Loading
Loading
Terugslagspelen zijn de netspelen — volleybal, badminton en tennis — waarin twee partijen om beurten een bal of shuttle over een net spelen en punten scoren door de tegenstander de bal onbereikbaar of moeilijk terug te laten spelen. Je leert de gemeenschappelijke spelprincipes (rally opbouwen, bal onder controle houden, aanvallen en verdedigen) én de specifieke technieken per spel. Lichamelijke opvoeding wordt op de HAVO volledig met een schoolexamen (handelingsdeel) afgesloten; er is geen centraal examen, dus de oefeningen hieronder zijn oefensituaties, geen gedateerde examenopgaven.
4Onderdelenca. 28min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 3
basisniveau
Terugslagspelen horen tot domein B (Bewegen) en worden in het schoolexamen praktisch getoetst: je laat zien dat je in volleybal, badminton of tennis een rally kunt opbouwen, de bal kunt plaatsen en positie kunt kiezen.
verhoogd niveau
Wie zich verdiept, gebruikt de tactische begrippen (vrije ruimte, tempo, aanval-versus-opbouw, dekken) om spelsituaties bewust te lezen en het eigen én het teamspel te sturen — en kan dat ook in de rol van coach of scheidsrechter benoemen.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
De drie terugslagspelen vergeleken
Opbouwen of aanvallen — de keuze in de rally
Bij een enkelspel badminton speelt de tegenstander een korte, zachte bal net over het net; hij staat na die slag ver vooraan bij het net. Ontleed de situatie en bepaal welke slag je kiest.
De tegenstander staat na zijn korte bal ver vooraan, dicht bij het net. De hele achterkant van zijn speelveld is daardoor onbezet.
De vrije ruimte ligt achterin: de achterhoek van de speelhelft die de tegenstander net heeft verlaten om naar voren te komen.
Plaatsen in de vrije ruimte is hier sterker dan tempo: een lange, hoge slag naar achteren (een clear) dwingt de tegenstander een grote afstand terug af te leggen.
Speel de clear diep en hoog genoeg zodat je tijd wint om zelf terug te keren naar je basispositie in het midden van het veld, klaar voor het antwoord.
Resultaat: De vrije ruimte ligt achterin; je valt aan door de shuttle met een diepe clear naar de achterhoek te plaatsen en keert daarna terug naar je basispositie in het midden.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bekijk een spelsituatie in een terugslagspel naar keuze waarin de tegenstander na een lange bal ver in de achterhoek staat. Beschrijf waar op dat moment de vrije ruimte ligt, welke aanvalsslag je kiest en waarom, en leg uit wat je daarna zelf moet doen om niet uit positie te komen te staan.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein B Bewegen: spel (terugslagspelen) (CvTE / Examenblad)
Bovenhands versus onderhands spelen
De volleybalcyclus: aanname, set-up, aanval
De tegenpartij slaat een harde, snelle opslag die laag over het net komt en recht op jou afkomt. Bepaal welke techniek je gebruikt om de bal aan te nemen en hoe je hem speelt, zodat je team de aanval kan opbouwen.
De opslag is hard en laag: dit is precies de bal die je niet bovenhands maar onderhands moet aannemen, omdat je onderarmen de harde bal beter onder controle brengen.
Ga laag door de knieën, breng je gestrekte onderarmen tegen elkaar en richt het platte vlak van je onderarmen op de bal.
Kaats de bal rustig en hoog naar het midden voor het net, zodat de spelverdeler er goed bij kan om de set-up te maken.
Een goede aanname is hoog en centraal: dat geeft de spelverdeler tijd en ruimte om de bal bovenhands klaar te leggen voor de aanvaller.
Resultaat: Je neemt de harde, lage opslag onderhands aan met gestrekte onderarmen, laag door de knieën, en speelt de bal hoog en centraal naar het net zodat de set-up en de aanval kunnen volgen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf de drie contacten waarmee een volleybalteam een aanval opbouwt na de aanname van een opslag. Geef per contact aan welke techniek (bovenhands of onderhands) je gebruikt en waarom, en leg uit wat er met de rotatie gebeurt als jouw team deze rally wint terwijl de tegenpartij serveerde.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein B: terugslagspelen (volleybal) (CvTE / Examenblad)
Van basispositie naar de shuttle en terug
De drie badmintonslagen
In een enkelspel wil je een punt winnen tegen een tegenstander die goed diep terugslaat. Stel een aanvalsplan op met de badmintonslagen en leg uit hoe je de vrije ruimte creëert en gebruikt.
Speel enkele hoge, diepe clears naar de achterlijn. De tegenstander moet daardoor telkens ver naar achteren en blijft achterin hangen.
Doordat de tegenstander diep staat, komt de ruimte vlak bij het net (vooraan) vrij te liggen.
Speel nu onverwacht een drop: een korte, zachte slag die net over het net valt in de vrije ruimte vooraan, waar de tegenstander niet op tijd kan zijn.
Krijg je in plaats van een diepe bal een korte, hoge bal terug, dan kun je die van bovenaf met een smash steil naar beneden afmaken.
Resultaat: Je zet de tegenstander met diepe clears achterin, creëert zo vrije ruimte vooraan en maakt het punt met een verrassende drop net over het net — of met een smash als je een hoge bal terugkrijgt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je speelt een enkelspel badminton. Beschrijf hoe je met een reeks clears de tegenstander diep in de achterhoek zet en vervolgens met een drop de vrije ruimte vlak bij het net aanspeelt. Leg per slag uit welk doel je nastreeft en waarom je na elke slag naar de basispositie terugkeert.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein B: terugslagspelen (badminton) (CvTE / Examenblad)
Plaatsing: de tegenstander laten lopen
Forehand, backhand en service
Je hebt geserveerd en de rally is begonnen. De tegenstander staat centraal achter de baseline en heeft een zwakke backhand. Beschrijf stap voor stap hoe je door plaatsing een punt opbouwt en afmaakt.
Begin met diepe grondslagen richting de baseline, zodat de tegenstander achterin blijft en zelf geen aanvalshoek krijgt.
Speel herhaald naar de backhandhoek van de tegenstander; door de zwakkere slag krijg je kortere, zwakkere returns terug.
Wissel af: speel nu een bal naar de open forehandhoek, zodat de tegenstander de hele breedte van het veld moet afleggen en te laat komt.
Nu de tegenstander uit positie naar één kant is gedwongen, plaats je de winnende bal in de vrije ruimte aan de andere kant, waar hij niet meer bij kan.
Resultaat: Je bouwt het punt op met diepe slagen, belast de zwakke backhand, laat de tegenstander van hoek naar hoek lopen en maakt het punt af door de bal in de ontstane vrije ruimte te plaatsen — plaatsing wint, niet kracht.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je speelt een rally in het enkelspel tennis tegen een tegenstander met een zwakke backhand. Stel een aanvalsplan op: leg uit hoe je met diepe slagen en het belasten van de backhandkant de tegenstander uit positie speelt, en waarheen je uiteindelijk de winnende bal plaatst. Beschrijf ook wat je zelf na elke slag doet om niet uit positie te komen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein B: terugslagspelen (tennis) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen