Loading
Loading
Beschrijvende statistiek begint bij het zichtbaar en samenvatbaar maken van data. In dit onderwerp orden je waarnemingen in frequentieverdelingen en kies je het passende diagram (staafdiagram, histogram, frequentiepolygoon, cirkel- en lijndiagram), vat je een verdeling samen met centrummaten (gemiddelde, mediaan, modus) en spreidingsmaten (spreidingsbreedte, kwartielafstand en standaardafwijking), en lees je een boxplot om verdelingen te vergelijken. De rode draad is kritisch interpreteren: een grafiek of conclusie vertrouw je pas nadat je de assen, de schaal, de steekproef en het verschil tussen samenhang en oorzaak hebt gewogen. Omdat wiskunde D volledig met het schoolexamen (SE) wordt afgesloten, toetst het SE deze stof in samenhang met de rest van de kansrekening en statistiek.
4Onderdelenca. 32min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3
basisniveau
Voor het schoolexamen (SE): orden data in een frequentieverdeling, lees een histogram, een boxplot en de gangbare diagrammen af, en bereken de centrum- en spreidingsmaten (ook de standaardafwijking met de grafische rekenmachine).
verhoogd niveau
Verdieping: kies bewust de passende centrum- en spreidingsmaat bij de vorm van de verdeling, vergelijk verdelingen met boxplots, en onderbouw of weerleg een statistische conclusie (misleiding, steekproef, correlatie versus causaliteit).
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Histogram: reistijd van 40 leerlingen (rechtsscheef)
relatieve frequentie van een klasse
Deel de frequentie door het totale aantal waarnemingen en vermenigvuldig met 100%. Relatieve frequenties maken groepen van verschillende grootte vergelijkbaar en tellen samen op tot 100%.
hoek in een cirkeldiagram
In een cirkeldiagram is de middelpuntshoek van een sector evenredig met de relatieve frequentie van die categorie; alle sectorhoeken samen vormen 360°.
Staafdiagram: vervoer naar school
Hieronder staat het histogram van de reistijd van 40 leerlingen, ingedeeld in klassen van 10 minuten. Beschrijf de vorm van de verdeling, bepaal de modale klasse en lees af hoeveel leerlingen tussen de 10 en 30 minuten reizen.
Op de horizontale as staat de reistijd in minuten, verdeeld in klassen van 10 minuten; verticaal staat de frequentie (het aantal leerlingen per klasse). De staven raken elkaar, dus het is een histogram van een numerieke grootheid.
De hoogste staaf staat links, bij de klasse [0, 10), en de staven nemen naar rechts steeds verder af tot een dunne staart bij de langste reistijden. De verdeling is dus rechtsscheef: een top links en een lange staart naar rechts.
De modale klasse is de klasse met de hoogste staaf. Dat is de klasse [0, 10) met een frequentie van 14 leerlingen.
Het gebied van 10 tot 30 minuten beslaat twee klassen: [10, 20) met 12 en [20, 30) met 8. Tel de frequenties op: 12 + 8 = 20 leerlingen.
Resultaat: De verdeling is rechtsscheef, de modale klasse is met leerlingen, en van de leerlingen (dus ) reizen tussen de en minuten. Door eerst de assen en de vorm te benoemen en daarna de klassefrequenties op te tellen, lees je het histogram betrouwbaar af.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een onderzoek noteert van leerlingen het aantal uren slaap per nacht in klassen van één uur: : , : , : , : , : . Bepaal de modale klasse, bereken de relatieve frequentie van de klasse en lees af hoeveel leerlingen minstens uur slapen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde D (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Centrum- en spreidingsmaten in één overzicht
het gemiddelde
Tel alle n waarnemingen op en deel door n. Het gemiddelde gebruikt elke waarde en is daardoor gevoelig voor uitschieters.
interkwartielafstand
De breedte van de middelste 50% van de waarnemingen. De IQR is ongevoelig voor uitschieters, want de buitenste kwart aan elke kant telt niet mee.
de standaardafwijking
De wortel uit het gemiddelde van de gekwadrateerde afwijkingen tot het gemiddelde — de typische afstand van de waarnemingen tot x̄. Het kwadrateren voorkomt dat plus en min elkaar opheffen; de variantie is het getal onder de wortel.
Acht leerlingen noteerden hoeveel boeken ze het afgelopen jaar lazen: . Bereken het gemiddelde en de standaardafwijking (gebruik de definitie ).
Tel de acht waarden op en deel door n = 8.
Trek van elke waarde het gemiddelde 5 af en kwadrateer. De afwijkingen zijn −3, −1, −1, −1, 0, 0, 2, 4 met kwadraten 9, 1, 1, 1, 0, 0, 4, 16.
Deel de som van de kwadraten door n = 8 (dat is de variantie) en trek dan de wortel.
Resultaat: Het gemiddelde is boeken en de standaardafwijking is boeken. De spreiding van betekent dat de aantallen gemiddeld ongeveer boeken van het gemiddelde van afwijken; de variantie is het tussenresultaat onder de wortel. Met de grafische rekenmachine vind je via exact dezelfde waarde .
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Gegeven de dataset . Bereken het gemiddelde, de mediaan en de modus, bepaal de spreidingsbreedte en de kwartielafstand, en bereken de standaardafwijking met de definitie (afgerond op één decimaal).
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde D (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Boxplots van twee klassen vergeleken
de vijfgetallensamenvatting
De vijf getallen die de gesorteerde data in vier even grote stukken (elk 25%) verdelen: minimum, eerste kwartiel, mediaan (Q2), derde kwartiel en maximum.
uitschietergrenzen (1,5·IQR)
Waarnemingen kleiner dan de ondergrens of groter dan de bovengrens zijn uitschieters; de snorharen lopen tot de meest extreme waarde die nog binnen deze grenzen valt.
De toetscijfers van klas A zijn (). Bepaal de vijfgetallensamenvatting, ga na of er uitschieters zijn en beschrijf de bijbehorende boxplot.
De cijfers staan al op volgorde. Het minimum is 3 en het maximum is 9. Bij n = 11 is de mediaan de 6e waarde.
Laat de mediaan (de 6e waarde) buiten beschouwing. De onderste helft 3, 4, 5, 5, 6 heeft als middelste waarde Q1 = 5; de bovenste helft 6, 7, 7, 8, 9 heeft als middelste waarde Q3 = 7.
De kwartielafstand is IQR = 7 − 5 = 2. De grenzen liggen op 5 − 1,5·2 = 2 en 7 + 1,5·2 = 10. Alle cijfers liggen tussen 3 en 9, dus binnen deze grenzen: er zijn geen uitschieters.
De doos loopt van 5 tot 7 met de mediaanstreep bij 6, precies in het midden. De snorharen reiken naar 3 en 9 en zijn beide even lang (2). De boxplot is dus symmetrisch.
Resultaat: De vijfgetallensamenvatting is met , en er zijn geen uitschieters. De doos ( tot ) bevat de middelste van de cijfers, de mediaan ligt met in het midden en de gelijke snorharen maken de verdeling symmetrisch. Dit is de boxplot van klas A in de figuur hierboven.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bepaal de vijfgetallensamenvatting van (). Onderzoek met de -grens of een uitschieter is, en beschrijf de vorm van de bijbehorende boxplot.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde D (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Spreidingsdiagram: ijsverkoop en zwembadbezoek
een verschil eerlijk wegen
Een afgesneden as maakt van 51% tegenover 49% optisch een enorm verschil, terwijl het werkelijke (relatieve) verschil maar ongeveer 4% is. Weeg een verschil altijd ten opzichte van de hele waarde, niet ten opzichte van een afgesneden nulpunt.
Een krant kopt boven het spreidingsdiagram hierboven: ‘Meer ijs eten maakt het zwembad drukker.’ Beoordeel deze conclusie kritisch.
In het spreidingsdiagram stijgen ijsverkoop en zwembadbezoek samen: hogere waarden van de een gaan samen met hogere waarden van de ander. Er is dus een duidelijke positieve correlatie.
Een verband betekent niet dat het ene het andere veroorzaakt. De kop trekt uit de samenhang meteen een oorzaak-gevolgconclusie, en dat is een denkfout.
Een derde variabele verklaart beide tegelijk: op warme dagen wordt er én meer ijs verkocht én meer gezwommen. Het weer is de gemeenschappelijke oorzaak; ijs eten en zwemmen beïnvloeden elkaar niet.
De gegevens tonen een reëel verband, maar onderbouwen de causale claim niet. Een eerlijke conclusie luidt: ijsverkoop en zwembadbezoek hangen samen, waarschijnlijk door het warme weer — niet dat het een het ander veroorzaakt.
Resultaat: De kop is niet houdbaar. Het spreidingsdiagram laat een echte positieve correlatie zien, maar correlatie is geen causaliteit: de gemeenschappelijke oorzaak (warm weer) verklaart waarom beide grootheden samen stijgen. Wie zo redeneert, scheidt het waarneembare verband netjes van de niet-onderbouwde oorzaak-gevolguitspraak.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een advertentie toont een staafdiagram waarin merk X duidelijk boven merk Y uitsteekt; de verticale as begint echter bij en loopt tot , en de cijfers komen uit een online enquête onder de eigen klanten van merk X. Noem twee redenen waarom deze grafiek misleidend kan zijn en leg uit hoe een eerlijke weergave eruit zou zien.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde D (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad