EuraStudy
Samenvattingen/Duits/Woordenschat en idioom
Samenvattingen · DuitsNL · HAVO

Woordenschat en idioom

Een grote, goed georganiseerde woordenschat is de motor van je leesvaardigheid en je schrijven. In dit onderwerp leer je hoe het Duits woorden bouwt (samenstellingen en afleidingen), hoe je gebruikmaakt van de verwantschap met het Nederlands zonder in de val van valse vrienden te lopen, en hoe vaste verbindingen en idioom werken — plus de slimste manieren om woorden te leren en te onthouden.

3 Onderdelen·~12 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2

T·0444 / 11
Examenprofiel
De Duitse woordvorming herkennen en gebruiken: samenstellingen (Komposita), afleidingen met voor- en achtervoegsels en de tussen-s (Fugen-s).Cognaten (verwante woorden) benutten en valse vrienden (falsche Freunde) herkennen en vermijden.Vaste verbindingen en idioom (feste Wendungen) begrijpen en woorden systematisch in context leren.
Operatoren:vormleg uitverklaarbepaalverbeter

basisniveau

Voor het examen: leer woorden in context en in woordvelden, gebruik de verwantschap met het Nederlands en wees alert op valse vrienden.

verhoogd niveau

Wie verder studeert, bouwt een academische woordenschat op; dezelfde principes (woordvorming, context, woordvelden) blijven de snelste weg.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Woordenschat en idioom
    • 01Woordvorming: samenstellingen en afleidingen○
    • 02Cognaten en valse vrienden (falsche Freunde)◐
    • 03Idioom en vaste verbindingen◐
§ 01

Woordvorming: samenstellingen en afleidingen#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

Het Duits is een echte bouwtaal: in plaats van veel losse woorden te onthouden, kun je hun betekenis vaak afleiden uit de delen waaruit ze zijn opgebouwd. Twee mechanismen zijn daarbij koning: de samenstelling (Kompositum), waarin twee of meer woorden aan elkaar worden geplakt, en de afleiding (Ableitung), waarin een voor- of achtervoegsel de betekenis of woordsoort verandert. Wie deze twee doorziet, leest lange Duitse woorden niet als onleesbare blokken, maar als doorzichtige combinaties.
In een samenstelling staat het kernwoord (Grundwort) altijd áchteraan en bepaalt het de hoofdbetekenis en het lidwoord; het deel ervóór (Bestimmungswort) preciseert het. „Die Haustür” is een deur (Tür), nader bepaald als huisdeur; het lidwoord komt van „Tür” (die). „Der Apfelsaft” is sap (Saft), namelijk appelsap; het lidwoord komt van „Saft” (der). Lees een samenstelling dus van achteren naar voren: bepaal eerst het kernwoord, dan wat ervóór staat. Zo wordt zelfs „die Geschwindigkeitsbegrenzung” (snelheid + begrenzing = snelheidsbegrenzing) opeens begrijpelijk.
Tussen de delen van een samenstelling staat soms een verbindingsklank, meestal een tussen-s (Fugen-s): „der Geburtstag” (Geburt + s + Tag, verjaardag), „die Arbeitszeit” (Arbeit + s + Zeit, arbeidstijd). Die s hoort niet bij een van de woorden maar verbindt ze; laat je er niet door in de war brengen bij het splitsen. Onthoud dus: zie je een ongebruikelijke s of n midden in een lang woord, dan is dat vaak een verbindingsklank, geen deel van het kernwoord.
Afleidingen veranderen een woord met een voorvoegsel (Vorsilbe) of een achtervoegsel (Nachsilbe). Voorvoegsels sturen vooral de betekenis: „un-” maakt ontkennend („möglich” → „unmöglich”, onmogelijk; „glücklich” → „unglücklich”, ongelukkig), „miss-” geeft iets verkeerds aan („verstehen” → „missverstehen”, verkeerd begrijpen). Herken je „un-” vooraan, dan weet je meteen dat het woord het tegendeel betekent van de rest — een gratis aanwijzing bij een onbekend woord.
Achtervoegsels veranderen vooral de woordsoort, en ze verraden vaak het geslacht. Woorden op „-ung”, „-heit”, „-keit” en „-schaft” zijn altijd vrouwelijk (die): „die Bildung” (vorming), „die Freiheit” (vrijheid), „die Möglichkeit” (mogelijkheid), „die Freundschaft” (vriendschap). Woorden op „-chen” en „-lein” zijn verkleinwoorden en altijd onzijdig (das): „das Mädchen” (meisje), „das Häuschen” (huisje). Die regelmaat is dubbel nuttig: ze helpt je de betekenis raden én het juiste lidwoord kiezen. De tabel hieronder (Afb. 1) zet veelvoorkomende voor- en achtervoegsels op een rij.

Voor- en achtervoegsels van het Duits

Affixen van het DuitsTabel met 3 kolommen en 7 rijen, Gegevens: Affix · Effect · Voorbeeld; un- · ontkenning · unmöglich = onmogelijk; miss- · verkeerd · missverstehen = misverstaan; -ung · zn., vrouwelijk · die Bildung = vorming; -heit / -keit · zn., vrouwelijk · die Freiheit = vrijheid; -schaft · zn., vrouwelijk · die Freundschaft; -chen / -lein · verkleinwoord, das · das Mädchen = meisje; -los · zonder · arbeitslos = werkloosAFFIXEFFECTVOORBEELDun-ontkenningunmöglich = onmogelijkmiss-verkeerdmissverstehen = misverstaan-ungzn., vrouwelijkdie Bildung = vorming-heit / -keitzn., vrouwelijkdie Freiheit = vrijheid-schaftzn., vrouwelijkdie Freundschaft-chen / -leinverkleinwoord, dasdas Mädchen = meisje-loszonderarbeitslos = werkloos
Afb. 1Afb. 1 — Voorvoegsels sturen de betekenis; achtervoegsels sturen de woordsoort en het geslacht.
Uitgewerkt voorbeeld

Een afleiding ontleden en het geslacht bepalen

Bepaal de betekenis, woordsoort en het lidwoord van „die Arbeitslosigkeit” zonder woordenboek.

  1. 01Stap 1 — Vind de kern en de delen

    Het woord bevat „Arbeit” (werk/arbeid), het achtervoegsel „-los” (zonder, vgl. werkloos) en het achtervoegsel „-igkeit”. „Arbeitslos” betekent dus „werkloos”.

  2. 02Stap 2 — Gebruik het achtervoegsel voor de woordsoort

    „-keit” (hier „-igkeit”) maakt van een bijvoeglijk naamwoord een zelfstandig naamwoord, net als het Nederlandse „-heid”: „werkloos” → „werkloosheid”.

  3. 03Stap 3 — Bepaal het lidwoord

    Woorden op „-keit” zijn altijd vrouwelijk: dus „die Arbeitslosigkeit”.

Resultaat: „Die Arbeitslosigkeit” betekent „de werkloosheid”: „Arbeit” (werk) + „-los” (zonder) + „-igkeit” (maakt een vrouwelijk zelfstandig naamwoord). Het achtervoegsel „-keit” verraadt zowel de betekenis (-heid) als het lidwoord (die).

Eindexamen-focus

  • Het examen verwacht dat je een lang samengesteld woord in zijn delen splitst, het kernwoord (achteraan) herkent en de betekenis afleidt.
  • Je moet veelvoorkomende voor- en achtervoegsels herkennen (un-, miss-, -ung, -heit, -keit, -chen) en weten dat sommige het geslacht of de betekenis bepalen.

Veelgemaakte fouten

  • Een samenstelling van voren naar achteren lezen en zo het verkeerde kernwoord kiezen; het kernwoord (en het lidwoord) staat achteraan.
  • De tussen-s (Fugen-s) voor een deel van het kernwoord aanzien; in „Geburtstag” verbindt de s alleen de twee delen.

Actieve herhaling

Ontleed de woorden „die Lebensmittelverschwendung”, „unfreundlich” en „die Gesundheit”: wijs het kernwoord aan, benoem voor- of achtervoegsels en een eventuele tussen-s, en geef de Nederlandse betekenis en het lidwoord.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Duits (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 02

Cognaten en valse vrienden (falsche Freunde)#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Duits en Nederlands zijn nauw verwante talen, en dat is een groot voordeel: ontelbaar veel Duitse woorden lijken op een Nederlands woord en betekenen ook hetzelfde. Zulke verwante woorden heten cognaten. „Wasser” is water, „Buch” is boek, „Garten” is tuin, „Freund” is vriend. Vaak verraadt een vaste klankverschuiving het verband: waar het Nederlands een „d” heeft, heeft het Duits een „t” („dag” → „Tag”), en waar het Nederlands een „t” heeft, heeft het Duits een „ss/ß” („water” → „Wasser”, „bijten” → „beißen”). Wie dat patroon herkent, raadt veel woorden moeiteloos.
Maar de verwantschap heeft een keerzijde: de valse vrienden (falsche Freunde). Dat zijn woorden die wél op een Nederlands woord lijken, maar iets anders betekenen — en juist omdat ze zo vertrouwd ogen, lopen Nederlandstaligen er telkens in. „Bellen” betekent in het Duits niet „bellen” maar „blaffen”; „der See” is niet „de zee” maar „het meer”; „schlimm” is niet „slim” maar „erg/ernstig”. Wie zulke woorden klakkeloos vertaalt, leest precies het tegenovergestelde van wat er staat.
Een paar valse vrienden zijn zo berucht dat ze het waard zijn om uit je hoofd te leren; de tabel hieronder (Afb. 2) zet de bekendste op een rij. Let in het bijzonder op het kruisende paar „der See” (het meer) en „das Meer” (de zee): het Duitse „See” lijkt op het Nederlandse „zee”, maar betekent „meer”, terwijl het Duitse „Meer” juist „zee” betekent — een dubbele val. En denk aan de werkwoorden „dürfen” (mogen, niet „durven”), „mögen” (houden van, niet „mogen”) en „bekommen” (krijgen, niet „bekomen”).

Bekende Duits-Nederlandse valse vrienden

Valse vrienden (falsche Freunde)Tabel met 3 kolommen en 9 rijen, Gegevens: Duits woord · Lijkt op (NL) · Betekent in NL; bellen · bellen · blaffen; der See · zee · het meer; das Meer · meer · de zee; schlimm · slim · erg, ernstig; dürfen · durven · mogen; mögen · mogen · houden van; bekommen · bekomen · krijgen; klar · klaar · duidelijk, helder; doof · doof · dom, stomDUITS WOORDLIJKT OP (NL)BETEKENT IN NLbellenbellenblaffender Seezeehet meerdas Meermeerde zeeschlimmslimerg, ernstigdürfendurvenmogenmögenmogenhouden vanbekommenbekomenkrijgenklarklaarduidelijk, helderdoofdoofdom, stom
Afb. 2Afb. 2 — Deze woorden lijken vertrouwd, maar betekenen iets anders; toets je gok altijd aan de zin.
De beste verdediging tegen valse vrienden is om de verwantschap als een sterke gok te zien, niet als een zekerheid, en die gok altijd aan de context te toetsen. Vraag jezelf bij een vertrouwd ogend woord af: past de Nederlands-achtige betekenis logisch in de zin? In „Der Hund bellt im Garten” levert „de hond belt in de tuin” onzin op, maar „de hond blaft in de tuin” is logisch — dus is „bellen” hier een valse vriend en betekent het „blaffen”. De context corrigeert de valse gok.
Op het examen duiken valse vrienden vooral op in citeer- en woordbetekenisvragen, en in meerkeuzevragen waar een afleider precies op de verkeerde, Nederlands-achtige betekenis mikt. Wees daarom dubbel voorzichtig bij een woord dat verdacht veel op een Nederlands woord lijkt: controleer of de betekenis in de zin klopt. Een woordenboek geeft uitsluitsel bij twijfel, maar de context is meestal sneller en even betrouwbaar.
Uitgewerkt voorbeeld

Een valse vriend in een zin ontmaskeren

Een leerling vertaalt „Ich bekomme morgen ein Geschenk” als „Ik bekom morgen een cadeau”. Klopt dat? Verbeter en verklaar.

  1. 01Stap 1 — Herken het verdachte woord

    „Bekommen” lijkt sterk op het Nederlandse „bekomen”, maar dat is precies het signaal van een valse vriend: te vertrouwd om waar te zijn.

  2. 02Stap 2 — Toets de gok aan de context

    „Ik bekom morgen een cadeau” is onlogisch — „bekomen” betekent in het Nederlands „herstellen van” of „goed vallen”. In de zin gaat het om een cadeau dat je ontvangt.

  3. 03Stap 3 — Geef de juiste betekenis

    Het Duitse „bekommen” betekent „krijgen/ontvangen”. De juiste vertaling is dus: „Ik krijg morgen een cadeau.”

Resultaat: De vertaling is fout: „bekommen” is een valse vriend en betekent „krijgen”, niet „bekomen”. De juiste zin is „Ik krijg morgen een cadeau.” De context (een cadeau ontvangen) ontmaskert de valse vriend.

Eindexamen-focus

  • Het examen toetst of je woordbetekenis correct afleidt; valse vrienden zijn een geliefde valstrik in meerkeuze- en woordbetekenisvragen.
  • Je moet de verwantschap met het Nederlands benutten én de bekendste valse vrienden herkennen (bellen, See, schlimm, dürfen, mögen, bekommen).

Veelgemaakte fouten

  • Een valse vriend letterlijk vertalen: „bellen” als „bellen” (het is „blaffen”) of „der See” als „de zee” (het is „het meer”).
  • De Nederlands-achtige betekenis kiezen zonder te controleren of die in de zin past; de context onthult of een woord een valse vriend is.

Actieve herhaling

Vertaal de zinnen en let op de valse vrienden: „Ich darf heute nicht ausgehen”, „Wir schwimmen im See”, „Das ist nicht schlimm.” Verklaar bij elke zin welke valse vriend erin zit.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Duits (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Idioom en vaste verbindingen#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Niet alle betekenis zit in losse woorden; veel taal komt in vaste verbindingen (feste Wendungen): combinaties die je als geheel moet kennen omdat hun betekenis niet zomaar uit de delen volgt. Sommige zijn idiomatisch en beeldend, zoals „die Daumen drücken” (letterlijk „de duimen drukken”, betekent „duimen / iemand succes wensen”) of „ins Gras beißen” (in het gras bijten, oftewel sterven). Zulke uitdrukkingen kun je niet woord voor woord vertalen; je moet ze als vaste eenheid leren.
Een belangrijke groep vaste verbindingen zijn werkwoorden met een vast voorzetsel (Verben mit Präposition). In het Duits hoort bij veel werkwoorden een vast voorzetsel dat bovendien een vaste naamval stuurt: „warten auf” + Akkusativ (wachten op), „sich freuen auf” + Akkusativ (zich verheugen op), „denken an” + Akkusativ (denken aan), „teilnehmen an” + Dativ (deelnemen aan). Het voorzetsel is hier niet vrij te kiezen — het hoort bij het werkwoord, net als in het Nederlands „wachten op” (niet „wachten naar”). Leer zulke werkwoorden daarom altijd mét hun voorzetsel en naamval.
Daarnaast kent het Duits veel vaste combinaties van een werkwoord met een zelfstandig naamwoord, de zogenoemde Funktionsverbgefüge, vooral in formele en zakelijke teksten: „eine Entscheidung treffen” (een beslissing nemen — let op: „treffen”, niet „nehmen”), „in Frage stellen” (ter discussie stellen), „zur Verfügung stehen” (ter beschikking staan). Je herkent ze doordat het werkwoord op zichzelf vaag is en de betekenis vooral in de combinatie zit. Voor het lezen van examenteksten is het nuttig zulke wendingen te herkennen, want ze komen in zakelijke teksten vaak voor.
Het examen vraagt je niet om idioom uit het hoofd op te dreunen, maar je leesbegrip profiteert er sterk van: wie de gangbare vaste verbindingen herkent, struikelt niet over een beeldende uitdrukking en leest een zakelijke wending vlot. Bovendien schrijf en spreek je natuurlijker als je deze combinaties paraat hebt — handig voor het schoolexamen. De tabel hieronder (Afb. 3) geeft een handvol veelvoorkomende voorbeelden met hun Nederlandse betekenis.

Vaste verbindingen en idioom

Vaste verbindingenTabel met 3 kolommen en 6 rijen, Gegevens: Duitse verbinding · Soort · Betekenis (NL); warten auf (+ Akk.) · ww. + voorzetsel · wachten op; teilnehmen an (+ Dat.) · ww. + voorzetsel · deelnemen aan; sich freuen auf (+ Akk.) · ww. + voorzetsel · zich verheugen op; eine Entscheidung treffen · vaste combinatie · een beslissing nemen; zur Verfügung stehen · vaste combinatie · ter beschikking staan; die Daumen drücken · idioom · duimen, succes wensenDUITSE VERBINDINGSOORTBETEKENIS (NL)warten auf (+ Akk.)ww. + voorzetselwachten opteilnehmen an (+ Dat.)ww. + voorzetseldeelnemen aansich freuen auf (+ Akk.)ww. + voorzetselzich verheugen opeine Entscheidung treffenvaste combinatieeen beslissing nemenzur Verfügung stehenvaste combinatieter beschikking staandie Daumen drückenidioomduimen, succes wensen
Afb. 3Afb. 3 — Leer vaste verbindingen als geheel; hun betekenis volgt niet uit de losse woorden.
Leer vaste verbindingen het liefst in hun geheel en in een voorbeeldzin, niet als losse woorden. „Warten” en „auf” apart onthouden helpt je niet als je niet weet dat ze samen „wachten op” vormen met de Akkusativ. Noteer een nieuwe wending dus altijd compleet, met het voorzetsel, de naamval en een korte zin eromheen — zo onthoud je niet alleen de betekenis, maar ook hoe je de uitdrukking zelf gebruikt.
Uitgewerkt voorbeeld

Een werkwoord met vast voorzetsel correct gebruiken

Vul het juiste voorzetsel en de juiste naamval in: „Ich warte ___ (mijn vriend).” Het werkwoord is „warten”.

  1. 01Stap 1 — Roep de vaste verbinding op

    Bij „warten” (wachten) hoort het vaste voorzetsel „auf”: „warten auf” = „wachten op”. Net als in het Nederlands kies je het voorzetsel niet vrij.

  2. 02Stap 2 — Bepaal de naamval

    „Warten auf” stuurt de Akkusativ (het is een richting/doel van het wachten). „Mijn vriend” = „mein Freund” wordt in de Akkusativ „meinen Freund”.

  3. 03Stap 3 — Stel de zin samen

    Samen: „Ich warte auf meinen Freund.” Het voorzetsel „auf” hoort vast bij „warten”, en de Akkusativ maakt van „mein Freund” → „meinen Freund”.

Resultaat: De juiste zin is „Ich warte auf meinen Freund.” Het werkwoord „warten” vereist het vaste voorzetsel „auf” + Akkusativ; daarom wordt „mein Freund” → „meinen Freund”.

Eindexamen-focus

  • Het examen toetst je leesbegrip; herkenning van vaste verbindingen en idioom voorkomt dat je over een beeldende of zakelijke wending struikelt.
  • Je moet werkwoorden met een vast voorzetsel en hun naamval kennen (warten auf + Akkusativ, teilnehmen an + Dativ).

Veelgemaakte fouten

  • Een idiomatische uitdrukking woord voor woord vertalen; „die Daumen drücken” betekent „duimen”, niet „de duimen drukken”.
  • Bij een werkwoord het verkeerde voorzetsel of de verkeerde naamval kiezen; het voorzetsel hoort vast bij het werkwoord (warten auf, niet warten nach).

Actieve herhaling

Geef de Nederlandse betekenis van „sich freuen auf”, „eine Entscheidung treffen” en „die Daumen drücken” en gebruik elk in een korte Duitse zin met de juiste naamval.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Duits (HAVO) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Woordvorming: samenstellingen en afleidingen○
    • 02Cognaten en valse vrienden (falsche Freunde)◐
    • 03Idioom en vaste verbindingen◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Woordenschat en idioom

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~12
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Duits (HAVO)

Vorig onderwerp

Tekstsoorten van het leesexamen (scanteksten, gatenteksten, artikelen)

Volgend onderwerp

Grammatica (naamvallen, werkwoorden, zinsbouw)

EuraStudy·Samenvattingen T·04·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.