Het mondiaal verdelingsvraagstuk gaat over de ongelijke verdeling van welvaart en welzijn over de wereld. Je leert ontwikkeling meten met indicatoren zoals het bbp per hoofd en de Human Development Index, je beschrijft de mondiale spreiding van arm en rijk, en je verklaart de ontwikkelingsverschillen uit historische én actuele oorzaken — waarbij het centrum-periferiemodel en de samenhang tussen arme en rijke gebieden (via handel, migratie en beleid) centraal staan.
4 Onderdelen~13 min leestijd4 VaardighedenNiveau Standaard 3 · Verdieping 1
basisniveau
Voor iedereen: leer ontwikkeling meten en de mondiale kloof beschrijven en verklaren met het centrum-periferiemodel.
verhoogd niveau
Verdieping: combineer historische (kolonialisme, ruilvoet) en actuele (schuld, mondiale arbeidsdeling) verklaringen en beoordeel de effectiviteit van beleid en samenwerking.
Leesdiepte: Verdieping
Tekstgrootte: Standaard
HDI van enkele landen
Land X en land Y hebben ongeveer hetzelfde bbp per hoofd, maar de HDI van X is veel hoger dan die van Y. Leg uit hoe dat kan en wat het over beide landen zegt.
Het bbp per hoofd meet alleen de gemiddelde welvaart (inkomen), niet gezondheid, onderwijs of verdeling.
De HDI combineert inkomen met levensverwachting en opleidingsniveau; een verschil in HDI bij gelijk inkomen komt dus door verschillen in gezondheid en onderwijs.
In land X wordt de welvaart blijkbaar goed omgezet in gezondheid en onderwijs; in land Y niet — daar profiteert de bevolking minder van hetzelfde inkomen.
Resultaat: Bij gelijk inkomen kan de HDI verschillen doordat X beter scoort op gezondheid en onderwijs; de HDI laat zo zien dat welvaart en welzijn niet hetzelfde zijn.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies drie indicatoren (een economische, een sociale en een demografische) en leg uit welk aspect van ontwikkeling elke indicator meet en waarom je ze het best samen gebruikt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde vwo — domein B, ontwikkeling meten (CvTE / Examenblad)
Inkomen en levensverwachting
Uit Afb. 2 blijkt dat een stijging van 2 naar 12 duizend dollar de levensverwachting veel sterker verhoogt dan een stijging van 40 naar 50 duizend dollar. Verklaar dit en trek er een conclusie uit voor ontwikkelingsbeleid.
Van 2 naar 12 stijgt de levensverwachting van circa 55 naar 72 jaar (+17 jaar); van 40 naar 50 nauwelijks (van circa 80 naar 81 jaar).
Bij lage inkomens gaat extra geld naar basisbehoeften (voedsel, schoon water, basisgezondheidszorg) met grote gezondheidswinst; bij hoge inkomens zijn die al vervuld, dus extra inkomen levert weinig extra levensjaren.
Investeren in de armste landen levert de grootste winst in welzijn per euro op; daar is de gezondheidswinst het grootst.
Resultaat: De curve vlakt af omdat bij lage inkomens extra geld basisbehoeften vervult (veel gezondheidswinst) en bij hoge inkomens niet; hulp aan de armste landen levert daarom de meeste welzijnswinst op.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf met behulp van een wereldkaart van het bbp per hoofd de mondiale spreiding van welvaart en noem twee gebieden die het patroon van „rijk Noorden, armer Zuiden” doorbreken.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde vwo — domein B, spreiding van welvaart (CvTE / Examenblad)
De vicieuze cirkel van armoede
Een land haalt bijna al zijn exportinkomen uit één grondstof. Leg uit waarom dit de ontwikkeling belemmert en hoe het met de vicieuze cirkel samenhangt.
De wereldmarktprijs van één grondstof schommelt sterk; bij een prijsdaling kelderen de exportinkomsten, waar het land niet tegen kan sterven.
Op lange termijn dalen grondstofprijzen vaak ten opzichte van industrieproducten; het land verdient relatief steeds minder voor zijn export.
Lage en onzekere inkomsten betekenen weinig geld om te investeren in onderwijs en industrie, waardoor de economie eenzijdig en de productiviteit laag blijft — de vicieuze cirkel.
Resultaat: Afhankelijkheid van één grondstof maakt het inkomen onzeker en laag door prijsschommelingen en een verslechterende ruilvoet; dat voedt de vicieuze cirkel van weinig investeren en lage productiviteit.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Noem drie oorzaken van de achterstand van een gebied — één historische, één mondiaal-economische en één nationale — en leg uit hoe ze elkaar versterken.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde vwo — domein B, verklaringen ontwikkeling (CvTE / Examenblad)
Push- en pullfactoren van migratie
Leg uit waarom arbeidsmigratie zowel een nadeel als een voordeel voor het herkomstland kan hebben.
Vaak vertrekken juist de jonge, gezonde en opgeleide mensen; het herkomstland verliest arbeidskracht en talent (brain drain).
Migranten sturen geld naar huis (remittances); die stroom is voor veel arme landen groot en stabiel en wordt in onderwijs, gezondheid en huisvesting geïnvesteerd.
Het netto-effect hangt af van wie vertrekt en waar de remittances aan worden besteed: verlies van menselijk kapitaal tegenover een belangrijke, structurele geldstroom.
Resultaat: Migratie kost het herkomstland arbeidskracht (brain drain) maar levert een grote, stabiele geldstroom op (remittances); of het per saldo gunstig is, hangt af van wie vertrekt en waaraan het geld wordt besteed.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beoordeel of eerlijke handel (fair trade) of ontwikkelingshulp een perifeer land het meest structureel vooruithelpt, en onderbouw je keuze met de vicieuze cirkel van armoede.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma aardrijkskunde vwo — domein B, mondiale samenhang (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad