Het zesde tijdvak (1600–1700) is de zeventiende eeuw. De kenmerkende aspecten zijn de wereldwijde handelscontacten, het handelskapitalisme en het begin van een wereldeconomie; de bijzondere staatkundige positie en de economische en culturele bloei van de Nederlandse Republiek (de Gouden Eeuw); de wetenschappelijke revolutie; en het streven van vorsten naar absolute macht (absolutisme). Het is de eeuw waarin de Republiek een handelsmacht van wereldformaat werd en waarin twee tegengestelde staatsmodellen — de republiek en de absolute monarchie — naast elkaar bestonden.
4 Onderdelen~13 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 3 · Verdieping 1
basisniveau
Voor iedereen: handelskapitalisme en wereldeconomie, de Republiek en haar Gouden Eeuw, de wetenschappelijke revolutie en het absolutisme zijn de kenmerkende aspecten van tijdvak 6.
verhoogd niveau
Verdieping: de Republiek en de absolute monarchie als twee tegengestelde staatsmodellen vergelijken, en het handelskapitalisme koppelen aan de latere wereldeconomie.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Mijlpalen van de zeventiende eeuw
De kringloop van het handelskapitalisme
Leg uit waarom de uitgifte van verhandelbare aandelen de VOC in staat stelde grootschalige, risicovolle handel op Azië te bedrijven.
Reizen naar Azië waren duur en risicovol: één schip kon vergaan, en het bijeenbrengen van zoveel kapitaal was voor één koopman onmogelijk.
Door aandelen uit te geven legden veel investeerders samen kapitaal in; ieder droeg een deel bij en deelde in winst én risico.
Zo kwam genoeg kapitaal beschikbaar voor grote vloten, terwijl het risico gespreid was; verhandelbare aandelen maakten investeren bovendien flexibel.
Resultaat: Aandelen brachten het kapitaal van veel investeerders samen en spreidden het risico, waardoor de VOC de dure, risicovolle Aziëhandel op grote schaal kon financieren.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe Amsterdam als stapelmarkt en de financiële instellingen (beurs, wisselbank) samen de Republiek tot centrum van de wereldhandel maakten.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 6 (CvTE / Examenblad)
Het bestuur van de Republiek
Leg uit waarom de Republiek in het Europa van de zeventiende eeuw een uitzonderlijke staatkundige positie innam.
Vrijwel overal in Europa regeerden vorsten; de Republiek had geen koning maar was een statenbond van gewesten.
De macht lag bij de zeven gewesten, die voor gemeenschappelijke zaken samenwerkten in de Staten-Generaal; besluiten vergden overleg en overeenstemming.
De rijke stedelijke regenten hadden veel macht; de stadhouder was een dienaar met militaire taken, geen vorst — een burgerlijk, op overleg gericht bestel.
Resultaat: De Republiek was bijzonder omdat ze geen koning had: de soevereiniteit lag bij de gewesten, de macht bij de stedelijke regenten, en de stadhouder was een dienaar in plaats van een vorst.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe de wereldhandel en de relatieve godsdienstige verdraagzaamheid samen bijdroegen aan de culturele bloei van de Republiek, en noem één schaduwzijde van die bloei.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 6 (CvTE / Examenblad)
Oude en nieuwe wetenschap
Leg uit waarom de veranderingen in de zeventiende-eeuwse wetenschap een „revolutie” worden genoemd en niet slechts een reeks losse ontdekkingen.
Het ging niet alleen om nieuwe feiten, maar om een nieuwe méthode: kennis werd voortaan uit waarneming en experiment gehaald, niet uit gezag.
Het geocentrische wereldbeeld maakte plaats voor het heliocentrische; men aanvaardde dat de natuur volgens kenbare wetten werkt.
Omdat de mánier van kennis verwerven fundamenteel veranderde en tot een heel ander wereldbeeld leidde, spreekt men van een revolutie in het denken.
Resultaat: Het heet een revolutie omdat niet losse feiten maar de méthode en het wereldbeeld veranderden: van gezag naar waarneming en experiment, en van geocentrisch naar heliocentrisch.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe de empirische methode (waarneming, hypothese, experiment) verschilt van het zoeken naar waarheid in gezaghebbende teksten, en waarom dat verschil zo belangrijk was.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 6 (CvTE / Examenblad)
Republiek en absolute monarchie vergeleken
Leg uit hoe Lodewijk XIV de macht van de adel wist te breken en zo zijn absolute macht versterkte.
De hoge adel was traditioneel machtig en kon een koning bedreigen met opstand of tegenwerking.
Lodewijk trok de adel naar zijn hof te Versailles, waar edelen om koninklijke gunsten wedijverden en van hem afhankelijk werden in plaats van hem te bedreigen.
Hij bestuurde met ambtenaren, een staand leger en belastingen, zodat hij niet meer van de adel afhankelijk was; zo concentreerde hij de macht bij zichzelf.
Resultaat: Door de adel aan het hof te binden en met ambtenaren, leger en belasting centraal te regeren, maakte Lodewijk XIV de adel afhankelijk en concentreerde hij de macht bij zichzelf.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Vergelijk de Republiek en de absolute monarchie van Lodewijk XIV op het punt waar de soevereiniteit ligt, en leg uit welk model verlichte denkers in het volgende tijdvak zouden bekritiseren en waarom.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma geschiedenis vwo — tijdvak 6 (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad