Bij veranderingen bestudeer je hoe snel een grootheid toeneemt of afneemt. Je leert het veranderingsgedrag van een grafiek beschrijven (stijgen, dalen, toenemende en afnemende verandering), de gemiddelde verandering op een interval berekenen met het differentiequotiënt, veranderingen weergeven in een toenamediagram, en de (benaderde) helling in een punt bepalen met de grafische rekenmachine. Wiskunde C werkt hierbij zonder de formele differentieerregels. Dit onderwerp hoort tot de centraal-examenstof (domein D).
4 Onderdelen~15 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 3
basisniveau
Veranderingsgedrag, het differentiequotiënt en het toenamediagram zijn centraal-examenstof (domein D) van wiskunde C.
verhoogd niveau
Verdieping: het schetsen van de hellinggrafiek en het benaderen van de momentane helling met de GR leggen de intuïtie achter veranderingssnelheid vast — zonder de formele afgeleide die pas bij wiskunde A/B aan bod komt.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Afb. 1 — Stijgen, top en dalen bij een balbeweging
Voor de hoogte (m, in s): (a) op welk interval stijgt de bal, en op welk daalt hij? (b) Beschrijf het stijgen als toenemend of afnemend. (c) Wat is de maximale hoogte?
De top ligt bij . Vóór stijgt de bal, ná daalt hij.
De grafiek is een bergparabool (hol naar beneden): de stijging vlakt af naar de top toe, dus de bal stijgt afnemend.
m.
Resultaat: (a) stijgen op , dalen op ; (b) afnemend stijgend; (c) de maximale hoogte is m op s.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een kopje thee koelt af volgens een dalende, afvlakkende grafiek. Beschrijf het veranderingsgedrag (stijgen/dalen, toenemend/afnemend) en leg uit waarom de temperatuur op den duur nauwelijks meer verandert.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde C (VWO), domein D: Verandering (CvTE / DUO)
Afb. 2 — De koorde en het differentiequotiënt
Differentiequotiënt
De gemiddelde verandering op [a,b]; meetkundig de helling van de koorde tussen (a,f(a)) en (b,f(b)).
Het aantal inwoners van een dorp is ( in jaren). (a) Bereken de gemiddelde bevolkingsgroei per jaar over . (b) Bereken die over . (c) Wat zegt de vergelijking van beide over het veranderingsgedrag?
en . Differentiequotiënt: .
. Differentiequotiënt: .
De gemiddelde groei stijgt van naar inwoners per jaar: de bevolking groeit toenemend (steeds sneller).
Resultaat: (a) gemiddeld inwoners per jaar; (b) gemiddeld per jaar; (c) de groei neemt toe, dus de bevolking groeit steeds sneller.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Voor bereken je de gemiddelde verandering op en op . Interpreteer het verschil tussen beide uitkomsten.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde C (VWO), domein D: Verandering (CvTE / DUO)
Afb. 3 — Toenamediagram bij toenemende groei
Toename per stap
De hoogte van elke staaf: de verandering van de grootheid in die ene stap (het differentiequotiënt over een interval van breedte 1).
Een spaarpot bevat op dag t/m achtereenvolgens euro. (a) Bepaal de dagelijkse toenames. (b) Wat voor veranderingsgedrag hoort daarbij? (c) Op welke dag was de toename het grootst?
; ; ; ; . De toenames zijn .
De toenames worden elke dag groter, dus het bedrag groeit toenemend (steeds sneller).
De hoogste toename is euro, in de laatste stap (van dag naar dag ).
Resultaat: (a) toenames ; (b) toenemende groei; (c) de grootste toename ( euro) was tussen dag en dag .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bij een grafiek horen de waarden op . Bepaal de toenames, teken het toenamediagram (let op de negatieve waarden) en beschrijf het veranderingsgedrag.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde C (VWO), domein D: Verandering (CvTE / DUO)
Afb. 4 — De raaklijn geeft de helling in een punt
Numerieke benadering van de helling
Het differentiequotiënt over een klein interval rond x benadert de helling in het punt; op de GR met dy/dx.
Gegeven . (a) Benader de helling in met het differentiequotiënt over . (b) Wat is de helling in de top ? (c) Ligt de hellinggrafiek links van boven of onder de -as?
en . Differentiequotiënt: .
In het dal is de grafiek horizontaal: de helling is .
Links van daalt de parabool, dus de helling is negatief: de hellinggrafiek ligt daar onder de -as.
Resultaat: (a) de helling in is ongeveer ; (b) in is de helling ; (c) links van ligt de hellinggrafiek onder de -as (negatieve helling).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Benader voor de helling in met het differentiequotiënt over . Bepaal daarna in welk punt de helling nul is en schets grofweg de hellinggrafiek.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenblad.nl — syllabus wiskunde C (VWO), domein D: Verandering (CvTE / DUO)
Referenties en bronnen