Hoe het lichaam zijn interne milieu constant houdt (homeostase) door voortdurend bij te sturen. Je bestudeert het principe van de negatieve terugkoppeling, de hormonale regeling (met de bloedglucoseregeling als voorbeeld), de neurale regeling met het neuron en de impuls (actiepotentiaal), en de synaps waar het samenspel van het zenuw- en hormoonstelsel de homeostase bewaakt.
4 Onderdelen~12 min leestijd3 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Voor het CE analyseer je terugkoppelkringen en beschrijf je de bloedglucoseregeling en de prikkelgeleiding.
verhoogd niveau
Verdieping ligt in het verloop van de actiepotentiaal en de moleculaire synaptische overdracht.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Negatieve terugkoppeling
Analyseer de regeling van de lichaamstemperatuur wanneer het lichaam afkoelt: benoem sensor, regelcentrum en twee effectoren en leg de terugkoppeling uit.
Temperatuursensoren in de huid en de hersenen meten dat de temperatuur onder de streefwaarde daalt.
Het regelcentrum in de hersenen vergelijkt de gemeten temperatuur met de streefwaarde en constateert een te lage waarde.
Het zet effectoren aan die warmte opwekken en vasthouden: rillen (spierwarmte) en het vernauwen van de huidbloedvaten (minder warmteafgifte).
Resultaat: De sensoren melden de daling, het regelcentrum stuurt bij, en rillen plus vaatvernauwing werken de afkoeling tegen, zodat de temperatuur naar de streefwaarde terugkeert — negatieve terugkoppeling.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Analyseer de regeling van de lichaamstemperatuur bij afkoeling: benoem de sensor, het regelcentrum en twee effectoren, en leg uit hoe de negatieve terugkoppeling de temperatuur herstelt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — homeostase (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Regeling van de bloedglucose
Beschrijf de regeling van de bloedglucose in de uren na een koolhydraatrijke maaltijd.
De vertering levert veel glucose aan het bloed; de bloedglucose stijgt boven de streefwaarde.
De alvleesklier geeft insuline af; hierdoor nemen de cellen glucose op en slaat de lever glucose als glycogeen op.
Door de opname en opslag daalt de bloedglucose weer naar de streefwaarde; zakt ze later te laag, dan zet glucagon de omgekeerde reactie in gang.
Resultaat: Na de maaltijd stijgt de bloedglucose, waarna insuline de opname en opslag bevordert en de waarde daalt naar normaal — een negatieve terugkoppeling met insuline en glucagon als antagonisten.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf wat er met de bloedglucose, de alvleesklier en de lever gebeurt in de uren na een koolhydraatrijke maaltijd, en leg uit hoe de negatieve terugkoppeling de waarde herstelt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — hormonale regeling (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Bouw van een neuron
De actiepotentiaal
Beschrijf aan de hand van de grafiek het verloop van een actiepotentiaal en leg uit hoe een neuron een sterke prikkel doorgeeft.
Vóór de prikkel is de spanning ongeveer -70 mV: de rustpotentiaal, met de binnenkant negatief.
Na een prikkel boven de drempel slaat de spanning kort om naar een positieve piek (depolarisatie) en wordt daarna snel hersteld tot de rustwaarde (repolarisatie).
Elke impuls is even groot (alles-of-niets); een sterke prikkel wordt gecodeerd als een hogere frequentie — meer impulsen per seconde.
Resultaat: De spanning gaat van de rustpotentiaal via een depolarisatiepiek terug naar rust; een sterke prikkel geeft geen grotere maar méér impulsen per seconde.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bekijk de grafiek van een actiepotentiaal. Benoem de rustpotentiaal, de depolarisatie en de repolarisatie, en leg uit hoe het neuron een sterke prikkel doorgeeft.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — het neuron en de impuls (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
De synaps
Verklaar waarom een impuls in een synaps maar in één richting wordt doorgegeven en waarom de neurotransmitter snel wordt opgeruimd.
Alleen het presynaptische uiteinde bevat de blaasjes met neurotransmitter; alleen het postsynaptische membraan draagt de bijbehorende receptoren.
Doordat de zender en ontvanger aan verschillende kanten zitten, kan het signaal alleen van presynaptisch naar postsynaptisch, niet terug.
Na de overdracht wordt de neurotransmitter snel afgebroken of opgenomen, zodat het postsynaptische neuron niet blijft vuren en de synaps klaar is voor het volgende signaal.
Resultaat: De asymmetrie (zender presynaptisch, receptoren postsynaptisch) maakt eenrichtingsoverdracht; de snelle afbraak van de neurotransmitter voorkomt dat het signaal blijft aanhouden.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom een impuls in een synaps maar in één richting kan worden doorgegeven, en waarom de neurotransmitter na de overdracht snel wordt afgebroken.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — de synaps (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)