EuraStudy
Samenvattingen/Frans/Lezen ter informatie en argumentatie
Samenvattingen · FransNL · HAVO

Lezen ter informatie en argumentatie

Het centraal examen Frans toetst uitsluitend leesvaardigheid, en de meeste examenteksten zijn informatief of betogend van aard. In deze samenvatting leer je hoe je snel de kern uit een informatieve tekst haalt, hoe een betoog is opgebouwd, welke soorten argumenten een schrijver inzet, en hoe je feit van mening onderscheidt en de toon bepaalt. Wie deze leeshouding beheerst, beantwoordt de examenvragen sneller en preciezer.

4 Onderdelen·~20 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 3

T·0333 / 13
Examenprofiel
Informatie uit een Franse tekst halen en daarbij hoofdzaken van bijzaken onderscheiden.De argumentatiestructuur van een betoog herkennen: standpunt, argumenten, tegenwerping, weerlegging en conclusie.Feit en mening van elkaar onderscheiden en de toon en bedoeling van de auteur bepalen.
Operatoren:bepaalleg uitberedeneerverklaarinterpreteer

basisniveau

Voor het centraal examen: oefen vooral het snel vinden van de hoofdgedachte en het onderscheiden van feit en mening, want de meeste vragen toetsen of je de kern en de bedoeling van een alinea begrijpt zonder elke zin te vertalen.

verhoogd niveau

Wie doorstroomt naar het hoger onderwijs, leest voortdurend betogende en informatieve teksten; een vaste greep op argumentatiestructuur en op het onderscheid feit/mening helpt je ook bij Nederlandse en Engelse vakteksten.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 4 onderdelen▾
  1. Lezen ter informatie en argumentatie
    • 01Informatieve teksten lezen○
    • 02De structuur van een betoog◐
    • 03Soorten argumenten en argumentatietechnieken◐
    • 04Feit, mening en toon◐
§ 01

Informatieve teksten lezen#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

Een informatieve tekst heeft één duidelijk doel: de lezer iets laten weten. De schrijver wil informeren, niet overtuigen — hij geeft feiten, legt iets uit of beschrijft een gebeurtenis. Je komt dit soort teksten op het examen Frans voortdurend tegen: een nieuwsartikel (un article), een kort nieuwsbericht (un fait divers), een interview of een rapport. Anders dan in een betoog houdt de auteur zijn eigen mening meestal op de achtergrond; zijn taak is de werkelijkheid zo helder mogelijk weergeven. Wie dat doorheeft, leest een informatieve tekst met de juiste verwachting: zoek naar wat er gebeurd is, niet naar wat de schrijver ervan vindt.
De belangrijkste leesvaardigheid bij zo'n tekst is het onderscheiden van hoofdzaken en bijzaken. De hoofdgedachte (l'idée principale) is waar de tekst werkelijk over gaat; de bijzaken zijn de voorbeelden, details en cijfers die de hoofdgedachte ondersteunen of toelichten. Een handige toets: als je een detail weglaat, blijft de tekst overeind; haal je de hoofdgedachte weg, dan stort hij in. Vaak staat de kern van een alinea in de eerste of de laatste zin, en vullen de zinnen daartussen die kern aan met details. Oefen daarom om elke alinea in één korte zin samen te vatten — dat is precies wat veel examenvragen van je vragen.
Een beproefd hulpmiddel om de kern snel te pakken zijn de journalistieke vragen: qui? (wie), quoi? (wat), où? (waar), quand? (wanneer), pourquoi? (waarom) en comment? (hoe). Een goede informatieve tekst beantwoordt deze vragen meestal al in de eerste alinea, omdat de schrijver de lezer onmiddellijk wil informeren. Loop ze bewust langs terwijl je leest: wie doet of ondergaat iets, wat gebeurt er precies, waar en wanneer speelt het, en waarom? Bij het zinnetje „Hier, à Marseille, un train est tombé en panne” heb je met die vragen meteen quand (hier), où (à Marseille) en quoi (un train en panne) te pakken — en daarmee de ruggengraat van het bericht.
Informatieve teksten zijn vaak volgens de zogenoemde omgekeerde piramide opgebouwd: het belangrijkste nieuws staat bovenaan, de details komen daarna. De titel (le titre) vat de kern samen, de inleidende alinea (le chapeau) beantwoordt de W-vragen, en de rest van de tekst (le corps) werkt de feiten verder uit. Signaalwoorden helpen je de structuur volgen: d'abord (eerst), ensuite (vervolgens), puis (daarna) en enfin (ten slotte) ordenen de gebeurtenissen in de tijd. Wil je snel de kern vinden, lees dan eerst de titel en de eerste alinea aandachtig — daar zit meestal al het antwoord op de vraag waar de tekst over gaat.
Op het examen heb je beperkte tijd, dus lees je een informatieve tekst niet woord voor woord. Twee technieken helpen: skimmen (globaal lezen om de hoofdlijn te pakken) en scannen (gericht zoeken naar één gegeven, zoals een naam, een jaartal of een getal). Lees eerst de vraag, bepaal welk gegeven je nodig hebt, en zoek dat gericht op in de tekst in plaats van alles te vertalen. Zo gebruik je de opbouw van de tekst in je voordeel: de kern haal je uit titel en inleiding, de details vind je door te scannen naar het juiste signaalwoord of getal.
Uitgewerkt voorbeeld

De kern van een fait divers pakken

Lees deze fait divers, beantwoord de vragen qui, quoi, où, quand en pourquoi, en bepaal daarna de hoofdgedachte: „Hier soir, un incendie s'est déclaré dans un immeuble du centre de Lyon. Les pompiers sont intervenus rapidement et ont évacué tous les habitants. Personne n'a été blessé. Selon la police, l'incendie a été provoqué par une bougie oubliée.”

  1. 01Stap 1 — Beantwoord de W-vragen

    Loop de journalistieke vragen langs. Quoi? un incendie (een brand). Où? dans un immeuble du centre de Lyon (in een flatgebouw in het centrum van Lyon). Quand? hier soir (gisteravond). Qui? les pompiers et les habitants (de brandweer en de bewoners). Pourquoi? une bougie oubliée (een vergeten kaars).

  2. 02Stap 2 — Onderscheid hoofdzaak van bijzaak

    De hoofdzaak is dat er brand uitbrak en dat iedereen veilig is geëvacueerd zonder gewonden. De oorzaak (de vergeten kaars) en de snelle komst van de brandweer zijn bijzaken: ze vullen de kern aan, maar als je ze weglaat blijft het bericht overeind.

  3. 03Stap 3 — Vat de kern samen in één zin

    Combineer de hoofdzaken uit de W-vragen tot één Nederlandse zin, met de bijzaken als aanvulling erachter.

Resultaat: De hoofdgedachte is: gisteravond brak er brand uit in een flatgebouw in het centrum van Lyon, maar de brandweer evacueerde iedereen op tijd en er vielen geen gewonden. De oorzaak — een vergeten kaars — en de snelle komst van de pompiers zijn bijzaken die de kern aanvullen.

Eindexamen-focus

  • Examenvragen vragen vaak naar de hoofdgedachte van een alinea of van de hele tekst; oefen het samenvatten van elke alinea in één Nederlandse zin.
  • Veel vragen toetsen of je een concreet gegeven (wie, wat, waar, wanneer) uit de tekst kunt terugvinden — lees gericht en scan, lees niet woord voor woord.

Veelgemaakte fouten

  • Een opvallend detail of voorbeeld voor de hoofdgedachte aanzien; een voorbeeld illustreert de kern, maar is die niet.
  • De hele tekst woord voor woord willen vertalen in plaats van gericht te zoeken — dat kost te veel kostbare examentijd.

Actieve herhaling

Lees een korte Franse fait divers en beantwoord voor jezelf de vijf vragen qui? quoi? où? quand? pourquoi? Vat daarna de hele tekst samen in één Nederlandse zin, en bepaal welke gegevens hoofdzaak en welke bijzaak zijn.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 02

De structuur van een betoog#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

De bouw van een betoog

De bouw van een betoogGraaf, Standpunt (thèse) → Argument 1, Standpunt (thèse) → Argument 2, Argument 2 → Tegenwerping, Tegenwerping → Weerlegging, Argument 1 → Conclusie, Weerlegging → ConclusieStandpunt(thèse)Argument 1Argument 2TegenwerpingWeerleggingConclusie
Afb. 1Het standpunt (la thèse) voedt de argumenten; een tegenwerping wordt door de weerlegging ontkracht, en alles mondt uit in de conclusie.

Kernpunten

Een betoog (un texte argumentatif) heeft een heel ander doel dan een informatieve tekst: de schrijver wil de lezer overtuigen van een standpunt. Het hart van elk betoog is dat standpunt, in het Frans la thèse genoemd — de mening die de auteur verdedigt en waarvan hij jou wil overtuigen. Alles in de tekst staat in dienst van die thèse. Om haar te vinden, stel je jezelf de vraag: waarvan wil de schrijver mij overtuigen, wat moet ik na het lezen geloven of doen? De thèse staat vaak in de inleiding of in de conclusie. In het schema onderaan deze sectie staat de thèse bovenaan, als bron van waaruit de hele redenering vertrekt.
Om zijn thèse te onderbouwen voert de schrijver argumenten (les arguments) aan: de redenen waaróm zijn standpunt klopt. Je herkent ze aan signaalwoorden als parce que (omdat), car (want), en effet (immers), puisque (aangezien) en de paren d'une part … d'autre part (enerzijds … anderzijds). Elk argument is een zelfstandige reden; samen vormen ze de pijlers onder de thèse. In het schema zie je hoe Argument 1 en Argument 2 rechtstreeks uit het standpunt voortkomen. Let op: een argument is een reden, geen voorbeeld — een voorbeeld illustreert een argument alleen maar, en daarover gaat de volgende sectie.
Een sterk betoog gaat de tegenstander niet uit de weg, maar haalt diens bezwaar zelf aan en ontkracht het. Dat bezwaar heet de tegenwerping (l'objection): de schrijver geeft even toe wat een tegenstander zou kunnen zeggen, met signaalwoorden als certes (zeker), il est vrai que (het is waar dat), bien sûr (natuurlijk) of on pourrait penser que (men zou kunnen denken dat). Daarna volgt de weerlegging (la réfutation), waarmee hij dat bezwaar onderuithaalt — herkenbaar aan mais (maar), cependant (echter), pourtant (toch), néanmoins en toutefois (niettemin). Dit certes … mais …-patroon is een klassieke overtuigingstechniek; in het schema loopt de pijl van de tegenwerping naar de weerlegging, die het bezwaar opvangt.
Een betoog sluit af met een conclusie (la conclusion), die de thèse herhaalt of versterkt, vaak ingeleid door donc (dus), ainsi (zo), en conclusion of pour conclure (om te besluiten). Wil je de structuur uit elkaar trekken, werk dan in vaste stappen: zoek eerst de thèse, onderstreep dan de argumenten aan de hand van hun signaalwoorden, spoor vervolgens de tegenwerping met haar weerlegging op, en vind ten slotte de conclusie. In het schema zie je dat zowel Argument 1 als de weerlegging uitmonden in de conclusie — de schrijver bundelt zijn redenen en zijn ontkrachte tegenwerping tot één slotsom.
Door deze opbouw werkt een betoog als een trechter die de lezer stap voor stap naar de conclusie leidt. De schrijver wint je vertrouwen door eerst goede redenen te geven, daarna eerlijk een tegenwerping te erkennen, en die vervolgens te weerleggen — zo lijkt zijn standpunt weldoordacht en evenwichtig. Voor jou als lezer is het de kunst die rolverdeling te doorzien: welke zin verdedigt het standpunt, welke spreekt het (schijnbaar) tegen, en welke trekt de balans op? Houd het schema bij de hand als kaart: thèse bovenaan, argumenten en tegenwerping-met-weerlegging in het midden, en de conclusie als eindpunt.
Uitgewerkt voorbeeld

De bouw van een betoog ontleden

Ontleed de structuur van dit betoog. Benoem de thèse, de argumenten, de tegenwerping met weerlegging, en de conclusie: „Les jeunes devraient lire davantage. La lecture enrichit le vocabulaire et développe l'imagination. Certes, les écrans sont plus attirants, mais ils fatiguent les yeux. Il faut donc encourager la lecture dès l'école.”

  1. 01Stap 1 — Zoek de thèse

    De eerste zin „Les jeunes devraient lire davantage” (jongeren zouden meer moeten lezen) is het standpunt: dit is wat de schrijver jou wil laten geloven. In het schema is dit de bron bovenaan.

  2. 02Stap 2 — Markeer de argumenten

    „La lecture enrichit le vocabulaire et développe l'imagination” (lezen verrijkt de woordenschat en ontwikkelt de verbeelding) is het argument: de reden waaróm jongeren meer zouden moeten lezen.

  3. 03Stap 3 — Herken de tegenwerping en de weerlegging

    „Certes, les écrans sont plus attirants” is de tegenwerping (certes geeft toe dat schermen aantrekkelijker zijn); „mais ils fatiguent les yeux” is de weerlegging (mais ontkracht dat bezwaar: schermen vermoeien de ogen).

  4. 04Stap 4 — Vind de conclusie

    „Il faut donc encourager la lecture dès l'école” (men moet het lezen dus vanaf school aanmoedigen) is de conclusie: donc leidt de slotsom in, die de thèse versterkt.

Resultaat: De structuur is: thèse = „Les jeunes devraient lire davantage”; argument = „La lecture enrichit le vocabulaire et développe l'imagination”; tegenwerping = „Certes, les écrans sont plus attirants”, weerlegging = „mais ils fatiguent les yeux”; conclusie = „Il faut donc encourager la lecture dès l'école”. Het betoog volgt precies het schema: van het standpunt via argument en tegenwerping-met-weerlegging naar de conclusie.

Eindexamen-focus

  • Examenvragen vragen je vaak het standpunt (la thèse) van de schrijver te bepalen, of een bepaalde alinea te benoemen als argument, tegenwerping of weerlegging.
  • Let op de signaalwoorden: certes … mais … verraadt een tegenwerping gevolgd door een weerlegging — een geliefd toetspunt op het examen.

Veelgemaakte fouten

  • Een tegenwerping (l'objection) voor het standpunt van de schrijver aanzien; met certes of il est vrai que geeft de auteur juist even de tegenpartij gelijk, vóór hij die met mais weerlegt.
  • Een voorbeeld voor een argument aanzien; een voorbeeld (par exemple) illustreert een argument, maar is zelf niet de reden waaróm de thèse klopt.

Actieve herhaling

Lees een korte betogende alinea en benoem de onderdelen: waar staat de thèse, welke zinnen zijn argumenten, herken je een tegenwerping met weerlegging (certes … mais …), en wat is de conclusie?

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Soorten argumenten en argumentatietechnieken#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Soorten argumenten

Soorten argumentenTabel met 3 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Soort argument · Steunt op · Voorbeeldwoord (FR); Feit/cijfer · onderzoek, statistiek · selon une étude; Voorbeeld · een concreet geval · par exemple; Autoriteit · een deskundige · selon l'expert; Voor- en nadeel · gevolgen afwegen · l'avantage / l'inconvénientSOORT ARGUMENTSTEUNT OPVOORBEELDWOORD (FR)Feit/cijferonderzoek, statistiekselon une étudeVoorbeeldeen concreet gevalpar exempleAutoriteiteen deskundigeselon l'expertVoor- en nadeelgevolgen afwegenl'avantage / l'inconvénient
Afb. 2Elk type argument herken je aan zijn signaalwoord; samen vormen ze het gereedschap waarmee een schrijver overtuigt.

Kernpunten

Niet elk argument is even sterk, en een goede lezer herkent met welk soort argument een schrijver werkt. Het feit- of cijferargument steunt op onderzoek, statistiek en harde getallen, en is daardoor moeilijk te weerleggen. Je herkent het aan signaalwoorden als selon une étude (volgens een onderzoek), les chiffres montrent que (de cijfers laten zien dat), d'après les statistiques (volgens de statistieken) en formuleringen met een percentage, zoals 70 % des Français. Omdat zo'n argument op controleerbare gegevens berust, geldt het als objectief en overtuigend. In de tabel onderaan staat dit type in de eerste rij, met selon une étude als voorbeeldwoord.
Het voorbeeldargument maakt een abstracte bewering concreet door één geval te noemen. De signaalwoorden zijn par exemple (bijvoorbeeld), ainsi (zo), comme (zoals) en prenons le cas de (neem het geval van). Een voorbeeld spreekt tot de verbeelding en maakt een betoog levendig, maar wees kritisch: één voorbeeld bewijst nog geen algemene regel. Als een schrijver beweert dat jongeren minder lezen en daarbij alleen zijn eigen zus aanhaalt („par exemple, ma sœur ne lit jamais”), dan illustreert dat de stelling wel, maar bewijst het haar niet. In de tabel vind je dit type in de tweede rij.
Het autoriteitsargument leunt op het gezag van een deskundige of een bekende persoon. Signaalwoorden zijn selon l'expert (volgens de deskundige), d'après le professeur X (volgens professor X) en comme le dit … (zoals … zegt). Dit argument is sterk wanneer de aangehaalde persoon echt verstand heeft van het onderwerp, maar zwak wanneer dat niet zo is — de mening van een filmster over de economie weegt niet zwaar. Toets dus altijd of de autoriteit relevant is voor het besproken onderwerp. In de tabel staat dit type in de derde rij, met selon l'expert als voorbeeldwoord.
Het voor-en-nadeelargument weegt de gevolgen van iets tegen elkaar af. De schrijver benoemt een voordeel (l'avantage) en een nadeel (l'inconvénient), vaak met de structuur d'un côté … de l'autre (aan de ene kant … aan de andere kant) of le pour et le contre (het voor en tegen). Door beide kanten te tonen lijkt de schrijver afgewogen, en stuurt hij de lezer toch naar zijn conclusie — meestal door het voordeel zwaarder te laten wegen. In de tabel staat dit type in de laatste rij, met l'avantage / l'inconvénient als voorbeeldwoorden.
Tot slot loont het om zwakke of misleidende argumenten te herkennen, want examenvragen vragen soms een oordeel over de kracht van een argument. Wees op je hoede bij een autoriteit die geen deskundige is op het onderwerp, bij één voorbeeld dat als bewijs voor een algemene regel wordt gepresenteerd, bij een getal zonder bron, en bij argumenten die vooral op het gevoel inspelen in plaats van op de rede. De kernvraag blijft steeds dezelfde: steunt dit argument de thèse werkelijk, of klinkt het alleen maar overtuigend? Gebruik de tabel als overzicht van het gereedschap dat een schrijver inzet — en weeg telkens of hij het zuiver gebruikt.
Uitgewerkt voorbeeld

Het soort argument benoemen

Bepaal welk soort argument in deze zin wordt gebruikt en verklaar je keuze: „Selon une étude de l'Insee, les Français passent en moyenne trois heures par jour devant un écran.”

  1. 01Stap 1 — Zoek het signaalwoord

    In de zin staat „selon une étude” (volgens een onderzoek). Dat signaalwoord verwijst naar onderzoek en statistiek, en niet naar een voorbeeld of een deskundige.

  2. 02Stap 2 — Koppel het signaalwoord aan een soort argument

    „Selon une étude” plus het concrete cijfer „trois heures par jour” (drie uur per dag) wijzen samen op het feit/cijfer-argument: de bewering steunt op meetbare, statistische gegevens.

  3. 03Stap 3 — Beoordeel de kracht

    Omdat de zin een herkenbare bron noemt (l'Insee, het Franse statistiekbureau) en een controleerbaar getal geeft, is het een sterk en objectief argument.

Resultaat: Het is een feit/cijfer-argument: het signaalwoord „selon une étude” plus het concrete getal „trois heures par jour” laat zien dat de bewering op onderzoek en statistiek steunt. Doordat de bron (l'Insee) genoemd wordt, is het een sterk, controleerbaar argument.

Eindexamen-focus

  • Examenvragen vragen vaak welk soort argument de schrijver gebruikt; herken het aan het signaalwoord (selon une étude = feit/cijfer, par exemple = voorbeeld, selon l'expert = autoriteit).
  • Soms moet je beoordelen of een argument sterk of zwak is — let er bijvoorbeeld op of de aangehaalde deskundige wel deskundig is op dít gebied.

Veelgemaakte fouten

  • Elk getal in een tekst voor een sterk feit/cijfer-argument aanzien zonder te controleren waar dat cijfer vandaan komt; een getal zonder bron bewijst weinig.
  • Een autoriteitsargument klakkeloos geloven; een beroemdheid is niet automatisch een deskundige op het besproken onderwerp.

Actieve herhaling

Bepaal bij elke zin het soort argument en verklaar je keuze met het signaalwoord: „Selon une étude récente, 80 % des Français lisent moins qu'avant”, „Par exemple, ma sœur ne lit jamais”, „Selon un célèbre écrivain, la lecture est essentielle.”

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 04

Feit, mening en toon#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Feit of mening?

Feit of mening?Tabel met 2 kolommen en 3 rijen, Gegevens: Feit · Mening; controleerbaar · persoonlijk oordeel; Paris est en France · Paris est la plus belle ville; geen waardewoorden · beau, important, il fautFEITMENINGcontroleerbaarpersoonlijk oordeelParis est en FranceParis est la plus bellevillegeen waardewoordenbeau, important, il faut
Afb. 3Een feit is controleerbaar en bevat geen waardewoorden; een mening is een persoonlijk oordeel, vaak herkenbaar aan beau, important of il faut.

Kernpunten

Het onderscheid tussen een feit en een mening is een van de meest getoetste leesvaardigheden op het examen. Een feit (un fait) is controleerbaar: je kunt objectief nagaan of het waar of onwaar is. Een mening (une opinion) is een persoonlijk oordeel dat je niet objectief kunt bewijzen. „Paris est en France” is een feit — dat kun je op een kaart controleren. „Paris est la plus belle ville du monde” is een mening — hoe stellig ook geformuleerd, het blijft een persoonlijke waardering. In de tabel onderaan deze sectie staan feit en mening met deze voorbeelden naast elkaar.
Een mening verraadt zich vaak door signaalwoorden. Uitdrukkingen als à mon avis (volgens mij), je pense que (ik denk dat), je trouve que (ik vind dat), selon moi (volgens mij) en de aansporing il faut (men moet) maken duidelijk dat de schrijver een oordeel geeft. Daarnaast wijzen waardewoorden (mots de valeur) op een mening: bijvoeglijke naamwoorden als beau (mooi), laid (lelijk), important (belangrijk), magnifique (prachtig) en terrible (verschrikkelijk) drukken een waardering uit, geen feit. Kom je zulke woorden tegen, dan lees je hoogstwaarschijnlijk de mening van de auteur en niet een controleerbaar gegeven.
Naast het onderscheid feit/mening moet je de toon (le ton) van de schrijver kunnen bepalen — zijn houding tegenover het onderwerp. Een neutrale toon (neutre) is zakelijk en bevat weinig waardewoorden; die hoort bij een informatieve tekst. Een kritische toon (critique) laat afkeuring doorklinken. Een ironische toon (ironique) is het lastigst: de schrijver zegt het tegenovergestelde van wat hij bedoelt, vaak om te spotten. Schrijft iemand „Quelle excellente idée!” over een duidelijk slecht plan, dan is dat ironie en bedoelt hij juist dat het een slecht idee is. Je leest de toon af aan de woordkeuze, niet aan de feiten zelf.
Ten slotte bepaal je de bedoeling (l'intention of le but) van de auteur: wil hij informeren (informer), overtuigen (convaincre), vermaken (divertir) of bekritiseren (critiquer)? Je leidt die bedoeling af uit de combinatie van feiten, meningen en toon. Een tekst die vol staat met waardewoorden en met il faut wil overtuigen, niet louter informeren; een tekst met een neutrale toon en alleen controleerbare gegevens wil informeren. Vraag jezelf bij elke examentekst af welk effect de schrijver op jou wil bereiken — dat antwoord opent vaak meteen de juiste interpretatie van een lastige vraag.
Feit, mening, toon en bedoeling hangen zo nauw samen dat je ze het best als één leeshouding oefent. Markeer tijdens het lezen de waardewoorden en de signaalwoorden van een mening; bepaal vervolgens of de toon neutraal, kritisch of ironisch is; en trek daaruit de conclusie over wat de schrijver met de tekst wil bereiken. Gebruik de tabel als snelle toets: bevat een bewering geen waardewoorden en is ze controleerbaar, dan is het een feit; staat er beau, important of il faut, dan heb je met een mening te maken.
Uitgewerkt voorbeeld

Feit of mening onderscheiden

Bepaal of de volgende bewering een feit of een mening is, verklaar je keuze en benoem de toon: „Ce film est vraiment magnifique, il faut absolument le voir.”

  1. 01Stap 1 — Zoek waardewoorden en signaalwoorden

    „Magnifique” (prachtig) is een waardewoord, en „il faut” (men moet) is een aansporing. Beide wijzen op een persoonlijk oordeel van de schrijver.

  2. 02Stap 2 — Toets de controleerbaarheid

    Of een film „magnifique” is, kun je niet objectief bewijzen — het is een smaakoordeel, geen feit dat je kunt nagaan. Daarmee is de bewering een mening.

  3. 03Stap 3 — Bepaal de toon en de bedoeling

    De toon is enthousiast en aanbevelend; door „il faut absolument le voir” wil de schrijver de lezer overtuigen om de film te gaan zien.

Resultaat: Het is een mening: het waardewoord „magnifique” en het signaalwoord „il faut” verraden een persoonlijk oordeel dat je niet objectief kunt controleren. De toon is enthousiast en de bedoeling is de lezer te overtuigen om de film te zien.

Eindexamen-focus

  • Examenvragen vragen geregeld of een bewering een feit of een mening is, of welke toon de schrijver aanslaat (neutraal, kritisch, ironisch).
  • Je moet de bedoeling van de auteur kunnen bepalen: wil hij informeren, overtuigen of bekritiseren? Let daarbij op waardewoorden en op il faut / à mon avis.

Veelgemaakte fouten

  • Een mening voor een feit aanzien doordat hij stellig is geformuleerd; „Paris est la plus belle ville” klinkt zeker, maar blijft een persoonlijk oordeel.
  • Ironie letterlijk nemen; schrijft de auteur „Quelle excellente idée!” over iets duidelijk slechts, dan bedoelt hij het tegenovergestelde.

Actieve herhaling

Bepaal van elke zin of het een feit of een mening is en onderbouw met een signaalwoord of waardewoord: „Le français est une langue romane”, „Le français est la plus belle langue du monde”, „À mon avis, il faut apprendre plus de langues.”

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 04

    • 01Informatieve teksten lezen○
    • 02De structuur van een betoog◐
    • 03Soorten argumenten en argumentatietechnieken◐
    • 04Feit, mening en toon◐

0/4 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Lezen ter informatie en argumentatie

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~20
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Frans (HAVO)

Vorig onderwerp

Oriënterend lezen (scannen en zoekend lezen)

Volgend onderwerp

Tekstsoorten en thema's

EuraStudy·Samenvattingen T·03·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.