Loading
Loading
De wijsgerige antropologie stelt de vraag: wat is de mens? Je onderzoekt wat een mensbeeld is, het onderscheid tussen essentie en existentie, de klassieke strijd tussen vrije wil en determinisme, en het probleem van de persoonlijke identiteit (wat maakt dat je door de tijd heen dezelfde blijft?). Deze begrippen vormen de basis waarop de latere onderdelen over lichaam en geest, de rede, en de ethiek voortbouwen.
3Onderdelenca. 14min leestijd4VaardighedenNiveauStandaard 1 · Verdieping 2
basisniveau
Beheers de kern: wat een mensbeeld is, essentie versus existentie, en het verschil tussen determinisme en vrije wil.
verhoogd niveau
Weeg de posities over de vrije wil (inclusief het compatibilisme) tegen elkaar af en pas identiteitstheorieen toe op een gedachte-experiment.
Lesetiefe: Verdieping
Schriftgröße: Standard
Vier mensbeelden
Twee uitspraken: (a) 'Een mens is van nature een sociaal wezen, dus alleen in gemeenschap komt hij tot zijn bestemming.' (b) 'Een mens is niets vooraf; door zijn keuzes maakt hij wie hij is.' Bepaal per uitspraak of ze essentialistisch of existentialistisch is en motiveer.
Er wordt een vaste menselijke natuur aangenomen ('van nature sociaal') waaruit de bestemming volgt. Dat is essentialisme: uit de essentie volgt hoe de mens moet leven.
Er wordt juist ontkend dat de mens iets vooraf is; hij vormt zichzelf door keuzes. Dat is existentialisme: de existentie gaat aan de essentie vooraf.
Uitspraak a bindt goed handelen aan de menselijke natuur; uitspraak b legt de nadruk op vrijheid en verantwoordelijkheid voor de eigen zelfvorming.
Resultaat: Uitspraak (a) is essentialistisch (vaste natuur bepaalt de bestemming), uitspraak (b) existentialistisch (de mens vormt zichzelf). Het onderscheid essentie-existentie ordent beide posities scherp.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Leg uit wat Sartre bedoelt met 'de mens is veroordeeld tot vrijheid' en beredeneer waarom een existentialist niet mag zeggen 'ik kan er niets aan doen, zo ben ik nu eenmaal'.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)
Posities over de vrije wil
Iemand zegt: 'Ik ga niet naar de dokter, want als ik ziek moet worden, word ik toch wel ziek, wat ik ook doe.' Bepaal of dit determinisme of fatalisme is en leg het verschil uit.
De spreker meent dat de uitkomst (ziek worden) vastligt ongeacht zijn handelen: naar de dokter gaan of niet maakt niet uit.
Dit is fatalisme: de uitkomst staat los van wat je doet, alsof het noodlot regeert.
Een determinist zou juist zeggen dat naar de dokter gaan wel degelijk de uitkomst beinvloedt (als schakel in de causale keten); alleen ligt dat handelen zelf ook weer vast. Bij determinisme doen je daden ertoe, bij fatalisme niet.
Resultaat: De uitspraak is fatalistisch, niet deterministisch: ze maakt het handelen zinloos. Bij determinisme veroorzaken je keuzes wel de uitkomst; dat is het cruciale verschil dat de redenering onderuithaalt.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
Een neurowetenschapper stelt dat de hersenen een beslissing al nemen voordat wij ons ervan bewust worden. Beredeneer wat een determinist, een libertariër en een compatibilist over de morele verantwoordelijkheid van de dader zouden zeggen.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)
Theorieen over persoonlijke identiteit
Een man met vergevorderde dementie herkent niemand meer en deelt geen herinneringen meer met zijn vroegere leven. Beredeneer volgens de psychologische theorie of hij nog dezelfde persoon is en welk gevolg dat heeft.
De psychologische theorie vraagt naar continuiteit van herinneringen en bewustzijn. Bij vergaande dementie is die keten grotendeels verbroken.
Strikt genomen zou de psychologische theorie zeggen dat hij in belangrijke mate niet meer dezelfde persoon is als vroeger, omdat de verbindende herinneringen ontbreken.
Vanuit het lichaamscriterium is hij wel dezelfde (zelfde lichaam en brein), en velen vinden intuitief dat hij dezelfde blijft; dit toont de spanning tussen de criteria.
Resultaat: Volgens de psychologische theorie is de continuiteit verbroken, dus zou hij grotendeels niet meer dezelfde persoon zijn, met gevolgen voor bijvoorbeeld eerder gemaakte afspraken. Het lichaamscriterium spreekt dit tegen; de casus legt de botsing tussen beide theorieen bloot.
Veelgemaakte fouten
Actieve herhaling
In een gedachte-experiment worden alle herinneringen en het karakter van persoon A naar het lichaam van B overgezet. Beredeneer volgens het lichaamscriterium en volgens de psychologische theorie wie na afloop persoon A is.
Actief ophalen
Haal de kernpunten op — onthul ze daarna.
Bronnen: Examenprogramma filosofie HAVO — Examenblad.nl (CvTE / Examenblad)
Referenties en bronnen
CvTE / Examenblad