Data worden pas begrijpelijk als je ze goed weergeeft. Je leert data ordenen in frequentietabellen met relatieve en cumulatieve frequenties, en de juiste grafiek kiezen bij het soort data: staafdiagram en cirkeldiagram voor categorieën, lijndiagram voor een tijdreeks, histogram voor gegroepeerde getallen, en de boxplot als vijf-getallensamenvatting om verdelingen te vergelijken. Ook leer je de vorm van een verdeling aflezen en misleidende grafieken herkennen. Dit onderwerp hoort tot de centraal-examenstof (subdomein E2).
4 Onderdelen~15 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 3
basisniveau
Het ordenen en weergeven van data (subdomein E2) is centraal-examenstof en de eerste stap in elke statistische analyse.
verhoogd niveau
Verdieping: het kiezen van de passende grafiek en het herkennen van misleiding vragen een kritische, beargumenteerde blik op datavisualisatie.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — Frequentieverdeling aantal huisdieren
Relatieve frequentie
Het aandeel van een waarde in het geheel, als breuk of percentage; alle relatieve frequenties samen zijn 1.
Cumulatieve frequentie
Het aantal waarnemingen tot en met de waarde x.
Gebruik de tabel: aantal huisdieren met frequenties (). (a) Bereken de relatieve frequentie van « huisdieren ». (b) Hoeveel gezinnen hebben hoogstens huisdier? (c) Welk percentage heeft minstens huisdieren?
, oftewel ongeveer .
gezinnen hebben of huisdier.
Minstens is gezinnen, dus , oftewel ongeveer .
Resultaat: (a) ongeveer ; (b) gezinnen; (c) ongeveer heeft minstens huisdieren.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een klas van leerlingen behaalde de cijfers: vijf keer een , acht keer een , zes keer een , vier keer een en twee keer een . Maak een frequentietabel met relatieve en cumulatieve frequenties en bepaal het percentage leerlingen met een voldoende (≥ ).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde C (VWO), domein E: Statistiek en kansrekening (CvTE / DUO)
Afb. 2 — Cirkeldiagram muziekgenres
Afb. 3 — Lijndiagram museumbezoek
Cirkeldiagram
De hoek van een sector is de relatieve frequentie maal 360°.
Van ondervraagden kiest pop, hiphop, rock en klassiek. (a) Bereken de sectorhoek voor hiphop. (b) Welk diagram past bij deze data? (c) En welk diagram zou je kiezen om het bezoek per jaar over tien jaar te tonen?
.
Het gaat om de verdeling van een geheel over categorieën: een cirkeldiagram (of een staafdiagram).
Bezoek per jaar is een ontwikkeling in de tijd: een lijndiagram.
Resultaat: (a) ; (b) een cirkel- of staafdiagram; (c) een lijndiagram.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
In een klas reist met de fiets, te voet, met de bus en met de auto. Bereken de sectorhoeken voor een cirkeldiagram. Welk diagram zou je kiezen om de gemiddelde temperatuur per maand te tonen?
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde C (VWO), domein E: Statistiek en kansrekening (CvTE / DUO)
Afb. 4 — Histogram van de reistijd naar school
Histogramstaaf
Bij gelijke klassenbreedte is de hoogte gelijk aan het aantal waarnemingen in de klasse.
Gebruik het histogram van de reistijd (klassen van min, frequenties ; ). (a) Wat is de modale klasse? (b) Hoeveel leerlingen reizen minder dan minuten? (c) Beschrijf de vorm van de verdeling.
De hoogste staaf is de klasse met leerlingen: de modale klasse.
Klassen , en : leerlingen.
De piek ligt links van het midden met een aflopende staart naar rechts: de verdeling is licht rechtsscheef.
Resultaat: (a) de klasse minuten; (b) leerlingen; (c) een licht rechtsscheve verdeling.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De leeftijden van bezoekers zijn ingedeeld in klassen van jaar: , , , , , . Bepaal de modale klasse, het aantal bezoekers jonger dan jaar en beschrijf de vorm.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde C (VWO), domein E: Statistiek en kansrekening (CvTE / DUO)
Afb. 5 — Twee boxplots vergeleken
Boxplot
De box loopt van Q1 tot Q3 (middelste 50%), met de mediaan als streep; de whiskers reiken tot min en max.
Voor klas A geldt de vijf-getallensamenvatting ; voor klas B . (a) Wat is de kwartielafstand van klas A? (b) Welke klasse heeft de grootste spreiding? (c) Welke klasse scoorde gemiddeld hoger, en hoe zie je dat?
.
Bereik A ; bereik B . Klas A heeft de grootste spreiding (langere box en whiskers).
De mediaan van B () ligt hoger dan die van A (): klas B scoorde gemiddeld hoger, af te lezen aan de hogere mediaanstreep.
Resultaat: (a) IQR ; (b) klas A heeft de grootste spreiding; (c) klas B scoorde hoger (mediaan tegen ).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Twee steden hebben deze maandtemperaturen (vijf-getallensamenvatting, °C): stad X en stad Y . Teken beide boxplots op dezelfde schaal en vergelijk centrum en spreiding.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde C (VWO), domein E: Statistiek en kansrekening (CvTE / DUO)
Referenties en bronnen