Loading
Loading
Domein A is de basis onder alle andere domeinen: je oriënteert je op je eigen leren, je beheerst de basis- en leervaardigheden die je nodig hebt om bewegingsactiviteiten uit te voeren en te regelen, en je leert hoe motorisch leren verloopt. Je leert bewegingen doelgericht verbeteren met feedback, oefenprincipes en een goede opbouw. Dit domein wordt, net als heel LO, met een schoolexamen afgesloten; er is geen centraal examen.
3Onderdelenca. 13min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 2 · Standaard 1
basisniveau
Domein A hoort tot de kern van het schoolexamen LO en loopt door alle andere domeinen heen: je past de leervaardigheden toe bij elke bewegingsactiviteit.
verhoogd niveau
Wie zich verdiept, kan de begrippen uit de bewegingswetenschap (motorisch leren, feedbacksoorten, oefenvormen) gebruiken om het eigen leren en dat van anderen scherper te sturen.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
De leercirkel van LO
Een leerling zegt: „Ik wil beter worden in het hooghouden met een voetbal.” Maak hier een concreet, meetbaar leerdoel van en geef aan hoe je de vooruitgang meet.
Het waarneembare gedrag is: de bal met de voeten hooghouden zonder dat hij de grond raakt.
Kies een aantal aanrakingen als maat, bijvoorbeeld het aantal keer dat de bal achter elkaar wordt geraakt.
Schat het huidige niveau in (bijvoorbeeld nu 5 aanrakingen) en stel een haalbaar doel: 15 aanrakingen achter elkaar.
Meet de vooruitgang door drie pogingen te doen en het hoogste aantal te noteren, elke week opnieuw.
Resultaat: Meetbaar leerdoel: „Ik wil de bal 15 keer achter elkaar hooghouden met mijn voeten.” Vooruitgang meet je door wekelijks het hoogste aantal aanrakingen uit drie pogingen te noteren.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een bewegingsactiviteit die je dit jaar hebt gedaan. Schat je huidige niveau in, formuleer één concreet en meetbaar leerdoel, en beschrijf twee reflectievragen die je na een oefensessie zou beantwoorden om je vooruitgang te beoordelen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein A Vaardigheden (CvTE / Examenblad)
Basis- en leervaardigheden
Bij een potje basketbal 3-tegen-3 gebeurt veel tegelijk. Noem twee basisvaardigheden en één leervaardigheid die een leerling hier inzet en licht ze toe.
De leerling verdeelt taken (wie verdedigt wie, wie neemt de bal) en speelt medespelers aan — dat maakt teamspel mogelijk.
De leerling houdt zich aan de regels (geen duwen, geloop met de bal is loopfout) en voorkomt zo botsingen en ruzie.
De leerling let op waar de vrije ruimte en de vrije medespeler zijn en past het passen daarop aan.
Resultaat: Basisvaardigheden: samenwerken (taken verdelen, aanspelen) en veiligheid/regels naleven; leervaardigheid: waarnemen van ruimte en vrije spelers om beter te passen.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf voor een turnles drie basisvaardigheden en twee leervaardigheden die je nodig hebt om veilig en met vooruitgang te oefenen, en leg per vaardigheid uit waarom die belangrijk is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — basis- en leervaardigheden (CvTE / Examenblad)
Fasen van motorisch leren
Soorten feedback
Een leerling oefent de handstand. Hij komt met veel moeite omhoog, valt vaak om en moet overal tegelijk op letten. Bepaal de leerfase en geef passende feedback.
Veel fouten, veel aandacht nodig, nog geen controle: dit is de cognitieve fase (beginfase).
In deze fase richt je je op de grote lijn, niet op details. Belangrijk is een stevige basis: handen goed neerzetten en het lichaam strekken.
Geef een concrete, uitvoerbare aanwijzing over de uitvoering: „Zet je handen op schouderbreedte en druk je schouders helemaal open.”
Laat een medeleerling hulpverlenen (vangen bij de benen), zodat de leerling durft te strekken zonder angst om te vallen.
Resultaat: De leerling zit in de cognitieve fase. Passende feedback is één concrete uitvoeringsaanwijzing over de grote lijn — „handen op schouderbreedte, schouders open” — ondersteund door hulpverlenen voor de veiligheid.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een medeleerling leert de bovenhandse opslag bij volleybal en zit in de cognitieve fase. Beschrijf in welke fase de leerling zit, geef één concrete extrinsieke feedbackaanwijzing (uitvoering, één verbeterpunt) en leg uit waarom die aanwijzing bij deze fase past.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — leren bewegen en feedback (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen