EuraStudy
Samenvattingen/Frans/Oriënterend lezen (scannen en zoekend lezen)
Samenvattingen · FransNL · HAVO

Oriënterend lezen (scannen en zoekend lezen)

Bij het centraal examen Frans draait alles om leesvaardigheid, en oriënterend lezen is daarbij je snelste gereedschap. Met scannen vind je razendsnel één specifiek gegeven, met zoekend lezen lokaliseer je de alinea die over het gevraagde gaat. Wie de tekstkenmerken — kopjes, lay-out, vetdruk — als wegwijzers leert lezen, vindt de antwoorden zonder elke tekst woord voor woord te hoeven verwerken.

3 Onderdelen·~17 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2

T·0222 / 13
Examenprofiel
Scannen om een specifiek gegeven (een getal, naam, datum of woord) snel in een Franse tekst te vinden zonder alles te lezen.Zoekend lezen om de alinea of passage te lokaliseren die over het gevraagde onderwerp gaat, en daar gericht intensief te lezen.Tekstkenmerken zoals titel, ondertitel, tussenkopjes, lay-out en vetdruk als wegwijzers gebruiken om snel je weg te vinden in een tekst.
Operatoren:zoekbepaalleg uitinterpreteer

basisniveau

Voor het centraal examen Frans: oefen het scannen en zoekend lezen tot je elk antwoord in de tekst kunt terugvinden zonder de hele tekst te vertalen.

verhoogd niveau

Wie doorstroomt, leest in het vervolgonderwijs veel Franse vakteksten; snel oriënteren op kopjes en kernwoorden blijft daar de manier om gericht informatie te vinden.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Oriënterend lezen (scannen en zoekend lezen)
    • 01Scannen: een gegeven snel vinden○
    • 02Zoekend lezen: de juiste passage lokaliseren◐
    • 03Tekstkenmerken als wegwijzers◐
§ 01

Scannen: een gegeven snel vinden#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Zo scan je gericht

Zo scan je gerichtGraaf, Lees de vraag → Bepaal kernwoord, Bepaal kernwoord → Scan de tekst, Scan de tekst → Controleer in contextLees de vraagBepaal kernwoordScan de tekstControleer incontext
Afb. 1De vier stappen van gericht scannen; de stap „bepaal kernwoord” is gemarkeerd als kern van de techniek.

Kernpunten

Scannen is de techniek waarbij je je ogen snel over een tekst laat glijden zonder hem echt te lezen, op zoek naar één heel specifiek gegeven. Denk aan een getal, een naam, een datum of een bepaald woord — precies zoals je in een dienstregeling of een telefoonlijst niet elke regel leest, maar je vinger langs de kolom laat gaan tot je vindt wat je zoekt. Bij het centraal examen Frans is dit een kernvaardigheid, want het examen toetst uitsluitend leesvaardigheid: je hoeft de tekst niet te vertalen of woord voor woord te begrijpen, je moet er informatie uit kunnen halen. Krijg je een vraag als „In welk jaar opende het museum?”, dan hoef je de hele alinea niet te doorgronden, maar zoek je gericht naar een jaartal.
Het examen Frans staat onder tijdsdruk: je hebt een vast aantal minuten voor meerdere lange teksten met bijbehorende vragen. Zou je elke tekst van A tot Z aandachtig lezen, dan kom je tijd tekort en blijf je hangen in woorden die je niet kent. Scannen lost dat op, omdat veel examenvragen niet naar de grote lijn vragen maar naar één concreet feit: een prijs, een leeftijd, een plaatsnaam, een telefoonnummer. Zulke gegevens springen er visueel uit — cijfers, hoofdletters en eigennamen herken je zelfs als je de zin eromheen niet helemaal begrijpt. Door eerst te scannen, bewaar je je kostbare leestijd voor de vragen die wél echt begrip vragen.
De sleutel tot gericht scannen is het kernwoord. Lees daarom altijd éérst de vraag en bepaal welk woord daarin het gegeven aanduidt dat je moet vinden. Vraagt de opgave „Combien coûte le billet pour étudiants?” (Hoeveel kost het kaartje voor studenten?), dan is „étudiants” je kernwoord: je scant de tekst tot je dat woord — of een verwante vorm zoals „tarif étudiant” — tegenkomt, en daar staat hoogstwaarschijnlijk het bedrag. Houd er rekening mee dat de tekst zelden exact het woord uit de vraag gebruikt; train jezelf dus ook in het herkennen van synoniemen en woordvormen. Een eigennaam, een jaartal of een getal uit de vraag is het makkelijkst te scannen, want die verandert niet van vorm.
Het gegeven snel vinden is niet genoeg; je moet ook controleren dat het écht antwoord geeft op de vraag. Een tekst bevat vaak meerdere getallen of namen, en juist daar gaat het mis als je te snel het eerste het beste gegeven aankruist. Lees daarom het zinsdeel rondom je vondst even nauwkeurig: past het bij wat de vraag wil weten? Staat er „ouvert depuis 1998, le musée a été rénové en 2015”, en vraagt de opgave naar het jaar van de renovatie, dan is „2015” het juiste antwoord en is „1998” een valstrik. Het schema hieronder vat de vier stappen samen: lees de vraag, bepaal het kernwoord, scan de tekst, en controleer je vondst in de context. De middelste stap — het kernwoord bepalen — is gemarkeerd, want daar valt of staat het hele scannen.
Uitgewerkt voorbeeld

Een jaartal scannen in een korte tekst

Je leest in een examentekst: „Le festival, créé en 1980, attire chaque année près de 200 000 visiteurs ; la dernière édition, en 2019, a battu tous les records.” De vraag luidt: „En quelle année le festival a-t-il battu tous les records?” (In welk jaar brak het festival alle records?). Werk stap voor stap.

  1. 01Stap 1 — Lees de vraag en bepaal het kernwoord

    De vraag draait om „a battu tous les records” (alle records gebroken). Het kernwoord is dus „records”; bovendien vraagt de opgave naar een jaartal („en quelle année”), dus je scant op een getal van vier cijfers.

  2. 02Stap 2 — Scan de tekst op het kernwoord en op jaartallen

    Je laat je ogen over de zin glijden en pikt twee jaartallen op: „1980” en „2019”. Je leest de zin niet helemaal — je zoekt alleen de cijfers en het woord „records”.

  3. 03Stap 3 — Controleer in de context welk jaartal bij de vraag hoort

    „Créé en 1980” betekent „opgericht in 1980” — dat is het oprichtingsjaar, niet het recordjaar. „La dernière édition, en 2019, a battu tous les records” koppelt het woord „records” rechtstreeks aan „2019”. Dus 2019 hoort bij de vraag.

Resultaat: Het antwoord is 2019. Het kernwoord „records” wees naar de juiste zin, en de context maakte duidelijk dat „1980” (het oprichtingsjaar) een valstrik was; alleen „2019” staat naast „a battu tous les records”.

Eindexamen-focus

  • Het centraal examen Frans vraagt vaak naar één concreet gegeven (een jaartal, prijs, naam of leeftijd); zulke vragen los je het snelst op door te scannen, niet door de hele tekst te lezen.
  • Verwacht dat het kernwoord uit de vraag in de tekst in een andere vorm of als synoniem staat; scan op de betekenis, niet alleen op het exacte woord.

Veelgemaakte fouten

  • Toch de hele tekst woord voor woord lezen voordat je naar het gevraagde gegeven zoekt — dat kost op een examen met tijdsdruk te veel tijd.
  • Het eerste het beste getal of de eerste naam aankruisen zonder de context te controleren, terwijl de tekst meerdere getallen bevat en er maar één bij de vraag past.

Actieve herhaling

Stel je krijgt de vraag „À quelle heure ferme la bibliothèque le samedi?” (Hoe laat sluit de bibliotheek op zaterdag?). Welk kernwoord kies je om op te scannen, en hoe controleer je dat het gevonden tijdstip bij de vraag past?

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 02

Zoekend lezen: de juiste passage lokaliseren#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Oriënterend lezen tegenover studerend lezen

Oriënterend lezen tegenover studerend lezenTabel met 3 kolommen en 3 rijen, Gegevens: Manier · Wat zoek je? · Voorbeeld; Scannen · specifiek gegeven · getal, naam, datum; Zoekend lezen · passage over thema · alinea met het antwoord; Studerend lezen · volledige inhoud · de hele tekstMANIERWAT ZOEK JE?VOORBEELDScannenspecifiek gegevengetal, naam, datumZoekend lezenpassage over themaalinea met het antwoordStuderend lezenvolledige inhoudde hele tekst
Afb. 2Scannen en zoekend lezen (oriënterend) zoeken gericht; studerend lezen verwerkt de hele tekst.

Kernpunten

Scannen en zoekend lezen lijken op elkaar, maar ze hebben een ander doel. Bij scannen zoek je één los gegeven — een getal, een naam, een datum — en zodra je het hebt, ben je klaar. Bij zoekend lezen zoek je niet één woord maar een hele passage: de alinea of het tekstdeel dat over het gevraagde onderwerp gaat. Veel examenvragen vragen namelijk niet naar een feitje, maar naar wat de schrijver ergens beweert, bedoelt of vindt; dan moet je eerst de juiste plek in de tekst opsporen, en die plek beslaat al gauw enkele zinnen of een hele alinea. Allebei zijn het vormen van oriënterend lezen: je leest gericht en snel, in tegenstelling tot studerend lezen, waarbij je de hele tekst van begin tot eind grondig doorwerkt. De tabel hieronder zet die drie manieren naast elkaar, zodat je in één oogopslag ziet hoe ze in doel en omvang verschillen.
Het centraal examen Frans maakt het zoeken vaak gemakkelijker dan je denkt, want veel vragen wijzen het tekstdeel zélf aan. Je leest dan in de vraag een verwijzing als „alinéa 3”, „lignes 12–18” of „dans le deuxième paragraphe”. Zo'n verwijzing is goud waard: je hoeft niet de hele tekst af te zoeken, maar gaat meteen naar dat ene stuk en leest daar gericht. Begin daarom altijd met het opzoeken van de aangewezen regels of alinea voordat je verder leest — zo lees je nooit meer dan nodig is. Staat er geen regelverwijzing, dan gebruik je een kernwoord uit de vraag om de juiste alinea te lokaliseren, net als bij het scannen, maar nu om een passage te vinden in plaats van één gegeven.
Een handig houvast is dat de vragen bij een examentekst meestal de volgorde van de tekst volgen. De eerste vragen gaan over het begin van de tekst, de latere vragen over het eind. Vind je het antwoord op vraag 4 in alinea 2, dan ligt het antwoord op vraag 5 vrijwel zeker verderop, niet ervoor. Dat betekent dat je niet bij elke nieuwe vraag weer vooraan hoeft te beginnen met zoeken: je werkt min of meer van boven naar beneden mee met de tekst. Gebruik die volgorde als kompas — sla je een vraag over, dan weet je ongeveer tussen welke twee tekstdelen het antwoord op de volgende vraag moet liggen.
Zodra je met zoekend lezen de juiste passage te pakken hebt, verandert je manier van lezen. Het snelle, oppervlakkige zoeken maakt plaats voor intensief lezen: die paar zinnen lees je nu wél zorgvuldig, woord voor woord, om precies te begrijpen wat er staat. Oriënterend lezen en intensief lezen werken dus samen — eerst lokaliseer je snel de plek, daarna lees je díé plek grondig, zonder dat je daarom de hele tekst studerend hoeft te lezen. Vraagt de opgave bijvoorbeeld naar de mening van de schrijver over een maatregel, dan zoek je eerst de alinea waarin die maatregel ter sprake komt, en pas dáár lees je nauwkeurig welk standpunt de schrijver inneemt; let daarbij op signaalwoorden als „cependant” (echter), „mais” (maar) of „heureusement” (gelukkig), die een mening of een wending verraden. Zo bewaar je je leestijd voor precies de zinnen die ertoe doen.
Uitgewerkt voorbeeld

Een passage lokaliseren met een regelverwijzing

Bij een tekst over stadsvervoer staat de vraag: „Pourquoi la ville a-t-elle rendu les bus gratuits? (alinéa 4)” (Waarom heeft de stad de bussen gratis gemaakt?). Leg stap voor stap uit hoe je deze vraag met zoekend lezen oplost.

  1. 01Stap 1 — Gebruik de verwijzing om de passage te lokaliseren

    De vraag wijst „alinéa 4” aan. Je gaat dus direct naar de vierde alinea van de tekst en negeert de rest — daar moet het antwoord staan.

  2. 02Stap 2 — Schakel over op intensief lezen

    In alinea 4 lees je niet meer scannend, maar zorgvuldig. Je let op een oorzaak-gevolgverband, want de vraag begint met „pourquoi” (waarom). Signaalwoorden als „pour” (om te), „afin de” (teneinde) of „parce que” (omdat) verraden de reden.

  3. 03Stap 3 — Haal de reden eruit

    Stel er staat: „Pour réduire la pollution et encourager les habitants à laisser leur voiture, la ville a supprimé le prix du ticket.” Dan koppelt „pour réduire la pollution” de gratis bus aan een reden: het verminderen van de vervuiling en mensen hun auto laten staan.

Resultaat: Het antwoord is dat de stad de bussen gratis maakte om de vervuiling te verminderen en inwoners hun auto te laten staan. De regelverwijzing („alinéa 4”) bracht je meteen naar de juiste passage, en pas dáár las je intensief om de reden achter „pourquoi” te vinden.

Eindexamen-focus

  • Vragen met een regelverwijzing („lignes 12–18”, „alinéa 3”) wijzen de passage aan; ga meteen naar dat tekstdeel en lees daar intensief, in plaats van de hele tekst door te nemen.
  • De vragen volgen meestal de volgorde van de tekst: het antwoord op een latere vraag staat verderop dan dat op een eerdere vraag.

Veelgemaakte fouten

  • De aangewezen regels of alinea negeren en de hele tekst doorlezen, waardoor je tijd verliest en in onbekende woorden blijft hangen.
  • Bij elke nieuwe vraag weer bovenaan de tekst beginnen met zoeken, terwijl de vragen de volgorde van de tekst volgen en je dus verder naar onderen kunt zoeken.

Actieve herhaling

Je krijgt bij een examentekst de vraag: „Quelle est, selon l'auteur, la principale cause du problème? (lignes 20–28)”. Hoe pak je deze vraag aan met zoekend lezen, en welke leesmanier gebruik je zodra je bij regel 20–28 bent?

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Tekstkenmerken als wegwijzers#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Een Franse tekst geeft je veel meer houvast dan alleen de lopende zinnen. Nog vóór je de eerste alinea leest, vertellen de titel (le titre) en de ondertitel (le sous-titre) je al waar de tekst over gaat. Daaronder staat vaak een korte inleiding in vet- of cursiefgedrukte letters, de „chapeau”, die in een paar zinnen het onderwerp en de kern samenvat — lees die altijd eerst, want hij geeft je in één oogopslag het thema en de toon van de hele tekst. Bij langere artikelen verdelen tussenkopjes (intertitres) de tekst in stukken; elk kopje verraadt waar dat tekstdeel over gaat. Wie deze elementen eerst leest, weet al ongeveer waar welke informatie staat voordat het echte zoeken begint.
Ook binnen de tekst zijn er visuele signalen die je de weg wijzen. Vet- of cursiefgedrukte woorden (mots en gras) springen eruit omdat de maker ze belangrijk vindt: namen, kernbegrippen of citaten. Opsommingen met bolletjes of streepjes (une liste à puces) zetten informatie overzichtelijk op een rij en zijn ideaal om snel een reeks gegevens — data, voorwaarden, stappen — terug te vinden. Onderaan staat meestal de bron (la source): de naam van de krant of het tijdschrift en de datum. Die bron is geen overbodige franje, want examenvragen vragen er soms naar — bijvoorbeeld uit wat voor blad de tekst komt of wanneer hij verscheen — en de bron verraadt bovendien de aard van de tekst.
De eerste en de laatste alinea hebben in veel teksten een bijzondere functie, en daar profiteer je van. De eerste alinea zet meestal het onderwerp neer en noemt vaak al de centrale vraag of de stelling van de tekst — zij is je beste plek om snel te begrijpen waar het over gaat. De laatste alinea trekt vaak de conclusie, vat samen of geeft de mening of het oordeel van de schrijver. Vraagt het examen naar de hoofdgedachte of naar de conclusie van een tekst, kijk dan eerst naar die openings- en slotalinea; daar staat het antwoord vaker dan ergens in het midden. Zo gebruik je de structuur van de tekst als een kaart in plaats van blind te zoeken.
De lay-out van een tekst verraadt meteen met wat voor soort tekst je te maken hebt, en dat helpt je je verwachtingen bij te stellen. Een artikel (un article) heeft een titel, een chapeau en doorlopende alinea's, soms met tussenkopjes. Een interview (un entretien) herken je aan het beurtelingse vraag-en-antwoordpatroon: korte vragen, vaak vetgedrukt of voorafgegaan door de initialen van de geïnterviewde, gevolgd door langere antwoorden. Een advertentie (une publicité) ziet er weer heel anders uit: weinig lopende tekst, grote woorden, een slogan, een prijs, contactgegevens of een website, en vaak een afbeelding. Zie je zo'n opmaak, dan weet je dat je naar praktische gegevens moet zoeken — een prijs, een datum, een adres — en niet naar een uitgebreide redenering.
Het loont dus om elke examentekst eerst een paar seconden te bekijken zónder te lezen: scan de titel, de chapeau, de tussenkopjes, de vetgedrukte woorden en de bron, en stel vast om wat voor tekstsoort het gaat. In die enkele seconden bouw je een mentale plattegrond van de tekst, zodat je bij elke vraag meteen weet in welke hoek je het antwoord moet zoeken. Tekstkenmerken zijn met andere woorden geen versiering, maar de wegwijzers die oriënterend lezen — scannen en zoekend lezen — pas écht snel maken. Combineer ze met de kernwoordtechniek uit de vorige secties, en je vindt op het centraal examen Frans de meeste antwoorden zonder ook maar één tekst volledig te hoeven lezen.
Uitgewerkt voorbeeld

Een tekst verkennen via zijn tekstkenmerken

Voor je ligt een Franse tekst met deze opmaak: de titel „Les jeunes et le sport : une passion en hausse”, daaronder een cursieve regel „De plus en plus d'adolescents pratiquent un sport régulièrement. Enquête.”, drie tussenkopjes („À l'école”, „En club”, „À la maison”), en onderaan „Okapi, n° 1180, 2023”. Leg stap voor stap uit hoe je je met deze kenmerken oriënteert, nog vóór je de lopende tekst leest.

  1. 01Stap 1 — Lees de titel en de chapeau

    De titel „Les jeunes et le sport : une passion en hausse” (jongeren en sport: een groeiende passie) geeft het onderwerp. De cursieve regel eronder is de chapeau; het woord „Enquête” verraadt dat het om een onderzoek of reportage gaat, en de zin vat de kern samen: steeds meer tieners sporten regelmatig.

  2. 02Stap 2 — Loop de tussenkopjes langs

    De drie intertitres „À l'école” (op school), „En club” en „À la maison” (thuis) laten zien hoe de tekst is opgebouwd: hij behandelt het sporten van jongeren in drie omgevingen. Zo weet je vooraf in welk tekstdeel je een vraag over bijvoorbeeld sport op school moet zoeken.

  3. 03Stap 3 — Bekijk de bron en bepaal de tekstsoort

    De bron „Okapi, n° 1180, 2023” is een jongerentijdschrift; samen met het woord „Enquête” en de doorlopende alinea's met kopjes wijst dat op een informatief artikel, niet op een advertentie of een interview.

Resultaat: Nog vóór het eigenlijke lezen weet je dat de tekst een informatief artikel uit een jongerentijdschrift is over de toename van sporten onder jongeren, opgebouwd rond drie omgevingen (school, club, thuis). Die mentale plattegrond — uit titel, chapeau, tussenkopjes en bron — vertelt je bij elke vraag meteen waar je moet zoeken.

Eindexamen-focus

  • Het examen kan naar de bron of de tekstsoort vragen; titel, chapeau, lay-out en bronvermelding vertellen je meteen of je een artikel, interview of advertentie voor je hebt.
  • Voor de hoofdgedachte of de conclusie van een tekst loont het om de eerste en de laatste alinea te lezen, omdat die het onderwerp neerzetten en de slotsom trekken.

Veelgemaakte fouten

  • De titel, chapeau en tussenkopjes overslaan en meteen de lopende tekst in duiken, waardoor je de gratis oriëntatie misloopt die deze kopjes bieden.
  • De bron onderaan negeren, terwijl een examenvraag soms juist naar de herkomst, de datum of de aard van de tekst vraagt.

Actieve herhaling

Je krijgt een Franse tekst met de titel „Faut-il interdire les trottinettes en ville?”, een korte cursieve chapeau, drie tussenkopjes en onderaan de bron „Le Monde, 12 mars 2023”. Welke onderdelen lees je eerst om je te oriënteren, en wat leid je daaruit af over het onderwerp en de tekstsoort?

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Scannen: een gegeven snel vinden○
    • 02Zoekend lezen: de juiste passage lokaliseren◐
    • 03Tekstkenmerken als wegwijzers◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Oriënterend lezen (scannen en zoekend lezen)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~17
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Frans (HAVO)

Vorig onderwerp

Leesstrategieën en tekstbegrip

Volgend onderwerp

Lezen ter informatie en argumentatie

EuraStudy·Samenvattingen T·02·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.