De stofwisseling op het niveau van het hele organisme: de fotosynthese die met lichtenergie glucose maakt, de dissimilatie die glucose afbreekt tot bruikbare energie (ATP), de vertering en resorptie van voedsel, het transport van stoffen door de bloedsomloop en het hart, en de uitscheiding van afvalstoffen door de nieren. Samen zorgen deze orgaanstelsels voor de aan- en afvoer van stoffen en energie.
5 Onderdelen~16 min leestijd3 VaardighedenNiveau Standaard 4 · Verdieping 1
basisniveau
Voor het CE interpreteer je fotosynthesegrafieken en beschrijf je de weg van voedsel, gassen en afvalstoffen door het lichaam.
verhoogd niveau
Verdieping ligt in de deelprocessen van de dissimilatie en de fijne bouw van het nefron.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Fotosynthesesnelheid en de beperkende factor
Een fotosynthesegrafiek tegen lichtintensiteit bereikt bij hoge intensiteit een plateau. Leg uit welke factor dan beperkend is en hoe je dat toetst.
Op het plateau doet extra licht niets meer; licht is dus niet langer beperkend, maar een andere factor begrenst de snelheid.
De overige factoren zijn de koolstofdioxideconcentratie en de temperatuur; een van beide is nu beperkend.
Verhoog bij gelijk (hoog) licht de CO₂-concentratie: stijgt de snelheid, dan was CO₂ beperkend; zo niet, dan de temperatuur.
Resultaat: Op het plateau is licht niet langer beperkend; door bij hoog licht de CO₂-concentratie (of temperatuur) te verhogen en op stijging te letten, achterhaal je welke factor de fotosynthese begrenst.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
In een fotosynthese-experiment stijgt de snelheid met de lichtintensiteit tot ze bij hoge lichtintensiteit een plateau bereikt. Leg uit welke factor bij hoge lichtintensiteit beperkend is en hoe je dat kunt controleren.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — fotosynthese (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Aerobe en anaerobe dissimilatie
Leg uit waarom spiercellen tijdens een sprint overgaan op gisting, welk product ontstaat, en hoe de ATP-opbrengst zich verhoudt tot de aerobe dissimilatie.
Bij een sprint verbruiken de spieren zoveel zuurstof dat de aanvoer via bloed en longen tekortschiet; er is te weinig zuurstof voor de volledige aerobe afbraak.
Zonder voldoende zuurstof zet de spiercel het pyruvaat uit de glycolyse zonder zuurstof om tot melkzuur (anaerobe dissimilatie).
Gisting levert alleen de kleine ATP-opbrengst van de glycolyse, veel minder dan de aerobe route; de melkzuurophoping draagt bij aan de vermoeidheid.
Resultaat: Door zuurstoftekort schakelt de spiercel over op gisting; er ontstaat melkzuur en er komt veel minder ATP vrij dan bij de aerobe dissimilatie, wat vermoeidheid geeft.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bij een sprint gaan spiercellen over op gisting. Leg uit waarom dit gebeurt en waarom dit tot melkzuurvorming en vermoeidheid leidt, en vergelijk de ATP-opbrengst met die van de aerobe dissimilatie.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — dissimilatie (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Vertering langs het spijsverteringskanaal
Leg uit hoe de bouw van de dunne darm bijdraagt aan een snelle en volledige resorptie.
Darmplooien, darmvlokken en microvilli vergroten samen het inwendige oppervlak enorm, zodat er veel plaats is voor opname.
Elke darmvlok bevat haarvaten (voor suikers en aminozuren) en een lymfevat (voor vetten) vlak onder een dunne wand, zodat de opgenomen stoffen snel worden afgevoerd.
Het grote, sterk doorbloede oppervlak met korte diffusieafstand zorgt voor een snelle en vrijwel volledige resorptie.
Resultaat: De oppervlaktevergroting (plooien, vlokken, microvilli) en de dichte doorbloeding maken de dunne darm optimaal voor een snelle, volledige resorptie — een vorm-functieaanpassing.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe de bouw van de dunne darm (plooien, vlokken, microvilli, haarvaten) bijdraagt aan een snelle en volledige resorptie van voedingsstoffen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — vertering en resorptie (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
De dubbele bloedsomloop
Beschrijf de weg van bloed vanaf de rechterkamer via de longen terug door het hart naar een teen, met per stap zuurstofrijk of -arm.
De rechterkamer pompt zuurstofarm bloed via de longslagader naar de longen (kleine bloedsomloop).
In de longen neemt het bloed zuurstof op en geeft het koolstofdioxide af; het wordt zuurstofrijk en gaat via de longader naar de linkerboezem en -kamer.
De linkerkamer pompt het zuurstofrijke bloed via de aorta en slagaders naar het lichaam, tot in de haarvaten van de teen, waar het zuurstof afgeeft en zuurstofarm wordt.
Resultaat: Rechterkamer (arm) → longen → linkerhart (rijk) → aorta → teen (rijk, wordt daar arm); daarna keert het zuurstofarme bloed via de aders naar de rechterharthelft terug.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf de weg van een druppel bloed vanaf de rechterkamer, via de longen, terug door het hart en naar een teen, en geef per stap aan of het bloed zuurstofrijk of zuurstofarm is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — bloedsomloop en hart (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Werking van het nefron
Bij een patiënt zit glucose in de urine. Leg met de nierwerking uit wat er normaal met glucose gebeurt en wat dit kan betekenen.
Glucose is een klein molecuul en wordt bij de filtratie met de voorurine uit het bloed geperst; voorurine bevat dus normaal glucose.
Normaal wordt in de nierbuisjes alle glucose weer teruggeresorbeerd in het bloed, zodat de eindurine geen glucose bevat.
Zit er toch glucose in de urine, dan was er meer glucose dan kon worden teruggeresorbeerd (te hoge bloedglucose, zoals bij diabetes) of werkt de terugresorptie niet goed.
Resultaat: Normaal wordt alle gefilterde glucose teruggeresorbeerd; glucose in de urine wijst op een te hoge bloedglucose (bijv. diabetes) of een verstoorde terugresorptie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bij een patiënt wordt glucose in de urine aangetroffen. Leg met de nierwerking (filtratie en terugresorptie) uit wat er normaal met glucose gebeurt en wat de aanwezigheid ervan in de urine kan betekenen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — uitscheiding en de nier (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)