- Centraal examen (CE) — het algemene, schriftelijke deel „kunst algemeen”
- Het CE toetst het cultuurhistorische en theoretische deel dat voor alle vier de kunstvakken (beeldende vormgeving, muziek, dans, drama) identiek is. Het is een schriftelijk examen van drie uur met een kleurenbijlage vol afbeeldingen en, bij vragen over muziek, geluidsfragmenten. De opgaven zijn geen feitenreproductie: je krijgt kunstwerken als bron voorgelegd en moet ze analyseren en interpreteren, ze via de invalshoeken aan hun cultuurhistorische context koppelen en verbanden leggen tussen kunst, wereldbeeld en maatschappij. Kennis staat altijd in dienst van een onderbouwde redenering.
- Contexten en onderwerpen per examenjaar
- Het examenprogramma legt zes invalshoeken en een reeks cultuurhistorische contexten vast (van de cultuur van de kerk in de elfde tot en met veertiende eeuw tot de massacultuur vanaf 1950). Het CvTE stelt per examenjaar vast welke contexten — en soms welke specifieke onderwerpen daarbinnen — de stof voor dat jaar vormen; deze worden ruim van tevoren op Examenblad gepubliceerd. De zes invalshoeken vormen het vaste analysekader dat op elke context van toepassing is.
- Schoolexamen (SE) — het vakspecifieke deel
- Naast het gemeenschappelijke CE heeft elk kunstvak een schoolexamen dat de school volgens het PTA vaststelt. Dat SE toetst de discipline-specifieke theorie en geschiedenis (van het gekozen kunstvak) én, afhankelijk van het vak, praktisch werk (een portfolio, een uitvoering of een presentatie). Het eindcijfer is het (afgeronde) gemiddelde van het CE-cijfer en het SE-cijfer, die elk ongeveer even zwaar meetellen.
- Beoordeling en normering
- Elke opgave levert scorepunten op volgens een correctievoorschrift. Punten worden toegekend voor een juiste, op het kunstwerk of de context gebaseerde redenering: het herkennen van stijlkenmerken, het correct toepassen van een invalshoek, het aannemelijk verbinden van vorm aan functie en betekenis, en het plaatsen van een werk in de juiste periode. De omzetting van scorepunten naar het CE-cijfer verloopt via de N-term, die het CvTE per jaar en per vak vaststelt; die normering staat niet van tevoren vast.