Deze invalshoek onderzoekt hoe kennis en techniek de kunst mogelijk maken en veranderen. Wetenschappelijke kennis — het perspectief als toegepaste meetkunde, de anatomie, een nieuw wereldbeeld — gaf de kunst nieuwe ogen; nieuwe materialen en technieken — olieverf, brons, staal en glas, nieuwe instrumenten — gaven haar nieuwe middelen. De reproductietechniek, van de boekdruk tot de fotografie en de film, veranderde ten slotte de aard van het beeld zelf en de rol van de kunstenaar. Dit onderwerp behandelt die wisselwerking tussen kunst, wetenschap en techniek, tot in het digitale tijdperk. Steeds vraag je: welke kennis of techniek maakte deze kunst mogelijk, en hoe veranderde ze daardoor?
4 Onderdelen~14 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Voor iedereen: de invloed van perspectief en anatomie, van nieuwe materialen en technieken, en van de reproductietechniek vormt de kern.
verhoogd niveau
Verdieping: de gevolgen van de reproduceerbaarheid voor de status van het originele kunstwerk beredeneren en de kunst in het digitale tijdperk duiden.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Het lineaire perspectief
Vergelijk een middeleeuws tafereel, waarin de heilige veel groter is dan de omstanders, met een renaissancetafereel dat in perspectief is opgebouwd. Wat verraadt elk over het wereldbeeld?
De grootte volgt de belangrijkheid, niet de afstand: God of de heilige is het grootst omdat hij het hoogst staat in de gewijde orde.
Alles staat in één meetbare ruimte, gezien vanuit één menselijk standpunt; grootte volgt de afstand tot de toeschouwer.
De symbolische ruimte drukt een gewijde, hiërarchische wereldorde uit; het perspectief een mensgerichte, wetenschappelijke blik die de wereld met de rede ordent.
Resultaat: Het verschil in ruimtelijke ordening is een verschil in wereldbeeld: middeleeuwse belangrijkheid-hiërarchie tegenover de renaissance-overtuiging dat de mens de wereld met waarneming en meetkunde kan ordenen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Analyseer een renaissanceschilderij met diepte. Leg uit hoe het perspectief is opgebouwd (waar ligt het verdwijnpunt?) en welk wereldbeeld deze ruimtelijke ordening uitdrukt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) vwo — invalshoek kunst, wetenschap en techniek (CvTE / Examenblad)
Techniek en materiaal maken kunst mogelijk
Een beeldhouwer wil een figuur maken die op één been balanceert met een ver uitgestrekte arm. Leg uit waarom brons hiervoor geschikter is dan marmer.
Marmer is zwaar en breekbaar bij dunne, uitstekende delen; een vrij zwevende arm of een smal steunpunt zou afbreken.
Brons is sterk en relatief licht en wordt hol gegoten, zodat ranke, uitstekende en balancerende vormen mogelijk zijn.
In brons kan het beeld open, dynamisch en balancerend zijn; in marmer zou het gesloten en gesteund moeten blijven.
Resultaat: Het materiaal bepaalt de mogelijke vorm: brons laat door zijn sterkte en lichtheid de vrije, balancerende houding toe die massief marmer niet zou dragen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een gebouw of een beeld. Leg uit welke techniek of welk materiaal de vorm mogelijk maakt, en hoe de vorm anders zou zijn met een andere techniek of ander materiaal.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) vwo — techniek en materiaal (CvTE / Examenblad)
Reproductietechnieken en hun gevolg
De reproductietechniek op de tijdlijn
Rond 1870 kan de fotografie de zichtbare werkelijkheid nauwkeurig vastleggen. Leg uit hoe dit de schilderkunst voor een keuze stelde en welke richtingen ze insloeg.
Als een machine de werkelijkheid exacter en sneller weergeeft dan een schilder, verliest de nabootsende schilderkunst haar bestaansreden.
De schilderkunst richtte zich op wat de foto niet vatte: de subjectieve, vluchtige indruk van licht en kleur (het impressionisme).
Ze maakte vorm, kleur en compositie tot onderwerp op zichzelf, tot en met de abstractie — het beeld hoefde niets meer na te bootsen.
Resultaat: De fotografie ontnam de schilderkunst haar taak van nabootsing en dreef haar naar wat de foto niet kon: de subjectieve indruk en de autonome vorm — een van de motoren van de moderne kunst.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe de opkomst van de fotografie de schilderkunst voor een keuze stelde, en beschrijf twee richtingen die de schilderkunst insloeg om zich van de foto te onderscheiden.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) vwo — reproductietechniek en beeld (CvTE / Examenblad)
Van kennis en techniek naar nieuwe kunst
Een installatie bestaat uit televisiemonitoren die de bezoeker live in beeld brengen en vertragen. Leg uit hoe hier de techniek niet alleen middel maar ook onderwerp is.
Zonder camera's, monitoren en elektronica zou het werk niet kunnen bestaan; de techniek maakt het mogelijk.
Doordat de bezoeker zichzelf vertraagd terugziet, gaat het werk óver het medium: over kijken, tijd en het elektronische beeld zelf.
Je vraagt dus niet alleen wélke techniek is gebruikt, maar ook of het werk de mogelijkheden en effecten van die techniek onderzoekt.
Resultaat: In veel moderne kunst is de technologie tegelijk middel en onderwerp: de installatie bestaat dankzij de techniek én reflecteert erop, zodat de invalshoek wetenschap en techniek op twee niveaus tegelijk speelt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een werk van video-, digitale of interactieve kunst. Leg uit welke techniek het mogelijk maakt en of de techniek er ook onderwerp of medium van is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma kunst (algemeen) vwo — kunst in het digitale tijdperk (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen