Hoe organismen zich voortplanten. Je bestudeert geslachtelijke en ongeslachtelijke voortplanting, de vorming van geslachtscellen door meiose en de geslachtsorganen, de menstruatiecyclus met haar hormonale regeling (FSH, LH, oestrogeen, progesteron), en de bevruchting, zwangerschap en anticonceptie.
4 Onderdelen~12 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Voor het CE beschrijf je de meiose, de cyclus en de bevruchting en verklaar je de werking van anticonceptie.
verhoogd niveau
Verdieping ligt in de precieze hormonale terugkoppeling van de menstruatiecyclus.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Twee vormen van voortplanting
Verklaar waarom een uitsluitend ongeslachtelijk voortplantende populatie kwetsbaarder is voor een nieuwe ziekteverwekker.
Ongeslachtelijke voortplanting levert genetisch identieke klonen op; de hele populatie heeft vrijwel dezelfde allelen.
Als de ziekteverwekker deze ene genetische variant kan aantasten, is de hele populatie even vatbaar; er zijn geen resistente varianten.
Een geslachtelijk voortplantende populatie heeft variatie, zodat sommige individuen toevallig resistent kunnen zijn en de soort overleeft.
Resultaat: Doordat klonen genetisch identiek zijn, is een ongeslachtelijke populatie zonder variatie in haar geheel vatbaar; variatie uit geslachtelijke voortplanting biedt juist mogelijke resistentie.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom een populatie die zich uitsluitend ongeslachtelijk voortplant, kwetsbaarder is voor een nieuwe ziekteverwekker dan een populatie die zich geslachtelijk voortplant.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — voortplantingsstrategieën (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
De meiose als reductiedeling
Een menselijke lichaamscel heeft 46 chromosomen. Geef het aantal in een eicel, een zaadcel en de zygote, en leg uit hoe het constant blijft.
De meiose halveert het aantal: een rijpe eicel en een zaadcel hebben elk 23 chromosomen (haploïd, n).
Bij de bevruchting versmelten eicel (23) en zaadcel (23); de zygote heeft 23 + 23 = 46 chromosomen (diploïd, 2n).
Het halveren in de meiose en het samenvoegen in de bevruchting compenseren elkaar, zodat het aantal per generatie 46 blijft.
Resultaat: Eicel en zaadcel hebben elk 23 chromosomen, de zygote 46; meiose (halveren) en bevruchting (samenvoegen) houden het aantal constant op 2n = 46.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een menselijke lichaamscel bevat 46 chromosomen. Geef het aantal chromosomen in een rijpe eicel, in een zaadcel en in de zygote na de bevruchting, en leg uit hoe het aantal constant blijft.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — meiose en gametenvorming (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Hormoonspiegels tijdens de menstruatiecyclus
Bepaal uit de hormoongrafiek op welke dag de ovulatie valt en welk hormoon die veroorzaakt, en beschrijf de rol van progesteron erna.
In de grafiek is er rond dag 14 een scherpe piek van LH.
De LH-piek veroorzaakt de ovulatie; de eisprong valt dus rond dag 14, in het midden van de cyclus.
Na de ovulatie stijgt progesteron (uit het gele lichaam) en houdt het baarmoederslijmvlies dik en doorbloed voor een mogelijke innesteling.
Resultaat: De ovulatie valt rond dag 14, veroorzaakt door de LH-piek; daarna houdt het stijgende progesteron het baarmoederslijmvlies in stand.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bekijk een grafiek van de hormoonspiegels tijdens de menstruatiecyclus. Bepaal op welke dag de ovulatie plaatsvindt en welk hormoon die veroorzaakt, en beschrijf wat progesteron na de ovulatie doet.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — de menstruatiecyclus (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Van bevruchting tot innesteling
Leg uit hoe de hormonen in de anticonceptiepil een zwangerschap voorkomen.
De pil bevat oestrogeen- en/of progesteronachtige stoffen; het lichaam ervaart een voortdurend hoge hormoonspiegel.
Deze hoge spiegel remt via terugkoppeling de afgifte van FSH en LH door de hypofyse.
Zonder de LH-piek vindt er geen ovulatie plaats; er komt geen eicel vrij, dus kan er geen bevruchting en zwangerschap optreden.
Resultaat: De hormonen in de pil onderdrukken via negatieve terugkoppeling FSH en LH, waardoor de ovulatie uitblijft en er geen eicel is om te bevruchten.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe de anticonceptiepil, die hormonen bevat, via de hormonale regeling van de cyclus een zwangerschap voorkomt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — bevruchting en anticonceptie (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)