Dit onderwerp gaat over het weergeven van ruimtelijke objecten op een plat vlak. Je leert de drie aanzichten (voor-, boven- en zijaanzicht) tekenen en lezen, de uitslag (het net) van een lichaam maken, en een object in perspectief tekenen met een horizon, ooghoogte en één of twee verdwijnpunten. Ook leer je het verschil tussen een parallelprojectie (die op schaal blijft) en een perspectieftekening (met verkorting). Dit onderwerp hoort tot de centraal-examenstof (domein G).
4 Onderdelen~14 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 3
basisniveau
Aanzichten, uitslagen en perspectief zijn centraal-examenstof (domein G) van wiskunde C en verbinden meetkunde met tekenen en ruimtelijk inzicht.
verhoogd niveau
Verdieping: het verschil tussen parallelprojectie en perspectief, en het analyseren van kijklijnen en verdwijnpunten, scherpt het ruimtelijk redeneren aan.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — De balk als ruimtelijk object
Afb. 2 — De drie aanzichten van de balk
Een balk is cm breed, cm diep en cm hoog. Geef de afmetingen van (a) het vooraanzicht, (b) het zijaanzicht en (c) het bovenaanzicht.
Van voren zie je breedte en hoogte: bij cm.
Van opzij zie je diepte en hoogte: bij cm.
Van boven zie je breedte en diepte: bij cm.
Resultaat: (a) vooraanzicht ; (b) zijaanzicht ; (c) bovenaanzicht (cm).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een object bestaat uit een balk van met daarbovenop, aan één kant, een kubus van (een traptrede). Teken het voor-, boven- en zijaanzicht.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde C (VWO), domein G: Vorm en ruimte (CvTE / DUO)
Afb. 3 — Uitslag (net) van een kubus
Uitslag en oppervlakte
De totale oppervlakte is de som van de oppervlakten van alle zijvlakken in de uitslag.
Uitgerolde cilindermantel
De mantel rolt uit tot een rechthoek met zijden 2πr (omtrek) en h (hoogte).
Een gesloten kartonnen doos (balk) is cm lang, cm breed en cm hoog. (a) Uit welke figuren bestaat de uitslag? (b) Bereken de totale oppervlakte karton.
Zes rechthoeken: twee van (boven/onder), twee van (voor/achter) en twee van (zijkanten).
.
Resultaat: (a) zes rechthoeken (twee van elk formaat); (b) de totale oppervlakte is cm².
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Teken een uitslag van een driezijdig prisma (met gelijkzijdige driehoeken als grondvlak) en benoem uit welke figuren die bestaat. Bereken daarna de manteloppervlakte van een cilinder met straal cm en hoogte cm.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde C (VWO), domein G: Vorm en ruimte (CvTE / DUO)
Afb. 4 — Eenpuntsperspectief met horizon en verdwijnpunt
Horizon
De horizontale lijn op ooghoogte; verdwijnpunten liggen erop.
Je bekijkt een eenpuntsperspectieftekening van een gang. (a) Wat stelt de horizon voor, en hoe vind je de ooghoogte van de tekenaar? (b) Waarom lijken de tegels in de verte kleiner? (c) Kun je uit deze tekening de echte lengte van de gang afmeten?
De horizon is de lijn op ooghoogte; het verdwijnpunt ligt erop. De hoogte van de horizon in de tekening geeft aan hoe hoog de tekenaar keek.
Dieptelijnen lopen naar het verdwijnpunt, dus maten naar achteren worden verkort: verder weg is kleiner getekend.
Een perspectieftekening is niet op schaal (in tegenstelling tot een parallelprojectie), dus je kunt er geen echte lengtes uit afmeten.
Resultaat: (a) de horizon ligt op ooghoogte, met het verdwijnpunt erop; (b) door de verkorting richting het verdwijnpunt; (c) nee — perspectief is niet op schaal, dus meten kan niet.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Teken een balk in eenpuntsperspectief: kies een horizon en een verdwijnpunt, teken het front als rechthoek en laat de dieptelijnen naar het verdwijnpunt lopen. Geef aan waar de ooghoogte ligt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde C (VWO), domein G: Vorm en ruimte (CvTE / DUO)
Afb. 5 — Tweepuntsperspectief
Eén- versus tweepuntsperspectief
Recht tegen een vlak: één verdwijnpunt; op de hoek: twee verdwijnpunten op dezelfde horizon.
Je krijgt twee tekeningen van dezelfde doos. (a) In tekening A verschijnt de voorkant als een onvervormde rechthoek en lopen alleen de dieptelijnen naar één punt. Welk perspectief is dit? (b) In tekening B zie je de doos op de hoek, met ribben die naar twee punten lopen. Welk perspectief is dit? (c) Wat hebben de verdwijnpunten in B gemeen?
Front onvervormd, dieptelijnen naar één punt: eenpuntsperspectief.
Op de hoek bekeken, twee richtingen elk naar een eigen punt: tweepuntsperspectief.
Beide verdwijnpunten liggen op dezelfde horizon (dezelfde ooghoogte).
Resultaat: (a) eenpuntsperspectief; (b) tweepuntsperspectief; (c) beide verdwijnpunten liggen op dezelfde horizon.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Teken een dobbelsteen (kubus) in tweepuntsperspectief: kies een horizon met twee verdwijnpunten, teken de dichtstbijzijnde verticale rib en trek de kijklijnen naar beide punten. Controleer dat de verticale ribben verticaal blijven.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde C (VWO), domein G: Vorm en ruimte (CvTE / DUO)
Referenties en bronnen