Loading
Loading
Combinatoriek beantwoordt de vraag op hoeveel verschillende manieren iets kan, en is bij wiskunde D volwaardige examenstof binnen domein B. Je leert systematisch tellen met een wegendiagram en de vermenigvuldigingsregel, en daarna rekenen met faculteit, permutaties, variaties en combinaties (de binomiaalcoëfficiënt). Omdat wiskunde D volledig via het schoolexamen (SE) wordt afgenomen, ligt de nadruk op het herkennen van de juiste telwijze, het netjes uitrekenen ervan en de stap naar de kansrekening.
4Onderdelenca. 27min leestijd4VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3
basisniveau
Beheers het systematisch tellen met een wegendiagram en de vermenigvuldigingsregel (met en zonder herhaling) — dat zijn de basisgereedschappen waarmee je elk telprobleem aanpakt.
verhoogd niveau
Reken vlot met permutaties, variaties en combinaties, leid de binomiaalcoëfficiënt af, en pak samengestelde telproblemen en permutaties met herhaling aan als opstap naar de kansrekening.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Wegendiagram van een code van twee tekens
vermenigvuldigingsregel
Het totale aantal mogelijkheden van een keuze in k opeenvolgende stappen is het product van het aantal mogelijkheden per stap.
r gelijke stappen, met herhaling
Zijn er r stappen die elk dezelfde n mogelijkheden hebben, dan is het totaal n tot de macht r, bijvoorbeeld tien tot de macht vier oftewel 10000 pincodes.
Een kluis heeft een code van 3 tekens. Elk teken is een letter uit het rijtje A, B, C, D, E (5 letters). Bereken het aantal mogelijke codes (a) als letters herhaald mogen worden en (b) als de drie letters onderling verschillend moeten zijn.
De code ontstaat in drie stappen: kies het 1e teken, dan het 2e, dan het 3e. Per stap tel je hoeveel letters je mag kiezen, en die aantallen vermenigvuldig je.
Mag elke letter herhaald worden, dan heb je bij elke stap alle 5 letters beschikbaar. Het aantal codes is het product van drie keer 5, oftewel 5 tot de macht 3.
Moeten de letters verschillen, dan valt na elke keuze één letter af: 5 keuzes voor het 1e teken, 4 voor het 2e en 3 voor het 3e.
Resultaat: Met herhaling zijn er 125 codes, zonder herhaling 60. Het verschil ontstaat doordat de eis „verschillend” bij elke volgende stap één mogelijkheid wegneemt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een toegangscode bestaat uit 2 letters (uit de 26 letters van het alfabet) gevolgd door 3 cijfers (0 t/m 9). Bereken het aantal mogelijke codes (a) als alles herhaald mag worden en (b) als de 2 letters onderling verschillend moeten zijn en de 3 cijfers ook. Geef per stap aan met hoeveel keuzes je rekent.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde D (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Faculteit n!
faculteit
Het aantal manieren om n verschillende objecten in een rij te rangschikken; spreek uit als „n-faculteit”. Afspraak: 0! = 1.
permutaties van r uit n
Het aantal geordende rangschikkingen van r objecten gekozen uit n, waarbij de volgorde meetelt; op de GR de functie nPr.
(a) Op hoeveel volgordes kun je 6 verschillende leerlingen op een rij zetten voor een groepsfoto? (b) Uit 7 atleten wordt de erelijst van de eerste drie plaatsen (goud, zilver, brons) opgemaakt; hoeveel verschillende erelijsten zijn er?
Alle 6 leerlingen op een rij: 6 keuzes voor de 1e plaats, 5 voor de 2e, 4 voor de 3e, enzovoort tot 1 voor de laatste. Dat is 6-faculteit.
Nu vul je maar 3 van de 7 plaatsen, en de volgorde (goud, zilver, brons) telt. Dat is een permutatie van 3 uit 7.
Reken (b) los na met de vermenigvuldigingsregel: 7 keuzes voor goud, 6 voor zilver, 5 voor brons, samen 7 · 6 · 5 = 210. Dezelfde uitkomst — de permutatieformule is alleen een snellere schrijfwijze.
Resultaat: (a) 720 volgordes voor de zes leerlingen; (b) 210 verschillende erelijsten van de eerste drie plaatsen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een klas kiest uit 6 kandidaten een voorzitter, een secretaris en een penningmeester; dit zijn drie verschillende functies. Bereken op hoeveel manieren dat kan en leg uit waarom dit een permutatie is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde D (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Welke telwijze?
variatie met herhaling
Geordend kiezen van r uit n waarbij elk teken herhaald mag worden; elke van de r plaatsen heeft dezelfde n keuzes.
variatie zonder herhaling (= permutatie van r uit n)
Geordend kiezen van r uit n zonder herhaling; het aantal keuzes per plaats loopt terug. Op de GR: nPr.
combinatie (binomiaalcoëfficiënt)
Ongeordend kiezen van r uit n; de geordende telling gedeeld door r!. Spreek uit „n boven r”, op de GR de functie nCr.
symmetrie
Kiezen welke r je meeneemt is hetzelfde als kiezen welke n − r je weglaat; reken met de kleinste van de twee.
Uit een selectie van 9 spelers wordt een team van 4 gekozen; de volgorde maakt niet uit. Bereken op hoeveel manieren dat kan, en controleer je antwoord via de bijbehorende geordende telling.
De volgorde binnen het team doet er niet toe (een team is een team), dus dit is een combinatie van 4 uit 9.
Gebruik de binomiaalcoëfficiënt met n = 9 en r = 4, en reken de breuk uit.
Zou de volgorde wél tellen, dan waren er 9 · 8 · 7 · 6 = 3024 geordende viertallen. Elk team van 4 is op 4! = 24 volgordes te ordenen, dus deel je 3024 door 24: dat geeft opnieuw 126. De getallen kloppen.
Resultaat: Er zijn 126 verschillende teams van 4 spelers. De controle 3024 ÷ 24 = 126 bevestigt het: de combinatie is precies 4! keer kleiner dan de bijbehorende geordende telling.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
In een vereniging van 12 leden wordt een commissie van 4 personen gekozen, zonder rangorde. Bereken het aantal mogelijke commissies, en leg uit waarom dit een combinatie is en geen variatie. Controleer je antwoord door de bijbehorende geordende telling door 4! te delen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde D (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Beslisschema telwijzen
permutaties met herhaling
Het aantal verschillende rangschikkingen van n objecten waarvan er groepen identiek zijn; n_i geeft aan hoe vaak object i voorkomt.
kans (regel van Laplace)
Geldt bij even waarschijnlijke uitkomsten; teller en noemer tel je met de combinatoriek uit dit hoofdstuk.
Uit 6 docenten en 8 leerlingen wordt een commissie van 5 personen gevormd, die moet bestaan uit 2 docenten en 3 leerlingen. Bereken het aantal mogelijke commissies.
Je kiest 2 docenten én 3 leerlingen. Binnen elke groep telt de volgorde niet, dus zijn het combinaties; het woord „én” betekent dat je de deelaantallen vermenigvuldigt.
2 docenten kiezen uit 6, zonder volgorde: een combinatie van 2 uit 6.
3 leerlingen kiezen uit 8, zonder volgorde: een combinatie van 3 uit 8.
Bij elke keuze van 2 docenten horen alle 56 keuzes van 3 leerlingen, dus vermenigvuldig je de twee aantallen.
Resultaat: Er zijn 840 mogelijke commissies. De twee groepen worden onafhankelijk gekozen, dus vermenigvuldig je de deelaantallen; binnen elke groep telt de volgorde niet, vandaar de combinaties.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
(a) Hoeveel verschillende letterrijtjes kun je maken met alle letters van het woord STELLING? (b) Uit 5 jongens en 7 meisjes wordt een groepje van 2 jongens en 2 meisjes gekozen; bereken het aantal mogelijke groepjes en leg uit waarom je de deelaantallen vermenigvuldigt.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma wiskunde D (HAVO) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad