Hoe een organisme prikkels waarneemt en erop reageert met beweging. Je bestudeert de zintuigen (prikkel, receptor, adequate prikkel), de bouw en werking van het oog met accommodatie en het netvlies, de reflexboog van prikkel tot reactie, en het bewegingsapparaat met het skelet en de antagonistisch werkende spieren.
4 Onderdelen~13 min leestijd4 VaardighedenNiveau Basis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Voor het CE beschrijf je de werking van het oog en de reflexboog en de rol van antagonistische spieren.
verhoogd niveau
Verdieping ligt in de fijnere bouw van het netvlies en de spiervezel.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Van prikkel tot waarneming
Verklaar waarom je bij een klap op het oog lichtflitsen ziet, hoewel er geen licht is.
De adequate prikkel van het oog is licht; normaal prikkelt licht de lichtreceptoren in het netvlies.
Een klap geeft druk; die druk prikkelt de lichtreceptoren toch, hoewel druk niet hun adequate prikkel is.
De hersenen interpreteren élke impuls uit het oog als licht; daarom „zie” je flitsen terwijl er geen licht is.
Resultaat: De druk prikkelt de lichtreceptoren, en omdat de hersenen impulsen uit het oog altijd als licht interpreteren, neem je lichtflitsen waar.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom je bij een harde klap tegen je oog lichtflitsen kunt zien, ook al is er geen licht. Gebruik de begrippen adequate prikkel en interpretatie in de hersenen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — zintuigen (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Bouw van het oog
Je verlegt je blik van een boek dichtbij naar een berg ver weg. Beschrijf wat er met de straalspier en de ooglens gebeurt en waarom.
Voor scherp zien dichtbij is een bolle lens nodig; de straalspier is aangespannen, waardoor de lens bol staat.
Voor scherp zien veraf moet de lens platter; de straalspier ontspant, waardoor de lens platter wordt.
Door de plattere lens vallen de vrijwel evenwijdige stralen van de berg weer scherp op het netvlies.
Resultaat: Bij het kijken naar veraf ontspant de straalspier en wordt de lens platter, zodat het beeld van de berg scherp op het netvlies valt (accommodatie).
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je kijkt eerst naar een boek dichtbij en dan naar een berg in de verte. Beschrijf wat er met de ooglens en de straalspier gebeurt en waarom.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — het oog (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
De reflexboog
Je raakt een hete pan aan en trekt meteen je hand terug; pas daarna voel je pijn. Beschrijf de reflexboog en verklaar de volgorde.
Warmtereceptoren in de huid vormen een impuls; een sensorisch neuron voert die naar het ruggenmerg, waar een schakelcel hem doorgeeft aan een motorisch neuron dat de armspier laat samentrekken.
Omdat de schakeling in het ruggenmerg gebeurt (niet in de hersenen), is het pad kort en verloopt de reactie zeer snel.
Tegelijk gaat een impuls omhoog naar de hersenen; daar ontstaat de bewuste pijngewaarwording, maar dat duurt langer, dus voel je de pijn ná het terugtrekken.
Resultaat: De hand wordt via de reflexboog in het ruggenmerg razendsnel teruggetrokken; de pijn volgt later omdat die pas in de hersenen bewust wordt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je raakt per ongeluk een hete pan aan en trekt meteen je hand terug; pas daarna voel je de pijn. Beschrijf de reflexboog en leg uit waarom je de hand terugtrekt vóór je de pijn voelt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — de reflexboog (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Antagonistisch spierpaar bij de arm
Beschrijf de rol van de buigspier en de strekspier bij het buigen en het strekken van de arm, en leg uit waarom twee spieren nodig zijn.
De buigspier (biceps) trekt samen en de strekspier (triceps) ontspant; de onderarm wordt naar de bovenarm getrokken en de arm buigt.
De strekspier trekt samen en de buigspier ontspant; de arm strekt zich weer.
Een spier kan alleen trekken, niet duwen of zichzelf verlengen; daarom is een antagonist nodig die de tegengestelde beweging maakt en de andere spier weer uitrekt.
Resultaat: De buigspier buigt en de strekspier strekt de arm; omdat een spier alleen kan trekken, is een antagonistisch paar nodig om het gewricht in beide richtingen te bewegen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf wat de buigspier (biceps) en de strekspier (triceps) doen wanneer je je arm buigt en wanneer je hem strekt, en leg uit waarom er twee spieren nodig zijn.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma biologie VWO — skelet en spieren (College voor Toetsen en Examens (CvTE))
Referenties en bronnen
College voor Toetsen en Examens (CvTE)