Loading
Loading
Bij zelfverdediging leer je stoei- en verdedigingsactiviteiten zoals judo en stoeispelen, waarin twee personen krachtmeting aangaan met respect en beheersing. Centraal staan het veilig vallen (valbreken), het uit balans brengen van de ander en het beheersen van je eigen kracht. Dit domein is onderdeel van het schoolexamen LO; er is geen centraal examen. Veiligheid en respect voor de partner zijn de belangrijkste voorwaarden.
3Onderdelenca. 13min leestijd3VaardighedenNiveauBasis 1 · Standaard 2
basisniveau
Zelfverdediging is een van de bewegingsactiviteiten van het schoolexamen; veilig valbreken en respect voor de partner staan voorop.
verhoogd niveau
Wie zich verdiept, kan de principes van evenwicht, hefboom en krachtgebruik uit de bewegingsleer gebruiken om worpen en uitbalanceringen te begrijpen.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Voorwaarden voor zelfverdediging
Tijdens een stoeispel merk je dat je partner steeds fanatieker wordt en met te veel kracht trekt. Beschrijf hoe je hier veilig en beheerst mee omgaat.
Fanatiek, ongecontroleerd trekken met te veel kracht kan tot letsel leiden; dit is een onveilige situatie die je moet bijsturen.
Onderbreek de oefening rustig en geef een duidelijk stopteken (afkloppen of „af”).
Herinner samen aan de regel dat je kracht doseert en de partner ontziet; het doel is veilig oefenen, niet winnen.
Ga pas verder als jullie beiden rustig en gecontroleerd werken.
Resultaat: Je herkent het als een onveilige situatie, geeft rustig een stopteken, herstelt samen de afspraak om kracht te doseren en de partner te ontzien, en hervat pas als het weer beheerst gaat. Zo houd je veiligheid en respect voorop.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Beschrijf drie veiligheidsregels en twee vormen van respect die gelden bij een judoles, en leg uit waarom veiligheid en beheersing bij deze activiteit belangrijker zijn dan het behalen van een worp.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — zelfverdediging en veiligheid (CvTE / Examenblad)
Van greep tot veilige val
Verklaar waarom een kleinere leerling een grotere partner met een heupworp toch kan werpen. Gebruik de begrippen evenwicht en hefboom.
De kleinere leerling trekt de partner naar voren, zodat diens zwaartepunt buiten zijn steunvlak (voeten) komt en hij dreigt te vallen.
De leerling draait in en plaatst zijn heup laag onder het zwaartepunt van de partner: de heup wordt een draaipunt (hefboom).
De al uit balans gebrachte partner kantelt over de heup; de leerling hoeft niet te tillen, de zwaartekracht doet het werk.
De partner breekt de val af met een correcte ukemi, zodat de worp veilig verloopt.
Resultaat: Doordat de partner eerst uit balans wordt gebracht (zwaartepunt buiten het steunvlak) en de heup als hefboom/draaipunt dient, hoeft de kleinere leerling niet te tillen — techniek verslaat kracht. Het valbreken maakt de worp veilig.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit waarom je een partner eerst uit balans moet brengen voordat een worp lukt. Gebruik in je uitleg de begrippen zwaartepunt, steunvlak en hefboom, en beschrijf hoe de partner tegelijk veilig kan vallen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — stoei- en zelfverdedigingsactiviteiten (CvTE / Examenblad)
Opbouw van stoeispel naar judovorm
Een leerling houdt zijn partner in een houdgreep, maar de partner draait steeds los. Leg uit hoe hij de houdgreep stabieler maakt.
De leerling ligt te hoog en te smal op de partner, waardoor zijn zwaartepunt makkelijk te verplaatsen is en de partner kan wegdraaien.
Hij legt zijn lichaam lager en drukt zijn gewicht op de borst van de partner, zodat zijn zwaartepunt boven de partner blijft.
Hij spreidt zijn benen breed uit als een stabiele basis, zodat hij niet makkelijk gekanteld kan worden.
Hij houdt de greep beheerst vast en laat onmiddellijk los zodra de partner afklopt of „af” zegt.
Resultaat: Door lager en breder te liggen, zijn gewicht op de partner te houden en zijn benen te spreiden, maakt de leerling zijn zwaartepunt en steunvlak stabiel, zodat de partner niet meer kan wegdraaien — met behoud van de veiligheidsafspraken.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit hoe je een partner met een houdgreep onder controle houdt en waarom een lage, brede positie beter werkt dan een hoge. Beschrijf ook hoe de partner met techniek (in plaats van kracht) probeert te ontsnappen, en welke veiligheidsafspraken de hele tijd gelden.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma lichamelijke opvoeding havo/vwo — stoeispelen en judovormen (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen