EuraStudy
Samenvattingen/Duits/Tekstsoorten van het leesexamen (scanteksten, gatenteksten, artikelen)
Samenvattingen · DuitsNL · HAVO

Tekstsoorten van het leesexamen (scanteksten, gatenteksten, artikelen)

Het leesexamen Duits bevat verschillende tekstsoorten, en elke soort vraagt om een eigen aanpak. In dit onderwerp leer je de drie hoofdsoorten herkennen — scanteksten (korte zoekteksten zoals advertenties), gatenteksten of Lückentexte (waarin je openingen vult) en langere artikelen — en welke leesstrategie en welk vraagtype bij elk hoort.

3 Onderdelen·~12 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2

T·0333 / 11
Examenprofiel
De tekstsoorten van het leesexamen herkennen: scanteksten, gatenteksten (Lückentexte) en langere artikelen of betogen.Per tekstsoort de passende leesstrategie en aanpak kiezen.De vraagtypes (meerkeuze, open, citeer, juist/onjuist, combineer, gat) per tekstsoort herkennen en gericht aanpakken.
Operatoren:bepaalkiesleg uitnoemciteercombineer

basisniveau

Voor het centraal examen: herken de tekstsoort en pas de bijbehorende aanpak en het bijbehorende vraagtype toe.

verhoogd niveau

Wie verder leest in het Duits ontmoet dezelfde tekstsoorten (zoekteksten, betogen) in studie en beroep; de aanpak blijft bruikbaar.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Tekstsoorten van het leesexamen (scanteksten, gatenteksten, artikelen)
    • 01Scanteksten: korte zoekteksten○
    • 02Gatenteksten (Lückentexte)◐
    • 03Artikelen en betogen (Sachtexte)◐
§ 01

Scanteksten: korte zoekteksten#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Tekstsoorten en hun aanpak

Tekstsoort en aanpakTabel met 3 kolommen en 3 rijen, Gegevens: Tekstsoort · Leesstrategie · Typisch vraagtype; Scantekst (advertentie) · Zoekend (scannen) · Passende optie kiezen; Gatentekst (Lückentext) · Verbanden lezen · Signaalwoord invullen; Artikel / betoog · Globaal + intensief · Open, citeer, houdingTEKSTSOORTLEESSTRATEGIETYPISCH VRAAGTYPEScantekst (advertentie)Zoekend (scannen)Passende optie kiezenGatentekst (Lückentext)Verbanden lezenSignaalwoord invullenArtikel / betoogGlobaal + intensiefOpen, citeer, houding
Afb. 1Afb. 1 — Elke tekstsoort vraagt om een eigen leesstrategie en een eigen soort vraag.

Kernpunten

Een scantekst is een korte, praktische tekst waarin je gericht naar één gegeven zoekt: een advertentie (Anzeige), een rooster (Fahrplan), een programma, een aankondiging (Ankündigung), een lijst met korte mededelingen. De tekst is niet bedoeld om van begin tot eind te lezen, maar om er één feit uit te vissen — een prijs, een tijdstip, een voorwaarde, een geschikt aanbod. Het bijbehorende leesgedrag is dan ook zoekend lezen (scannen), niet intensief lezen. De examenvraag vertelt je precies wat je zoekt; jouw taak is het zo snel mogelijk te vinden.
Bij een typische scanvraag krijg je een situatie en moet je de passende optie kiezen: „Welke cursus past bij iemand die in het weekend en zonder voorkennis wil beginnen?” Je leest dan eerst de vraag heel precies — wat zijn de eisen (weekend, geen voorkennis)? — en scant daarna de teksten op die kenmerken. Vaak vallen er meteen opties af omdat ze aan één eis niet voldoen (bijvoorbeeld een cursus die alleen doordeweeks is). Wie systematisch elke eis afvinkt, houdt aan het eind precies de juiste optie over.
De valkuil bij scanteksten is dat een afleider deels klopt. Een advertentie die wél in het weekend is maar voorkennis vereist, lijkt te passen tot je de tweede eis controleert. Lees daarom altijd álle eisen van de vraag na vóór je kiest, en streep een optie pas definitief weg als je zeker weet dat hij op minstens één punt niet voldoet. Eén half-passende eigenschap is niet genoeg; de juiste optie voldoet aan álle eisen tegelijk.
Scanteksten zijn vaak rijk aan getallen, tijden, prijzen en eigennamen — en die springen er bij het scannen het snelst uit. In het Duits helpt bovendien dat élk zelfstandig naamwoord een hoofdletter heeft, zodat namen en kernbegrippen extra opvallen. Maak van die typografie gebruik: laat je oog over de cijfers en hoofdletters glijden tot je het gezochte gegeven tegenkomt, zonder de omliggende zinnen volledig te lezen. Zo beantwoord je een scanvraag in seconden in plaats van minuten.
Omdat scanteksten weinig leestijd kosten als je ze goed aanpakt, zijn ze een kans om snel punten te pakken en tijd te winnen voor de langere teksten. Behandel ze daarom efficiënt: lees de vraag, vink de eisen af, scan, kies, en ga door. Blijf niet hangen in de details van een advertentie die voor de vraag niet uitmaken.
Uitgewerkt voorbeeld

De passende advertentie kiezen

Iemand zoekt een cursus die (1) in het weekend is en (2) voor beginners (ohne Vorkenntnisse) geschikt is. Advertentie B luidt: „Deutschkurs für Anfänger, samstags 10–12 Uhr, keine Vorkenntnisse nötig.” Voldoet B?

  1. 01Stap 1 — Zet de eisen op een rij

    De twee eisen zijn: in het weekend, én voor beginners (geen voorkennis nodig).

  2. 02Stap 2 — Toets eis 1 (weekend)

    Advertentie B zegt „samstags 10–12 Uhr”. „Samstags” betekent „op zaterdag”, dus in het weekend. Eis 1 is vervuld.

  3. 03Stap 3 — Toets eis 2 (beginners)

    B zegt „für Anfänger … keine Vorkenntnisse nötig”: voor beginners, geen voorkennis nodig. Eis 2 is vervuld.

Resultaat: Advertentie B voldoet aan beide eisen: zaterdag (weekend) én voor beginners zonder voorkennis. Omdat beide eisen tegelijk kloppen, is B de passende keuze.

Eindexamen-focus

  • Het examen toetst of je in een korte zoektekst gericht het juiste gegeven of de passende optie vindt door zoekend te lezen.
  • Je moet alle eisen van de vraag tegelijk toetsen en een optie pas kiezen als die aan álle eisen voldoet.

Veelgemaakte fouten

  • Een optie kiezen die maar aan een deel van de eisen voldoet; de juiste optie voldoet aan álle eisen.
  • Een scantekst van begin tot eind intensief lezen; dat kost onnodig tijd, terwijl je het antwoord met scannen vindt.

Actieve herhaling

Bekijk vier korte Duitse advertenties voor een taalcursus. Zoek de cursus die in het weekend is, geschikt is voor beginners en in een groep wordt gegeven. Vink per advertentie elke eis af en motiveer je keuze.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Duits (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 02

Gatenteksten (Lückentexte)#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

In een gatentekst, in het Duits een Lückentext, zijn op een aantal plaatsen woorden of zinsdelen weggelaten; jij kiest uit gegeven opties (vaak A–D) het woord dat in het gat past. Deze vraagvorm toetst of je het verband tussen de zinnen begrijpt: meestal moet je een signaalwoord (Signalwort) of een verbindingswoord (Konnektor) invullen dat precies de juiste relatie legt. De truc is daarom niet om het mooiste woord te kiezen, maar het woord dat het verband tussen wat ervóór en wat erná staat correct weergeeft.
Pak een gat altijd zo aan: lees eerst de zin vóór het gat én de zin erná volledig, en bepaal welk verband ertussen ligt. Is het een tegenstelling, een reden, een gevolg, een opsomming? Pas als je het verband kent, kijk je naar de opties en kies je het signaalwoord dat bij dat verband hoort. Het stroomschema hieronder (Afb. 2) vat deze werkwijze samen. Wie meteen naar de opties springt zonder eerst het verband te bepalen, laat zich leiden door wat „goed klinkt” in plaats van door de logica van de tekst.

Aanpak van een gat (Lückentext)

Een gat invullenGraaf, Lees zin vóór + ná → Bepaal het verband, Bepaal het verband → Kies signaalwoord, Kies signaalwoord → Controleer zinsbouw, Controleer zinsbouw → Lees de hele zin terugLees zin vóór +náBepaal hetverbandKiessignaalwoordControleerzinsbouwLees de hele zinterug
Afb. 2Afb. 2 — Bepaal eerst het verband, kies dan pas het signaalwoord.
De opties bij een Lückentext zijn met opzet verwarrend gekozen: ze geven vaak verschillende verbanden weer, zodat alleen het juiste verband het juiste antwoord oplevert. Stel, vóór het gat staat een nadeel en erná een voordeel — dan past een tegenstellingswoord als „jedoch” of „aber”, en niet een gevolgswoord als „deshalb”. Ken daarom je signaalwoorden per verband (zie het onderwerp Leesstrategieën): „weil/da/denn” voor een reden, „deshalb/daher” voor een gevolg, „aber/jedoch/sondern” voor een tegenstelling, „obwohl/trotzdem” voor een toegeving.
Let bij het invullen ook op de grammaticale gevolgen van je keuze, want sommige verbindingswoorden veranderen de woordvolgorde. „Denn” en „aber” laten de gewone hoofdzinvolgorde staan, maar „weil”, „da” en „obwohl” maken er een bijzin van en sturen het werkwoord naar het einde. Klopt de zinsbouw na het gat met de optie die je wilt kiezen? Zo controleer je je keuze nog een tweede keer: het juiste signaalwoord past niet alleen qua betekenis, maar ook qua zinsbouw.
Controleer ten slotte altijd je keuze door de volledige zin met het ingevulde woord nog eens te lezen. Klinkt de redenering nu logisch en klopt het verband? Een gat is goed ingevuld als de zin vóór het gat, het signaalwoord en de zin erná samen één sluitende gedachtegang vormen. Lees nooit alleen het gat zelf — het antwoord zit in de zinnen eromheen.
Uitgewerkt voorbeeld

Een gat invullen door het verband te bepalen

Vul het gat en motiveer: „Das Konzert war ausverkauft, ___ wir noch Karten bekommen haben.” Opties: A weil, B obwohl, C deshalb, D denn.

  1. 01Stap 1 — Lees beide zinsdelen

    Vóór het gat: „het concert was uitverkocht”. Na het gat: „hebben wij toch nog kaarten gekregen”. Het tweede deel gaat in tegen wat je na „uitverkocht” zou verwachten.

  2. 02Stap 2 — Bepaal het verband

    Er is een tegenstelling/toegeving: ondanks dat het uitverkocht was, kregen we toch kaarten. Dat verband wordt uitgedrukt door „obwohl” (hoewel).

  3. 03Stap 3 — Toets de opties en de zinsbouw

    „Weil” (omdat) en „denn” (want) geven een reden — past niet. „Deshalb” (daarom) geeft een gevolg — past niet. „Obwohl” past qua betekenis én maakt een bijzin: het werkwoord „bekommen haben” staat correct achteraan.

Resultaat: Het juiste antwoord is B (obwohl): „Das Konzert war ausverkauft, obwohl wir noch Karten bekommen haben.” Het verband is een toegeving, en „obwohl” stuurt bovendien het werkwoord correct naar het einde van de bijzin.

Eindexamen-focus

  • Het examen toetst of je het verband tussen de zinnen rond een gat herkent en het juiste signaalwoord of verbindingswoord kiest.
  • Je moet de opties kunnen onderscheiden op grond van het verband dat ze leggen (tegenstelling vs. gevolg vs. reden), niet op grond van wat „goed klinkt”.

Veelgemaakte fouten

  • Meteen naar de opties springen zonder eerst het verband tussen de zinnen te bepalen; dan kies je op gevoel in plaats van op logica.
  • Het grammaticale gevolg negeren: „weil” en „obwohl” sturen het werkwoord naar het einde van de bijzin, „denn” en „aber” niet.

Actieve herhaling

Vul het gat: „Das Konzert war ausverkauft, ___ wir noch Karten bekommen haben.” Kies uit: A weil, B obwohl, C deshalb, D denn. Bepaal eerst het verband en motiveer je keuze.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Duits (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Artikelen en betogen (Sachtexte)#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

De langere teksten op het examen zijn meestal zakelijke teksten (Sachtexte): een informatief artikel (Artikel), een column (Kolumne), een commentaar of opiniestuk (Kommentar) of een betoog. Ze zijn langer dan scanteksten en bevatten een redenering met een standpunt, argumenten en vaak een conclusie. Hier combineer je leesstrategieën: eerst globaal lezen om de hoofdgedachte en de opbouw te pakken, en vervolgens per vraag gericht en zo nodig intensief lezen op de aangewezen plek.
Bij een artikel of betoog is de hoofdgedachte (Hauptgedanke) cruciaal: wat wil de schrijver dat je onthoudt? Die staat vaak in de titel, de inleiding of de slotalinea, en wordt door de rest van de tekst onderbouwd. Onderscheid de hoofdgedachte van de details: een voorbeeld of een cijfer is meestal een ondersteuning, geen hoofdgedachte. Vragen naar de hoofdgedachte of de beste titel toetsen of je de grote lijn ziet; laat je daarbij niet afleiden door een opvallend detail uit één alinea.
Een betoog of commentaar heeft niet alleen inhoud maar ook een toon en een standpunt. De schrijver is voor of tegen iets, en kleurt zijn woorden navenant: waarderende woorden (positief of negatief), ironie, een retorische vraag. Vragen als „Wat is de houding van de schrijver tegenover X?” of „Welke functie heeft alinea 5?” toetsen of je het standpunt en de opbouw doorziet. Let op de signaalwoorden en op de plaats van een uitspraak: een tegenwerping die de schrijver meteen weerlegt, hoort bij zíjn standpunt, niet ertegen.
Bij langere teksten is alineawerk je beste hulpmiddel. Schrijf naast elke alinea in één of twee Nederlandse woorden de kern, zodat je een mini-inhoudsopgave krijgt. Met die kaart vind je bij elke vraag meteen de juiste alinea, en zie je ook de functie van elke alinea in het geheel (inleiding, argument, tegenwerping, voorbeeld, conclusie). Zo lees je een lange tekst niet als één onafzienbaar blok, maar als een reeks overzichtelijke stappen.
De vragen bij artikelen zijn de rijkste van het examen: open vragen (in het Nederlands), citeervragen, vragen naar de hoofdgedachte, naar de functie van een alinea, naar de houding van de schrijver, en juist/onjuist-vragen waarbij je per bewering bepaalt of die met de tekst klopt. Lees bij elke vraag eerst precies wat gevraagd wordt en op welke alinea of regels het slaat, en pas dan je leesstrategie toe. De tabel hieronder (Afb. 3) koppelt de gangbare vraagtypes aan wat je moet doen.

Vraagtypes bij artikelen en hun aanpak

Vraagtypes bij artikelenTabel met 2 kolommen en 6 rijen, Gegevens: Vraagtype · Wat je doet; Hoofdgedachte / titel · Globaal lezen, grote lijn; Functie van alinea · Signaalwoord + verband; Houding schrijver · Toon en woordkeus wegen; Open vraag (NL) · Volledig, op de tekst; Juist / onjuist · Bewering aan tekst toetsen; Citeer · Letterlijk overschrijvenVRAAGTYPEWAT JE DOETHoofdgedachte / titelGlobaal lezen, grote lijnFunctie van alineaSignaalwoord + verbandHouding schrijverToon en woordkeus wegenOpen vraag (NL)Volledig, op de tekstJuist / onjuistBewering aan tekst toetsenCiteerLetterlijk overschrijven
Afb. 3Afb. 3 — Bij langere teksten kies je per vraagtype een eigen aanpak.
Uitgewerkt voorbeeld

De functie van een alinea bepalen

In een betoog vóór meer fietspaden begint alinea 4 met: „Natürlich kostet der Ausbau Geld.” De rest van de alinea legt uit waarom die kosten op de lange termijn terugverdiend worden. Wat is de functie van alinea 4?

  1. 01Stap 1 — Lees het signaalwoord

    Alinea 4 opent met „Natürlich” (natuurlijk). Dat kondigt een toegeving aan: de schrijver erkent eerst een tegenargument (de aanleg kost geld).

  2. 02Stap 2 — Lees hoe de schrijver reageert

    De rest van de alinea weerlegt dat tegenargument: de kosten worden op de lange termijn terugverdiend. De schrijver geeft het bezwaar dus toe om het meteen te ontkrachten.

  3. 03Stap 3 — Benoem de functie

    De functie van alinea 4 is het noemen en weerleggen van een tegenargument (een toegeving met weerlegging) — dat versterkt het eigen standpunt van de schrijver.

Resultaat: Alinea 4 noemt een tegenargument (de aanleg kost geld) en weerlegt dat meteen; de functie is dus het ontkrachten van een tegenwerping om het eigen standpunt te versterken. Het signaalwoord „Natürlich” en de weerlegging erna verraden die functie.

Eindexamen-focus

  • Het examen toetst bij langere teksten de hoofdgedachte, de functie van alinea's en de houding van de schrijver, naast losse details.
  • Je moet leesstrategieën combineren: globaal lezen voor de grote lijn, gericht en intensief lezen voor de afzonderlijke vragen.

Veelgemaakte fouten

  • Een opvallend detail voor de hoofdgedachte aanzien; een voorbeeld of cijfer ondersteunt de hoofdgedachte, maar is die niet.
  • Een tegenwerping die de schrijver zelf weerlegt opvatten als zijn eigen standpunt; let op hoe de schrijver erop reageert.

Actieve herhaling

Lees een Duits opiniestuk en bepaal: (1) de hoofdgedachte in één Nederlandse zin, (2) de functie van de derde alinea, en (3) de houding van de schrijver tegenover het onderwerp. Onderbouw elk antwoord met de tekst.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Duits (HAVO) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Scanteksten: korte zoekteksten○
    • 02Gatenteksten (Lückentexte)◐
    • 03Artikelen en betogen (Sachtexte)◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Tekstsoorten van het leesexamen (scanteksten, gatenteksten, artikelen)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~12
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Duits (HAVO)

Vorig onderwerp

Leesstrategieën en tekstbegrip

Volgend onderwerp

Woordenschat en idioom

EuraStudy·Samenvattingen T·03·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.