EuraStudy
Samenvattingen/Frans/Kijk- en luistervaardigheid
Samenvattingen · FransNL · HAVO

Kijk- en luistervaardigheid

Kijk- en luistervaardigheid is het vermogen om gesproken Frans te begrijpen met steun van beeld, zoals in korte film- en geluidsfragmenten. Met de juiste aanpak — globaal of selectief luisteren, voorspellen, en wat je ziet met wat je hoort combineren — vat je de boodschap, ook al versta je niet elk woord. Eerlijk en belangrijk om te weten: dit is een schoolexamenonderdeel (vaak de Cito Kijk- en Luistertoets), want het centraal examen Frans op de havo toetst uitsluitend leesvaardigheid.

3 Onderdelen·~18 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2

T·0999 / 13
Examenprofiel
Luisterstrategieën kiezen en toepassen: globaal luisteren voor de hoofdlijn en selectief luisteren wanneer er om één concreet gegeven wordt gevraagd.Beeld en geluid combineren — mimiek, gebaren, setting en toon naast de gesproken tekst leggen — om de boodschap van een fragment te begrijpen.De kijk- en luistertoets gericht aanpakken: de vraag vooraf lezen, de inhoud voorspellen, gericht luisteren en kort kernwoorden noteren.
Operatoren:bepaalleg uitinterpreteerberedeneer

basisniveau

Voor het schoolexamen: oefen de luisterstrategieën zo dat je bij elk fragment de hoofdlijn pakt of gericht één gegeven opvangt, en de meerkeuzevragen van de Cito Kijk- en Luistertoets betrouwbaar beantwoordt.

verhoogd niveau

Wie doorstroomt naar het hoger onderwijs of naar Frankrijk reist, blijft kijk- en luistervaardigheid nodig hebben: bij films, nieuws en gesprekken bouw je begrip op uit beeld, toon en context, ook zonder elk woord te verstaan.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Kijk- en luistervaardigheid
    • 01Luisterstrategieën○
    • 02Kijkvaardigheid: beeld en geluid samen◐
    • 03Aanpak: vragen vooraf en kernwoorden noteren◐
§ 01

Luisterstrategieën#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Luisterstrategieën in één oogopslag

LuisterstrategieënTabel met 3 kolommen en 3 rijen, Gegevens: Strategie · Wanneer · Hoe; Globaal luisteren · hoofdlijn · let op kernwoorden; Selectief luisteren · één gegeven · wacht op het detail; Voorspellen · vooraf · gebruik titel en beeldSTRATEGIEWANNEERHOEGlobaal luisterenhoofdlijnlet op kernwoordenSelectief luisterenéén gegevenwacht op het detailVoorspellenvoorafgebruik titel en beeld
Afb. 1Globaal luisteren pakt de hoofdlijn, selectief luisteren wacht op één gegeven, en voorspellen doe je vooraf met titel en beeld.

Kernpunten

Goed luisteren naar Frans begint met een keuze: je luistert niet altijd op dezelfde manier, maar stemt je aanpak af op wat de vraag van je wil weten. Grofweg zijn er twee hoofdstrategieën. Bij globaal luisteren probeer je de grote lijn te pakken — waar gaat het over, wie spreekt er, in welke situatie — zonder je aan losse woorden vast te klampen. Bij selectief luisteren negeer je juist bijna alles en wacht je op één bepaald gegeven dat gevraagd wordt, bijvoorbeeld een tijdstip of een prijs. Daarnaast voorspel je vóór je luistert de inhoud op grond van de titel, de vraag en het beeld. De tabel onder aan deze paragraaf zet de drie strategieën — globaal luisteren, selectief luisteren en voorspellen — overzichtelijk naast elkaar, telkens met wanneer je ze gebruikt en hoe je ze toepast.
Globaal luisteren gebruik je als de vraag naar de hoofdlijn of het onderwerp peilt: „Waar gaat het gesprek over?” of „Wat is de algemene boodschap?” Je laat de spraak over je heen komen en let alleen op kernwoorden — de paar woorden die de situatie verraden. Hoor je in een fragment bijvoorbeeld „vacances” (vakantie), „train” (trein) en „demain” (morgen), dan weet je al dat het over een reis gaat die morgen begint, ook al ontgaat je de rest. Je hoeft geen enkele zin volledig te ontleden; je vangt het thema en de toon. Let daarbij ook op signalen buiten de losse woorden om: spreekt iemand opgewekt of geërgerd, snel of aarzelend? Die toon hoort bij de hoofdlijn en helpt je de boodschap te plaatsen.
Selectief luisteren is bijna het tegenovergestelde: je zoekt één concreet gegeven en laat al het andere bewust voorbijgaan. Dat doe je als de vraag heel gericht is — „Hoe laat vertrekt de bus?”, „Hoeveel kost het kaartje?”, „Met wie heeft hij een afspraak?” Je houdt dan in je hoofd vast wát je zoekt (een tijd, een getal, een naam) en luistert als het ware met een filter. Vraagt men naar een tijdstip, dan spits je je oren bij Franse getallen en bij de constructie „à … heures” (om … uur); hoor je „à huit heures et demie” (om half negen), dan heb je je antwoord en mag de rest van het fragment je koud laten. Het gevaar is hier dat je tóch alles probeert te volgen; juist het loslaten van de rest maakt selectief luisteren zo krachtig.
De derde strategie zet je in nog vóórdat het geluid begint: voorspellen. Gebruik de titel van het fragment, de vraag en — bij een filmfragment — het eerste beeld om te bedenken waar het waarschijnlijk over gaat en welke woorden je kunt verwachten. Weet je dat een fragment „À la gare” (Op het station) heet, dan activeer je vast je woordenschat rond reizen: „billet” (kaartje), „quai” (perron), „départ” (vertrek), „retard” (vertraging). Zo loop je niet meer onvoorbereid tegen de Franse klanken aan, maar herken je wat je al verwachtte. Voorspellen kost maar een paar seconden en verhoogt je begrip enorm, omdat je hersenen al „afgestemd” zijn op het onderwerp. De tabel hieronder laat zien dat voorspellen iets is wat je vooraf doet, met de titel en het beeld als hulpmiddel.
Tot slot het belangrijkste geruststellende inzicht: je hoeft écht niet elk woord te verstaan, en dat lukt zelfs gevorderde luisteraars niet. Frans wordt vaak snel en met veel klankverbindingen gesproken — door de liaison en de elisie lopen woorden in elkaar over, zodat „il est à Paris” (hij is in Parijs) als één klankstroom klinkt. Wie zich blindstaart op dat ene gemiste woord, raakt in paniek en verliest vervolgens ook de rest. De kunst is het omgekeerde: bouw je begrip op uit wat je wél oppikt, en vul de gaten in met je gezond verstand en de context. Mis je een woord, laat het dan los en luister door — meestal maakt het vervolg alsnog duidelijk wat er bedoeld werd.
Uitgewerkt voorbeeld

De juiste luisterstrategie kiezen

Bij een fragment hoort de vraag: „Hoe laat begint de film?” Welke luisterstrategie kies je, en hoe pak je het luisteren aan? Werk stap voor stap.

  1. 01Stap 1 — Bepaal wat de vraag wil weten

    De vraag „Hoe laat begint de film?” vraagt naar één heel concreet gegeven: een tijdstip. Het gaat dus niet om de hoofdlijn van het fragment, maar om één detail.

  2. 02Stap 2 — Kies de bijpassende strategie

    Een vraag naar één gegeven hoort bij selectief luisteren. Je laat het grootste deel van het fragment bewust voorbijgaan en wacht gericht op dat ene detail, in plaats van alles te willen volgen.

  3. 03Stap 3 — Voorspel en luister gericht

    Een tijdstip wordt in het Frans aangekondigd met getallen en met „à … heures” (om … uur). Je spitst je oren dus bij Franse getallen; hoor je „Le film commence à vingt heures” (de film begint om twintig uur), dan is je antwoord twintig uur, oftewel acht uur 's avonds.

Resultaat: Je kiest selectief luisteren, omdat de vraag naar één concreet gegeven (een tijdstip) vraagt. Je wacht gericht op een constructie als „à vingt heures” en hoeft de rest van het fragment niet woord voor woord te volgen.

Eindexamen-focus

  • Het schoolexamen (vaak de Cito Kijk- en Luistertoets) verwacht dat je je luisterstrategie afstemt op de vraag: globaal luisteren bij een vraag naar de hoofdlijn, selectief luisteren bij een vraag naar één concreet gegeven.
  • Je laat zien dat je vóór het luisteren voorspelt op grond van titel, vraag en beeld, en dat je doorluistert in plaats van vast te lopen op een woord dat je niet verstaat.

Veelgemaakte fouten

  • Proberen élk woord te verstaan en blijven hangen bij één gemist woord, waardoor je vervolgens ook de hoofdlijn kwijtraakt — laat het woord los en luister door.
  • Globaal blijven luisteren terwijl de vraag om één detail vraagt (of andersom selectief jagen op een detail terwijl de hoofdlijn gevraagd wordt): stem je strategie af op wat er gevraagd wordt.

Actieve herhaling

Bepaal bij elke vraag welke luisterstrategie je kiest en leg uit waarom: (1) „Waar gaat het nieuwsbericht over?”; (2) „Hoeveel euro kost de excursie?”; (3) het fragment heet „Au restaurant” — welke woorden voorspel je?

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 02

Kijkvaardigheid: beeld en geluid samen#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Bij kijk- en luistervaardigheid kijk je niet voor niets: het beeld draagt net zo goed informatie als het geluid. Een spreker laat met zijn mimiek (gezichtsuitdrukking) zien of hij blij, boos of verbaasd is; met gebaren onderstreept hij wat hij bedoelt; en de setting — een keuken, een station, een schoolplein — vertelt je meteen in welke situatie het gesprek zich afspeelt. In een reportage doen de getoonde beelden hetzelfde werk: zie je beelden van een ondergelopen straat, dan weet je dat het item over noodweer gaat nog vóór je een woord Frans hebt verstaan. Wie alleen op het geluid let, gooit dus de helft van de informatie weg.
De kern van kijkvaardigheid is het combineren van wat je ziet en wat je hoort. Beeld en geluid versterken en verhelderen elkaar: het beeld bevestigt waar je over twijfelt, en het geluid geeft betekenis aan wat je ziet. Stel dat je een man zijn hoofd ziet schudden en zijn wenkbrauwen ziet fronsen terwijl hij iets zegt wat je niet helemaal verstaat — dan vertelt het beeld je al dat hij het ergens niet mee eens is. Vang je daarbij een flard op als „Je ne suis pas d'accord” (ik ben het er niet mee eens) of „Ce n'est pas possible” (dat kan niet), dan klopt dat met het beeld en weet je zeker dat hij protesteert. Zo dekt het ene zintuig af wat het andere mist.
Vooral emotie en houding lees je vaak sneller van het beeld af dan uit de woorden. Een glimlach, een schouderophalen (een typisch Frans gebaar dat „ik weet het niet” of „wat kan ik eraan doen” uitdrukt), een wijzende vinger — het zijn signalen die je begrip sturen. Combineer ze met de toon van de stem: klinkt iemand enthousiast, geërgerd of teleurgesteld? Wanneer de vraag peilt naar hoe iemand zich voelt of hoe hij reageert, vind je het antwoord dan ook eerder in mimiek, gebaar en toon dan in één losse zin. Het beeld is hier je belangrijkste tolk, juist op de momenten dat de taal je even ontglipt.
Belangrijk is hoe deze vaardigheid in je schoolloopbaan wordt getoetst — en hier hoort een eerlijke kanttekening bij. Kijk- en luistervaardigheid is een onderdeel van het schóólexamen, niet van het centraal examen. Het centraal examen Frans op de havo toetst namelijk uitsluitend leesvaardigheid; je kijk- en luistervaardigheid wordt apart op school afgenomen, heel vaak met de Cito Kijk- en Luistertoets. Die toets bestaat uit een reeks korte film- en geluidsfragmenten, telkens gevolgd door een meerkeuzevraag. Je ziet en hoort een fragment (soms twee keer) en kiest daarna uit enkele opties het antwoord dat het best past. Omdat de fragmenten authentiek Frans zijn, is de combinatie van kijken én luisteren precies de vaardigheid die je hier oefent.
Tot slot een waarschuwing: het beeld is een hulp, maar mag het luisteren niet vervangen. Soms toont een fragment iets wat juist niet strookt met wat er gezegd wordt — iemand lacht beleefd terwijl hij eigenlijk slecht nieuws brengt, of het beeld leidt af van de echte boodschap in de tekst. Vertrouw daarom nooit blind op alleen het beeld en evenmin op alleen het geluid: het juiste antwoord komt voort uit de twee samen. Kijk dus actief mee — naar gezichten, gebaren en omgeving — maar blijf tegelijk gericht luisteren naar de woorden die de vraag beantwoorden, en leg de twee bronnen naast elkaar voordat je een optie kiest.
Uitgewerkt voorbeeld

Beeld en geluid combineren om een reactie te bepalen

In een fragment zie je een klant bij de kassa van een winkel. Hij fronst zijn wenkbrauwen, schudt zijn hoofd en zegt op luide toon iets wat je niet helemaal verstaat. De meerkeuzevraag luidt: „Hoe reageert de klant?” met de opties (A) verheugd, (B) onverschillig en (C) ontevreden. Hoe gebruik je beeld én geluid om de juiste optie te kiezen?

  1. 01Stap 1 — Lees het beeld

    De klant fronst zijn wenkbrauwen, schudt zijn hoofd en spreekt met luide stem. Deze lichaamstaal en toon wijzen duidelijk op een negatieve emotie — ergernis of onvrede — en niet op vreugde of onverschilligheid.

  2. 02Stap 2 — Combineer met het geluid

    Ook al versta je niet elk woord, een opgevangen flard als „Ce n'est pas normal!” (dit is niet normaal!) of „Je ne suis pas d'accord” (ik ben het er niet mee eens) bevestigt het beeld: de klant protesteert en is het ergens niet mee eens.

  3. 03Stap 3 — Kies de optie die bij beide past

    Beeld (fronsen, hoofdschudden, luide toon) en geluid (een protesterende uitspraak) wijzen samen op onvrede. Optie A (verheugd) en optie B (onverschillig) vallen daarmee af; optie C past.

Resultaat: Door beeld en geluid te combineren — de fronsende, hoofdschuddende klant met luide stem én een protesterende flard Frans — concludeer je dat hij ontevreden reageert. Je kiest optie C (ontevreden).

Eindexamen-focus

  • In de Cito Kijk- en Luistertoets (schoolexamen) laat je zien dat je beeld én geluid combineert: mimiek, gebaren, setting en toon helpen je de boodschap en de emotie van een fragment te bepalen.
  • Wees je ervan bewust dat kijk- en luistervaardigheid op school wordt getoetst en niet op het centraal examen Frans, dat alleen leesvaardigheid toetst; de meerkeuzevragen vragen je het hele fragment te interpreteren, niet losse woorden te verstaan.

Veelgemaakte fouten

  • Alleen op het geluid letten en de informatie uit het beeld (mimiek, gebaren, setting) negeren — daarmee gooi je de helft van de aanwijzingen weg.
  • Denken dat kijk- en luistervaardigheid op het centraal examen wordt getoetst; in werkelijkheid is het een schoolexamenonderdeel (vaak de Cito-toets), terwijl het CE Frans uitsluitend leesvaardigheid toetst.

