Een exponentieel verband f(x)=b·gˣ hoort bij een grootheid die per vaste periode telkens met dezelfde groeifactor g verandert: groei bij g>1, afname bij 0<g<1. Je leert de formule opstellen, groeipercentages omrekenen naar groeifactoren, tijdseenheden herschalen en de verdubbelings- of halveringstijd bepalen. De logaritme is de inverse bewerking waarmee je een exponent terugrekent en exponentiële vergelijkingen oplost. Dit onderwerp hoort tot de centraal-examenstof (domein C).
4 Onderdelen~15 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 3
basisniveau
Het exponentiële verband met beginwaarde en groeifactor is centraal-examenstof en sluit direct aan op het rekenen met groeifactoren uit domein B.
verhoogd niveau
Verdieping: de logaritme als inverse en het oplossen van exponentiële vergelijkingen (met logaritme of GR) verdiepen het inzicht in groei en verval.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — Exponentiële groei en afname
Exponentieel verband
b is de beginwaarde (waarde op t=0), g de groeifactor per tijdstap.
Groeifactor en percentage
g>1: groei; 0<g<1: afname. Omgekeerd: p=(g−1)·100%.
Een spaarrekening begint met euro en groeit met per jaar. (a) Stel een formule op voor het bedrag na jaar. (b) Hoeveel staat er na jaar? (c) Een andere grootheid neemt met per jaar af vanaf . Geef de formule en de waarde na jaar.
; geeft .
euro.
geeft , dus ; .
Resultaat: (a) ; (b) ongeveer euro; (c) , na jaar ongeveer .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een auto van euro verliest jaarlijks van zijn waarde. Stel de formule op voor de waarde na jaar en bereken de waarde na jaar. Na hoeveel hele jaren is de auto minder dan de helft waard?
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde C (VWO), domein C: Verbanden (CvTE / DUO)
Afb. 2 — Halveringstijd van een dalende grootheid
Tijdseenheid herschalen
Groeifactor per k eenheden is gᵏ; per deel (1/k eenheid) is de k-de-machtswortel g^(1/k).
Verdubbelings- en halveringstijd
De tijd waarin de grootheid verdubbelt respectievelijk halveert; constant bij exponentiële verandering.
Een grootheid groeit met per jaar. (a) Bereken de groeifactor per maand. (b) Met welk percentage groeit de grootheid per maand? (c) Een radioactieve stof volgt (in mg, in dagen). Hoeveel is er na dagen over, en wat is de halveringstijd?
De jaargroeifactor is ; per maand is dat de twaalfdemachtswortel.
per maand (niet ).
dagen zijn twee halveringstijden (): mg.
In de exponent hoort halvering bij , dus de halveringstijd is dagen.
Resultaat: (a) ; (b) ongeveer per maand; (c) na dagen is er mg over; de halveringstijd is dagen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een grootheid groeit met per jaar. Bereken de groeifactor per half jaar en het bijbehorende halfjaarpercentage. Bepaal daarna, met de GR of de regel van , de verdubbelingstijd.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde C (VWO), domein C: Verbanden (CvTE / DUO)
Afb. 3 — De logaritme met grondtal 2
Logaritme als inverse
De logaritme geeft de exponent waartoe je g moet verheffen om c te krijgen.
Rekenregels
Product wordt som; een exponent mag naar voren gehaald worden.
Exponentiële vergelijking oplossen
De onbekende exponent los je op met de logaritme (of met intersect op de GR).
Een grootheid groeit volgens . (a) Na hoeveel tijd is (de verdubbelingstijd)? (b) Los ook op. Rond af op twee decimalen.
, dus .
(tijdstappen); op de GR met de log-toets of intersect.
; omdat en ligt tussen en .
Resultaat: (a) de verdubbelingstijd is ongeveer tijdstappen; (b) .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Los op: (exact) en (rond af op één decimaal). Bepaal daarna na hoeveel jaar een bedrag dat met per jaar groeit, verdrievoudigd is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde C (VWO), domein C: Verbanden (CvTE / DUO)
Afb. 4 — Exponentieel haalt lineair in
Herkennen uit een tabel
Constante verschillen ⇒ lineair; constante verhouding (factor) ⇒ exponentieel.
Bekijk de tabellen. Tabel A: met . Tabel B: met . (a) Welk verband hoort bij A, welk bij B? (b) Geef voor beide de formule.
, , : constante verschillen , dus A is lineair.
, , : constante verhouding , dus B is exponentieel.
A: startwaarde , per stap : . B: beginwaarde , groeifactor : .
Resultaat: (a) A is lineair (constante verschillen), B is exponentieel (constante verhouding); (b) en .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een tabel geeft bij de waarden . Onderzoek of dit lineair of exponentieel is en stel de formule op. Voorspel daarmee bij .
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde C (VWO), domein C: Verbanden (CvTE / DUO)
Referenties en bronnen