, „l'alimentation”.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Tekstsoorten herkennen○
    • 02Teksttypes en hun functie◐
    • 03Thema's van het examen Frans◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Tekstsoorten en thema's

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~17
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Frans (HAVO)

Vorig onderwerp

Lezen ter informatie en argumentatie

Volgend onderwerp

Examentraining leesvaardigheid (CE)

EuraStudy·Samenvattingen T·04·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.