Loading
Loading
Slag- en loopspelen zoals softbal, honkbal en slagbal draaien om één idee: het slagteam slaat de bal weg en probeert punten te scoren door langs de honken rond te lopen, terwijl het veldteam de bal snel onder controle krijgt en de lopers uitmaakt. Je leert het slaan (batten), het lopen langs de honken en het veldwerk (vangen, gooien, uittikken en uitbranden), plus de tactiek van beide teams. Dit hoort bij het handelingsdeel/schoolexamen van LO; er is geen centraal examen — je wordt beoordeeld op je bewegen, je spelinzicht en je reflectie daarop.
4Onderdelenca. 21min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 2 · Standaard 1 · Verdieping 1
basisniveau
Beheers de kern: de bal raken en wegslaan, snel starten en veilig een honk halen, en in het veld de bal vangen, gooien en de loper uittikken — en ken de drie manieren waarop een speler uit gaat.
verhoogd niveau
Wie zich verdiept, leest de spelsituatie vooruit: het slagteam kiest bewust waar het naartoe slaat en of het doorloopt, het veldteam bepaalt razendsnel naar welk honk het gooit om de voorste loper te stoppen.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Slagteam versus veldteam: de taken
Bij softbal staan de veldspelers vooral in het midden en links van het veld. De ruimte rechtsachter is leeg. Je bent slagman en wilt zoveel mogelijk tijd om te lopen. Waar sla je naartoe en waarom?
Kijk vóór de slag waar de veldspelers staan en waar de open ruimte is: hier is dat rechtsachter, waar niemand staat.
Richt je slag op de lege ruimte rechtsachter, zodat geen veldspeler de bal direct kan oppakken.
Sla de bal ver genoeg zodat de dichtstbijzijnde veldspeler een grote afstand moet lopen voordat hij de bal heeft.
Doordat de bal ver in de lege hoek ligt, win je tijd en kun je na de slag rustig naar het eerste honk lopen, misschien zelfs door naar het tweede.
Resultaat: Je slaat de bal ver naar de lege ruimte rechtsachter. Daar staat geen veldspeler, dus het veldteam verliest tijd met halen en teruggooien, en jij hebt de tijd om veilig (misschien zelfs meer dan één) honk te halen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf de vier belangrijkste stappen van een goede slag (stand, oog op de bal, heupdraai, doorzwaai) en leg vervolgens uit naar welke plek in het veld je bij voorkeur slaat en waarom die plek je de meeste tijd oplevert om een honk te halen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — spel: slag- en loopspelen (CvTE / Examenblad)
Scoren: van slag tot run
Je hebt de bal geslagen en bereikt het eerste honk. De bal is net opgepakt door een veldspeler die vrij dichtbij staat en klaarstaat om te gooien. Wat doe je?
Je staat op het eerste honk en bent daar op dit moment veilig; je kunt hier blijven zonder risico.
De bal is al opgepakt en de veldspeler staat dichtbij en klaar om snel te gooien naar het tweede honk.
Als je nu doorloopt, kan de bal eerder bij het tweede honk zijn dan jij — dan word je uitgemaakt tijdens het lopen.
Het risico is te groot: je blijft veilig op het eerste honk staan en wacht op een betere kans bij de volgende slag.
Resultaat: Je blijft op het eerste honk staan. Omdat de bal al onder controle is en de veldspeler klaarstaat, is doorlopen te riskant; op het honk ben je veilig en houd je je kans op scoren bij een volgende slag open.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Je slaat de bal ver in de linkerhoek en sprint naar het eerste honk. De bal ligt nog ver weg en wordt langzaam opgehaald. Beschrijf welke beslissing je bij het eerste honk neemt, waar je op let om die keuze te maken, en waarom te lang twijfelen gevaarlijk is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — lopen en scoren in slagspelen (CvTE / Examenblad)
De drie manieren om uit te gaan
De uit-beslissing van het veldteam
Een loper staat op het eerste honk. De slagman slaat een lage bal over de grond. De loper op het eerste honk móét nu wel doorlopen naar het tweede honk, omdat de slagman naar het eerste honk komt. Het veldteam pakt de bal. Wat is de slimste uit?
De slagman komt naar het eerste honk, dus de loper op het eerste honk móét doorlopen naar het tweede: dit is een gedwongen loop.
Bij een gedwongen loop kun je uitbranden: je hoeft de loper niet aan te raken, alleen het tweede honk met de bal aan te raken voordat hij er is.
Het veldteam gooit de bal snel naar de speler op het tweede honk, die het honk aanraakt terwijl hij de bal vangt.
Uittikken (de loper aanraken) zou ook mogen, maar is moeilijker en langzamer; uitbranden op het honk is hier de veiligste keuze.
Resultaat: Dit is een gedwongen loop, dus de slimste uit is uitbranden op het tweede honk: de bal naar dat honk gooien en het honk aanraken voordat de loper er is. Dat is sneller en zekerder dan proberen de loper uit te tikken.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg de drie manieren waarop een speler uit kan gaan uit in je eigen woorden. Beschrijf daarna een situatie waarin uitbranden de juiste keuze is en een situatie waarin uittikken de enige mogelijkheid is, en verklaar het verschil.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — veldwerk en manieren van uitgaan (CvTE / Examenblad)
Spelrollen en hun taak
Er staan lopers op het eerste en het tweede honk. De slagman slaat een bal die stuitert het middenveld in. Jij bent veldspeler in het middenveld en pakt de bal. Ontleed de situatie en bepaal je actie.
Je komt achter de bal en pakt hem zeker op; een gemorste bal zou de lopers gratis tijd geven om op te schuiven.
Er lopen mogelijk drie lopers tegelijk: van tweede naar derde honk, van eerste naar tweede, en de slagman naar het eerste honk — de voorste (richting derde honk) staat het dichtst bij een punt.
De voorste loper is het dichtst bij scoren; kun je op tijd zijn bij het derde honk, dan gooi je daarnaartoe. Is die te ver, dan kies je een honk waar een gedwongen loop uitbranden mogelijk maakt.
Je roept naar welk honk je gooit, de honkspeler dekt dat honk en staat klaar om de bal te vangen en het honk aan te raken.
Resultaat: Je pakt de bal zeker, kiest de loper die het dichtst bij een punt is (of het honk met een gedwongen loop), en gooit gericht naar de honkspeler die het honk dekt. Zo maak je met samenwerkende posities de gevaarlijkste loper uit in plaats van blind achter de bal aan te rennen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Ontleed als aanvoerder van het veldteam de volgende situatie: er staan lopers op het eerste en tweede honk en de bal wordt in het middenveld geslagen. Beschrijf hoe je de bal snel onder controle krijgt, welke loper je wilt uitmaken, naar welk honk je gooit en welke posities daarbij samenwerken. Onderbouw elke keuze.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — spelinzicht en tactiek in slag- en loopspelen (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen