De negentiende eeuw was een tijd van revolutie, industrialisatie en een opkomende burgerij, en de kunst reageerde er op tegengestelde manieren op. Dit is een van de cultuurhistorische contexten die het examenprogramma vaststelt; het CvTE bepaalt per examenjaar welke contexten worden getoetst. Het onderwerp behandelt de maatschappelijke omwentelingen van de eeuw, het neoclassicisme dat op de rede en de orde steunde, de Romantiek die het gevoel, de verbeelding en het sublieme vooropstelde, het realisme dat de gewone werkelijkheid en de sociale kwestie in beeld bracht, en de nieuwe muziek, het theater en de architectuur. Via de invalshoeken — vooral esthetica, macht en wetenschap en techniek — verbind je de stijlen met de snel veranderende samenleving.
4 Onderdelen~14 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Voor iedereen: de context van de eeuw en de kenmerken van neoclassicisme, Romantiek en realisme vormen de kern.
verhoogd niveau
Verdieping: de drie stromingen als tegengestelde antwoorden op één turbulente eeuw beredeneren en de nieuwe muziek (Gesamtkunstwerk) en bouwtechniek duiden.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Eén eeuw, drie antwoorden
In de negentiende eeuw ontstaat het beeld van de kunstenaar als een vrij, onbegrepen genie dat buiten de burgerlijke maatschappij staat. Verklaar dit uit de context.
Kerk en hof zijn niet langer de vaste opdrachtgevers; de kunstenaar werkt vrij en verkoopt op de markt.
Die vrijheid laat hem eigen onderwerpen kiezen, maar maakt hem ook onzeker en afhankelijk van smaak en verkoop.
Hieruit groeit het beeld van het uitzonderlijke genie dat uit eigen innerlijk schept en zich afzet tegen de burgerlijke smaak.
Resultaat: De autonome kunstenaar is een gevolg van de eeuw: het wegvallen van de vaste opdrachtgevers maakte hem vrij én onzeker, waaruit het romantische beeld van het onbegrepen genie ontstond.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe de omwentelingen van de negentiende eeuw (revolutie, industrialisatie, opkomst van de burgerij) de kunst beïnvloedden. Noem voor minstens twee ontwikkelingen een concreet gevolg voor de kunst.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) vwo — de negentiende-eeuwse context (CvTE / Examenblad)
Neoclassicisme tegenover Romantiek
Een landschap toont een eenzame figuur op de rug gezien, hoog op een rots, uitkijkend over een eindeloze, in nevel gehulde bergwereld. Bepaal de stroming en verklaar je keuze.
De weidse, overweldigende natuur tegenover de kleine, nietige mens roept ontzag op — het sublieme.
Niet de rede of een klassiek moreel onderwerp staat centraal, maar het gevoel en de verhouding van het individu tot de grenzeloze natuur.
Dit is Romantiek: gevoel, verbeelding en het sublieme, niet de strakke orde van het neoclassicisme.
Resultaat: De overweldigende natuur, de nietige mens en de nadruk op gevoel en het sublieme maken het werk romantisch; het is geen neoclassicistisch werk, want rede en klassieke orde ontbreken.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vergelijk een neoclassicistisch werk met een romantisch werk. Wijs bij elk minstens twee kenmerken aan (compositie, sfeer, onderwerp) en leg uit welke houding tegenover rede en gevoel eruit spreekt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) vwo — neoclassicisme en Romantiek (CvTE / Examenblad)
Drie negentiende-eeuwse stromingen
Courbet schilderde steenkloppers en een gewone plattelandsbegrafenis op enorm formaat. Leg uit waarom dit destijds als provocerend werd ervaren.
Groot formaat en grote ernst waren voorbehouden aan verheven onderwerpen: goden, helden, koningen, heiligen.
Courbet gebruikte diezelfde monumentale schaal en ernst voor gewone arbeiders en dorpelingen, zonder idealisering.
Daarmee verklaarde hij het gewone volk even belangrijk als de traditionele helden — een sociale en artistieke provocatie tegelijk.
Resultaat: Het realisme schokte doordat het de monumentale ernst die aan helden was voorbehouden, aan gewone arbeiders gaf; die gelijkstelling was een sociale stellingname en een breuk met de artistieke conventie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Analyseer een realistisch werk (bijvoorbeeld een tafereel van boeren of arbeiders). Leg uit welke keuze in onderwerp en weergave het realistisch maakt en welke sociale betekenis eruit spreekt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) vwo — het realisme (CvTE / Examenblad)
De negentiende eeuw op de tijdlijn
Muziek, theater en bouwkunst
In dezelfde stad verrijzen een neogotische kerk en een enorme, ijzeren stationsoverkapping. Leg uit hoe beide tot de negentiende-eeuwse cultuur behoren.
Zij grijpt terug op de middeleeuwse gotiek: historisme, gevoed door de romantische herwaardering van het verleden en het verlangen naar houvast.
Zij is een ingenieursbouwwerk dat pas mogelijk is door de nieuwe techniek van gietijzer en glas — de vooruitwijzing naar de moderne architectuur.
Beide bestaan naast elkaar en drukken de tegenstelling van de eeuw uit: nostalgie naar het verleden tegenover de nuchtere kracht van de nieuwe techniek.
Resultaat: De neogotische kerk en de ijzeren stationshal zijn twee gezichten van dezelfde eeuw: het romantische historisme dat houvast zoekt in het verleden, en de industriële techniek die de architectuur van de toekomst inluidt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een discipline (muziek, theater of architectuur) en leg uit hoe ze de negentiende-eeuwse spanning tussen terugverlangen naar het verleden en de nieuwe mogelijkheden van de techniek weerspiegelt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) vwo — muziek, theater en architectuur in de 19e eeuw (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad