EuraStudy
Samenvattingen/Frans/Examentraining leesvaardigheid (CE)
Samenvattingen · FransNL · HAVO

Examentraining leesvaardigheid (CE)

Het centraal examen (CE) Frans op de HAVO toetst maar één vaardigheid: leesvaardigheid. Je leest een aantal authentieke Franse teksten en beantwoordt daar vragen over, en dat cijfer telt voor de helft van je eindcijfer mee. Met een vaste werkwijze per tekst, kennis van de vraagtypes en een verstandige tijdsindeling haal je eruit wat erin zit.

4 Onderdelen·~20 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 3

T·0555 / 13
Examenprofiel
De opbouw en de vraagtypes van het centraal examen Frans kennen: weten dat het CE uitsluitend leesvaardigheid toetst en welke soorten vragen je kunt verwachten.Elk vraagtype gericht aanpakken: meerkeuzevragen, open vragen in het Nederlands, citeervragen, juist/onjuist-vragen en gatenteksten elk met de juiste strategie beantwoorden.De tijd indelen en weten hoe het correctievoorschrift en de N-term werken, zodat je geen scorepunten en geen cijferpunten onnodig weggeeft.
Operatoren:bepaalciteerleg uitberedeneerkies

basisniveau

Richt je op de vaste werkwijze per tekst en het herkennen van de vraagtypes: lees eerst de titel en de inleiding, werk van de vraag naar de tekst en geef volledige antwoorden, zodat je betrouwbaar een voldoende haalt.

verhoogd niveau

Wie doorstroomt naar het hoger onderwijs leest voortdurend zakelijke en vaktechnische teksten; de systematische aanpak — bewijs zoeken in de tekst, nauwkeurig citeren — is precies het secure lezen dat een vervolgopleiding van je vraagt.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Examentraining leesvaardigheid (CE)
    • 01Opbouw van het centraal examen○
    • 02De vraagtypes en hoe je ze aanpakt◐
    • 03Aanpak per tekst en tijdsindeling◐
    • 04Nakijken, correctievoorschrift en N-term◐
§ 01

Opbouw van het centraal examen#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

Het centraal examen (CE) Frans toetst maar één ding: of je geschreven Frans begrijpt. Anders dan bij het schoolexamen, waar ook je spreek-, schrijf- en luistervaardigheid worden getoetst, draait het op de examendag uitsluitend om leesvaardigheid. Dat is een belangrijk inzicht voor je voorbereiding, want het betekent dat alles wat je voor het CE oefent in feite léésoefening is. Je hoeft je die ochtend geen zorgen te maken over een gesprek in het Frans of een geschreven betoog; je leest teksten en beantwoordt daar vragen over. Juist omdat het examen zo gericht is, loont een systematische voorbereiding: één vaste aanpak die je op elke tekst kunt loslaten.
Het examen bestaat uit een opgavenboekje met een aantal authentieke Franse teksten. Dat zijn echte teksten zoals die ook buiten school verschijnen: artikelen uit kranten en tijdschriften, soms een interview, een advertentie of een kort literair fragment. In de kantlijn staan regelnummers, zodat de vragen precies naar een regel of een alinea kunnen verwijzen. Bij de teksten horen vragen die je beantwoordt op een apart antwoordblad of in de uitwerkbijlage. De teksten lopen meestal op in lengte en moeilijkheid, en de vragen volgen doorgaans de volgorde van de tekst — handig om te weten, want het helpt je de juiste passage terug te vinden.
Hoe lang het examen precies duurt, lees je in het examenrooster; voor de moderne vreemde talen op de HAVO is dat doorgaans 2,5 uur (150 minuten). Je mag een papieren woordenboek gebruiken — Frans-Nederlands en/of Nederlands-Frans — maar een digitaal woordenboek is niet toegestaan. Belangrijk is dat je dat woordenboek spaarzaam inzet: je hebt geen tijd om elk onbekend woord op te zoeken, dus reserveer het opzoeken voor woorden die je écht blokkeren bij het begrijpen van een zin. Vaak kun je de betekenis ook uit de context of uit verwante woorden afleiden — denk aan „la nourriture” naast het bekende „nourrir” — en dat is veel sneller dan bladeren.
Het CE telt zwaar mee: het cijfer voor het centraal examen vormt de helft van je eindcijfer voor Frans. Je eindcijfer is namelijk het gemiddelde van je schoolexamencijfer en je centraal-examencijfer. Eén examenochtend weegt dus net zo zwaar als je hele schoolexamendossier. Dat maakt het de moeite waard om de werkwijze uit deze samenvatting goed in te oefenen: met een vaste aanpak, kennis van de vraagtypes en een verstandige tijdsindeling haal je betrouwbaar punten binnen die rechtstreeks je eindcijfer bepalen.
Uitgewerkt voorbeeld

De kaders van het centraal examen op een rij zetten

Leg uit wat het CE Frans toetst, hoe lang het doorgaans duurt, welk hulpmiddel is toegestaan en hoe zwaar het meetelt — beantwoord elk onderdeel kort en volledig.

  1. 01Stap 1 — Wat wordt getoetst

    Het centraal examen toetst uitsluitend leesvaardigheid. Je krijgt een aantal authentieke Franse teksten en beantwoordt daar vragen over; spreken, schrijven en luisteren horen bij het schoolexamen, niet bij het CE.

  2. 02Stap 2 — Tijd en hulpmiddel

    De precieze duur staat in het examenrooster en is voor de moderne vreemde talen op de HAVO doorgaans 2,5 uur (150 minuten). Je mag een papieren woordenboek gebruiken; een digitaal woordenboek niet.

  3. 03Stap 3 — Gewicht

    Het CE-cijfer telt voor de helft van je eindcijfer mee: je eindcijfer Frans is het gemiddelde van je schoolexamencijfer en je centraal-examencijfer.

Resultaat: Het CE Frans toetst alleen leesvaardigheid (authentieke Franse teksten met vragen), duurt doorgaans 2,5 uur, staat een papieren woordenboek toe en telt voor de helft van je eindcijfer mee — samen het gemiddelde met je schoolexamen.

Eindexamen-focus

  • Weet dat het CE Frans uitsluitend leesvaardigheid toetst: op de examendag lees je teksten en beantwoord je vragen — train dus gericht je leesvaardigheid, niet je spreek- of schrijfvaardigheid.
  • Ken de praktische kaders: doorgaans 2,5 uur, een papieren woordenboek toegestaan, meerdere authentieke teksten, en een cijfer dat voor de helft meetelt voor je eindcijfer.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat het centraal examen ook grammatica, woordjes of spreekvaardigheid los toetst. Dat doet het niet — het toetst of je de teksten begrijpt; grammatica en woordenschat helpen je dáárbij, maar zijn op het CE geen apart onderdeel.
  • Te veel op het woordenboek leunen en daardoor tijd verliezen door elk onbekend woord op te zoeken, in plaats van de betekenis uit de context af te leiden en het woordenboek voor echte struikelwoorden te bewaren.

Actieve herhaling

Leg in je eigen woorden uit wat het CE Frans precies toetst, hoe lang het doorgaans duurt, welk hulpmiddel je mag gebruiken en hoe zwaar het meetelt voor je eindcijfer.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 02

De vraagtypes en hoe je ze aanpakt#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Vraagtypes op het CE Frans

Vraagtypes op het CE FransTabel met 3 kolommen en 5 rijen, Gegevens: Vraagtype · Wat het vraagt · Aanpak; Meerkeuze · juiste optie kiezen · elimineer foute opties; Open vraag (NL) · antwoord in het Nederlands · volledig, uit de tekst; Citeervraag · letterlijk citeren · eerste/laatste woord noteren; Juist/onjuist · beweringen toetsen · zoek bewijs in de tekst; Gatentekst · woord/zin invullen · let op verband en grammaticaVRAAGTYPEWAT HET VRAAGTAANPAKMeerkeuzejuiste optie kiezenelimineer foute optiesOpen vraag (NL)antwoord in het Nederlandsvolledig, uit de tekstCiteervraagletterlijk citereneerste/laatste woord noterenJuist/onjuistbeweringen toetsenzoek bewijs in de tekstGatentekstwoord/zin invullenlet op verband en grammatica
Afb. 1Elk vraagtype vraagt een eigen leesvaardigheid en dus een eigen aanpak.

Kernpunten

Op het centraal examen komt een vast aantal vraagtypes terug, en elk type beloont een andere leesvaardigheid. Het loont daarom om bij elke vraag éérst vast te stellen welk type het is, want het type vertelt je meteen hóé je moet antwoorden. Een meerkeuzevraag pak je anders aan dan een open vraag, en een citeervraag weer anders dan een juist/onjuist-vraag. De tabel onderaan deze sectie zet de vijf belangrijkste vraagtypes op een rij, met telkens wat ze vragen en hoe je ze het beste aanpakt; loop hieronder elk type één voor één na.
Bij een meerkeuzevraag kies je uit een aantal opties, meestal A tot en met D. De slimste aanpak is niet om meteen naar het juiste antwoord te zoeken, maar om de foute opties weg te strepen. Vaak zijn twee opties duidelijk onjuist, is er één verleidelijke afleider die maar half klopt of niet in de tekst staat, en blijft er één over die wél klopt. Baseer je keuze altijd op wat de tékst zegt, niet op je eigen mening of algemene kennis. Een opdracht luidt bijvoorbeeld: „Wat is volgens de tekst de belangrijkste reden dat …?” — let op de woorden „volgens de tekst”, want die dwingen je om naar de tekst terug te gaan in plaats van zelf te redeneren.
Een open vraag beantwoord je in het Nederlands, niet in het Frans, en volledig. „Volledig” betekent: geef precies zoveel elementen als de vraag vraagt. Staat er „noem twee redenen”, dan moet je antwoord twee redenen bevatten — één reden is een onvolledig antwoord en levert maar een deel van de punten op. Je antwoord moet bovendien uitsluitend op de tekst gebaseerd zijn: je vertaalt geen Franse zin letterlijk, maar formuleert in je eigen, correcte Nederlands wat er in de tekst staat. Voeg geen eigen kennis of mening toe die niet uit de tekst blijkt, hoe waar die op zichzelf ook lijkt.
Bij een citeervraag moet je letterlijk uit de Franse tekst overschrijven. De gangbare vorm is dat je het eerste en het laatste woord van het gevraagde tekstgedeelte noteert, vaak met het bijbehorende regelnummer erbij. Schrijf de Franse woorden exact over — dus met de juiste accenten, zoals „préférée” of „déjà” — en parafraseer of vertaal niet. Een opdracht luidt bijvoorbeeld: „Citeer de eerste twee woorden en de laatste twee woorden van de zin waarin de schrijver zijn mening geeft.” Het regelnummer helpt zowel de corrector als jezelf om te controleren of je de juiste passage te pakken hebt.
Bij een juist/onjuist-vraag — of de variant „staat het wel of niet in de tekst” — toets je beweringen aan de tekst. De gouden regel is: zoek het bewijs in de tekst. Vind je een zin die de bewering bevestigt, dan is ze „juist”; spreekt de tekst haar tegen, dan is ze „onjuist”; en staat er niets over, dan luidt het antwoord vaak „dat staat niet in de tekst”. Laat je niet leiden door wat jij in de werkelijkheid waar vindt — alleen de tekst telt. Markeer desnoods de regel waar je het bewijs vond, zodat je je keuze kunt verantwoorden.
In sommige teksten zit een gat dat je moet invullen, meestal met een keuze uit gegeven opties. Hier let je op twee dingen tegelijk: het verband en de grammatica. Het verband haal je uit de signaalwoorden rondom het gat — een tegenstelling vraagt om „mais” of „pourtant”, een gevolg om „donc”, een voorbeeld om „par exemple”. Daarnaast moet de ingevulde vorm grammaticaal kloppen: het juiste lidwoord, de juiste werkwoordsvorm of het juiste voegwoord. Lees na het invullen de hele zin nog een keer door om te controleren of hij loopt én klopt.
Uitgewerkt voorbeeld

Een open leesvraag modelmatig oplossen

Lees deze korte, zelfbedachte Franse oefenalinea (eerlijk bedoeld als oefenmateriaal, geen examentekst) en beantwoord de open vraag erbij volledig in het Nederlands, uitsluitend op basis van de tekst. — Tekst: Depuis quelques années, de plus en plus de jeunes Français préfèrent faire leurs courses au marché plutôt qu'au supermarché. D'après eux, les fruits et les légumes y sont plus frais et le contact avec les vendeurs est plus chaleureux. Beaucoup reconnaissent pourtant que les prix y sont souvent plus élevés. „Je paie un peu plus, mais je sais d'où vient ma nourriture”, explique Camille, étudiante à Lyon. — Vraag: Waarom kiezen steeds meer jonge Fransen ervoor om hun boodschappen op de markt te doen in plaats van in de supermarkt? Noem twee redenen.

  1. 01Stap 1 — Ontleed de vraag

    De vraag begint met „waarom” en vraagt expliciet om twee redenen. Je antwoord moet dus twee verschillende redenen bevatten; noem je er maar één, dan is je antwoord onvolledig. En het antwoord moet in het Nederlands, niet in het Frans.

  2. 02Stap 2 — Zoek de dragende zin in de tekst

    De tweede zin noemt precies twee redenen: „D'après eux, les fruits et les légumes y sont plus frais et le contact avec les vendeurs est plus chaleureux.” Daar staan de verser zijnde groente en fruit én het hartelijker contact met de verkopers.

  3. 03Stap 3 — Let op de afleider en formuleer

    De zin over de hogere prijzen („les prix y sont souvent plus élevés”) en het citaat van Camille zijn een valkuil: dat is geen reden om vóór de markt te kiezen, maar een nadeel dat men accepteert. Laat die dus weg. Formuleer in correct Nederlands: „De groente en het fruit zijn er verser, en het contact met de verkopers is er hartelijker.”

Resultaat: Een volledig antwoord luidt: „De groente en het fruit zijn er verser, en het contact met de verkopers is er hartelijker.” Beide gevraagde redenen staan erin, het is in het Nederlands geformuleerd en uitsluitend op de tekst gebaseerd; de hogere prijs is bewust weggelaten, omdat dat een nadeel is en geen reden om voor de markt te kiezen.

Eindexamen-focus

  • Herken bij elke vraag het vraagtype en pas de bijbehorende strategie toe: streep weg bij meerkeuze, antwoord volledig in het Nederlands bij open vragen, schrijf exact over bij citeervragen en zoek bewijs bij juist/onjuist-vragen.
  • Open vragen in het Nederlands moeten volledig zijn (alle gevraagde elementen) en uitsluitend op de tekst berusten; de meeste punten gaan verloren door onvolledigheid of door antwoorden uit eigen kennis.

Veelgemaakte fouten

  • Een open vraag in het Frans beantwoorden terwijl het antwoord in het Nederlands moet, of maar één element geven waar de vraag er twee vraagt.
  • Bij een citeervraag parafraseren of vertalen in plaats van de exacte Franse woorden over te schrijven (en het regelnummer vergeten te noteren).
  • Bij een meerkeuzevraag kiezen voor de optie die in het algemeen waar klinkt, in plaats van voor de optie die de tekst ondersteunt.

Actieve herhaling

Bij de Franse alinea in het uitgewerkte voorbeeld hieronder hoort een open vraag in het Nederlands. Bepaal hoeveel elementen je antwoord moet bevatten en schrijf een volledig antwoord dat uitsluitend op de tekst berust.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Aanpak per tekst en tijdsindeling#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Examenaanpak per tekst

Examenaanpak per tekstGraaf, Titel + inleiding → Lees de vraag, Lees de vraag → Zoek de alinea, Zoek de alinea → Bewijs in de tekst, Bewijs in de tekst → Formuleer antwoordTitel +inleidingLees de vraagZoek de alineaBewijs in detekstFormuleerantwoord
Afb. 2De vaste werkwijze per tekst; het bewijs in de tekst is de kern van elk antwoord.

Kernpunten

Werk elke tekst af volgens een vaste route, zodat je niet hoeft na te denken over je aanpak en al je aandacht naar de inhoud gaat. Lees eerst de titel en de inleiding: die geven je in een paar seconden het onderwerp en de toon van de tekst. Lees dan de vraag, zodat je weet wát je zoekt. Zoek vervolgens de alinea waar het antwoord moet staan — de vragen volgen meestal de volgorde van de tekst en verwijzen vaak naar regelnummers. Zoek in die alinea het bewijs: de zin of zinsnede die het antwoord bevat. Formuleer ten slotte je antwoord op basis van dat bewijs. Het stroomschema onderaan deze sectie toont deze vijf stappen; niet voor niets is „bewijs in de tekst” daarin benadrukt — dat is de kern van elk goed antwoord.
Werk van de vraag naar de tekst, niet andersom. Je hoeft een tekst niet eerst woord voor woord helemaal te begrijpen voordat je aan de vragen begint; dat kost te veel tijd en je blijft hangen in woorden die je niet kent. Lees de vraag, en ga daarna gericht in de tekst op zoek naar het antwoord. De vraag vertelt je immers precies waar je op moet letten, zodat je de rest van de tekst sneller en doelgerichter kunt doorlezen. Een eerste globale blik op de titel en de inleiding volstaat als oriëntatie; de details haal je per vraag op.
Verdeel je tijd bewust over de teksten en de vragen. Een handige vuistregel is: trek van je totale tijd eerst een controlemarge af, en verdeel de rest over de teksten, waarbij langere teksten wat meer tijd krijgen dan korte. Houd de klok in de gaten met een ruw budget per tekst, zodat je niet veertig minuten aan de eerste tekst besteedt en de laatste twee moet afraffelen. Een globale planning vooraf — ongeveer evenveel minuten per tekst — geeft rust en voorkomt dat je aan het eind in tijdnood komt.
Blijf niet te lang op één vraag hangen. Loopt een vraag vast, markeer hem dan, vul vast je beste gok in en ga door; je komt later terug als er tijd over is. Op het centraal examen krijg je geen minpunten voor een fout antwoord, dus laat een meerkeuzevraag nooit open — een gok kost niets en kan een punt opleveren. Bedenk bovendien dat een moeilijke vraag evenveel waard is als een makkelijke: het is zonde om drie makkelijke punten te laten liggen omdat je je vastbijt in één lastige vraag.
Uitgewerkt voorbeeld

Een tijdsindeling maken voor het examen

Je examen Frans duurt 150 minuten en bevat 7 teksten. Bepaal hoeveel tijd je gemiddeld per tekst overhoudt als je een controlemarge aanhoudt, en leg stap voor stap uit hoe je die tijd bewaakt.

  1. 01Stap 1 — Reserveer controletijd

    Houd aan het eind ongeveer 15 minuten over om je antwoorden te controleren, gemarkeerde vragen alsnog te beantwoorden en alles netjes over te nemen op het antwoordblad. Van de 150 minuten blijft dan 150 − 15 = 135 minuten echte werktijd over.

  2. 02Stap 2 — Verdeel over de teksten

    Verdeel 135 minuten over 7 teksten: 135 ÷ 7 ≈ 19 minuten per tekst. Dat is een gemiddelde — geef korte, makkelijke teksten wat minder tijd en lange of moeilijke teksten wat meer, zolang je rond de 19 minuten per tekst blijft.

  3. 03Stap 3 — Bewaak je tempo

    Houd per tekst de klok in de gaten. Dreigt een tekst veel meer dan zijn budget te kosten, markeer dan de vraag die je ophoudt, vul een voorlopig antwoord in en ga door naar de volgende tekst. In de controlemarge kom je terug op wat je hebt overgeslagen.

Resultaat: Met een controlemarge van 15 minuten houd je 135 minuten werktijd over, ofwel ongeveer 19 minuten per tekst voor 7 teksten. Door dat budget per tekst te bewaken en vastlopende vragen te markeren in plaats van erin te blijven hangen, kom je niet in tijdnood en benut je de marge aan het eind om je antwoorden te controleren en aan te vullen.

Eindexamen-focus

  • Pas op elke tekst de vaste werkwijze toe: titel en inleiding, dan de vraag, dan de juiste alinea, dan het bewijs, dan je antwoord — en veranker elk antwoord in bewijs uit de tekst.
  • Deel je tijd in met een budget per tekst en een controlemarge aan het eind, en durf een vastlopende vraag te markeren en er later op terug te komen.

Veelgemaakte fouten

  • Eerst de hele tekst woord voor woord lezen en pas daarna naar de vragen kijken, waardoor je veel tijd verliest en in tijdnood komt.
  • Te lang blijven hangen op één moeilijke vraag, of meerkeuzevragen openlaten — terwijl raden op het CE niets kost en wél een punt kan opleveren.

Actieve herhaling

Je examen Frans duurt 150 minuten en bevat 7 teksten. Maak een realistische tijdsindeling: bereken hoeveel tijd je gemiddeld per tekst overhoudt en leg uit waarom je tijd reserveert aan het eind.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 04

Nakijken, correctievoorschrift en N-term#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Het centraal examen wordt nagekeken met het correctievoorschrift van het CvTE. Dat is een vooraf opgesteld document dat per vraag precies aangeeft welk antwoord wordt goedgekeurd en hoeveel scorepunten elk onderdeel oplevert. Je werk wordt door twee correctoren beoordeeld — eerst je eigen docent (de eerste corrector) en daarna een tweede corrector van een andere school — die beiden hetzelfde voorschrift volgen. Daardoor is het nakijken gestandaardiseerd en geen kwestie van smaak: of jouw antwoord punten krijgt, hangt af van het voorschrift, niet van wie het toevallig nakijkt.
Open vragen worden vaak per gevraagd element nagekeken. Een vraag die twee scorepunten oplevert, vraagt dan meestal om twee elementen, elk goed voor één punt. Je krijgt de punten voor de elementen die je wél goed hebt, ook als de rest ontbreekt — maar je krijgt een punt alléén als het gevraagde element er echt staat. Daarom is volledigheid zo belangrijk: geef precies alle elementen die de vraag vraagt. Een half antwoord levert ook maar de helft van de punten op, hoe goed dat halve antwoord op zich ook is.
Je cijfer volgt niet rechtstreeks uit je score. Eerst stelt het CvTE ná het examen de N-term vast, op basis van hoe het examen landelijk is gemaakt. Daarna wordt je score met een vaste formule omgezet in een cijfer: cijfer = 9 × (score ÷ maximumscore) + N-term, waarbij de N-term normaal rond de 1,0 ligt. Een hogere N-term (het examen bleek relatief moeilijk) tilt ieders cijfer een beetje op; een lagere duwt het omlaag. Het cruciale punt is dat de N-term niet vooraf bekend is — je weet pas bij de uitslag welke waarde hij heeft gekregen.
Wat betekent dit voor je strategie? Omdat je niet op een gunstige N-term kunt rekenen, telt elk scorepunt. Je veiligt je cijfer door punten te scoren, niet door te hopen op een hoge N-term. Geef dus volledige antwoorden, laat nooit een meerkeuzevraag open en volg de instructie van de vraag precies op — het juiste aantal elementen, en bij een citeervraag exact overschrijven — zodat de corrector je elk punt kan toekennen dat het voorschrift toestaat. Elk punt dat je door onvolledigheid laat liggen, kost je via de N-term een stukje cijfer.
Uitgewerkt voorbeeld

Scorepunten tellen bij een open vraag

Een open vraag levert 2 scorepunten op en het correctievoorschrift eist twee redenen, elk goed voor één punt. Je noemt één van de twee redenen goed. Bepaal hoeveel scorepunten je krijgt en leg uit wat dit betekent voor je strategie.

  1. 01Stap 1 — Bekijk de puntenverdeling

    De vraag is 2 scorepunten waard en vraagt om twee elementen (twee redenen). Volgens het correctievoorschrift levert elk juist element 1 punt op.

  2. 02Stap 2 — Vergelijk met je antwoord

    Je hebt één van de twee gevraagde redenen goed genoemd. Dat is dus één correct element; het tweede element ontbreekt in je antwoord.

  3. 03Stap 3 — Tel de punten

    Eén correct element × 1 punt = 1 scorepunt. Het ontbrekende element kost je het andere punt: je krijgt 1 van de 2 scorepunten.

Resultaat: Je krijgt 1 van de 2 scorepunten, omdat je maar één van de twee gevraagde elementen hebt genoemd. De les voor je strategie: geef altijd alle gevraagde elementen, want een onvolledig antwoord laat punten liggen — en omdat de N-term elk scorepunt omzet in een stukje cijfer, beschermt volledigheid rechtstreeks je eindcijfer.

Eindexamen-focus

  • Begrijp dat open antwoorden per element tegen het correctievoorschrift worden nagekeken: volledigheid is punten, en een half antwoord levert maar een deel van de punten op.
  • Begrijp de N-term: je score wordt ná afloop omgezet met cijfer = 9 × (score ÷ maximumscore) + N-term (N normaal rond 1,0), en die N-term is vooraf onbekend — zorg dus dat je zoveel mogelijk scorepunten binnenhaalt.

Veelgemaakte fouten

  • Een onvolledig antwoord geven — bijvoorbeeld één element waar de vraag er twee vraagt — en zo punten laten liggen die het correctievoorschrift wél zou hebben toegekend.
  • Rekenen op een gunstige (hoge) N-term, of denken dat je score rechtstreeks gelijk is aan je cijfer.

Actieve herhaling

Een open vraag levert 2 scorepunten op; het correctievoorschrift eist twee redenen, elk goed voor één punt. Je noemt er maar één goed. Bepaal hoeveel scorepunten je krijgt en leg uit wat dit betekent voor je examenstrategie.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Opbouw van het centraal examen○
    • 02De vraagtypes en hoe je ze aanpakt◐
    • 03Aanpak per tekst en tijdsindeling◐
    • 04Nakijken, correctievoorschrift en N-term◐

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Examentraining leesvaardigheid (CE)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~20
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Frans (HAVO)

Vorig onderwerp

Tekstsoorten en thema's

Volgend onderwerp

Woordenschat (vocabulaire)

EuraStudy·Samenvattingen T·05·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.