Hoe organismen zich gedragen en met elkaar omgaan, en hoe gedrag evolutionair te begrijpen is. Je bestudeert aangeboren en aangeleerd gedrag, sociaal gedrag en communicatie, seksualiteit en seksuele selectie, en het onderscheid tussen de directe oorzaak (proximaat) en de evolutionaire functie (ultiem) van gedrag, met fitness als verbindende maat.
4 Onderdelen~12 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Voor het CE onderscheid je gedragstypen en verklaar je gedrag vanuit de functie (fitness).
verhoogd niveau
Verdieping ligt in de kosten-batenanalyse van gedrag en het proximaat-ultiem-onderscheid.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Vormen van gedrag
Een hond gaat kwijlen zodra hij het geluid van de voerbak hoort. Welke vorm van leren is dit en welk verband is geleerd?
Het geluid van de voerbak (een op zichzelf neutrale prikkel) roept nu al kwijlen op, nog voordat er voer is.
De hond heeft een verband geleerd tussen twee prikkels: het geluid en het daaropvolgende voer.
Het koppelen van een neutrale prikkel aan een prikkel met een vast gevolg is klassieke conditionering.
Resultaat: Dit is klassieke conditionering: de hond heeft geleerd dat het geluid van de voerbak voedsel voorspelt, waardoor hij al op het geluid gaat kwijlen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een hond gaat kwijlen zodra hij het geluid van de voerbak hoort, nog voordat hij het voer ziet. Benoem de vorm van leren en leg uit welk verband de hond heeft geleerd.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — gedrag en leren (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Communicatie tussen dieren
Een marmot geeft bij een naderende roofvogel een luide alarmroep. Verklaar met kosten en baten waarom dit gedrag door selectie behouden blijft.
De alarmroep kost energie en trekt de aandacht van de roofvogel; de roeper loopt dus zelf extra risico.
De roep waarschuwt soortgenoten, die vaak naaste verwanten zijn en dezelfde genen dragen; zij kunnen zich in veiligheid brengen.
Als het redden van verwanten (die de genen voor dit gedrag delen) opweegt tegen het eigen risico, blijft het gedrag door selectie behouden.
Resultaat: De baten (redden van verwante soortgenoten die dezelfde genen dragen) wegen op tegen de kosten (eigen risico), zodat de alarmroep evolutionair loont en behouden blijft.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een marmot die een naderende roofvogel ziet, geeft een luide alarmroep. Leg met kosten en baten voor de fitness uit waarom dit gedrag ondanks het risico door selectie in stand blijft.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — sociaal gedrag (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Seksuele selectie
De lange staart van een pauwhaan maakt hem kwetsbaarder voor predatoren. Verklaar met seksuele selectie waarom deze staart toch is ontstaan.
De grote, opvallende staart maakt de haan zichtbaarder en trager, dus kwetsbaarder voor roofdieren — een nadeel voor de overleving.
Pauwinnen kiezen bij voorkeur hanen met een grote, mooie staart (teken van goede conditie); zulke hanen krijgen veel meer nakomelingen.
Het voortplantingsvoordeel weegt op tegen de overlevingskosten, zodat de allelen voor een grote staart in de populatie toenemen.
Resultaat: De staart verlaagt de overlevingskans maar verhoogt via de partnerkeuze het voortplantingssucces zoveel dat de fitness per saldo stijgt; daardoor blijft de staart door seksuele selectie behouden.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
De lange, opvallende staart van een pauwhaan maakt hem kwetsbaarder voor roofdieren. Leg met seksuele selectie uit waarom deze staart toch is ontstaan en in stand blijft.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — seksuele selectie (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Proximate en ultieme verklaring
Geef voor het broeden van vogels in het voorjaar een proximate en een ultieme verklaring.
De toenemende daglengte in het voorjaar veroorzaakt hormonale veranderingen die het broedgedrag (nestbouw, paren, eieren leggen) opwekken — het directe mechanisme.
In het voorjaar is er veel voedsel voor de jongen; wie dan broedt, brengt meer jongen groot en heeft een hogere fitness — de evolutionaire functie.
De proximate verklaring beantwoordt hóé het gedrag ontstaat, de ultieme wáárom het door selectie bestaat.
Resultaat: Proximaat: de langere dagen wekken via hormonen het broedgedrag op; ultiem: broeden in het voedselrijke voorjaar levert meer overlevende jongen en dus hogere fitness op.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Geef voor het broedgedrag van vogels in het voorjaar een proximate én een ultieme verklaring, en maak duidelijk welke vraag elke verklaring beantwoordt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — functie van gedrag (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)