Actieve herhaling

Interpreteer het volgende fragment: je ziet een vrouw die met een brede glimlach en open armen iemand begroet en zegt „Quelle bonne surprise!” (wat een leuke verrassing!). Leg uit welke aanwijzingen uit beeld én geluid je gebruikt om te bepalen hoe zij zich voelt.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Aanpak: vragen vooraf en kernwoorden noteren#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

De vaste werkwijze bij de kijk- en luistertoets

Aanpak kijk- en luistertoetsGraaf, Lees vraag vooraf → Voorspel inhoud, Voorspel inhoud → Luister gericht, Luister gericht → Noteer kernwoordLees vraagvoorafVoorspel inhoudLuister gerichtNoteer kernwoord
Afb. 2De vier stappen volgen elkaar op; de eerste stap — de vraag vooraf lezen — is benadrukt, omdat de hele aanpak daarmee begint.

Kernpunten

Een kijk- en luistertoets is goed te beheersen als je een vaste werkwijze aanhoudt in plaats van maar wat te luisteren. Die werkwijze bestaat uit vier stappen die elkaar logisch opvolgen: je leest eerst de vraag (en de antwoordopties), je voorspelt op grond daarvan de inhoud, je luistert vervolgens gericht naar het gevraagde, en je noteert ondertussen kort een kernwoord. De stroomschema-figuur onder aan deze paragraaf laat die vier stappen als een keten zien — van „Lees vraag vooraf” via „Voorspel inhoud” en „Luister gericht” naar „Noteer kernwoord”. De eerste stap is met opzet benadrukt, want daar valt of staat je hele aanpak mee.
De allerbelangrijkste stap komt nog vóór het fragment: lees de vraag, en bij meerkeuze ook de opties. De vraag vertelt je namelijk precies waarop je moet letten. Vraagt men „Waarom is Marie te laat?”, dan weet je dat je op een reden moet wachten; vraagt men „Waar spreken ze af?”, dan jaag je op een plaats. Bij de Cito-toets krijg je hier vaak letterlijk even de tijd voor: lees in die seconden niet alleen de vraag, maar scan ook de antwoordmogelijkheden, zodat je weet tussen welke richtingen je straks moet kiezen. Wie de vraag kent, luistert doelgericht; wie hem niet kent, luistert in het wilde weg.
Zodra je de vraag kent, voorspel je de inhoud en de woordenschat die je kunt verwachten — dezelfde voorspelstrategie als bij het zuivere luisteren, nu toegespitst op de vraag. Gaat de vraag over een treinreis die misloopt, dan bereid je je voor op woorden als „train” (trein), „gare” (station), „retard” (vertraging), „annulé” (afgelast) of „grève” (staking). Loopt de vraag over het weer, dan verwacht je „il pleut” (het regent), „il fait beau” (het is mooi weer) of „orage” (onweer). Door deze woorden alvast „klaar te zetten” in je hoofd, herken je ze meteen wanneer ze voorbijkomen, in plaats van dat je ze ter plekke moet ontcijferen.
Tijdens het fragment luister je gericht naar het gevraagde en noteer je heel kort een kernwoord — geen volledige zinnen. Probeer je alles op te schrijven, dan mis je juist het luisteren; een enkel woord, een getal of een naam volstaat. Hoor je dat de trein is afgelast wegens een staking, dan krabbel je „grève” of „9u — annulé” op je kladblad, meer niet. Let speciaal op signaalwoorden die het antwoord aankondigen: „parce que” (omdat) en „à cause de” (vanwege) leiden een reden in, „mais” (maar) kondigt een tegenstelling aan, en „d'abord … ensuite … enfin” (eerst … vervolgens … ten slotte) markeert een volgorde. Zo'n kernwoord is genoeg om bij de meerkeuzevraag het juiste antwoord terug te vinden, ook als het fragment maar één keer klinkt.
Begin daarom nooit blanco aan een fragment — dat wil zeggen: begin nooit te luisteren zonder eerst de vraag te hebben gelezen. Wie zonder vraag in zijn hoofd luistert, weet niet waarop hij moet letten en verspilt de eerste (en soms enige) keer dat het fragment klinkt aan ongericht meeluisteren. Je hoort dan van alles, maar net niet het ene gegeven dat gevraagd werd, en je moet maar hopen op een tweede beluistering. Met de vaste werkwijze keer je dat om: door vooraf te lezen en te voorspellen, weet je al wat je zoekt en hoef je het alleen nog maar op te vangen. De stroomschema-figuur hieronder herinnert je aan die volgorde, met „Lees vraag vooraf” bewust als eerste, benadrukte stap.
Uitgewerkt voorbeeld

Een fragment aanpakken volgens de vaste werkwijze

Je krijgt zo een fragment over treinreizen. Bij het fragment hoort de vraag: „Waarom kan de reiziger niet met de trein van 9 uur?” Beschrijf stap voor stap hoe je dit fragment aanpakt volgens de vaste werkwijze.

  1. 01Stap 1 — Lees de vraag vooraf

    De vraag vraagt naar een réden („Waarom …?”) waarom de reiziger niet met de trein van 9 uur kan. Je weet dus dat je gericht moet luisteren naar een oorzaak, en niet naar bijvoorbeeld een tijdstip of een plaats.

  2. 02Stap 2 — Voorspel de inhoud

    Het gaat om een treinreis die misloopt. Je zet de bijbehorende woorden klaar: „gare” (station), „train” (trein), „neuf heures” (negen uur) en mogelijke oorzaken als „retard” (vertraging), „annulé” (afgelast), „complet” (vol) of „grève” (staking).

  3. 03Stap 3 — Luister gericht naar de reden

    Je let op het moment waarop de oorzaak wordt genoemd, vaak aangekondigd door een signaalwoord als „parce que” (omdat) of „à cause de” (vanwege). Hoor je „Le train de neuf heures est annulé à cause d'une grève” (de trein van negen uur is afgelast vanwege een staking), dan heb je de reden te pakken.

  4. 04Stap 4 — Noteer een kernwoord

    Je schrijft kort „grève” (of „9u — annulé”) op je kladblad — niet de hele zin — zodat je het antwoord vasthoudt voor de meerkeuzevraag.

Resultaat: Doordat je de vraag vooraf las, wist je dat je naar een reden moest luisteren. Je voorspelde de woordenschat, ving via het signaalwoord „à cause de” de oorzaak op — „une grève” (een staking) — en noteerde dat als kernwoord. Je antwoord: de reiziger kan niet met de trein van 9 uur omdat die is afgelast wegens een staking.

Eindexamen-focus

  • Het schoolexamen verwacht dat je een vaste werkwijze toont: eerst de vraag (en bij meerkeuze de opties) lezen, dan voorspellen, dan gericht luisteren en kort een kernwoord noteren.
  • Je beredeneert je antwoord aan de hand van wat gevraagd werd en let op Franse signaalwoorden die het antwoord aankondigen, zoals „parce que” / „à cause de” (reden) en „mais” (tegenstelling).

Veelgemaakte fouten

  • Blanco aan een fragment beginnen — luisteren zonder eerst de vraag te lezen — waardoor je niet weet waarop je moet letten en het gevraagde gegeven mist.
  • Tijdens het fragment hele zinnen willen opschrijven in plaats van één kernwoord, getal of naam, waardoor je het luisteren zelf verwaarloost.

Actieve herhaling

Beredeneer stap voor stap hoe je dit fragment aanpakt. Bij een fragment over een schooluitje hoort de vraag: „Waarom gaat de excursie niet door?” Welke stappen doorloop je, en op welke Franse signaalwoorden let je?

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Frans (HAVO) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Luisterstrategieën○
    • 02Kijkvaardigheid: beeld en geluid samen◐
    • 03Aanpak: vragen vooraf en kernwoorden noteren◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Kijk- en luistervaardigheid

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~18
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Frans (HAVO)

Vorig onderwerp

Schrijfvaardigheid

Volgend onderwerp

Gesprekken voeren

EuraStudy·Samenvattingen T·09·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.