Dit onderwerp gaat over globalisering: het proces waarin de wereld steeds sterker met elkaar vervlochten raakt door stromen van goederen, kapitaal, mensen en informatie. Je verklaart die toenemende samenhang uit tijd-ruimtecompressie, je analyseert de mondiale arbeidsdeling en de culturele en demografische verscheidenheid die eruit voortkomt, en je plaatst het geheel in het centrum-periferiemodel dat de ongelijke integratie van de wereld beschrijft.
4 Onderdelen~13 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 2 · Verdieping 2
basisniveau
Voor iedereen: begrijp globalisering als groeiende samenhang door stromen, en herken de mondiale arbeidsdeling en de centrum-periferieverhoudingen.
verhoogd niveau
Verdieping: leer een concrete mondiale keten (van grondstof tot product) te analyseren en de winnaars en verliezers van de globalisering aan schaalniveaus te koppelen.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
Oorzaken en gevolgen van globalisering
Leg uit waarom men zegt dat de wereld door de globalisering „kleiner” is geworden, terwijl de afstanden in kilometers niet zijn veranderd.
De absolute afstand (in km) is onveranderd, maar de relatieve afstand — de tijd, moeite en kosten om die afstand te overbruggen — is sterk gedaald.
Door de transportrevolutie (container, goedkope luchtvaart) en de ICT-revolutie (internet) kost het overbruggen van afstand veel minder tijd en geld dan vroeger.
Plaatsen zijn daardoor functioneel dichter bij elkaar komen te liggen: dat heet tijd-ruimtecompressie, de kern van de gevoelsmatige „krimp” van de wereld.
Resultaat: De wereld is relatief kleiner geworden omdat transport en communicatie de tijd en kosten van afstand sterk verlaagden (tijd-ruimtecompressie), niet omdat de kilometers veranderden.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een alledaags product (koffie, een smartphone, kleding) en beschrijf welke mondiale stromen (goederen, kapitaal, mensen, informatie) eraan te pas komen voordat het bij jou is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde vwo — domein B, Wereld (CvTE / Examenblad)
Een mondiale productieketen
Een elektronicabedrijf uit een kernland laat zijn producten in een lagelonenland assembleren, maar houdt het ontwerp en de marketing in eigen land. Verklaar deze verdeling en leg uit wie het meeste aan de keten verdient.
Assemblage is arbeidsintensief; door dit in een lagelonenland te doen (offshoring) bespaart het bedrijf sterk op loonkosten.
Ontwerp en marketing zijn kennisintensief en bepalen het merk; die houdt het bedrijf in het kernland, waar de benodigde kennis en instituties zijn.
In de waardeketen zit de meeste winst bij ontwerp en merk (de uiteinden), niet bij de assemblage; het kernland vangt daardoor het grootste deel van de winst.
Resultaat: Het bedrijf plaatst arbeidsintensieve assemblage in een lagelonenland (lage lonen) en houdt de kennisintensieve, winstgevende delen in het kernland; dat kernland verdient het meest aan de keten.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe de opkomst van de nieuwe industrielanden (NIC's) samenhangt met de de-industrialisatie in de oude kernlanden, en benoem een winnaar en een verliezer op lokaal niveau.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde vwo — domein B, mondiale arbeidsdeling (CvTE / Examenblad)
Mondiaal tegenover lokaal
Een mondiale koffieketen verkoopt in Nederland stroopwafels bij de koffie en in Japan groene-theedranken. Welk begrip illustreert dit, en waarom is het geen zuivere culturele uniformering?
Een mondiaal merk past zijn aanbod aan de lokale smaak en cultuur aan; dat is glokalisering.
Het merk is wereldwijd hetzelfde (mondialisering), maar het product wordt per gebied aangepast — het lokale blijft dus zichtbaar.
Mondiaal en lokaal gaan hier samen: één wereldwijd merk, met een lokaal aangepast aanbod.
Resultaat: Dit is glokalisering: een mondiaal merk dat lokaal wordt aangepast, waardoor het geen volledige uniformering is maar een mengvorm van mondiaal en lokaal.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Geef twee voorbeelden uit je eigen omgeving: één van culturele mondialisering en één van glokalisering of lokalisering, en leg bij elk uit waarom het daaronder valt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde vwo — domein B, culturele globalisering (CvTE / Examenblad)
Het centrum-periferiemodel
Een perifeer land exporteert vooral onbewerkte cacao naar kernlanden, die er chocolade van maken en die wereldwijd verkopen. Leg met het centrum-periferiemodel uit waarom het perifere land hier weinig aan verdient.
Het perifere land levert een onbewerkte grondstof (lage waarde); het kernland verwerkt en verkoopt (hoge waarde, sterk merk).
De meeste waarde wordt toegevoegd bij de verwerking en verkoop in het centrum; de grondstofprijs is laag en schommelt sterk.
Het perifere land blijft afhankelijk van de export van één goedkope grondstof en van de vraag en prijzen die het centrum bepaalt; zo blijft de ongelijkheid in stand.
Resultaat: Het perifere land verdient weinig omdat het alleen een goedkope grondstof levert; de winstgevende verwerking en verkoop — en dus de macht over de prijs — liggen in het centrum, wat de afhankelijkheid bestendigt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een land en beargumenteer of het tot het centrum, de semiperiferie of de periferie hoort, met minstens twee kenmerken (bijvoorbeeld exportproducten en positie in de wereldeconomie).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde vwo — domein B, centrum en periferie (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad