Dit onderwerp past het kernconcept macht toe op het internationale toneel. Je leert de machtsbronnen van staten kennen (met het onderscheid tussen hard power en soft power), begrijpt waarom er tussen soevereine staten geen overkoepelend gezag bestaat (de internationale „anarchie”), en analyseert hoe de machtsverhoudingen in de wereld zijn verdeeld — unipolair, bipolair of multipolair — en hoe die door de tijd veranderen. Ten slotte bekijk je hoe de wetenschappelijke benaderingswijzen verschillend tegen internationale macht aankijken.
4 Onderdelen~13 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 2 · Verdieping 2
basisniveau
Voor iedereen: macht, machtsbronnen en de verdeling van macht tussen staten zijn de kernbegrippen voor het analyseren van internationale verhoudingen.
verhoogd niveau
Verdieping: de begrippen soevereiniteit, anarchie en polariteit combineren en internationale macht vanuit realisme, liberalisme en constructivisme belichten.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Hard power en soft power
Een grootmacht dreigt een handelspartner met invoerheffingen als die niet meewerkt, maar ziet tegelijk dat jongeren wereldwijd zijn films, muziek en universiteiten bewonderen. Analyseer beide vormen van invloed.
Dreigen met invoerheffingen is dwang via economische druk: hard power.
Bewondering voor films, muziek en universiteiten trekt anderen vrijwillig aan: soft power.
De grootmacht combineert dwang (hard) en aantrekkingskracht (soft); samen vergroten die zijn invloed zonder dat hij altijd geweld hoeft in te zetten.
Resultaat: De invoerheffingen zijn hard power (dwang), de culturele aantrekkingskracht is soft power; de combinatie maakt de grootmacht invloedrijk.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Noem voor een land naar keuze twee bronnen van hard power en twee van soft power. Leg uit in welke situatie de soft power effectiever kan zijn dan de hard power.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijwetenschappen vwo — macht in internationale betrekkingen (CvTE / Examenblad)
Gezag binnen en tussen staten
Twee naburige staten wantrouwen elkaar. Staat A breidt uit voorzorg haar leger uit; staat B reageert door dat ook te doen. Leg uit hoe dit met soevereiniteit, anarchie en het veiligheidsdilemma samenhangt.
Beide staten zijn soeverein en er is geen wereldgezag dat hun veiligheid garandeert (anarchie); ze zijn op zelfhulp aangewezen.
A bewapent zich voor haar eigen veiligheid, maar B ervaart dat als bedreiging en bewapent zich ook — het veiligheidsdilemma.
Beide voelen zich uiteindelijk onveiliger dan daarvoor, hoewel geen van beide een oorlog wilde; het streven naar veiligheid vergroot de spanning.
Resultaat: Omdat er geen wereldgezag is (anarchie), leidt zelfhulp tot een veiligheidsdilemma: wederzijdse bewapening uit voorzorg maakt beide soevereine staten onveiliger.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom internationale afspraken tussen staten moeilijker af te dwingen zijn dan wetten binnen een staat. Gebruik de begrippen soevereiniteit en internationale anarchie.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijwetenschappen vwo — soevereiniteit en internationale anarchie (CvTE / Examenblad)
Verschuivende machtsverhoudingen sinds 1945
Tijdens de Koude Oorlog stonden twee blokken tegenover elkaar die elkaar met kernwapens in bedwang hielden. Typeer deze machtsverhouding en beredeneer waarom zij zowel stabiel als gevaarlijk was.
Twee dominante blokken die tegenover elkaar staan: dit is een bipolaire wereld.
De twee blokken hielden elkaar in evenwicht (machtsevenwicht); wederzijdse afschrikking maakte een directe oorlog te riskant.
Elk lokaal conflict kon de twee grootmachten rechtstreeks tegenover elkaar zetten, met het risico van escalatie tot een kernoorlog.
Resultaat: Het is een bipolaire machtsverhouding: stabiel door het machtsevenwicht en de afschrikking, maar gevaarlijk doordat elk conflict tot directe confrontatie van de grootmachten kon leiden.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf de huidige internationale machtsverhouding: is die eerder uni-, bi- of multipolair? Onderbouw je antwoord met de machtsbronnen van enkele grote spelers.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijwetenschappen vwo — internationale machtsverhoudingen (CvTE / Examenblad)
Drie benaderingen van internationale macht
Twee landen die lang vijanden waren, sluiten een hecht bondgenootschap en bouwen gezamenlijke instellingen op. Analyseer dit vanuit de samenwerkingsbenadering én de betekenisbenadering.
De landen zijn wederzijds afhankelijk geworden (handel, veiligheid); gezamenlijke instellingen maken samenwerking lonend en verminderen wantrouwen.
De onderlinge beeldvorming is veranderd: de ander geldt niet langer als „vijand” maar als „partner”, waardoor de verhouding kon omslaan.
De eerste bril verklaart de samenwerking uit gedeelde belangen en instituties, de tweede uit een veranderde betekenis; samen geven ze een vollediger beeld.
Resultaat: Vanuit samenwerking verklaren interdependentie en instituties de toenadering; vanuit betekenis verklaart de omslag van „vijand” naar „partner” haar — de brillen vullen elkaar aan.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een actueel internationaal vraagstuk. Belicht het vanuit de machtsbenadering en vanuit de samenwerkingsbenadering en leg uit welke verklaring jij het overtuigendst vindt en waarom.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma maatschappijwetenschappen vwo — benaderingswijzen op internationale betrekkingen (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen