Loading
Loading
Doelspelen zijn de invasie- of doelspelen waarbij twee teams proberen te scoren op één doel dat de tegenstander verdedigt: voetbal, basketbal en handbal zijn de bekendste voorbeelden. Je leert de spelprincipes voor aanval en verdediging, het omschakelen tussen die twee, en je leert een spelsituatie lezen en ontleden. Lichamelijke opvoeding is een handelingsdeel- en schoolexamenvak: er is geen centraal examen, dus alle oefenopdrachten hieronder zijn oefenopgaven ter voorbereiding op het schoolexamen.
4Onderdelenca. 21min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Doelspelen horen bij domein B (Bewegen) van het schoolexamen LO: je laat zien dat je meespeelt, de spelregels naleeft en de belangrijkste aanvals- en verdedigingsprincipes toepast in het spel.
verhoogd niveau
Wie zich verdiept, gebruikt de spelprincipes om een spelsituatie scherp te ontleden en om het spel van een team te beoordelen: klopt de opbouw, wordt de ruimte benut, hoe snel wordt er omgeschakeld?
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Drie doelspelen vergeleken
Bij handbal 4-tegen-4 heeft de speler met de bal aan de rechterkant twee verdedigers dicht voor zich. Links staat een medespeler bij wie geen verdediger in de buurt is. Ontleed de situatie en bepaal de beste keuze.
De bal is aan de rechterkant bij een speler die door twee verdedigers wordt opgesloten; die kant is dus dichtbezet.
Aan de linkerkant staat geen verdediger in de buurt: daar ligt de vrije ruimte.
De medespeler links is niet gedekt en kan de bal ontvangen zonder direct onder druk te komen — hij is de vrije speler.
De beste keuze is een pass naar de vrije speler links (breedtespel), zodat het spel wordt verlegd naar de ruimte in plaats van vast te lopen in de drukte rechts.
Resultaat: De ruimte ligt links, waar de vrije speler staat. De balbezitter verlegt het spel met een pass naar links, weg van de druk rechts, en creëert zo een betere scoringskans.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bekijk of stel je een spelsituatie voor uit een partijtje 4-tegen-4 basketbal of handbal. Beschrijf in drie stappen hoe je de situatie leest: (1) waar is de bal, (2) waar is de ruimte en welke medespeler staat vrij, (3) welke keuze maakt de balbezitter en waarom. Dit is een oefenopgave ter voorbereiding op het schoolexamen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein B Bewegen (spel/doelspelen) (CvTE / Examenblad)
Aanvalsketen van opbouw tot afronding
Je hebt bij voetbal de bal in het middenveld. Een medespeler wil in de ruimte achter de verdediging lopen. Beschrijf stap voor stap hoe jullie samen tot een goede dieptepass komen zonder buitenspel te lopen.
Je speelt met je hoofd omhoog en ziet de vrije ruimte achter de laatste verdediger en de medespeler die daarheen wil.
De medespeler wacht met zijn sprint tot jij klaarstaat om te passen; hij vertrekt op het moment van de pass, zodat hij bij de pass niet vóór de voorlaatste verdediger is (geen buitenspel).
Je speelt de bal in de ruimte vóór de medespeler in, met de binnenkant van de voet, zodat hij de bal in volle loop kan meenemen.
De medespeler neemt de bal aan richting het doel en zoekt de doelpoging: een schot op het doel of een lage voorzet.
Resultaat: Door het vrijlopen op de pass te timen, loopt de aanvaller niet buitenspel en ontvangt hij de bal in de vrije ruimte achter de verdediging, klaar om af te ronden.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf voor een aanval bij voetbal of basketbal hoe je van opbouw tot afronding komt. Benoem minstens vier aanvalsprincipes op volgorde (bijvoorbeeld opbouw, positiespel, vrijlopen/dieptepass, afronden) en leg per principe uit wat de balbezitter en de medespelers doen. Dit is een oefenopgave ter voorbereiding op het schoolexamen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein B Bewegen (aanvalsprincipes) (CvTE / Examenblad)
Aanval tegenover verdediging
Je team verdedigt bij basketbal en de tegenstander heeft één heel sterke, snelle speler die telkens naar de basket dribbelt, terwijl de anderen minder gevaarlijk zijn. Welke dekkingsvorm past hier en waarom?
Het gevaar komt vooral van één speler die naar de basket wil; de ruimte onder de basket moet dus goed worden afgeschermd.
Zuivere man-op-man legt de sterke speler stil, maar één verdediger houdt hem lastig alleen tegen als hij passeert; er is dan geen hulp.
Zonedekking schermt de ruimte voor de basket af en zorgt dat een tweede verdediger kan helpen (dubbelen) zodra de sterke speler binnenkomt.
Een zoneverdediging (of man-op-man met hulp/rugdekking bij de basket) past het best: de ruimte onder de basket wordt afgeschermd en de sterke speler wordt opgevangen door meerdere verdedigers.
Resultaat: Zonedekking (of mandekking met duidelijke rugdekking) is hier de beste keuze, omdat die de ruimte onder de basket afschermt en hulp biedt tegen de ene gevaarlijke speler.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg het verschil uit tussen mandekking en zonedekking bij handbal of basketbal. Beschrijf per vorm hoe een verdediger staat en beweegt, noem één voordeel en één nadeel, en geef aan in welke situatie je welke vorm zou kiezen. Dit is een oefenopgave ter voorbereiding op het schoolexamen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein B Bewegen (verdedigingsprincipes) (CvTE / Examenblad)
De omschakelkringloop
Bij voetbal verovert jouw team de bal net buiten het eigen strafschopgebied. De tegenstander stond in de aanval en is nog niet teruggevallen; voorin staat een medespeler in de vrije ruimte. Wat is de beste keuze, en hoe beoordeel je die?
Je team schakelt om van verdediging naar aanval: dit is het moment van balverovering, precies wanneer de tegenstander nog niet geordend is.
De tegenstander is nog niet teruggevallen, dus er is veel ruimte naar voren, en er staat een medespeler vrij in de diepte.
De beste keuze is de snelle omschakeling: speel de bal direct in de diepte naar de vrije medespeler (de counter), voordat de tegenstander terug is.
Een keuze om eerst rustig achterin rond te spelen zou hier zwakker zijn, omdat je de tegenstander de tijd geeft om terug te vallen en de vrije ruimte verdwijnt.
Resultaat: De snelle dieptepass op de omschakeling is de beste keuze: hij benut de ruimte die ontstaat doordat de tegenstander nog niet is teruggevallen. Rustig opbouwen zou die kans verspillen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Analyseer een omschakelmoment uit een partijtje voetbal, basketbal of handbal. Beschrijf wie de bal verliest of verovert, wat het aanvallende team en het verdedigende team op dat moment zouden moeten doen, en beoordeel of de gemaakte keuze goed was. Sluit af met één concreet verbeterpunt. Dit is een oefenopgave ter voorbereiding op het schoolexamen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein B Bewegen (omschakelen en spelbeoordeling) (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen