EuraStudy
Samenvattingen/Duits/Kijk- en luistervaardigheid (domein B)
Samenvattingen · DuitsNL · HAVO

Kijk- en luistervaardigheid (domein B)

Kijk- en luistervaardigheid (domein B) toetst of je gesproken Duits begrijpt: gesprekken, interviews, nieuwsfragmenten en korte filmpjes. Belangrijk om te weten: deze vaardigheid wordt niet op het centraal examen getoetst, maar in het schoolexamen, vaak met de landelijke Cito Kijk- en Luistertoets. In dit onderwerp leer je de toetsopzet, luisterstrategieën en hoe je omgaat met spreektempo en onbekende woorden.

3 Onderdelen·~12 min leestijd·3 Vaardigheden·Niveau Basis 1 · Standaard 2

T·0666 / 11
Examenprofiel
Gesproken Duits op ERK B1/B2-niveau begrijpen: hoofdlijn, details en de bedoeling van de spreker.Luisterstrategieën inzetten: voorspellen, globaal en gericht luisteren, en kernwoorden herkennen.Weten dat kijk- en luistervaardigheid (domein B) in het schoolexamen wordt getoetst, vaak via de Cito Kijk- en Luistertoets.
Operatoren:bepaalleg uitnoemkiesberedeneer

basisniveau

Voor het schoolexamen: begrijp gesproken Duits zo dat je de hoofdlijn en de gevraagde details uit een fragment kunt halen.

verhoogd niveau

Wie verder studeert of in een Duitstalige omgeving werkt, luistert naar colleges, nieuws en gesprekken; dezelfde strategieën blijven bruikbaar.

Diepte

Leesdiepte: Verdieping

Tekst

Tekstgrootte: Standaard

Inhoud · 3 onderdelen▾
  1. Kijk- en luistervaardigheid (domein B)
    • 01Wat toetst kijk- en luistervaardigheid○
    • 02Luisterstrategieën◐
    • 03Soorten kijk- en luisterteksten◐
§ 01

Wat toetst kijk- en luistervaardigheid#

●○○BasisLPexamenblad-nl

Kernpunten

Kijk- en luistervaardigheid is domein B van het examenprogramma en wordt — anders dan leesvaardigheid — niet op het centraal examen getoetst, maar in het schoolexamen. In de praktijk gebruiken veel scholen daarvoor de landelijke Cito Kijk- en Luistertoets: een toets waarbij je korte Duitstalige fragmenten (gesprekken, interviews, nieuws, filmpjes) bekijkt of beluistert en daarna meerkeuzevragen beantwoordt. Het is dus een receptieve vaardigheid: je hoeft niets te zeggen of te schrijven in het Duits, je hoeft het gesproken Duits te begrijpen.
Het streefniveau ligt, net als bij lezen, rond ERK B1/B2. Op B1 versta je de hoofdpunten van duidelijk gesproken, redelijk tempo over vertrouwde onderwerpen; op B2 begrijp je ook complexere gesprekken, een betoog en de houding van de sprekers. De fragmenten zijn authentiek — echte sprekers, echt tempo — maar zo gekozen dat een gemiddelde HAVO-leerling met goede strategieën de gevraagde informatie eruit haalt. Je hoeft niet elk woord te verstaan; je moet de kern en de gevraagde details oppikken.
Een belangrijk verschil met lezen is dat luisteren vluchtig is: een gesproken tekst gaat voorbij en je kunt niet zomaar teruglezen. Bij de Cito-toets krijg je elk fragment meestal twee keer te horen, en je ziet de vraag vooraf. Dat maakt de voorbereiding cruciaal: lees de vraag en de antwoordopties vóór je luistert, zodat je gericht weet waarnaar je luistert. Tijdens het eerste luisteren vorm je een globaal beeld; bij het tweede luisteren let je op de details die de vraag verlangt.
Bij kijkfragmenten (filmpjes) helpt het beeld je mee: gezichtsuitdrukkingen, gebaren, de situatie en eventuele tekst in beeld geven context die het verstaan ondersteunt. Een spreker die boos kijkt terwijl hij iets zegt, verraadt zijn houding ook zonder dat je elk woord verstaat. Gebruik die visuele informatie bewust: ze is geen afleiding maar een extra bron van begrip, en bij een vraag naar de stemming of bedoeling vaak doorslaggevend.
De toetsopzet (Afb. 1) verschilt dus wezenlijk van het centraal examen leesvaardigheid: het gaat om gesproken in plaats van geschreven Duits, het wordt in het schoolexamen afgenomen, en de vragen zijn meestal meerkeuze. Wat hetzelfde blijft, is het ERK-niveau (B1/B2) en het principe dat je de hoofdlijn en gevraagde details moet begrijpen zonder elk woord te kennen. Bereid je voor met Duitstalige filmpjes, podcasts en nieuws: hoe meer gesproken Duits je hoort, hoe makkelijker het verstaan wordt.

Kijk- en luistervaardigheid in één oogopslag

Toets domein BTabel met 2 kolommen en 6 rijen, Gegevens: Aspect · Invulling; Vaardigheid · Kijken en luisteren; ERK-niveau · B1 / B2; Getoetst in · Schoolexamen (domein B); Vaak via · Cito Kijk- en Luistertoets; Materiaal · Gesprek, interview, nieuws; Vraagvorm · Meestal meerkeuzeASPECTINVULLINGVaardigheidKijken en luisterenERK-niveauB1 / B2Getoetst inSchoolexamen (domein B)Vaak viaCito Kijk- en LuistertoetsMateriaalGesprek, interview, nieuwsVraagvormMeestal meerkeuze
Afb. 1Afb. 1 — Luistervaardigheid hoort bij het schoolexamen (domein B), niet bij het centraal examen.
Uitgewerkt voorbeeld

De vraag vooraf lezen om gericht te luisteren

Bij een fragment hoort de meerkeuzevraag: „Warum kommt der Sprecher zu spät?” met opties A Stau, B Wecker, C Zug. Hoe gebruik je de vraag om gericht te luisteren?

  1. 01Stap 1 — Lees de vraag en opties vooraf

    De vraag vraagt naar de réden van het te laat komen. De opties (file, wekker, trein) vertellen je naar welke drie mogelijke oorzaken je moet luisteren.

  2. 02Stap 2 — Luister gericht naar de reden

    Tijdens het luisteren let je op woorden rond oorzaak: „weil”, „wegen”, en de drie kernwoorden „Stau”, „Wecker”, „Zug”. Hoor je „Mein Zug hatte Verspätung”, dan wijst dat naar optie C.

  3. 03Stap 3 — Toets bij het tweede luisteren

    Bij de tweede keer controleer je je keuze: noemt de spreker echt de trein als reden, of is een ander woord een afleider? Bevestig dan optie C.

Resultaat: Door de vraag en opties vóóraf te lezen, luister je gericht naar de reden van het te laat komen. Hoor je dat de trein vertraging had, dan is C („Zug”) het antwoord — de vraag stuurt je luisteren.

Eindexamen-focus

  • Het schoolexamen toetst of je gesproken Duits (gesprekken, interviews, nieuws, filmpjes) op B1/B2 begrijpt, meestal via meerkeuzevragen.
  • Je moet de hoofdlijn én de gevraagde details uit een fragment halen en daarbij beeldinformatie benutten.

Veelgemaakte fouten

  • Denken dat luistervaardigheid op het centraal examen wordt getoetst; het hoort bij het schoolexamen (domein B), vaak via de Cito Kijk- en Luistertoets.
  • Proberen elk woord te verstaan; je raakt dan de draad kwijt, terwijl de hoofdlijn en kernwoorden volstaan voor de vraag.

Actieve herhaling

Bekijk een kort Duitstalig nieuwsfragment en beantwoord drie vragen: waar gaat het over (hoofdlijn), welk concreet detail wordt genoemd, en wat is de houding of toon van de spreker?

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Duits (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 02

Luisterstrategieën#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Goed luisteren is, net als goed lezen, een kwestie van strategie. De krachtigste strategie is voorspellen (Vorhersagen): nog vóór een fragment begint, lees je de vraag en bedenk je waar het waarschijnlijk over gaat en welke woorden je zult horen. Hoor je dat het over reizen gaat, dan activeer je alvast je woordveld rond reizen (Bahnhof, Zug, Verspätung, Fahrkarte). Je oren staan dan al „afgestemd” op die woorden en pikken ze makkelijker op. Het schema hieronder (Afb. 2) zet de stappen van een goede luisteraanpak op een rij.

Stappen van een goede luisteraanpak

LuisteraanpakGraaf, Voorspellen (vraag lezen) → Globaal luisteren, Globaal luisteren → Gericht luisteren, Gericht luisteren → Kernwoorden noteren, Kernwoorden noteren → Controleren (2e keer)Voorspellen(vraag lezen)GlobaalluisterenGerichtluisterenKernwoordennoterenControleren (2ekeer)
Afb. 2Afb. 2 — Voorspel vóór het fragment, luister dan eerst globaal en daarna gericht.
Tijdens het luisteren wissel je, net als bij lezen, tussen globaal en gericht luisteren. Bij het eerste keer luisteren ga je voor de hoofdlijn: waar gaat het over, wie spreken er, wat is de situatie? Bij het tweede keer luisteren — dat je bij de Cito-toets vaak krijgt — luister je gericht naar het detail dat de vraag verlangt. Probeer niet meteen alles tegelijk te begrijpen; bouw je begrip op in twee lagen, eerst grof, dan fijn.
Kernwoorden (Schlüsselwörter) dragen de betekenis. In gesproken taal zijn dat de beklemtoonde woorden: zelfstandige naamwoorden, werkwoorden, getallen en namen. Veel kleine woorden (lidwoorden, voorzetsels) hoef je niet bewust te verstaan om de zin te snappen. Train jezelf om op de beklemtoonde kernwoorden te letten en de rest te laten meestromen — zo houd je het tempo bij en raak je niet in paniek over één onverstaanbaar woord.
Aantekeningen maken helpt, mits kort. Noteer tijdens het luisteren alleen losse kernwoorden, getallen en namen — geen hele zinnen, daar is geen tijd voor en je mist dan de rest. Een getal als „2019”, een naam als „Berlin” of een kernwoord als „Stau” op je kladblad is genoeg om bij de vraag het juiste antwoord terug te halen. Gebruik bij voorkeur symbolen en afkortingen, zodat je oog en oor bij het fragment kunnen blijven.
Laat je niet uit het veld slaan door een woord dat je niet verstaat. Net als bij lezen geldt: uit de context, de toon en het beeld leid je vaak genoeg af om de vraag te beantwoorden. Mis je één zin, blijf dan luisteren in plaats van te blijven hangen — anders mis je ook de volgende. De kunst is doorluisteren en de hoofdlijn vasthouden, ook als er gaatjes in je begrip zitten. Bij het tweede luisteren vul je die gaatjes vaak alsnog.
Uitgewerkt voorbeeld

Voorspellen en gericht luisteren combineren

De vraag bij een fragment is: „Wie viel kostet die Fahrkarte?” Beschrijf hoe je voorspellend en gericht luistert om het antwoord te vinden.

  1. 01Stap 1 — Voorspel het woordveld

    De vraag gaat over de prijs van een kaartje. Je verwacht woorden rond geld en vervoer: „Euro”, „kostet”, „Fahrkarte”, „Ticket”, en een getal.

  2. 02Stap 2 — Luister gericht naar het getal

    Bij het luisteren let je vooral op een bedrag in euro's. Hoor je „Die Fahrkarte kostet zwölf Euro”, dan is het gevraagde getal twaalf.

  3. 03Stap 3 — Noteer en controleer

    Je schrijft kort „12 €” op je kladblad en controleert bij het tweede luisteren of er geen ander bedrag (afleider) werd genoemd.

Resultaat: Door het woordveld (geld, vervoer, een getal) te voorspellen en gericht naar het bedrag te luisteren, vind je het antwoord: de kaart kost twaalf euro. Voorspellen stemt je oren af, gericht luisteren levert het detail.

Eindexamen-focus

  • Het schoolexamen verwacht dat je luisterstrategieën inzet: voorspellen vóór het fragment, globaal luisteren voor de hoofdlijn, gericht luisteren voor het detail.
  • Je moet kernwoorden (beklemtoonde woorden, getallen, namen) oppikken en korte aantekeningen maken zonder de draad te verliezen.

Veelgemaakte fouten

  • Niet voorspellen: zonder de vraag vooraf te lezen luister je doelloos en mis je het gevraagde detail.
  • Hele zinnen proberen op te schrijven; dan mis je het vervolg, terwijl losse kernwoorden volstaan.

Actieve herhaling

Lees vóór een fragment de vraag „Wann findet das Konzert statt?” en voorspel welke woorden je zult horen (dagen, tijden, getallen). Luister daarna gericht en noteer alleen het gevraagde getal.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Duits (HAVO) (CvTE / Examenblad)

§ 03

Soorten kijk- en luisterteksten#

●●○StandaardLPexamenblad-nl

Kernpunten

Net als bij lezen kom je bij luisteren verschillende tekstsoorten tegen, elk met een eigen karakter. Een gesprek of dialoog (Gespräch) tussen twee of meer mensen draait om de wisselwerking: wie wil wat, wie is het ergens mee eens of oneens? Een interview lijkt erop, maar heeft een duidelijke rolverdeling: de interviewer vraagt, de geïnterviewde antwoordt — en de antwoorden bevatten meestal de gevraagde informatie. Let bij gesprekken goed op wie wat zegt, want vragen draaien vaak om het standpunt van één bepaalde spreker.
Een nieuwsbericht of reportage (Nachrichten, Reportage) is informatief en zakelijk: een nieuwslezer of verslaggever geeft feiten, vaak met getallen, plaatsen en data. Hier luister je vooral gericht naar concrete gegevens: wat is er gebeurd, waar, wanneer, met hoeveel mensen? De spreektaal is verzorgd en het tempo redelijk, maar de informatiedichtheid is hoog — er komen veel feiten in korte tijd voorbij, dus je aantekeningen (getallen, namen) zijn hier extra nuttig.
Een documentaire of een langer betoog (Dokumentation) heeft, net als een geschreven betoog, een opbouw en vaak een standpunt. Hier komt het hoogste begripsniveau in beeld: niet alleen wát er gezegd wordt, maar met welk doel en welke houding. Een documentaire over het klimaat kan waarschuwend, geruststellend of kritisch van toon zijn. Let op signaalwoorden en op de toon van de verteller om de bedoeling te vatten — precies zoals je dat bij een geschreven artikel doet.
Bij kijkfragmenten (een filmpje, een vlog) speelt het beeld een hoofdrol. De situatie, de gezichten, de gebaren en eventuele teksten of cijfers in beeld vullen het gesproken woord aan. Een vraag kan zelfs op de beeldinformatie slaan: „Wat doet de man terwijl hij praat?” Verwaarloos het beeld dus niet — bij kijkvaardigheid kijk je écht, en de visuele context is vaak de sleutel tot een vraag over stemming, situatie of handeling.
Welke tekstsoort je ook hoort, de aanpak blijft dezelfde grondvorm: voorspel aan de hand van de vraag, luister eerst globaal, dan gericht, en gebruik beeld en context. Maar stem je aandacht af op het type: bij een gesprek op wie wat vindt, bij nieuws op de feiten en getallen, bij een documentaire op het doel en de toon. De tabel hieronder (Afb. 3) koppelt elke tekstsoort aan waar je vooral op let.

Luistertekstsoorten en waar je op let

Tekstsoorten bij luisterenTabel met 2 kolommen en 4 rijen, Gegevens: Tekstsoort · Waar je op let; Gesprek / interview · Wie vindt wat; Nieuws / reportage · Feiten, getallen, namen; Documentaire · Doel en toon; Kijkfragment / vlog · Beeld en situatieTEKSTSOORTWAAR JE OP LETGesprek / interviewWie vindt watNieuws / reportageFeiten, getallen, namenDocumentaireDoel en toonKijkfragment / vlogBeeld en situatie
Afb. 3Afb. 3 — Stem je aandacht af op het type: standpunten, feiten, toon of beeld.
Uitgewerkt voorbeeld

Het standpunt van de juiste spreker vinden

In een interview vraagt de interviewer: „Sind Sie für oder gegen das neue Tempolimit?” en de gast antwoordt: „Ich halte es für sinnvoll.” De vraag is: wat vindt de gast van de maatregel?

  1. 01Stap 1 — Bepaal wie het standpunt geeft

    Het gaat om de mening van de gast, niet van de interviewer. De interviewer vráágt alleen; het standpunt zit in het antwoord van de gast.

  2. 02Stap 2 — Vind het waarderende woord

    De gast zegt „Ich halte es für sinnvoll” — „ik vind het zinvol”. „Sinnvoll” is positief gekleurd: de gast is vóór de maatregel.

  3. 03Stap 3 — Formuleer het standpunt

    De gast staat positief tegenover het nieuwe Tempolimit: hij vindt het zinvol. Het standpunt komt uit het antwoord van de gast, niet uit de vraag van de interviewer.

Resultaat: De gast is vóór de maatregel: hij vindt het Tempolimit „sinnvoll” (zinvol). Door te bepalen wie het standpunt geeft (de gast) en op het waarderende woord te letten, vind je het antwoord.

Eindexamen-focus

  • Het schoolexamen toetst verschillende luistertekstsoorten; je moet je aandacht afstemmen op het type (gesprek, nieuws, documentaire, filmpje).
  • Je moet bij een gesprek herkennen wie welk standpunt heeft en bij een documentaire de toon en bedoeling van de verteller vatten.

Veelgemaakte fouten

  • Bij een gesprek de standpunten van twee sprekers door elkaar halen; let goed op wie wat zegt.
  • Bij een kijkfragment alleen op het geluid letten en de beeldinformatie negeren, terwijl een vraag juist daarover kan gaan.

Actieve herhaling

Bekijk drie korte Duitstalige fragmenten (een interview, een nieuwsbericht en een vlog) en bepaal per fragment waar je vooral op moet letten om de bijbehorende vraag te beantwoorden.

Actief ophalen

Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.

Bronnen: Examenprogramma Duits (HAVO) (CvTE / Examenblad)

Inhoud

Sectie -- / 03

    • 01Wat toetst kijk- en luistervaardigheid○
    • 02Luisterstrategieën◐
    • 03Soorten kijk- en luisterteksten◐

0/3 Gelezen

Van samenvatting naar oefening

Kijk- en luistervaardigheid (domein B)

Verstevig dit onderwerp met vragen uit de vragenbank.

~12
min
3
Vaardigheden
Oefenen

Referenties en bronnen

Bronnen

CvTE / Examenblad

  • Examenprogramma Duits (HAVO)

Vorig onderwerp

Grammatica (naamvallen, werkwoorden, zinsbouw)

Volgend onderwerp

Gespreksvaardigheid: gesprekken voeren en spreken (domein C)

EuraStudy·Samenvattingen T·06·MMXXVI

Ga verder met het volgende onderwerp — je leerpad blijft bewaard.