Loading
Loading
Bewegen op muziek hoort bij domein B: je leert dansen door beweging af te stemmen op ritme, maat en frasering, en je maakt en voert een korte choreografie uit met de compositieprincipes herhaling, variatie en contrast. Net als heel LO wordt dit met een schoolexamen en een handelingsdeel afgesloten; er is geen centraal examen. Je laat je bewegen, je samenwerken bij het samen dansen en je reflectie op het maken en uitvoeren zien.
4Onderdelenca. 24min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2 · Verdieping 1
basisniveau
Je danst op de maat, je herkent de 8-tellen en je voert samen met anderen een korte, aangeleerde combinatie uit met een duidelijk begin, midden en einde.
verhoogd niveau
Wie zich verdiept, ontwerpt zelf een frase met bewuste contrasten in dynamiek, niveau en richting, en verantwoordt de compositiekeuzes ten opzichte van de frasering en het karakter van de muziek.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
De 8-tel met accenten
Je klas leert een korte streetdance-combinatie van 8 tellen. Beschrijf stap voor stap hoe jullie samen precies op de maat en op de juiste tel beginnen.
Luister naar de muziek en tik de gelijkmatige puls mee met je voet, tot iedereen dezelfde tik voelt.
Zoek waar een nieuwe 8-tel begint — meestal bij een duidelijk accent in de muziek — en noem dat moment „tel 1”.
De voordanser telt hoorbaar af met „5, 6, 7, 8”, zodat iedereen weet dat de combinatie op de eerstvolgende 1 start.
Op tel 1 zetten jullie tegelijk de eerste beweging in en tellen in gedachten door tot en met 8, zodat jullie synchroon blijven.
Resultaat: Door eerst de puls te zoeken, de 1 te bepalen, af te tellen met 5-6-7-8 en op tel 1 samen in te zetten, start de hele groep gelijk en op de maat.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Kies een dansnummer dat je kent. Zoek de puls door mee te klappen, bepaal of het tempo hoog of laag aanvoelt, en tel het nummer in 8-tellen. Beschrijf op welke tellen je duidelijke accenten hoort en bedenk voor twee van die accenten welke opvallende beweging je daarop zou zetten.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — domein B, bewegen op muziek (CvTE / Examenblad)
De vier dansaspecten
Een groepje danst een combinatie die „saai” overkomt: iedereen staat op een rij op dezelfde plek en beweegt alleen de armen. Analyseer wat er ontbreekt en verbeter de combinatie met het aspect ruimte.
Er wordt niet van plek gewisseld, alle dansers staan op hetzelfde niveau en er zijn geen paden over de vloer — het aspect ruimte wordt nauwelijks gebruikt.
Laat een deel van de groep laag dansen (gebogen knieën, hurkend) en een deel hoog (rechtop, op de tenen), zodat er diepte in het beeld komt.
Laat de dansers een aantal tellen naar voren en weer terug bewegen en een kwartdraai maken, zodat er beweging over de vloer ontstaat.
Laat de rij op een afgesproken tel opsplitsen in twee kleine groepen die uit elkaar bewegen — met duidelijke afspraken om botsingen te voorkomen.
Resultaat: Door niveaus, richting, paden en een formatiewisseling toe te voegen, gebruikt de groep het aspect ruimte bewust en wordt de combinatie meteen levendiger en interessanter om naar te kijken.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bedenk een combinatie van 8 tellen met minstens drie verschillende bewegingsvormen (bijvoorbeeld een pasje, een draai en een isolatie). Beschrijf per beweging de richting, het pad en het niveau, en leg uit hoe je met een medeleerling een formatiewisseling zou uitvoeren zonder te botsen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — bewegingsvormen en ruimte in de dans (CvTE / Examenblad)
Dansvormen en hun kenmerken
Je moet dezelfde eenvoudige armbeweging uitvoeren op twee heel verschillende nummers: een krachtig hiphopnummer en een rustig, vloeiend nummer. Beschrijf hoe je expressie per nummer verschilt.
Het hiphopnummer is stoer en krachtig; het tweede nummer is rustig en vloeiend. Het karakter bepaalt hoe je beweegt.
Op de hiphopmuziek voer je de armbeweging scherp, snel en krachtig uit met duidelijke eindpunten; op de rustige muziek juist zacht, langzaam en golvend.
Bij hiphop zet je een fel accent en een korte stilstand voor contrast; bij de rustige muziek laat je de beweging traag doorlopen zonder scherpe stops.
Bij hiphop dans je met een zelfverzekerde, directe blik en houding; bij de rustige muziek met een ingetogen, rustige uitstraling.
Resultaat: Dezelfde armbeweging krijgt door een andere bewegingskwaliteit, dynamiek en uitstraling twee totaal verschillende expressies, elk passend bij het karakter van de muziek.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Bekijk (in gedachten of op beeld) een korte dans. Beoordeel hem langs de vier aspecten: ritme/tijd, bewegingsvorm, ruimte en expressie. Benoem per aspect één sterk punt en formuleer twee concrete verbeterpunten voor de expressie (bewegingskwaliteit, dynamiek, contrast of uitstraling) die passen bij het karakter van de muziek.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — expressie en dansvormen (CvTE / Examenblad)
Van motief tot geheel
De compositie-cyclus
Je hebt een eenvoudig motief van 2 tellen: „stap naar rechts, klap”. Bouw dit met de compositieprincipes uit tot een frase van één 8-tel en voeg contrast toe.
Doe het motief „stap-klap” eerst naar rechts (tel 1-2) en herhaal het daarna naar links (tel 3-4); door herhaling ontstaat herkenning.
Voer op tel 5-6 hetzelfde motief groter en met een halve draai uit — herhaling met verandering houdt het boeiend.
Laat op tel 7 alles even stilvallen (stilstand na beweging) en zet op tel 8 een grote, lage beweging in — snel/klein wordt zo afgewisseld met langzaam/groot.
Zorg dat deze frase van één 8-tel precies samenvalt met één muzikale frase, zodat het einde van de beweging samenvalt met het einde van de muzikale zin.
Resultaat: Uit het motief „stap-klap” ontstaat via herhaling (rechts/links), variatie (groter, met draai) en contrast (stilstand, dan groot en laag) een afgeronde frase van één 8-tel die samenvalt met de frasering van de muziek.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Ontwerp met een medeleerling een korte choreografie van twee frases (samen ongeveer vier 8-tellen) op een zelfgekozen nummer. Beschrijf je motief, laat zien waar je herhaling, variatie en contrast gebruikt, geef aan hoe je de frases op de muzikale frasering afstemt, en kies één samenwerkingsvorm (synchroon, canon of spiegelen). Licht je keuzes kort toe.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — choreografie en compositieprincipes (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen